De vaders en de broers van Putten (7)
Pastor Meyer
Na de oorlog kwam naast de dienst der vertroosting ook 'de dienst der verzoening' op gang. Daarmee bedoelen we in dit verband alles wat gedaan werd om Puttenaren en Duitsers met elkaar in contact te brengen teneinde te komen tot genezing en vergeving.
Een grote rol daarin speelde Pastor Meyer. Hij was predikant te Ladelund, vlakbij de Duits-Deense grens. Een halve kilometer daar vandaan werd eind 1944 het gelijknamige kamp gebouwd, dat een 'buitenkamp' van Neuengamme was. Normaliter bevonden de kampen zich ver bij de dorpen en steden vandaan. Maar in Ladelund zag de bevolking wat er dag in dag uit gebeurde met de tweeduizend mannen uit het kamp: 's morgens vroeg sleepten zij zich naar hun werk (het aanleggen van tankvallen), enkele kilometers verderop. Ze waren gehuld in besmeurde lompen. Uit hun ogen sprak vertwijfeling. 's Avonds torsten zij de doden van die dag mee. Dat deden ze in de manden, waarin 's middags het eten was gebracht. De vijftienhonderd bewoners van het dorp waren totaal verbijsterd door deze – voor hen onverwachte – kant van het nazisme.
De kampleiding had ds. Meyer gevraagd om de doden te begraven op de begraafplaats bij de kerk. Hij was daartoe bereid, op deze voorwaarde: dat hij de gegevens van de overledenen kreeg. In de loop van de zes (!) weken dat het kamp Ladelund bestond, werden driehonderd doden begraven, van wie 110 mannen en jongens uit Putten. Nauwgezet noteerde Pastor Meyer de namen in het kerkelijk register van zijn gemeente en plaatste een kruis bij de negen massagraven.
Na de oorlog schreef hij de familie van de overledenen aan. Hij voelde het als zijn plicht hen ervan op de hoogte te stellen dat hun doden een christelijke begrafenis hadden gekregen en dat hun graven goed werden verzorgd. Hij besefte geen troost te kunnen bieden; daarvoor waren de gebeurtenissen te schokkend. Alleen God was bij machte dat te doen. Ook bekende hij eerlijk dat het zijn volk was, dat dit leed over hen gebracht had.
Naar Ladelund
Maar Pastor Meyer schreef niet alleen, hij spande zich er ook voor in dat er een gedenkplaats kwam voor de slachtoffers van het kamp. In 1950 was deze gereed. Aan de familie van de gestorvenen stuurde hij een brief, die hij vergezeld liet gaan van foto's van de graven en de gedenksteen.
Tal van reacties ontving hij. Ook vanuit Putten werd gereageerd: een groep nabestaanden wilde de graven bezoeken. Op 23 oktober van dat jaar was het zover: drie bussen vertrokken uit Putten naar Ladelund. De reis was zorgvuldig voorbereid door ds. Kievit, zijn gereformeerde collega Kwakkelstein en burgemeester Quarles van Ufford. Meyer werd verzocht zo weinig mogelijk pers toe te laten. En verder: hoe eenvoudiger, hoe beter. Daarom geen versiering van de kerk met bloemen, geen treurmuziek. 'Slechts het zwarte rouwkleed wordt gedragen en toont het stille verdriet,' schreef de gereformeerde predikant zijn Duitse collega over de Putter bevolking.
De bussen reden door het verarmde en verwoeste Duitsland. De eerste dag werd doorgereden tot net over de Deense grens, waar men in een hotel overnachtte. In Duitsland slapen was ondenkbaar. Een Duitse douanebeambte bestond het zelfs om bij de grens tegen Puttens burgemeester te zeggen dat de Duitsers het recht hadden gehad op vergeldingsmaatregelen na de aanslag op de officier.
De volgende dag was het zover: men ging naar Ladelund. Net daarvoor zag men enkele barakken, gebouwd op een heideveld: dat was dus het kamp. Even later arriveerde men in het dorp.
Christus de brug
Daar wachtte ds. Meyer de ongeveer honderddertig Puttenaren op en ging met hen het kerkje binnen. Zij kregen voorin een plaats, achterin zat de plaatselijke gemeente.
