De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Pascal, een christen-denker

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Pascal, een christen-denker

4. De mens zonder God

8 minuten leestijd

De diepten van Pascals denken zijn eenvoudig duizelingwekkend. Het kan niet onze taak zijn die in een paar tijdschriftartikelen enigermate te peilen. Wij kunnen daarom ook niet in allerlei splinterigheden afdalen. Willen wij weten, hoe Pascal over de mens denkt, dan moeten wij dat afleiden uit diverse geschriften, die van hem bewaard gebleven zijn. Zijn benadering van de mens kunnen wij te weten komen uit zijn hantering van twee begrippen. Pascal onderscheidt twee radicaal verschillende begrippen, die nochtans door de meeste mensen met elkaar verward worden, te weten de staat van de mens en de toestand van de mens.


De toestand van de mens heeft te maken met de sociale omstandigheden waarin de mens ongevraagd geboren is. Deze spelen een beslissende rol in zijn leven, omdat zij het grotendeels bepalen. Maar wanneer zij in zijn voordeel zijn, strelen zij zijn ijdelheid. Hooggeplaatste personen vergeten veelal dat hun grootheid afhangt van toeval en conventies. Zij beelden zich in, dat zij van nature zo zijn.


De staat van de mens verstaan wij beter als wij dicht in de buurt blijven bij wat het christendom leert over de zondeval en de zondigheid. Nadenkend over de staat van de mens zonder God benadert Pascal dicht wat de moderne wijsgeren geschreven hebben over het gevoel van geworpen te zijn in deze wereld. Een mens moet zijn bestaan aanvaarden zonder zichzelf rekenschap te kunnen geven vanwaar hij komt en waar hij heen gaat. Hij heeft trouwens zijn bestaan zelf niet veroorzaakt. Hij is als het ware scheep gegaan zonder zijn vertrekhaven of zijn bestemming te hebben gekozen. Nadenkend over de staat van de mens zonder God, verdwaald, verloren en zonder te weten waarom, doet Pascal ons het drama beseffen, dat schuilt achter de vraag 'Wie ben ik?' die de mens zich stelt. De natuurlijke mens zonder God komt temidden van angstaanjagende vragen in de wereld te staan. Ik weet niet wie mij in de wereld heeft gebracht, noch wat de wereld is, noch wat ik zelf ben. Ik zie aan alle kanten slechts oneindigheden die mij omsluiten als een atoom, en als een schaduw die slechts een ogenblik zal duren en nooit zal terugkeren. Het enige wat ik weet is dat ik spoedig sterven zal, maar wat ik nog het minst van alles ken is die dood, die ik niet kan ontwijken.


Descartes vond troost door zich heer en meester te wanen over de natuur. Voor Pascal blijft de wereld altijd verbonden met zwijgen en angst, zolang de mens God de rug toekeert. Hij weet: de natuur geeft geen enkel antwoord op de vragen die de mens haar stelt. Pascal beziet de mens zonder God als een schipbreukeling van het bestaan, die volkomen verlaten op een onbewoond eiland is beland zonder te weten hoe hij daar gekomen is. Descartes geniet als hij tijd en ruimte zal kunnen meten en beheersen. Pascal daarentegen ziet ruimte en tijd als aanleiding om onze eigen maat te nemen, een maat die geen meeteenheid kent en die ons slechts in ontzetting en angst kan onderdompelen. Ons denken en ons inzicht in de wereld kunnen ons niet verlossen van de verwarrende en tragische banden waarmee wij aan haar gebonden zijn. Dat is de staat waarin de mens verkeert, een staat van ellende die niets te maken heeft met stoffelijke armoede en gebrek. Wij kunnen dit verschil van denken met een beeld verhelderen.


Het zal de lezer bekend zijn, dat Albert Speer in de Hitlertijd een nieuwe rijkskanselarij ontwierp in Berlijn. Welnu, de imposante studeerkamer van Hitler in dat gebouw was 27 meter lang, bijna 15 meter breed en meer dan 9 meter hoog. De muren waren van donkerrood marmer. Laten wij dit gegeven eens overbrengen naar ons onderwerp. Gesteld, dat Descartes daar binnen zou hebben kunnen komen, dan zou hij zich hebben verblijd over deze ruimte en omgeving. Hij zou in deze koninklijke ruimte zich heer en meester hebben gevoeld. Vooral omdat deze ruimte expressie was van macht en heerschappij. Pascal daarentegen zou zich allereerst hebben afgevraagd welke mens daar heerste, naar welke doeleinden hij streefde en naar welke normen hij beval. Naar het ons voorkomt is de inzet van Pascal verreweg het diepste.


