De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Luther aan het einde van de 20e eeuw

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Luther aan het einde van de 20e eeuw

9 minuten leestijd

Het is voor ons, die op het punt staan een nieuwe eeuw en een nieuw millennium binnen te gaan, moeilijk, zo niet onmogelijk, ons in te leven in de sfeer van de jaren tussen de beide wereldoorlogen. Nog moeilijker en onmogelijker wordt dit wanneer wij denken aan de tijd dat Nicolaas Beets onder de schuilnaam Hildebrand zijn Camera Obscura deed verschijnen (1839), de tijd van Groen van Prinsterer en Kohlbrugge, van Da Costa, De Cock en Heldring.
Maar ons het leven en de wereld van 1517 indenken en inleven? De tijd van Luther en Cranach, Da Vinci en Michelangelo, Leo X en Karel V? Ook al kennen wij een groot aantal feiten en details uit die jaren – wij leven in een volstrekt andere wereld dan de mensen van toen.
Het belangrijkste en beslissende punt van verschil tussen toen en nu is, dat in de tijd van Luther geheel West-Europa gekerstend was onder de geestelijke leiding van één kerk.
Wij beleven de tijd van een dagelijks toenemende ontkerstening van West-Europa en het gebroken zijn van de éne kerk in honderden kerken, kerkjes en denominaties.
Wij zijn het christelijke West-Europa kwijt, de ene kerk kwijt en de massa's, waaronder ontelbaar vele ex-kerkleden, zijn God kwijt.
De boodschap van Luther vond pijlsnel haar weg door de hele West-Europese christenheid en deed haar werk. Zij werd met gretigheid onthaald of vierkant weersproken.
Het was als het ware een nieuwe 'volheid des tijds'. Allerwege was er een sluimerend verlangen naar een wending, bevrijding uit de ban van een misvormd Evangelie, verlossing uit de klem van een geheel geseculariseerd en ontaard kerksysteem. Luthers boodschap sloeg in. Vooral bij jonge mensen, geestelijken en academici. West-Europa-breed reisden zijn geschriften en ging zijn naam van mond tot mond. In alle delen van het gebied waar de kerk van Rome heerste, kwam het tot een ontwaken. In parochies en kloosters, onder de adel en stadsbestuurders moest het tot een keuze komen: voor de nije lere of ertegen, voor het herontdekte Evangelie of voor het leersysteem van Rome. Na het mislukte protest van Johannes Hus een eeuw tevoren, was de tijd van Luther rijp voor de doorbraak van het Evangelie van goddelijke barmhartigheid voor een wereld verloren in schuld, het Evangelie van volstrekte genade voor volstrekt goddelozen.
Want daarmee was alles begonnen: voor een jonge Augustijner monnik was de poort van het paradijs opengegaan, toen hij het Evangelie had leren verstaan.

Mismoedig
Wanneer wij nog eenmaal in deze eeuw de Reformatie herdenken en stil staan bij de betekenis van Luther en de vele anderen die zich met alle kracht hebben ingezet voor het herstel van de kerk, voor de heerschappij van het Woord van God over kerk en samenleving, kan mismoedigheid ons overvallen. Wat is er geworden van de kerk die her-vormd werd? Waar is het gezaghebbend Woord van God gebleven? Waar is een overheid, waar is een samenleving die naar de Bijbel luisteren wil? In de Bijbel de norm vindt voor het leven? Niet alleen de Reformatie heeft haar sporen getrokken. Dat hebben ook de orthodoxie en het piëtisme, de Verlichting en de Romantiek, het liberalisme en socialisme, de vrijzinnigheid en het postmodernisme gedaan. En de lezer kan nog meer -ismen toevoegen die niet nagelaten hebben de mens van deze tijd, ook óns, te stempelen. Met huiver denken wij aan Luthers woord over het Woord van God, dat als een piasregen is, maar als deze ophoudt, geldt: weg is weg.


