Hoe lezen wij het laatste bijbelboek? (9)
Zoals ik een vorig keer schreef, was Luther een aanhanger van wat later het 'vervangingsmodel' genoemd zou worden.
Door ongeloof en verharding heeft Israël als volk zijn bijzondere positie verspeeld. De kerk zou het echte geestelijke Israël zijn geworden. Met andere woorden: de kerk heeft de plaats van Israël ingenomen. Ik hoop dat ik een vorig keer voldoende heb aangetoond dat dit volstrekt niet het geval is. De kerk neemt een andere plaats dan Israël in. Zij doet dat niet los van Israël. Integendeel, de verbinding tussen de kerk en Israël is zeer nauw. Men leze hiervoor Romeinen 9-11.
Van een vervangingsmodel is geen sprake, hoewel dit model vele eeuwen lang een overheersende plaats heeft gehad in kerk en theologie.
Soms krijg ik de indruk dat het vervangingsmodel nog hier en daar leeft, want nooit wordt er voor Israël als land en volk gebeden. Het zal duidelijk zijn: dat is géén goede zaak!
Wie de Heere hefheeft, heeft Zijn volk, Israël, lief. Men zal met de beloften voor Israël werkzaam zijn in de gebeden voor Gods aangezicht.
Intussen valt het op dat binnen de Nadere Reformatie er óók aanhangers van het zogenaamde vervangingsmodel werden gevonden. Ik noem twee respectabele personen, nl. J. Hoornbeeck en G. Voetius. Hun zienswijze is dienaangaande onjuist geweest. Ongetwijfeld zullen er oorzaken zijn geweest waarom zij deze zienswijze voorstonden. Maar dat houdt niet in dat hun visie in overeenstemming met de Schrift was. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat er ten tijde van de Nadere Reformatie anderen waren die geloofden dat God Israël niet had afgeschreven. Ook zij waren er diep van overtuigd dat de Heere voor Israël vele beloften had. Over deze personen wil ik apart nog iets zeggen in deze aflevering.
Calvijn
Alvorens ik de visie van een aantal personen uit de Nadere Reformatie naar voren breng, wil ik Calvijn naar voren halen.
Het zal eenieder bekend zijn dat Calvijn geen commentaar heeft geschreven op de Openbaring van Johannes. Wel een uitvoerig commentaar op het boek Daniël, maar niet op het laatste bijbelboek. Dit heeft bij velen verbazing gewekt! Men heeft wel gemeend dat Calvijn de Openbaring van Johannes niet tot de gezaghebbende boeken van de Bijbel heeft gerekend. Maar dat is volstrekt niet het geval. Waarschijnlijk zal men zijn terughoudendheid om dit boek te becommentariëren moeten zoeken in de uitlegging van dit bijbelboek door allerlei middeleeuwse sekten. De meest bizarre eschatologische voorstellingen werden aan de Openbaring van Johannes ontleend. Trouwens, ook de dopers wisten hier het een en ander van. De meest vreemde berekeningen wist men te maken. Calvijn paste hiervoor! In zijn commentaar op Daniël zegt hij dat hij geen 'rekenkundige' is.
Dat Calvijn over de leer van de laatste dingen (de eschatologie) heeft nagedacht, blijkt uit de Institutie waar hij zelfs zeer uitvoerig aandacht schenkt aan het eeuwig zalig leven. Helder houdt hij ons voor, hoe wij hebben te leven met het oog op de heerlijkheid Gods.
Met dit alles wil ik maar zeggen dat het niet juist is als men beweert dat Calvijn geen oog heeft gehad voor de eschatologie, omdat hij geen commentaar op het laatste bijbelboek heeft geschreven.
De eschatologie heeft niet alleen in de Institutie aandacht, maar ook in de verschillende commentaren die hij heeft geschreven. In geen geval kan gezegd worden dat de eschatologie door Calvijn als een stiefkind is behandeld. Hoewel door hem, alsmede door Luther, heel veel aandacht werd geschonken aan de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof én aan de heiliging van het leven, is de eschatologie bij hen geen ondergeschoven kind geweest. Wil dat zeggen dat de eschatologie bij Calvijn afgerond is? Het antwoord daarop is ontkennend.
Terecht schrijft W. Balke ('Omgang met de reformatoren', pag. 213): 'De leer van de laatste dingen vormt dus bepaald niet de bekroning van de Institutie, waarin de christen als het ware op Nebo's top een uitzicht krijgt op het land van Gods toekomst. Wel moet men zeggen dat Calvijns gehele theologie doortrokken is van een eschatologisch ferment, van het geloof in de verborgen heerlijkheid van Christus en Zijn koningschap en daarmee van de hoop op de toekomstige openbaring daarvan'.
Ook is het onmiskenbaar dat Calvijns eschatologie een zekere spiritualistische trek vertoont vanwege zijn afweer tegen iedere vorm van chiliasme. Dit laatste waarschijnlijk in navolging van Augustinus die op zijn beurt al had gezegd wat betreft de Openbaring van Johannes: 'Ik ben geen rekenkundige'.
Vanzelfsprekend heeft Calvijn nagedacht over Israël. De mening van Luther dat de kerk in plaats van Israël was gekomen, deelde hij niet. Toch is Calvijn aangaande Israël in wat hij zegt niet zo duidelijk. Zijn spreken heeft zelfs iets ambivalents (tweeslachtig).
