De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vuilnisman-Timmerman

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vuilnisman-Timmerman

Portret van een ouderling

4 minuten leestijd

Een dubbelfunctie?
Iemand, die zowel vuilnisman is als timmerman?
Niet gebruikelijk!
Toch was hij dat – in geestelijk opzicht. En niemand heb ik gekend, die het in zo grote en sterke mate was als hij.
Mijn vuil – met emmers vol – ruimde hij uit de weg… en met begenadigd vakmanschap bouwde hij – als een timmerman – mijn geloof. Ook mijn hoop. En ook mijn liefde! En deed dat altijd vlak voor de kerkdienst, in de consistoriekamer, in het gebed.
Maar ook héétte hij Timmerman. Willem Timmerman. En, om het helemaal compleet te maken: van beroep was hij vuilnisman!
En ouderling dus ook – in die consistoriekamer, zondags, maar eveneens door de week.
Ook als hij maandagochtend achterop de vuilniswagen stond, op de treeplank meereed tot de volgende boerderij.
Met een glimlach.
Met een verheven gezicht.
Een brede armzwaai altijd voor die hem kenden…
'De asblikke eve an de dijk zette', zei onze gedienstige.
Maar soms kwam hij zelf het erf al op, om ze te halen.
In de kerk had hij het ook, die glimlach. Met een herkennend knikje – tijdens het zingen na de Wet.
Hij kende mijn lievelingspsalmen – ik de zijne. Het waren dezelfde. Psalm 19 : 5, bijvoorbeeld.
Waren we bij de regel: 'z' is 't mensdom meerder waard dan 't fijnste goud op aard'…', dan keken we even naar elkaar. Ik vanaf mijn preekstoel – hij vanuit zijn kerkbank. En even was daar dan die glimlach – glimlach met een knikje…
Vuilnisman Timmerman – blij met ''t fijnste goud op aard'.'
Het knikje gold eigenlijk de Psalm – niet mij…
Maar mij bouwde het.
Eenzaamheid op de preekstoel werd uitgebouwd tot kleine gemeenschap der heiligen…
Hij deed dat niet – het werd gedaan.
'Zo de Heere het huis niet bouwt, tevergeefs arbeiden deszelfs bouwlieden daaraan'(Ps. 127  :1).
Willem Timmerman – een arbeider, een bouwer.
Vaak was ik te neergeslagen – diep in de put.
Durfde de dienst niet aan – keek op mijzelf, op mijn dood hart – keek op de kerkenraad – vreesde hun oordeel.
Maar als Willem Timmerman bad ging ik de hemel in.
Lijfelijk, haast.
Hij droeg me op – op zijn vuilnismanshanden en zijn timmermanshanden – haalde al mijn geestelijke 'asblikke van de dijk' – er waren die armzwaai en die glimlach, al zag ik die door mijn dichte ogen niet –.
Dan bouwde hij – bouwde ook qua taal: uitzonderlijk schone, klassieke taal, verheffende, indrukwekkende volzinnen – hij moet het geleerd hebben van oude schrijvers en van de Heilige Schrift – bouwde met gunnende woorden van liefde en heil mijn wanhoop tot hoop en mijn angst tot moed. Hief mij hoog tot de Heere – tijdens zijn gebeden was ik de Heere zeldzaam nabij…
Dan kwam het Amen – nooit te vroeg en nooit te laat.
En dan was ik als Petrus en Johannes, van wie geschreven staat dat zij 'vrijmoedigheid' hadden. En dat ze die hadden omdat 'zij met Jezus geweest waren' (Hand. 4 : 13).
'Want Jesu, lieve Heer! die my altijd verheugt / Voor Een Pond kruys en leed / wel Duyzend Ponden vreugd' (Jodocus van Lodensteyn).
'Jesu…'
En W. Timmerman…
Jezus was óók timmerman. 'Is deze niet de timmerman?' (Marc. 6 : 3).
En tevens verwijderde Hij ons vuil – ons huisvuil.
'Indien Ik u niet was, gij hebt geen deel met Mij' (Joh. 13 : 8).
Ons vuil – Hij nam het in Zijn handen – Hij nam het over – Hij bracht het weg. Om daarmee te bouwen… een Hemelse Timmerman.
Om ons in te bouwen – in Hem… 'deel met Mij'!
De Heiland en de ouderling – beiden waren vuilnisman en timmerman.
De tweede bij de gratie van de eerste. Tot gratie voor mij…
Beiden ook 'onwaardigste onder de mensen' – de Eén in Nazareth… de ander in dat dorp.
Beiden: lang geleden.
De Eén bijna 2000 jaar geleden – de ander zag ik al tien jaar niet meer.
Maar beiden blijven voor mijn ziel van kracht.
Steeds weer, als ik aan hen denk.
Zoals Salomo heeft gezegd – en voorzegd –: 'de gedachtenis des rechtvaardigen zal tot zegening zijn' (Spr. 10 : 7).
En zoals Jesaja heeft geprofeteerd: 'het welbehagen des Heeren zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan' (53 : 10).
Dat gáát het ook…
Door Zijn hand.
De hand van 'Jezus, de timmerman'. En van Zijn ouderiing Willem Timmerman. Mijn vuilnisman…

J. J. Poort (✝︎) in Onbewonnen Werk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 1999

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Vuilnisman-Timmerman

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 1999

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's