De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

'Een schitterend licht'

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

'Een schitterend licht'

De betekenis van Calvijn voor vandaag

9 minuten leestijd

Jean Cauvin (Johannes Calvijn) werd op 10 juli 1509 geboren in Noyon (Picardië). Hij werd door zijn moeder Jeanne Lefranc opgevoed volgens de rooms-katholieke leer. Calvijn studeerde in Parijs en Orleans (rechten) en kwam in zijn vroege twintiger jaren tot een 'plotselinge bekering', zoals hij het zelf heeft omschreven. Wanneer hij in 1536 in Bazel de eerste uitgave van zijn Institutie in het Latijn het licht doet zien, blijkt hij op 26-jarige leeftijd al tot een uitzonderlijk gerijpt theologisch inzicht en tot een diepe geloofskennis te zijn gekomen. Toen Calvijn in 1564 stierf, bestond zijn schriftelijke nalatenschap uit ruim 60.000 bladzijden in de Latijnse en Franse taal. Zijn vriend Theodoras Beza schreef naar aanleiding van Calvijns overlijden op 27 mei 1564: ' Op die dag, toen de zon onderging, is dit schitterende licht van ons weggenomen'. Calvijn was inderdaad een groot theoloog. Maar heeft zo'n man uit de zestiende eeuw nog betekenis op de drempel van het derde millennium?

Onbekend en onbemind?
Kunnen kerkhistorische figuren die honderden jaren geleden geleefd hebben vandaag de dag nog van betekenis zijn? Wordt die betekenis niet dikwijls overschat? Vraag eens aan een willekeurige Nederlander welke associatie de naam Calvijn bij hem oproept. Dat zal niet meevallen. Als er een reactie komt, dan zal het wel te maken hebben met de wijze waarop het bijvoeglijk naamwoord 'calvinistisch' over het algemeen wordt ingevuld. Een totaal onkerkelijk iemand kan zichzelf beschrijven als 'behoorlijk calvinistisch'. Bedoeld is dan: zuinig, ijverig, te weinig in staat om van het leven te genieten (calvinistisch als het tegendeel van 'bourgondisch'), streng voor jezelf en voor anderen. Het wordt nog wel negatiever gebruikt, neigend naar benepen en bekrompen, schriel en steriel. Zelfs de reclame speelt op dit beeld in: 'genieten mag van Calvijn' als onderschrift bij de foto van een dure Mercedes. Wie er iets meer van menen te weten, komen met de karikatuur van Calvijn als de bloedeloze jurist, de strenge zedenpreker, de harde systeemdenker, de man die verantwoordelijk is voor het verbranden van de dwaalleraar Michael Servet.
Laten we dichter bij huis blijven: vraag een catechisant (uw eigen kind?) eens wat hij of zij van Calvijn weet en zie of er veel méér uitkomt dan dat hij 'een kerkhervormer' was. Of is het zelfs al zover dat hij denkt dat het om een nieuw merk pindakaas gaat? In de onlangs verschenen methode voor de belijdeniscatechisatie Leer ons belijden, uitgegeven door de HGJB, wordt aandacht besteed aan Calvijn naast Augustinus en Luther. Wie belijdenis doet van het geloof dient toch iets te weten van deze eminente getuigen uit het gelovig voorgeslacht.
Wat weet een gemiddeld meelevend gemeentelid van de kerkhervormer van Genève? Wordt Calvijn meer geprezen dan gelezen? Terecht schrijft prof. dr. F. J. M. Potgieter uit Stellenbosch, Zuid-Afrika, in het Woord vooraf van zijn Dagboek Calvijn voor vandaag (in Nederland uitgegeven door Den Hertog B.V., Houten, 1986): 'Calvijn is onze geestelijke vader. En toch hebben de meesten van ons nog weinig gelezen van wat hij zelf geschreven heeft.. De waarheid veroudert niet En omdat Calvijn niets anders wilde dan over de geopenbaarde waarheid nadenken, heeft hij ook voor een tijd zoals deze waarin wij leven, beslist een boodschap.'

