De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

12 minuten leestijd

Het Makgevoel
Er is in ons blad door de redacteur al enkele keren geschreven over het nieuwe boek van Geert Mak 'De eeuw van mijn vader'. Ik hoop niet dat het u als lezer verveelt als ik een kleine selectie geef uit wat ik elders tegenkwam over 'de nieuwe Mak'.
Mijn keuze komt uit periodieken waarvan ik vermoed dat ze niet wekelijks op de leestafel van onze abonnees te vinden zullen zijn. Het bovenstaande opschrift komt uit De Groene Amsterdammer van 6 oktober 1999. Jos Palm schreef een boeiend verslag van de presentatie van het boek waarbij ook familieleden waren uitgenodigd. Een prachtige foto siert het artikel waarbij de schrijver omringd wordt door twee nog in leven zijnde tantes: tante Maart en tante Nel. Over de familie Mak schrijft Palm:

'Dat bleek bijvoorbeeld bij de presentatie van De eeuw van mijn vader. Een warm applaus viel daar de journalist-schrijver ten deel, maar het was zijn oudste tante die de harten van de aanwezigen stal. Er kon geen misverstand over bestaan, deze Tante Maart, ruim in de negentig, was de tante die in elke familie voorkomt: kwiek, streng, een tikkeltje ondeugend en onverbiddelijk in sommige van haar vroeg-twintigsteeeuwse opvattingen. Nadat ze het eerste exemplaar van het boek uit handen van haar neef had ontvangen, wilde ze 'ook nog wat zeggen'. Wat volgde was een kleine, onderhoudende preek. Tante Maart had lang getwijfeld, zei ze, over wat ze Geert moest geven. Sigaren, tja; bonbons, dat gaf je toch ook niet aan een man; bloemen dan maar? Ineens had ze het geweten: Schiedam had zijn eigen product om trots op te zijn, een fles van dat bocht zou Geert toch geen kwaad doen. Ze zei het onomwonden. Als Geert de fles leeg had gemaakt, moest hij hem weg doen en geen nieuwe kopen, en de zaal aankijkend vervolgde ze: 'En ook geen bier gaan drinken.' Bij haar thuis had er nooit een fles op tafel gestaan en daar kon men tegenwoordig een voorbeeld aan nemen.'

In De Groene wordt de vraag gesteld hoe Mak aan zijn populariteit komt. Na zijn bekende boek Hoe God verdween uit Jorwerd kwam er in het Friese dorp Mak-toerisme op gang. De dagjesmensen worden in Jorwerd 'de Makkers' genoemd.

'Als iets Maks populariteit verklaart, is het wel zijn vermogen om de lezer het gevoel te geven erbij te zijn – iets wat de meeste historici niet kunnen en niet willen. Mak daarentegen lijkt niet bang te zijn voor de wereld van gisteren. Hij wekt de indruk met Pieter Jelles Troelstra op even vertrouwde voet te staan als met Wim Kok. Als geschiedschrijver geeft hij blijk van een prettig soort voyeurisme waarbij iedereen even makkelijk kan worden uit- en aangekleed – van kardinaal tot schoenlapper, van bankdirecteur tot poetsvrouw. Tegelijkertijd is in de geschiedenissen van Mak de polsslag van de tijd voelbaar: in zijn beschrijving van het Amsterdamse verleden; de predikingen van Luther en Calvijn en later die van Marx en Domela Nieuwenhuis; in zijn verhaal over Jorwerd de Schreibtisch-moord op de boerenstand vanuit Brussel; in zijn nieuwe familiegeschiedenis het giftige geraaskal van volgens Mak helaas de belangrijkste man van de eeuw, Adolf Hitler. Mak kortom, schuwt de blik vanaf de hoogste bergtop niet, maar vergeet nooit door het sleutelgat te kijken naar al die ploeterende en dapper voorthobbelende mensen in het verleden. Als het even kan begint hij in de huiskamer. Hij gaat van klein naar groot en van groot naar klein. Dat gebeurt echter niet altijd even soepel; vooral in zijn Jorwerdboek is het evenwicht tussen de beschrijvingen van de kleine agrarische gemeenschap en de grote ontwikkelingen wel eens zoek en moet de lezer zich door al te veel statistieken, cijfers en uitweidingen over melkquota en boterbergen heenslaan.'

