De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De vaders en de broers van putten (5)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vaders en de broers van putten (5)

Ds. Holland (2)

10 minuten leestijd

In de weken en maanden, die volgden, zat ds. Holland niet stil. Waar hij kon, bood hij troost en beurde hij de mensen op. Ten zeerste was hij met zijn kudde bewogen en leed met haar mee. Hij had echt het hart van een pastor, een herder. Dat kon ook niet anders, waar hij in zijn persoonlijk leven zwaar geslagen was: hij had al een dochter en een zoon verloren, hij had zijn vrouw moeten begraven.
Op de kansel echter liet hij niet alleen de honing van het evangelie proeven, maar confronteerde hij ook met de roede, waaraan dikwijls deze honing kleeft. Dat bleek bijvoorbeeld in de preek die hij hield over Psalm 119 : 75-76 op biddag 1944, precies een maand na de razzia. Het was woensdag 1 november. 'De Heere heeft diepe wegen gehouden met onze gemeente. Putten is boven andere gemeenten zwaar bezocht. (…) En als wij het lijden, dat ons getroffen heeft, doorleven naar ons gevoel, naar onze eigen gedachten, dan brengt het ons tot bitterheid. Dit is wel te begrijpen, maar mis. Dan maakt het onze harten hard, en niet gebroken. Dan gaan wij tegen het lijden in; dan staan wij ertegen op; dan is alle onderwerping aan de Heere verre van ons. (…) De psalmdichter zegt: Gij, Heere, hebt de gerichten besteld over land en volk; de koningen en de machtigen der aarde zijn niet anders dan de bijl waarmee Gij slaat en de zaag die Gij trekt. Daar willen wij liever niet van horen, omdat wij in de gerichten niet gaarne Gods straffende gerechtigheid zien. (…) Wij zullen in die gerichten omkomen, zo wij geen Borg en Middelaar voor onze ziel gevonden hebben. Daarom is het eerste in deze gerichten niet: hoe red ik mijn lijf? Maar: hoe zal ik de komende toorn Gods ontvlieden?
De dichter doet echter niet alleen boete, hij bidt ook: "Laat toch Uw goedertierenheid zijn om mij te troosten." (…) Treffend is dit gebed. Zo bidt niemand onzer van nature. Wij zouden allen om opheffing van de druk hebben gebeden. Maar dit kind Gods bidt: "Laat dit mij troosten, Heere, dat Gij goedertieren zijt, dat is: goed van aard zijt, ook in de gerichten en in het kruis dat Gij mij oplegt".' – Aan het eind van de dienst zong men: 'Keer eind'lijk, HEER, toch weder; / mijn ziel buigt zich terneder.'
Bijna twee weken later strandde een trein met gevangen Rotterdammers in Putten vanwege de geallieerde vliegtuigaanvallen. De mannen werden in de Oude Kerk vastgezet. Ds. Holland sprak hen op indrukwekkende wijze toe. En velen in de gemeente deden hun best om de Zuid-Hollanders te helpen. Men wist immers nu zelf ook wat nood was.
In februari '45 hield hij, samen met de gereformeerde emeritus predikant ds. G. de Jager, een gemeenschappelijke bidstond, ook in de Oude Kerk. Daarin werd de nood van heel het dorp opgedragen aan de enige Helper en Redder in de hemel. Wiens oordelen in grimmige baren over land en volk en niet het minst over Putten gingen.