Ootmoedig leerling van de Schrift
Calvijn is van grote betekenis voor de kerk en de theologie van vandaag vanwege zijn geloofsovertuiging, die het uitgangspunt vormde voor heel zijn arbeid en waaraan hij consequent heeft vastgehouden: de aanvaarding van heel het Woord van God en alleen het Woord van God als volstrekt gezaghebbend. In zijn Institutie brengt hij deze fundamentele overtuiging als volgt onder woorden: 'Want onze wijsheid moet niets anders zijn dan met een ootmoedige leerzaamheid omhelzen, en dat wel zonder uitzondering van al wat in de Schriften geleerd wordt (boek I, hoofdstuk 18, 4). Levend uit deze overtuiging is Calvijn altijd bezig gebleven met de uitleg van de Heilige Schrift. Zijn commentaren vormen een hoogtepunt in zijn werk en worden nog altijd met veel vrucht geraadpleegd. De 'ootmoedige leerzaamheid' bestond voor Calvijn daarin dat hij de tekst voor zichzelf liet spreken en deze zoveel mogelijk vanuit de context wilde verstaan. De tekst van het Woord mocht niet aan de banden van een kerkelijke traditie worden gelegd, zodat hij gemuilkorfd zou worden, en evenmin worden overheerst door allegorische uitleg die de tekst zou doen buikspreken. Het is Calvijns diepe intentie geweest om al zijn eigen ideeën krijgsgevangen te laten maken en uit te leveren en zich geheel door het gezaghebbende Woord te laten leiden.
Het ging Calvijn om sola scriptura en tota scriptura, om 'door de Schrift alleen' en om 'heel de Schrift'. Vandaar de blijvende actualiteit en waarde van zijn schriftuitleg! Je proeft daarin ook de liefde voor het Woord. Niet voor niets spreekt Calvijn in het citaat van 'omhelzen'. Als leerling van de Schrift was hij ook getrouwd met de Schrift!

Respectvolle dialoog
Dit alles wil natuurlijk niet zeggen dat Calvijns uitleg van de Schrift het laatste woord zou zijn. Ook Calvijn kende ten dele en profeteerde ten dele. Ook hij was een kind van zijn tijd en onderworpen aan de beperkingen van zijn eigen culturele horizon. Ook Calvijn ontkwam er niet aan de Schrift te lezen door een bepaalde bril, waardoor hij het ene heel scherp zag, maar voor het andere min of meer een blinde vlek had. Het zou daarom niet in de geest van Calvijn zijn om als het ware te zweren bij zijn uitleg van de Schrift. Hij schrijft zelf over het principiële verschil tussen enerzijds de apostelen en anderzijds de latere kerkleraars: 'Toch is er tussen de apostelen en hun opvolgers, zoals ik gezegd heb, dit onderscheid dat de apostelen zekere en authentieke secretarissen in dienst van de Heilige Geest waren. Daarom moeten hun geschriften gehouden worden voor uitspraken Gods. Maar hun opvolgers hebben geen ander ambt dan om te onderwijzen wat in de Heilige Schrift geopenbaard en bezegeld is' (Institutie, boek IV, hoofdstuk 8, 9).
Wanneer we vandaag evenals Calvijn ootmoedige leerlingen van de Schrift willen zijn, zullen we met alle respect een kritische dialoog met hem aangaan. Hij is voor ons geen hoogste norm, maar wel degelijk een respectabele leermeester. Zij die menen met Calvijns schriftuitleg weinig of niets meer te kunnen omdat deze 'premodern' en dus achterhaald zou zijn, vergissen zich schromelijk. Zij tonen zich door het innemen van zo'n standpunt namelijk zelf verblind door de tijdgeest.