Volgens de journalist van De Groene Amsterdammer is wellicht het geheim van Maks succes dat hij helemaal in de huid kruipt van zijn personages. Hij is de verslaggever die zich hun lot aantrekt en nergens de schoolmeester uithangt, ook als hij het met sommige gebeurtenissen helemaal niet eens is. Er wordt dan een aantal voorbeelden genoemd.

'Vaak gaan ze over meer alledaagse dilemma's, over de aanschaf van de eerste radio, van de eerste televisie en niet te vergeten van het eerste strijkijzer In zijn spontane geschiedschrijving is het leven in vroeger tijden even chaotisch en onaf als het nu is. Maks hoofdfiguren zijn net als wij; ze doen maar wat hun goeddunkt en laten zich niet al te veel gelegen liggen aan het wereldgebeuren. Of de sokken goedkoper zijn op de Albert Cuyp of de Dappermarkt, of de Jenaplanschool geschikter is voor je leergierige peuter dan de Montessori, daar gaat het toch allereerst om in het leven. Kosovo, Oost-Timor, het is er wel, maar het is ver weg. Even ver als destijds Hitler en Hirohito. Pas als hun soldaten door je voortuin marcheren, maak je een keuze, en dan nog op goed geluk.
Wie Mak leest, leest over zichzelf, zei oud Trouw-journalist Ben van der Kaam op de boekpresentatie van De eeuw van mijn vader. En hij heeft gelijk. Natuurlijk zijn er meer redenen voor de buitengewone belangstelling voor de boeken van Mak: nostalgie, het maken van een reis door de tijd, het omzien in verwondering naar een verloren wereld en de vaak iets te lange algemene historische uitweidingen die zo prettig educatief blijken voor de historisch geïnteresseerde lezer. Maar het voornaamste is, dat Mak dicht bij zichzelf blijft en daardoor dicht bij zijn lezers, vooral in zijn laatste en tot nu toe beste boek. Wie naar de twintigste eeuw kijkt door de ogen van de familie Mak, is even bevrijd van de doem die over deze honderd jaar ligt en waarover al zoveel geschreven is.
Aan het slot van zijn nieuwe boek blijkt Mak een waardig zoon van zijn vader. Op het eind, in zijn epiloog, spreekt hij zijn lezers toe alsof hij op de kansel staat. Twintig bladzijden lang sombert hij over de toekomst. Maar zijn preek haalt het eerlijk gezegd niet bij de vrolijke kanselrede van zijn tante Maart tegen Bols en Heineken. Zijn lezers zullen het Mak echter niet euvel duiden: dat deze verteller ook nog een beetje kan preken, het is alleen maar meegenomen.'

Aan het eind van onze eeuw is de blik terug in de eeuw boeiend. Zeker als het een blik is in de gereformeerde wereld van die eeuw. Er is veel mis gegaan, ook onder gereformeerden en dan gebruik ik die aanduiding in de meest brede betekenis. Er is weinig reden tot zelfverheffing. Dat is ook wat zo'n geschiedenis ons leert. In het tijdschrift In de Waagschaal van 16 oktober 1999 schrijft ene Michael Bource ook over ons onderwerp Met Geert Mak terug in onze eeuw.