Aan de ene kant zegt hij dat Israël door ongeloof zich de bijzondere zegen om Gods volk te zijn onwaardig heeft gemaakt. Aan de andere kant laat Calvijn Israël toch niet los. Hij spreekt er niet over dat de kerk de plaats van Israël heeft ingenomen. Neen, er is alle hoop voor Israël! Dat is niet omdat er in Israël iets wordt gevonden ten gevolge waarvan de Heere opnieuw naar Israël zou omzien. Wanneer Calvijn spreekt over hoop voor Israël, ziet hij op tot God. Anders gezegd: hij ziet op tot de HEERE, de Ik zal zijn die Ik zijn zal, de God van het Verbond. God is trouw aan Zijn Verbond. Van Gods verbondstrouw kan gezegd worden dat zij is opgewassen tegen de ontrouw van Israël.
Ik moet zeggen dat ik dit een heel mooie gedachte bij Calvijn vind. Hoe groot de ontrouw van Israël is, toch blijft God aan Zijn liefdesverbond met Israël trouw. De kracht van Zijn verbondstrouw is zo groot dat de ontrouw van Israël deze niet teniet kan doen. Op grond van deze verbondstrouw van God is er hoop voor Israël. De beloften, die nog niet vervuld zijn, zullen in vervulling gaan.
Ik sluit mij graag aan bij de gedachte van Calvijn dat Gods verbondstrouw opgewassen is tegen de ontrouw van Israël.
Een ander model
Naast het vervangingsmodel (Luther, Voetius, Hoornbeeck e.a.) bestaat er nog een ander model, nl. het chiliastisch model. Wanneer wij over het chiliasme spreken, moeten wij denken aan het duizendjarig rijk. Zoals bekend, wordt er over dit rijk gesproken in Openbaring 20. Het is nog niet zo gemakkelijk te zeggen wat men precies onder dit duizendjarig rijk moet verstaan. Vele boeken zijn erover geschreven! En nog altijd verschijnen er publicaties over wat men eronder moet verstaan. Mijn eigen mening over het duizendjarig rijk laat ik rusten, hoewel ik voorzichtig neig naar de opvatting van Augustinus hierover. Maar op hem en zijn visie kom ik nog wel terug.
De aanhangers van het duizendjarig rijk zijn doorgaans zeer bewogen mensen. Zij zijn bewogen met hun medemensen die de Heere niet kennen. Zending en evangelisatie hebben hun belangstelling. Als zij zich kunnen inzetten voor de zaak des Heeren, zullen zij het niet nalaten. Van hun liefde tot de dienst van de Heere valt veel te leren. Wat waar is, is waar: onder hen worden vele oprechte kinderen Gods gevonden. Bij de aanhangers van het chiliasme vindt men naast bewogenheid voor de mens in 't algemeen een grote liefde en verwachting voor Israël. Zij zijn persoonlijk, maar ook op bijeenkomsten werkzaam met de beloften Gods voor Israël.
Het is wellicht goed om op te merken dat men de chiliastische stroming niet alleen moet zoeken in organisaties die buiten de kerk opereren. Ook in de kerk vindt men deze chiliastische stroming. Die is er al de eeuwen door in de kerk geweest. Ik denk opnieuw aan de Nadere Reformatie. Deze beweging bewoog zich niet buiten de kerk. Zij werd in de kerk gevonden. Voor haar gedachten probeerden zij veld te winnen in de kerk. De aanhangers van de Nadere Reformatie waren mensen die de kerk liefhadden, zelfs hartstochtelijk liefhadden. De beste aanhangers van deze beweging kwamen altijd voor de kerk op als zij zagen dat zich buiten de kerk allerlei groepen en groepjes ontstonden die meenden dat zij het in de kerk niet meer konden vinden.
De Nadere Reformatie was dus een beweging in de kerk, maar wij moeten niet vergeten dat er onder de aanhangers van deze beweging personen waren die het chiliasme aanhingen. Te denken valt onder andere aan Wilhelmus à Brakel. Hij mag dan een gematigd chiliast zijn geweest, maar hij was er wel een. Onder meer is dat uit zijn Redelijke Godsdienst op te maken. Een chiliast… maar met een hartstochtelijke liefde voor Israël. Hij verwachtte dat in zijn tijd het duizendjarig vrederijk zou aanbreken en Israël tot bekering zou komen.
Hetzelfde was in de zeventiende eeuw het geval met Samuel Rutherford, een godgeleerde in Schotland. Rutherford kende een zeer nabij leven. Gemeenschap met God betekende voor hem alles. Hij was bereid om te sterven. Hij wist met de apostel Paulus: 'Het leven is mij Christus; het sterven mij gewin'. Ieder ogenblik mocht de Heere hem oproepen. Hij wilde graag sterven! Maar ondanks zijn verlangen om heen te gaan, wilde hij nog wel een poosje op aarde leven als hij mocht meemaken dat Israël Jezus Christus leerde kennen. Wat een liefde voor Israël! Bovenal: wat een liefde voor de God van Israël die op grond van Zijn liefdesverbond aan Israël zou denken. Bij Rutherford vinden wij precies hetzelfde als bij Calvijn: Gods verbondstrouw is opgewassen tegen de ontrouw van Israël!
Diversiteit
Er zijn in het chiliasme een aantal opvattingen waarover een volgend keer meer.
(Wordt vervolgd)
G. S. A. de Knegt, B.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's