Ik heb ontstellende berichten
Op 18 april werd Putten door de Canadezen bevrijd. Onder hen was een officier, die Nederlands sprak en familie in de buurt van Putten had wonen. Omdat hij van de razzia had gehoord, kwam hij naar hen informeren. Op hem werd een dringend beroep gedaan om pogingen in het werk stellen, waardoor men te weten kon komen wat het lot was van de weggevoerde vaders en broers.
Een aantal weken later was hij al terug. Het was de 10e mei, Hemelvaartsdag, precies ook de dag waarop voor vijf jaren de oorlog begonnen was. Hij had een lijst met namen bij zich van omgekomen Puttenaren. Al vrij snel was dat in het dorp bekend. De mensen dromden samen in de buurt van de kerk in de hoop op nieuws. Onderwijl beraadden de notabelen van het dorp zich wat hun te doen stond. Onder hen was ds. Holland. Moesten ze de namen bekend maken? En zo ja, hoe? Er stond immers nog niets definitief vast. Anderzijds wilde men de mensen ook niet in het onzekere houden. Uiteindelijk beseften ze dat het niet verantwoord was te zwijgen.
Ds. Holland werd gevraagd de lange dodenlijst voor te lezen. Op straat? Dat was niet mogelijk. Hij liet de mensen de Oude Kerk binnengaan. Vol verlangen iets te horen en tegelijkertijd anstig het allerergste te vernemen ging iedereen zitten. De oude voorganger beklom de preekstoel en begon bij het licht van een in allerijl gehaald olielampje te lezen. Maar eerst zei hij: 'Ik heb hier een lijst van dertien overlevenden. Ik heb echter ook ontstellende berichten. Ik hoop dat de mensen zich goed houden.'
Toen begon hij. Eerst las hij de lijst met overlevenden voor. Daarna de lange dodenlijst, waarop zo'n tweehonderd namen stonden. De mensen raakten overstuur. Ds. Holland greep in door te zeggen dat hij, wanneer er zo gereageerd werd, moest ophouden. De mensen probeerden zichzelf te herstellen. Toen de rust enigszins was weergekeerd, vervolgde hij het voorlezen van de lijst. Telkens wanneer de vrouwen de namen van hun mannen hoorden, werden ze lijkbleek en verstarden. 'Ontzettend was dat. Ik moest mij hard houden om het te doen.'
Deze keer hield hij na afloop van dit gebeuren geen dienst. 'Op zo'n moment is het beter het zwijgen er toe te doen,' zei hij later. Wel bezocht hij in de volgende dagen en weken tal van gezinnen. Hij stond er als predikant op dat moment echter wel alleen voor. Er was nog een vacature.
De vlaggen, die die dag volop wapperden vanwege de bevrijding, werden binnengehaald. Putten was in diepe rouw. Nog vierhonderd namen van overledenen zouden in de daarop volgende weken en maanden aan de lange dodenlijst toegevoegd worden.
Eind september, net voor de eerste herdenkingsdag van de razzia, werd ds. Holland door een lichte beroerte getroffen. Hoe begrijpelijk na alles wat hij het laatste jaar met zijn gemeente had doorgemaakt. Hij kon de diensten, die op die tweede oktober werden gehouden en waarin ds. L. Kievit voorging, dan ook niet bijwonen. Wel herstelde hij, zodanig zelfs dat hij ruim een jaar later, op 1 december 1946, afscheid kon preken. Hij deed dat naar aanleiding van Deuteronomium 33 : 16m: 'En van de goedgunstigheid van Hem, Die in het braambos woonde, kome de zegening.' Hij zei onder meer: 'De mens is zo'n doornstruik, rijp voor het oordeel. (…) Maar zie nu het wonder: God daalt af tot die mens. Het Woord is vlees geworden.' Dan: 'denkt de mens dat hij verteerd wordt door de gerechtigheid en de heiligheid Gods. Het braambos verteerde echter niet, de mens blijft leven en ontvangt de goedgunstigheden des Heeren.'
Anderhalfjaar later, op 31 juli 1948, ontsliep ds. Holland. Eén gegeven trof ik niet in het boek aan, al heb ik dat wel eens horen vertellen: ds. Holland zou zichzelf als gijzelaar aan de Duitsers aangeboden hebben, ten behoeve van al die vaders en broers van Putten, die op het punt stonden weggevoerd te worden. Kon dat niet meer nagetrokken worden, of hoort dat bij een zekere legendevorming? Gezien de geestelijke statuur van ds. Holland zou een dergelijk aanbod niet onmogelijk zijn geweest.
In ieder geval, of het wel of niet waar is, de grote dankbaarheid en eerbied van de gemeente voor deze in de dienst des Heeren opgeteerde dienaar bleek in de steen, die de kerkenraad ter gedachtenis op het graf van hem en zijn vrouw liet plaatsen, met daarop de bekende en toepasselijke woorden uit Hebreeën 13 : 7 en 8: 'Gedenkt uwer voorgangeren, die u het Woord Gods gesproken hebben; en volgt hun geloof na, aanschouwende de uitkomst van hunnen wandel. Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en in der eeuwigheid.' Over deze tekst had ds. G. Boer in de rouwdienst gesproken.