'De gereformeerde wereld die Mak tekent was een in vele opzichten naïeve wereld. Naïef ook wat betreft het opkomend nationaal-socialisme, het antisemitisme en het kolonialisme. "Ik heb het hele boek door geprobeerd te schrijven vanuit het standpunt dat mijn ouders toen hadden, met wat ze toen wisten en, vooral, nog niet wisten. Vergeet niet, in de jaren dertig beseften de meeste mensen niet dat ze tussen twee wereldoorlogen in leefden. Er waren toen echter wel degelijk mensen die niet naïef waren en die wisten wat anderen niet wisten of niet wilden weten. Buskes en Smelik waren zulke mensen. Al heel vroeg in de jaren dertig waarschuwden ze tegen het nieuwe heidendom van het nationaal-socialisme. In mei 1933 organiseerde het Algemeen Comité van verweer tegen terreur en verdrukking in Duitsland een samenkomst in het Concertgebouw in Amsterdam. Daar spraken Banning, pastoor Nolet, Captain Sears en Buskes. Buskes nam ook zitting in het Comité van Waakzaamheid en in 1935, toen de wetten van Neurenberg tegen de joden van kracht werden, sprak hij op een grote protestvergadering in de Apollohal in Amsterdam. "Het was een machtige bijeenkomst. Er zaten zesduizend mensen in de Apollohal en voor vele duizenden was er geen plaats", schreef hij later. "Het blijft een trieste geschiedenis, dat zovele christenen in Nederland in die dagen de dreiging van het nationaal-socialisme niet onderkend hebben. Ze zagen in het nationaal-socialisme een bolwerk tegen het communisme. De rest namen ze op de koop toe. Tot op het walgelijke af was de wijze, waarop men Mussolini en Hitler probeerde met een aureool van vroomheid en christelijkheid te omgeven." Anderen echter onderkenden wel degelijk de dreiging en kwamen in beweging.
Geert Mak maakt gebruik van vele ego-documenten. Zulke documenten zijn vaak onthullend. Zij lieten Mak zien hoe naïef er werd gedacht. De Dagboeken van K. H. Miskotte – ook een ego-document – laten zien hoe spoedig hij wist wat het nationaal-socialisme behelsde en wat er zou gaan gebeuren. Al in 1931 schreef hij over de "infame domheid der Duitse nationaal-socialisten" en zag hij Duitsland bewoond door "dieren en barbaren, brutaal als de beul". In 1932 schreef hij: "Michaël, de aartsengel, Germania's beschermengel en vóórbidder, heeft ons verlaten – en wat rest is "der dumme Michel"! Wanneer de "dumme Michel" technisch nog knapper wordt, zal hij de boze Michel zijn en de natuur van de engel weer openbaren, maar van een gevallen, een donkere engel de domme engel, de domheidsmacht als engelmacht, de domheid als het gehalte van de sterrestralen der heersende cherubim! De domheid als pantservuist en ploertendoder in de hand van het boze in de Duitse geest"! In datzelfde jaar zag hij ook het hakenkruis over de wereld zweven als een valbijl. En hoe profetisch klinken zijn woorden in 1933: "Hitlers propagandist Goebbels! Deze welluidende, tot in de fluisteringen welluidende verleidersstem – van binnen leeg, suizend van ijlte – ik huiver voor de charme van deze daemonische literaat. God helpe ons, als het losbarst en de hele onderwereld, dat wil zeggen ónze onderwereld, over ons heen slaat. Bergen, valt op ons en heuvelen, bedekt ons – het zal een zondvloed van puin zijn en een triomf van de Satan". Ik zou nog vele soortgelijke citaten uit de Dagboeken kunnen geven, want Miskotte c.s. waren geen naïeve mensen, geen onnozelaars. Zij stelden zich dan ook op de hoogte van wat er in de wereld omging, en zij keken naar de wereld met een door de Schrift gescherpte blik.'