In die situatie leven wij nu, al sinds gisteren en eergisteren. De troosteloosheid van het kerkelijk en maatschappelijk leven onder dit 'weg is weg' kan echter steeds nadrukkelijker worden waargenomen. Wat weg is, is weg en komt nooit meer terug. Hoe moet een christen daarin leven, een christen die voortkomt uit de Reformatie? Wat heeft Luther hem te zeggen, wat kan hij van Luther leren?

God-loos
Hij zal dan eerst bedenken, dat hij tot de slechts weinigen behoort die nog christen zijn in een god-loze omgeving, en mogelijk tot een kerk waarin alles kan en alles mag en/of waarin zelfs gereformeerden op zoek zijn naar God.
Daarbij zal hij bedenken dat de uitstraling op het terrein van politiek, samenleving en universiteit, van hetgeen Luther ten deel viel, nl. de ontdekking van het bevrijdend Woord van God, voorgoed voorbij is. Christen-zijn is nog veel meer dan in het verleden geworden tot vreemdeling-zijn, leven in ballingschap, nu en straks nog meer.
Wat kunnen wij in deze ballingschap van Luther leren? Wanneer wij leven als in een woestijn, waar is een oase?

Het Woord
Wat Luther vond, door een persoonlijke en hevige strijd heen, is: het Woord van God, het Woord van vrede en vergeving. Over zijn 'Turmerlebnis' is veel geschreven. Hoe hij tot het licht kwam is voor ons minder belangrijk dan dat hij daartoe kwam. Wij doen beter te zeggen: het Woord kwam tot hem, in dat Woord kwam God tot hem. Luther kende van jongsaf de Bijbel in hoofdlijnen. Boeken met gedeelten uit de Bijbel (plenaria) waren beschikbaar voor wie lezen en die boeken betalen kon. Maar tot een ontmoeting met de God van Wie de Bijbel spreekt en in de Bijbel spreekt, kwam het eerst in het 'Turmerlebnis'.
Er is sindsdien en er wordt veel over de Bijbel geschreven. Er zijn talloos vele beschouwingen over de Schrift ten beste gegeven. De een hangt deze visie aan, de ander verdedigt een andere visie. Voor Luther (en die hem volgden) was de Bijbel niet een boek dat men vrijblijvend kan 'beschouwen', maar een boek waardoor God ons direct aanspreekt in beschuldiging en vrijspraak, gebod en belofte, wet en evangelie, vermaning en troost. Niet een object, dat men bestudeert, waarover men filosofeert, waaraan men gegevens voor een systeem ontleent, maar allereerst plaats van ontmoeting, viva vox, de levende stem van de levende God.
Moeten wij niet constateren dat thans wereld én kerk de Bijbel kwijt zijn? De Bijbel als Woord, als roep, als stem van de levende God? De Bijbel, het boek van Gods-ontmoeting? Maar kunnen wij zonder deze ontmoeting wel christen zijn? Voor velen is de Bijbel een louter menselijk boek, een boek van menselijke ervaringen, waaraan de dimensie van het Goddelijke ontbreekt. Een bundel verhalen, die boeien en lering bevatten. Maar dat doen de Metamorphosen van Ovidius, de Diviana Commedia van Dante Alighieri en de werken van Goethe ook.


In middeleeuwse mystieke kringen was het besef van de Bijbel als boek van goddelijke onderwijzing en vertroosting nog het meest bewaard gebleven. Maar bij Luther gebeurt méér. Door het goddelijk spreken in de Heilige Schrift wordt de mens voor de levende God gesteld als opstandeling, als goddeloze, als verlorene. Dit goddelijk spreken houdt hem ook de Christus voor, in Wie Gods erbarming vlees en bloed geworden is. De mens die ondanks al zijn religieuze gevoelens, stemmingen en ervaringen voor God op de vlucht is, is door God in Christus opgezocht en achterhaald, opdat hij zal leren van a tot z op Gods erbarming te zijn aangewezen. Toen Luther de ogen waren opengegaan voor de bijbelse betekenis van 'gerechtigheid' als geschonken gerechtigheid, dus als Gods erbarming Christus, en de poort van het paradijs voor hem openging, brak een nieuw leven aan. Nu kon hij zingen en jubelen, nu kon hij prediken en college geven, nu kon hij schrijven en strijden in een wel voortdurend aangevochten, maar toch steeds bevestigde zekerheid. 'Het Woord dat zult gij laten staan…'

