God roept mensen (2)
'En zij zonden Barnabas uit… welke, daar gekomen zijnde, en de genade Gods ziende, werd verblijd…'(Hand. 11 : 22-23)
Het bericht over de gebeurtenissen in Antiochië – dat daar nota bene vele heidenen Jezus gingen volgen – gaat als een lopend vuurtje rond. Het bereikt spoedig de moedergemeente in Jeruzalem. Dan gebeurt er iets heel moois. De christenen in Jeruzalem denken niet: 'Antiochië, dat is ver buiten onze deur. Dat zoeken ze daar maar uit'.
Nee, ze sturen meteen een afgezant om deze jonge gemeente te ondersteunen. Ze beseffen best: Wat zullen die pas bekeerde mensen in zo'n bonte wereldstad het moeilijk krijgen! Ze moeten nog zoveel leren. Zo'n jonge gemeente is nog zo kwetsbaar. Daarom wordt een vooraanstaande christen, aan wie de Heilige Geest veel gaven gegeven had, uitgezonden om zich op de hoogte te stellen van de geestelijke situatie ginds. En om de mede-christenen aldaar te onderwijzen en te bemoedigen.
Is het een les voor ons? We zijn er niet klaar mee om te denken: 'Als het in ónze gemeente maar goed gaat'. Héél Gods kerk mag ons ter harte gaan. Over alle grenzen heen, net als in Hand. 11.
God roept mensen. Ook deze afgezant Barnabas. Wat zien we ook hierin de leiding van de Heilige Geest. Barnabas, een Messias-belijdende jood, was een bijzonder fijn mens. Een bewogen man voor mensen in nood. Zijn naam betekent: zoon der vertroosting. Een man die zo leeft uit het geloof, dat hij voor ieder een troostwoord heeft.
Welnu, deze mens roept God naar Antiochië. Juist hem kan Hij daar gebruiken. Want als Barnabas daar aankomt, dan ziet hij iets. Wat ziet hij dan? Het is opvallend dat we niet lezen: Hij zag de vurigheid van die getuigen van Christus, hij zag de blijdschap en vrede van die jonge gelovigen. Niet: hij zag geloof, hoop, liefde. Dat was er allemaal. Maar Barnabas ziet er doorheen. Hij ziet de genade van God. Hij beseft: hier is God Zelf aan het werk! Zo krijgt de Heere opnieuw alle eer.
Wat belangrijk als de Heilige Geest ook onze ogen daarvoor opent. Wij zijn nogal eens onder de indruk van mensen en omstandigheden: 'Dat is een goeie dominee, zeggen we. Of een trouwe ouderling. Of zo'n meelevende gemeente'. Dank God ervoor. Maar het geloof ziet dóór de dingen heen. Tot op God en Zijn genade. Ook voor jezelf. Dan belijd ik: 'Heere, het is Uw genade alleen, dat ik U mag kennen. Uit mezelf was ik er nooit toe gekomen'. Enkel genade.
Hoe is dan de reactie van Barnabas? De bijbel zegt heel eenvoudig: hij werd verblijd. Hartelijke blijdschap in God. O ja, Barnabas, zelf jood, had ook anders kunnen reageren. Zo van: 'Kan dat eigenlijk wel, dat heidenen tot Christus komen? Ze zijn niet eens besneden. Ze houden niet eens de sabbat. Is hun geloof niet erg oppervlakkig? Moeten ze niet eerst…' Barnabas had zich gereserveerd kunnen opstellen: 'Laten we die bekering eerst maar eens laten overwinteren'. Zo dingen kerkmensen vaak af, negatief naar anderen toe.
Barnabas ziet op wat God gedaan heeft. En dan zet hij met blijdschap zijn hele hart open voor zijn medebroeders en – zusters uit de heidenen. 'Ook jullie welkom bij de Heere Jezus!' Christus had gezegd: De engelen in de hemel verblijden zich over één zondaar die zich bekeert. Hoe zal Barnabas dan niet blij zijn, nu hij een hele schare van geredde zondaren ziet? Mensen die verloren waren en nu gevonden. Het roept de vraag op, naar onszelf toe: Zijn wij ook oprecht blij als een buitenkerkelijke de weg naar Jezus vindt? We staan toch niet dadelijk klaar met onze duimstok, om zo'n beginneling in het geloof de maat te nemen?
T. van 't Veld, Ede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's