Daar is al vaker op gewezen hoe argeloos het kwaad van het nationaal-socialisme bezien werd door veel gereformeerden, ook in onze eigen gelederen. Je moet altijd billijk blijven in je oordeel over wat lang geleden gezegd en gedaan is. Wij hebben intussen een voorsprong gekregen qua informatie en inzicht. Toch blijft het intrigeren dat wel mensen als Buskes, Banning en Miskotte het gevaar al vroeg onderkenden, terwijl anderen die op de preekstoel het woord 'zonde' en 'ongerechtigheid' veelvuldig op de lippen namen niet scherp genoeg doorzagen welk geweldig kwaad uitgebroed werd in buurlanden.
In Hervormd Nederland van 16 oktober 1:999 reageert ook Loes van Lennep in haar wekelijkse column op een bladzijde uit Geert Maks boek, aansluitend op wat we uit In de Waagschaal citeerden.

'Toen mijn boekhandelaar te oud werd voor het boekverkopen, vond en kocht ik in zijn opheffingsuitverkoop een verboden boek: Mein Kampf. Het is een Duitse uitgave van voor de oorlog. Hij zei: "Geef me er maar een tientje voor" en ik vroeg, hoe het in zijn winkel was gekomen. Ik dacht dat hij zich zou rechtvaardigen door te verwijzen naar de vrijheid van drukpers. Hoe goed het ook was om in die vooroorlogse jaren kennis te kunnen nemen van de perfide denkwereld van Adolf Hitler. Maar het lag anders. Hij mompelde zich te herinneren indertijd een aantal exemplaren te hebben ingekocht, omdat er in betrouwbare bladen over werd geschreven als een verdienstelijk boek. Het leek me een sterk verhaal en ik liet het maar zo. Tot ik van de week op bladzijde 153 kwam van Geert Maks net verschenen biografie van het Nederland van de twintigste eeuw. Daar stond het: "in het partijblad Anti-revolutionaire Staatkunde werd Mein Kampf besproken als een boek van betekenis, een vaak zeer diepgaand boek, hier en daar ook een mooi boek." Had die inmiddels al lang overleden boekhandelaar toch gelijk gehad. De tijd legt over de geschiedenis een nevel, die je belemmert scherp waar te nemen, wat mensen over bepaalde fenomenen dachten toen ze nog niet wisten wat wij nu wel weten. Ik zag het in een reisdagboek van een van mijn tantes. Later zou ze joden helpen onderduiken, maar op die reis door Duitsland schreef ze nog kleinerend over hen. Mak noemt ook de goed gereformeerde krant De Standaard, die Hitler prees, omdat hij een eind maakte aan de Weimar-republiek "met haar veel te grote vrijheden, zoals naaktgymnastiek en andere goddeloosheden". En de communistische Tribune, die de joodse kapitalisten aan de kaak stelde als geldschieters van de nationaal-socialistische beweging.
Mein Kampf dus een boek van betekenis, zeer diepgaand en mooi. Ongelooflijke kwalificaties. Wat mij frappeert, is de doordrenking van het boek met obsessieve jodenhaat, een ziekelijk geloof in een joodse wereldsamenzwering, tot aan het Esperanto toe. Als Hitler ergens zijn masker heeft laten vallen en zich ontpopt als een gevaarlijke gek, is het in Mein Kampf. Ik heb altijd nog de neiging mijn handen te gaan wassen als ik er een stukje in gelezen heb. Toch heeft de miljoenenoplage niet geleid tot een tijdig demasqué van Hitler.'

Zagen wij zonde niet al te veel louter persoonlijk en vergaten we misschien dat het kwaad ook met structuren, met politieke keuzes te maken heeft? Hoe het ook zij, er is opmerkelijk veel belangstelling voor egodocumenten. Iemand schreef eens dat historisch besef een ouderdomsverschijnsel is. Als de jaren gaan klinmien neemt het begrip toe voor mensen en dingen van weleer. Nu we bezig zijn een eeuw af te sluiten, zal het succes van een boek als van Geert Mak ook daarin wel een verklaring hebben.

J. Maasland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1999

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1999

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's