Prediking
Hoewel Luther zijn persoonlijke ervaringen niet normatief voor anderen heeft gesteld, is het karakteristiek voor de Reformatie dat zij de Heilige Schrift als sermo Dei (woord, prediking van God) heeft verstaan en beleden. Dat is niet hetzelfde als de aanvaarding van de Heilige Schrift 'van kaft tot kaft' voor een bepaalde mens- en wereldbeschouwing. Wie haar zo benoemt, loopt gevaar haar meer als object te beschouwen dan als subject te 'bevinden'.


Toen het Evangelie van Gods reddende gerechtigheid in Luthers leven was binnengekomen, kwam hij, geheel zonder programma, van het een op het ander. De leer en ambtelijke structuur van de kerk, het leven van de christenen, 'geestelijke' of 'leek', samenleving en politiek kwamen in nieuw licht te staan. Dit alles kwam onder het beslag van het nieuw verstane, herontdekte Woord van God.
Voor Luther was het Woord de ware schat van de kerk. Door het Woord is het geloof. Door het geloof neemt het hart het Woord in zich op. Wie gelooft, beeft voor dat Woord, maar vindt er ook alle leven, gerechtigheid en vrede in. Het Woord wederbaart de mens tot een nieuwe mens en maakt het hart rein. Door het Woord maakt God dood en maakt Hij levend.
Voor Luther geldt dat waar het Woord 'bloeit' ook de kerk bloeit, ja daar bloeit alles.
Wanneer dit zo is, is dan de neergang van de kerk ergens anders aan te wijten dan aan het feit dat het Woord niet 'bloeit'? En dat het Woord niet 'bloeit', is dat niet toe te schrijven aan een stelselmatig ondermijnen daarvan, door allerlei objectiverende theorieën en beschouwingen? Het Woord, gelegd op de snijtafel van de kritiek, is dood of gaat dood.
Niet alleen de kerk vervalt, maar ook de samenleving en de staat. Kerk, samenleving en staat zijn in Europa in de loop der eeuwen voortgekomen uit de Heilige Schrift. Wanneer deze basis wordt weggenomen en vervalt, vervalt alles. De Reformatie van de kerk werd uit het Woord geboren. Maar zij bleef immers niet tot de kerk beperkt. Waar zij haar beslag kreeg, werd het hele volksleven en het staatsverband erdoor aangegrepen en beïnvloed. Van haar wortels afgesneden verdort de kerk en zakt de samenleving weg in steeds erger normloosheid en verloedering.

Drempel
Het is ons niet mogelijk ons geheel in te leven in de 16e eeuw, de eeuw van de Reformatie. Dat hoeft ook niet. Wij, staande op de drempel van de 21e eeuw, mogen leven in deze tijd. Een volstrekt andere tijd dan die waarin Luther leefde. In een wereld die echter niet minder dan toen 'een zak vol boze boeven is', naar een woord van Luther. In een kerk die zeer vervallen en nauwelijks meer kerk te noemen. In deze situatie de rechte koers vinden en bewaren kan alleen wanneer het Goddelijk Woord ons gegrepen heeft en ons een lied geworden is in onze vreemdelingschap.

L. J. Geluk

[Tekst afbeelding: Luthermonument te Worms.]

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1999

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Luther aan het einde van de 20e eeuw

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1999

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's