Vervolgens las ds. Kievit Psalm 84, de Psalm die ds. Holland had opgegeven vlak voor de wegvoering. 'Van kracht tot kracht steeds voort – zo sprak hij – is waarheid gebleken in de moeilijkste ogenblikken, ja tot in de dood. Welzalig ons als wij vandaag onze sterkte in de Heere hebben. Dan zullen we, al is het maar net, het kunnen dragen. Dat het toch een weldaad is, dat we nog zien mogen waar onze mannen en zonen, broers en verwanten ter aarde besteld zijn.' Samen zongen Putters en Ladelunders deze Psalm.
Daarna was het woord aan de gereformeerde predikant: 'Wij moeten vandaag opzien naar het werkelijk onschuldig vergoten bloed van Christus, dat ons betere dingen spreekt dan dat van Abel, dat onschuldig vergoten werd voor ons schuldige zondaren. Ge weet wat het zeggen wil een man, een vader, een broer, een zoon te verliezen, en God gaf Zijn enige lieve Zoon om ons zondaren te verlossen van zonde en straf. Dat bloed spreekt ons niet van wraak, maar van liefde en trouw voor ons en onze vijanden.' Daarop werd gezongen Psalm 73 : 13: 'Bezwijkt dan ooit, in bitt're smart / of bange nood, mijn vlees en hart, / zo zult Gij zijn voor mijn gemoed / mijn rots, deel, mijn eeuwig goed.'
Na zijn Hollandse collega's sprak ds. Meyer, in dezelfde toonaard. 'De Via Dolorosa, de lijdensweg van de Heiland, is ook onze weg. Zijn lijdensweg leidde Hem en ons tot de eeuwige heerlijkheid. Kan deze gedachte ons troosten? Nog even, en dan staan we bij de graven. Komt dan de gedachte bij ons op: 'De hemel is hoog en God is ver?' Vandaag zult gij weer terugdenken aan de afscheidsuren: hoe zij zingend de gevangenschap ingingen. Oude wonden bloeden. Maar ik weet dat uw smart ook Jezus' smart is en onze lijdensweg Zijn lijdensweg, waarop Hij naast ons staat. De medelijdende Hogepriester was ook in Amersfoort, in Neugengamme en hier in Ladelund. Daarom op naar Golgotha. Ik weet dat Duitse broeders u dit grote verdriet hebben aangedaan. Maar God zal ook hen kunnen vergeven, als zij vluchten tot de troon der genade, die nog eeuwig staat. Jezus Christus is de waarachtige brug tussen Holland en Duitsland.'
Na de dienst begaf men zich naar de graven, achter het kerkje. Ds. Meyer las uit zijn begrafenisboek de namen voor van de Puttenaren, die er ter aarde besteld waren en wees aan in welk massagraf ieder van hen lag. De burgemeester van Putten legde een krans. En verder beloofde hij de kerk van Ladelund een glazen kelk, waarop aan de ene kant de toren van Putten zou worden gegraveerd en aan de andere kant die van Ladelund.
Een tegenbezoek
Al in april 1951 bracht Pastor Meyer een tegenbezoek aan Putten. Daarvoor had de burgemeester hem een halfjaar eerder uitgenodigd, toen men in Ladelund was. Hij was, samen met zijn vrouw en dochter, drie dagen te gast bij ds. Kievit in de pastorie. Op de dag van zijn aankomst in Putten legde hij een – uit Ladelund meegebrachte – krans bij de gedenksteen, die we aantreffen aan de zuidmuur van de Oude Kerk. 'VAN HIER WERDEN ZIJ WEGGEVOERD. 1 EN 2 OCTOBER 1944' lezen we erop. Aan de voet van de steen is een kruis uitgebeiteld. De eerste jaren na de wegvoering stond er een houten kruis.
's Avonds was er een bijeenkomst in de kerk zelf, waarbij zo'n zestienhonderd mensen aanwezig waren. Quarles van Ufford hield een begroetingstoespraak. Daarin herinnerde hij aan het bezoek van de Puttenaren aan Ladelund; toen had men gevoeld dat er geen verschil bestond tussen de mensen, maar dat er voor hen allen een God was, een God Die vergeving en troost schonk. Tevens bood hij de kelk aan, die hij een halfjaar eerder had toegezegd. Naast de genoemde afbeeldingen stond er – in het Latijn – op: 'En God zal al hun tranen afwissen.' De kostbare kristallen beker kreeg een plaats op de avondmaalstafel van de kerk te Ladelund.
Vervolgens preekte ds. Meyer, terwijl ds. Kievit alles vertaalde. Het Schriftgedeelte was Johannes 16 : 16-25, waarin Christus' afscheidstoespraak tot Zijn discipelen beschreven wordt. Eén van de kernteksten is vers 20, waar staat: 'Gij zult bedroefd zijn, maar uw droefheid zal tot blijdschap worden.' Op die belofte wees Pastor Meyer met name.