Een geloofsgetuige in volle zekerheid
Uit het vele wat te zeggen zou zijn over de actuele betekenis van Calvijn, haal ik nog één aspect naar voren. Calvijn is een toonbeeld van zeker geloof. Indertijd heeft prof. dr. C. Graafland zijn proefschrift geschreven over De zekerheid van het geloof (Wageningen 1961). Daarin komt in alle duidelijkheid naar voren hoe bij Calvijn, in tegenstelling tot de visie die bij vele latere theologen in de gereformeerde traditie gevonden wordt, de zekerheid tot het wezen van het geloof behoort, dat wil zeggen dat zekerheid onlosmakelijk met geloof verbonden is. De tijd waarin we leven kent een grootscheepse verheerlijking van de twijfel. Helaas lijkt de zekerheid van het geloof ook binnen de christelijke gemeente een schaars artikel te worden. Laten we intens luisteren naar het getuigenis van Calvijn die in zijn geestelijk Testament heeft uitgesproken: ' Ik verklaar dat ik wil leven en sterven in het geloof dat Hij mij gegeven heeft. Ik verklaar ook om geen andere hoop of toevlucht te hebben behalve dat Hij mij als kind aangenomen heeft. Daarop is mijn ganse zaligheid gegrond. Ik aanvaard van ganser harte de genade die Hij mij in onze Heere Jezus Christus bewezen heeft. Ik eigen mij de verdienste van Zijn dood en lijden toe, zodat al mijn zonde daardoor begraven kan worden…' Calvijn kan ons leren dat de ootmoedige overgave aan het Woord van God en daarachter aan de God van het Woord leidt tot geloof dat de twijfel te boven komt en de aanvechting overwint. Deze vaste overtuiging geeft dan ook de kracht om positie te kiezen aan het front waar de strijd tussen waarheid en leugen wordt gevoerd. In hetzelfde Testament schrijft Calvijn: 'Ook verklaar ik dat ik naar de mate van de genade, die Hij mij gegeven heeft, geprobeerd heb om Zijn Woord in prediking en geschrift zuiver te leren en de Heilige Schrift getrouw uit te leggen. In alle debatten die ik met de vijand der waarheid gevoerd heb, heb ik nooit van sluwheid of drogredenen gebruik gemaakt. Maar ik ben steeds eerlijk te werk gegaan in de verdediging van Zijn zaak.'

Calvijn in het strijdperk
Daarmee is door Calvijn zelf aangegeven op welke manier hij zich begeven heeft in het geestelijk strijdperk van zijn dagen. Calvijn past niet bij een modern salon-christendom dat voor de grofste dwalingen applaudisseert en deze huldigt als 'interessante theologische experimenten'. Maar hij is evenmin de meedogenloze ketterjager die boosaardige tongen van hem hebben willen maken. En 'de zaak Servet' dan? Werpt deze affaire een vlek op Calvijns blazoen? Volgens de maatstaven van die tijd meenden zowel rooms-katholieke als protestantse overheden, en dus ook de Geneefse gemeenteraad (waarin de Calvijngezinden slechts een minderheid vertegenwoordigden), dat zo'n openlijke godslasteraar ter dood moest worden veroordeeld. Als kind van zijn tijd stemde ook Calvijn daarmee in, maar dat belette hem niet om zich ervoor in te zetten dat Servet op een mildere manier aan zijn levenseinde zou komen. Op 20 augustus 1553 schreef Calvijn aan zijn vriend Parel over Servet: 'Ik vertrouw dat hij de doodstraf zal ontvangen. Maar het is mijn wens dat de afschuwelijkheid van de straf uitgeschakeld zal worden.' Op 26 oktober schrijft hij vervolgens aan Farel: 'Wat de manier betreft waarop zijn vonnis morgen voltrokken zal worden, hebben wij tevergeefs geprobeerd om dit veranderd te krijgen!'
We hebben hier een duidelijk voorbeeld van enerzijds de tijdgebondenheid van Calvijn: hij was nog niet tot het inzicht gekomen dat mensen die geestelijk dwalen niet met het wereldlijke zwaard dienen te worden bedreigd. Anderzijds blijkt zelfs hier de grootheid en blijvende actualiteit van Calvijn: achter de tegenstander bleef hij de mens zien en midden in de polemiek bleef hij zoveel mogelijk de humaniteit betrachten. Op dit punt zullen we beslissende stappen verder moeten gaan in zijn voetspoor: vanuit een vaste overtuiging de ander met open vizier tegemoet treden. De intenties van de andersdenkende zoveel mogelijk recht doen en de waarheidselementen die ons wellicht minder vertrouwd zijn, optimaal honoreren. Maar tegelijkertijd standvastig weerstand blijven bieden tegen een relativisme dat het geding om de waarheid opgeeft en aan eigen vaagheid ten onder gaat.

J. Hoek, Veenendaal

[Tekst afbeelding: Johannes Calvijn]

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1999

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

'Een schitterend licht'

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1999

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's