De toestand van de mens leren wij ook kennen, wanneer wij onderscheid maken tussen gevestigde grootheid en werkelijke grootheid. De eerste ontstaat door toeval, tradities en gewoonten, zij berust op broze en maar al te vaak willekeurige instituties. De tweede daarentegen berust op de natuur en is geenszins afhankelijk van veranderlijke sociale conventies. De door de samenleving erkende adel heeft dus niets gemeen met de ware adel, die berust op zielegrootheid. Maar het volk houdt de gevestigde grootheid voor ware grootheid en meent dat hooggeplaatsten van nature groot zijn. Dat is de dodelijke vergissing geweest van het Duitse volk. Hoe mateloos werd de nationaal-socialistische partijtop met en rondom Hitler verheerlijkt! Hoe bleek na de oorlog welk een terreurgroep zich rondom de Führer verenigde. Of het nu Goebbels was. Göring, Himmler, Von Ribbentrop of Rosenberg – stuk voor stuk kwamen sadistische naturen voor de dag. Gevestigde grootheid verlost ons niet van de staat waarin wij verkeren, en nog minder van de dood die ons wacht. Pascal zegt het indrukwekkend: Het laatste bedrijf is bloedig, hoe mooi het stuk overigens ook moge zijn; men werpt een handvol aarde op het hoofd en daarmee uit, voor altijd. Wat is dit woord waar geweest voor het einde van de meeste nazi-leiders!…


Aldoor probeert de mens zijn staat te vergeten door zijn aandacht uitsluitend op zijn toestand te richten. Daaruit kan men afleiden in welke oppervlakkigheid het mensdom zich koestert. Dit geldt in het bijzonder voor diegenen die, vol van hun macht, geloof schenken aan het geflatteerde beeld van zichzelf dat anderen hun uit eigenbelang voorhouden. In dit licht bespreekt Pascal de figuur van een koning. Dat is nooit een mens, bemind om persoonlijke eigenschappen, noch bemind om zichzelf. Hij wordt slechts geacht omwille van de voordelen die men van hem kan verkrijgen. Daarom is hij, door hoeveel mensen ook omgeven, in wezen een mens, die in uiterste eenzaamheid leeft, hetgeen hij niet merkt, omdat hij nooit alleen is. Hij moet helaas ook eenzaam sterven. Dergelijke gedachten ontwikkelde Pascal dan voorts op het punt van de liefde. Menselijke liefde verhevigt alleen de eenzaamheid waarin ieder zich bevindt, omdat deze liefde niet uitgaat naar de ander als ander, doch voorzover deze ander dit of dat is. Altijd zit in de aardse liefde het eigenbelang. Alleen Gods liefde reinigt ons van alle egoïsme.


Wij schreven zoëven dat de mens aldoor zijn wezenlijke ellende ontvlucht door droombeelden na te jagen. Pascal staat ook hier tegenover Descartes. Descartes wil de onzekerheid vervangen door precisie. Het cartesianisme dient zich aan als een zegevierend rationalisme, dat als enige in staat is om de mens te bevrijden van de begoochelingen van zijn verbeelding. Descartes wil de verbeelding beheersen. Het heelal meten. Descartes denkt dat je alles beheerst door de dingen in hokjes en vakjes te plaatsen. Maar dan zegt Pascal: Welneen, de rede is ook onderhevig aan allerlei manieën. Ook het verstand lijdt aan zielsbegoocheling, maar evenzeer aan ziensbegoocheling. Ook de meer verstandige mensen zijn in het dagelijks leven het slachtoffer van hun verbeelding. Hoevelen worden niet uit hun voegen getild door het zien van een rat of een kat, of door het geluid van brekend steenkool.


De glamour van een koning spreekt de massa aan. Daarom dient de glans van het hof om de mensen aan hem te onderwerpen. Het nationaal-socialisme werkte met massapsychologische middelen op partijbijeenkomsten, parades, defilés, lichteffecten in tal van vormen. Wapperende vlaggen zonder tal. Hoe heeft dit niet een heel volk betoverd?… Het is niet de rede die de verbeelding overwint, maar het is de verbeelding die de rede de baas is. De mens handelt in het geheel niet overeenkomstig zijn rede, die toch zijn wezen uitmaakt. Hij leeft naar zijn inbeelding. Deze vergroot kleinigheden en verkleint grote zaken. Van deze aanleg maakt de reclame en de massapsychologie handig gebruik. Het nazidom heeft ons dat huiveringwekkend geleerd.


Eén van de opvallendste tekenen van de tragiek van de mens, die in de wereld opgaat, is dat hij zich van zijn staat afwendt om zijn uitsluitende aandacht te wijden aan zijn toestand. Zo willen wij ook niet weten van de dood en versnipperen ons in allerlei verstrooiing. Wij kunnen niet rustig in een kamer blijven zitten, maar haken rusteloos naar amusement. De donkere ondergrond van onze staat verdoezelen wij. Wij zijn voortdurend bezig met het verfraaien en instand houden van ons imago en wij verwaarlozen ons werkelijk wezen. Daar komt heden ten dage aan tegemoet een overstelpende vloed van informatie. De pers brengt het onbenuUige op de voorpagina en het belangrijke wordt niet als zodanig erkend, of het wordt verzwegen.


Als ons leven niet geborgen is in God, is het aan de ijdelheid onderworpen. Dat blijkt vooral ook in zeer kleine gebeurtenissen, die een wereldwijde invloed hebben. Ons lot hangt af van onmerkbare kleinigheden. Wij zijn niet meesters van onszelf, noch over het heelal, zoals wij vaak vol ijdelheid en zelfverzekerdheid denken.

A. van Brummelen, Huizen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Pascal, een christen-denker

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's