In de daarop volgende dagen sprak hij met vele nabestaanden. In de zwaarst getroffen straten bezocht hij huis aan huis de weduwen. Overal was hij welkom. Na zijn bezoek aan Putten reisde hij nog verder het land door om ook elders nabestaanden op te zoeken. Hij legde bloemen op graven, zowel van Duitse als van Canadese militairen. Eveneens bezocht hij Vught, waar enkele Duitsers gevangen zaten. Onder hen bevond zich Christiansen, de generaal die destijds het bevel tot represailles tegen Putten gegeven had.
Twee jaar later stuurde Pastor Meyer opnieuw een brief met foto's aan de nabestaanden. Daarmee wilde hij laten zien met hoeveel zorg de graven onderhouden werden. Mede daardoor sprak de Putter bevolking zich uit tégen een herbegrafenis van de omgekomenen in Nederland, hoewel de Oorlogsgravenstichting daarop aandrong. De regering respecteerde Puttens keuze. Bovendien had Meyer bij zijn bezoek in 1950 brieven bij zich, waarin de regering van de deelstaat Sleeswijk-Holstein, waaronder Ladelund valt, de nabestaanden verzekerde ook in de toekomst het onderhoud van de graven financieel te steunen.
Pfarrer Richter
In 1958 ging Pastor Meyer met emeritaat. Zijn opvolger was Pastor Richter, die zich net zo intensief inzette voor de dienst der verzoening als zijn voorganger. Wel was er sprake van een verschuiving in accenten. In de eerste periode na de oorlog ging het er veel meer om dat het leed benoemd werd. Behoefte aan verdieping van de contacten was er in die tijd niet. Deze was er niet van de kant van Putten, waar veelmeer de behoefte bestond om de laatste rustplaats van de gestorvenen te bezoeken en over hen met elkaar te praten. Zij was er ook niet direct van de kant van Ladelund, waar gevoelens van schuld en schaamte een rol speelden.
In de zestiger jaren kwam hier verandering in: de mensen wilden ook leren en weten wat er voorgevallen was. De diepere bedoeling hiervan was dat er echte verzoening tot stand zou komen tussen Putten en Ladelund. Dat lukte: er ontstond toenadering. Dat was te danken aan de gastvrijheid van de Ladelunders, alsook aan de grote mate van vasthoudendheid en diplomatie van ds. Richter en de Puttense beijveraars voor verzoening.
Een diepere oorzaak was echter de geloofsverwantschap tussen het evangelisch-lutherse Ladelund en het overwegend hervormde Putten: in beide gemeenten werd de verzoening in en door Christus geleefd en gepredikt. Deze verzoening was meer dan de 'Wiedergutmachung', die in Duitsland in de vijftiger jaren op gang kwam en herstel in materieel en politiek opzicht beoogde. Een poging tot een dergelijk herstel kan niet, want – schreef Richter diepzinnig aan Puttens burgemeester – 'wahrlich, hier läßt sich niemals etwas wiedergutmachen,' hier laat zich nooit meer iets goedmaken.
Tal van activiteiten heeft Pfarrer Richter ondernomen om deze verzoening gestalte te geven. We memoreren slechts de herdenkingsdienst van 5 oktober 1966, waar jeugdige koperblazers uit Ladelund speelden (wat ze drie dagen tevoren ook al hadden gedaan bij het monument), waar in het Duits gepreekt werd en waar alle hervormden, gereformeerden en evangelisch-luthersen Psalm 150 zongen: 'Looft God, looft Zijn Naam alom.' Tevens bad ds. Richter het Onze Vader. Vooral de vijfde bede 'En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren' heeft de mensen aangegrepen.
Zo werkte men én in Putten én in Ladelund aan de dienst der verzoening. De Keizer noemt het in beschouwende taal 'een uniek religieus geïnspireerd verzoeningsproject', dat omstanders en getroffenen, daders en slachtoffers omving. Op den duur kreeg het een bredere uitstraling, zowel in Nederland als in Duitsland. Wanneer we het wat meer geloofsmatig formuleren, kunnen we zeggen hoe heilzaam het is de weg naar elkaar te gaan via de brug van Christus' verzoening. Nog toegespitster: is het niet de enige brug, de enige weg?
H. J. Lam, N. a/d IJ.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 november 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 november 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's