De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Antwoord minister Borst op Open Brief Gereformeerde Bond

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Antwoord minister Borst op Open Brief Gereformeerde Bond

5 minuten leestijd

Geacht Bestuur,
Met veel belangstelling en met respect voor hetgeen u naar voren hebt gebracht, heb ik kennis genomen van uw brief. Uit uw brief blijkt een ernstige bezorgdheid over de inhoud van enkele wetsvoorstellen en standpunten met betrekking tot thema's op het terrein van medische ethiek die het kabinet in de afgelopen periode aan de Tweede Kamer heeft voorgelegd.
Mij hebben veel reacties over genoemde voorstellen en standpunten bereikt, enerzijds van personen en organisaties die in meer of minder sterke mate een mening naar voren brengen die vergelijkbaar is met de uwe anderzijds van personen en organisaties die het kabinetsbeleid op het terrein van medische ethiek van harte steunen en geheel achter de voorstellen en standpunten van het kabinet staan. De reacties lopen door alle verschillende levensovertuigingen heen.

Graag wil ik enkele opmerkingen maken naar aanleiding van uw schrijven.
Het respect voor menselijk leven en de beschermwaardigheid van het leven zijn voor het kabinet het uitgangspunt voor het beleid op het terrein van de medische ethiek. Het gaat daarbij immers om waarden die in de samenleving door iedereen hoog geacht worden. De opvattingen over de wijze waarop aan dit respect en die beschermwaardigheid invulling moet worden gegeven, lopen echter uiteen. Sommigen zijn met u van mening dat die beschermwaardigheid inhoudt dat mensen nimmer eigenmachtig zodanig mogen ingrijpen dat dit het einde van het leven kan inhouden. Anderen zien het respect voor het menselijk leven zó, dat menselijk ingrijpen vooral gericht moet zijn op bevordering van een menswaardig bestaan. Dat kan inhouden dat zij in een uiterste situatie van ondraaglijk lijden levensbeëindigend handelen geoorloofd achten.
Wanneer men de geschiedenis in de loop der eeuwen kritisch bekijkt, kan men zich in gemoede afvragen of de beschermwaardigheid van het menselijk leven in alle fasen van het leven wel zo onaangevochten is geweest als u in uw brief aangeeft.
In alle stadia van de ontwikkeling van de samenleving door de eeuwen heen is die beschermwaardigheid niet verabsoluteerd, en daar hebben groeperingen met diverse levensovertuigingen, gegrond in het christendom en gegrond op andere levensovertuigingen, allen het hunne toe bijgedragen.
Ik ben dankbaar dat wij in onze huidige samenleving in staat zijn om het respect voor het leven en de beschermwaardigheid ervan een centrale plaats te geven. De ontwikkelingen op allerlei gebied zijn zeer snel gegaan. Dat geldt onder meer voor de ontwikkelingen op geneeskundig terrein, dat geldt voor ontwikkelingen op economisch terrein. Wij allen profiteren daar dagelijks van.

In de medische wereld zijn in de afgelopen decennia inderdaad vraagtekens gezet bij een absolute invulling van de eed van Hippocrates, waarbij het inzetten van alle mogelijkheden van de geneeskunde leidraad is. Juist door de enorme toename van medische mogelijkheden is meer en meer het besef ontstaan dat er grenzen moeten zijn en dat inzet van mogelijkheden waardoor het leven wordt gerekt, uiteindelijk schade voor de patiënt met zich brengt en in strijd is met de menselijke waardigheid. De verworvenheden van de medische wetenschap hebben als keerzijde dat in gevallen waarin de dood zich vroeger onafwendbaar aankondigde, nu door het inzetten van nieuwe medische mogelijkheden situaties kunnen ontstaan waarin op een gegeven moment geconstateerd moet worden dat verdere behandeling zinloos is en dat er moet worden gekozen voor afzien van verder behandelen. Als in zo'n geval sprake is van ondraaglijk lijden, brengt voor veel artsen de eed van Hippocrates met zich mee dat zij een verzoek van de patiënt om door levensbeëindiging het lijden te verkorten, inwilligen.
Een kabinet heeft in een zich voortdurend ontwikkelende samenleving, waarbij ook ontwikkelingen in de geneeskunde tot andere inzichten leiden, de taak die veranderende inzichten in zijn beleid mee te wegen. Daarbij moeten respect voor en beschermwaardigheid van het leven als uitgangspunt voor het beleid worden bewaakt, maar het is tevens zaak in te spelen op die veranderingen en waar dat wenselijk is, veranderende normen en waarden te verankeren, gehoord de verschillende opvattingen in de samenleving.
Dit kabinet bouwt op het terrein van de medische ethiek in overeenstemming met de ontwikkelingen in ónze samenleving voort op hetgeen reeds door vorige kabinetten in gang is gezet. Het kabinet respecteert vanzelfsprekend ten volle de levensovertuiging van mensen dat zij niet zelf over het leven mogen oordelen, dat het leven door God is gegeven en dat de mens daarover niet oordele, dat het lijden behoort bij het leven en ook tot het einde toe doorgemaakt moet worden. Het is aan een individuele persoon zelf om te oordelen hoe hij zijn lijden zal dragen.
Evenzeer respecteert het kabinet de opvatting van mensen dat zij bij ondraaglijk lijden zelf hun wil mogen bepalen inzake het einde van hun leven en zelf aan mogen geven dat zij niet verder meer willen lijden.

Dat, wanneer iemand ernstig lijdt, primair alle aandacht aan de noodzakelijke liefdevolle en gewetensvolle zorg gegeven moet worden, moge vanzelfsprekend zijn.

Met waardering heb ik gelezen hoe u in uw schrijven kenbaar hebt gemaakt u bewust te zijn van de hoge verantwoordelijkheid die het kabinet draagt. Ik voel dat net zo.
Het is vanuit die verantwoordelijkheid dat het kabinet tot zijn voorstellen is gekomen.
Ik ben in dit schrijven niet ingegaan op de afzonderlijke aspecten van het voorstel van Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding en op standpunt inzake Late Zwangerschapsafbreking. Ik heb mij beperkt tot een algemene visie die ten grondslag ligt aan het kabinetsbeleid terzake.
Vanuit uw overtuiging kunt u dit beleid niet onderschrijven, daarvan ben ik mij bewust.
Ons beider uitgangspunt evenwel is het respect voor het leven en de beschermwaardigheid van het leven. Over de invulling in een individueel leven, in geval van een individueel lijden, handele ieder op grond van zijn eigen, volledig te respecteren levensovertuiging.
Ik ben ervan overtuigd dat wij, ieder vanuit onze verantwoordelijkheid en vanuit respect voor onze naaste, de waarde beseffen van de vrijheid waarmee mensen aan hun levensovertuiging inhoud kunnen en mogen geven. Wij mogen en moeten elkaar daarbij respecteren.

Met de meeste hoogachting,
de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
dr. E. Borst-Eilers

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Antwoord minister Borst op Open Brief Gereformeerde Bond

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's