De tijdgeest was tegen Putten
Tegenover de kritiek van ds. De Ruig en de maker van de VARA-film probeert Madelon de Keizer te komen tot een evenwichtige waardering van de prediking van ds. Holland. Wie de teneur van Hollands prediking is toegedaan – een prediking in Kohlbrugges geest –, zal op dit punt de auteur ten zeerste dankbaar zijn. Zij laat namelijk zien hoezeer de visie van de dokter, de dominee, maar vooral van de documentairemaker geen recht doet aan de diepste intenties van ds. Holland en aan de geloofsbeleving van (reformatorisch) Putten. Voor een niet-theoloog en – naar ik heb begrepen – een hiet-ingewijde weet zij de kwestie helder uiteen te zetten. Zij probeert dat zo objectief mogelijk te doen. Tegelijkertijd proef je haar betrokkenheid. Zó zelfs dat je de indruk krijgt dat haar sympathie meer ligt bij het Putten, zoals het zichzelf heeft verstaan en nog steeds verstaat, dan bij het Putten, zoals dat werd gezien door de intelligentia van de naoorlogse jaren.
Met betrekking tot deze laatste visie, waarin (kerkelijk) Putten als een conservatieve en achtergebleven enclave wordt gezien in het moderne en ontwikkelde Nederland, is De Keizer uitermate kritisch. Zij tekent deze visie zeer verrassend in in het politieke en geestelijke klimaat van de naoorlogse decennia. Daarin werd de toon aangegeven door 'de in die tijd zo succesvolle progressieve voorhoede van Den Uyl' en door 'het oprukkend heilsoffensief van de psychiatrie.' Kort en krachtig zegt zij: 'De tijdgeest was tegen Putten.' Daar kon het dorp niet tegen opboksen. Fel spreekt zij over 'de beeldvorming van het dorp door de atheïstische, linkse schrijver Van Maanen en de al even agnostische en linksgeoriënteerde psychiater Van Dantzig, die via het invloedrijke medium van de televisie hun opvattingen verspreidden.'
De Keizer neemt het dan op voor ds. Holland en zijn Puttenaren. Ze schrijft: 'Dominee Holland preekte "zwaar". Hij wilde in zijn preken de mens zijn verloren toestand voorhouden, terwijl in een "lichte" prediking de nadruk meer op de verlossing van Christus gelegd wordt.' Overigens raakt ze hier m.i. wat uit het spoor. Want wie Hollands prekenbundel Licht en Leiding ter hand neemt, treft preken aan, die én "zwaar" én "licht" in enen zijn. Dat komt, omdat Hollands preken vooral radicaal waren: de mens is totaal verloren, maar wie zich in deze verlorenheid op hoop tegen hoop op Christus werpt, wordt totaal verlost.
Nauwkeuriger is zij, wanneer ze laat zien dat Hollands 'zware' prediking niet als 'lijdelijke' prediking getypeerd mag worden. Zulke (lijdelijke) prediking definieert zij als preken, waarin alle nadruk gelegd wordt op Gods oordelen en straffen, die door de oorlog en de bezetting waren gebracht. Daartegen – dat wordt ermee geïmpliceerd – kon en mocht men niets doen. Maar dát en zó heeft ds. Holland niet gepreekt! Dan zou de Duitse bezetting een noodlot zijn geweest, waaraan men zich blindelings te onderwerpen had. Dan zou ook het Duitse gezag zonder meer moeten worden geaccepteerd. Wél onderkende ds. Holland in het nazi-regime en in de razzia de slaande hand van God. Dat deed hij al voor de oorlog. De opgang van het socialisme, de secularisatie en het moderne denken vervulden hem met de grootste zorg. De toonaard van zijn prediking in die jaren kon aangeduid worden met het bekende woord van Jeremia (22 : 29): 'O land, land, land! hoor des HEEREN woord!' Maar juist zo was heel zijn prediking erop gericht dat de mensen die (genadig) slaande hand van God zouden vastgrijpen. In dit verband licht veelzeggend de tekst op, waarover ds. Holland in de morgendienst van de razziazondag preekte: 'Hij heeft geslagen, en Hij zal ons verbinden.'
Deze taal, de taal van de Schrift, met name de taal van psalmisten en profeten, hadden ds. Holland en zijn opvolgers de gemeente geleerd. En velen in de gemeente spraken deze taal, vooral met het hart. Dát aangetoond te hebben tegenover allerlei seculiere wind van leer is één van de grote verdiensten van het boek van Madelon de Keizer.

H. J. Lam, N. a/d IJ.

P.S. De vorige keer schreef ik over een vergissing van de schrijfster. Deze is echter in een volgende druk van het boek al verbeterd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De vaders en de broers van putten (5)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's