De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Samen op Weg en de Heilige Schrift

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Samen op Weg en de Heilige Schrift

Op zoek naar de breedte van het katholieke denken van de kerk der eeuwen

18 minuten leestijd

De Bijbel beslissendDs. W. Chr. Hovius, hervormd emeritus predikant te Apeldoorn, trekt in zijn half december te verschijnen brochure 'Gij zijt, maar Ik ben' (uitg. Groen, Heerenveen, ISBN 90 5030 918 X; 72 blz., prijs ca. ƒ 17,50) geen lessen uit de geschriften van Calvijn en Brakel, noch uit de houding van Groen van Prinsterer en Hoedemaker. Drie jaar na de verschijning van zijn brochure 'Wie zal…? Verhef Gij!' gaat hij nu na op welke wijze de Heilige Schrift onder hervormd gereformeerden functioneert bij het nadenken over de toekomst van onze Hervormde Kerk. 'Omdat het Schriftgezag ook bij ons oordeel over het SoW-proces beslissend is, stel ik in deze brochure allereerst het Schriftberoep dat van verschillende kanten gedaan is aan de orde.' Met die kanten bedoelt ds. Hovius zowel leidinggevenden in de kring van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond en het Comité tot Behoud van de Nederlandse Hervormde Kerk, als uit de kring rond het blad Het Gekrookte Riet. Maar de predikant wil in de tien bijbelstudies die het boekje bevat, meer bieden: 'Daarna poog ik ook zelf door Schriftgebruik het een en ander tot verdere doordenking en bij de besluitvorming aan te reiken'.Voor de redactie van de Waarheidsvriend is deze brochure aanleiding om het gesprek in hervormd gereformeerde kring rond de open Bijbel voort te zetten, in afwachting van de nieuwe voorstellen van de synode. Vandaag een vraaggesprek met ds. Hovius en dr. C. A. van der Sluijs, hervormd predikant te Rotterdam-Zuid en schrijver van de in 1997 in ons blad verschenen zesdelige artikelenserie 'Kerk of afscheiding'. Volgende week plaatsen ds. L. W. Ch. Ruijgrok uit Monster, voorzitter van het Comité, en ds. G. D. Kamphuis uit Amstelveen, voorzitter van de Gereformeerde Bond, hun persoonlijke kanttekeningen bij de brochure 'Gij zijt, maar Ik ben'.

Ds. W. L. Tukker en zijn liefde tot de kerk. Als ds. Hovius en ds. Van der Sluijs elkaar in de Rotterdamse pastorie ontmoeten, blijkt hun voorganger in Katwijk en mentor in Groot-Ammers vóór de eerste kop koffie al een gezamenlijk oriëntatiepunt. Tijdens hun gesprek over het Schriftgebruik rond het Samen op Weg-proces wordt echter niet alleen verder achterom gezien – naar kerkvaders en reformatoren –, maar ook een weg naar voren gewezen. 'Je kunt in een korte tijd iemand geen kerkgeschiedenis bijbrengen. Veel belangrijker is dat men in de gemeenten opnieuw met God gaat leven, dat we opnieuw gaan geloven wat Hij zegt. Wie leeft van de rechtvaardiging van de goddeloze, krijgt een heel zuiver kerkelijk standpunt! Want de geloofsleer en de kerkleer horen ten nauwste bij elkaar.'

Wanneer het spannend wordt in de kerkgeschiedenis, verschijnen er met een zekere regelmaat brochures. Ds. Van der Sluijs vindt dat zeker niet verkeerd. 'Brochures hebben iets van een vlugschrift, een spontaan, direct reageren op de ontwikkelingen. Als zodanig kan ik ze waarderen. Ze hebben ook iets van het voorlopige. Als aan de erin verwoorde standpunten niet meer te tornen valt, vindt ik het gevaarlijk worden.'

En de nu verschenen brochure hoort in de goede categorie? 'Ds. Hovius schreef een echt boekje!'
Ds. Hovius: 'Een brochure dient de meningsvorming onderweg. Tussen het schrijven en de datum van publiceren kunnen zich nieuwe ontwikkelingen voordoen. Daarom heb ik me niet gericht op de actualiteit, maar vroeg ik eerst aandacht voor het Schriftgetuigenis en Schriftgebruik. Bovendien mag je van gereformeerde belijders vragen dat de Schrift het absolute primaat heeft.
Met elkaar moeten we met verdriet constateren dat gereformeerde belijders in de Hervormde Kerk behoorlijk uit elkaar gegroeid zijn en tevens wat de omgang met elkaar betreft ver beneden het niveau van de Schrift discussiëren. Dat geeft zorg en verdriet. Ik denk daarbij in eerste instantie aan degenen die zich publiekelijk geuit hebben. Soms zie je verschillende fronten ontstaan. Hoewel de gemeente inderdaad een mondige gemeente is, schaart ze zich ook vaak voetstoots achter een voorman, die ze als spreekbuis zien. Maar zo kom je niet tot een kritische toetsing in het licht van de Schrift'.

Historische argumenten
Vindt u dat tot nu toe vooral kerkhistorische argumenten een rol in de discussie speelden en we ons beriepen op mannen als Groen van Prinsterer, Wilhelmus à Brakel?
'Ja, het getuigenis van de Schrift is onder de maat geweest. Men heeft gepoogd positie te kiezen om daarna naar licht vanuit de Schrift te zoeken, in plaats van dat eerst gekeken is naar wat de Schrift over het hele SoW-proces zegt. Die benadering is vruchtbaarder. De historische argumenten die gewisseld zijn, waren vooral van kerkrechtelijke aard; ik vind dat niet verkeerd, maar we moeten vooral de Schrift laten spreken.
Bovendien heeft zich ook een zekere eenzijdigheid voorgedaan. Men koos een bepaald Schriftgedeelte – over de ballingschap van Israël en Juda, over de wijngaard van Naboth, of over de eedzwering – waarvan ik me afvraag of je dat zomaar kan projecteren op de Hervormde Kerk. Nee, er moeten andere gegevens verdisconteerd worden.'

Ds. Van der Sluis, vindt u dat deze brochure op een goed moment komt?
'Je wordt moe van het proces. Het gaat mij om de gemeente en daarin om de kerk, maar de patstelling waarin we ons bevinden maakt me moe, soms ook moedeloos. Dan denk je: "Ik zal wel zien". Maar op andere momenten geloof je: "God zal voorzien".
Mijn actieve belangstelling is teruggelopen door die patstelling. Ik signaleer die vermoeidheid in breder verband. Maar ondertussen moeten we wel een verantwoord standpunt hebben, verankerd in de Schrift. Hierover heb ik mijn zorgen. Die zorgen betreffen niet collega Hovius, maar gaan wel in de richting van andere fronten, waar nogal eens een biblicistisch geluid klinkt.'

Kerkvaders en Reformatie
'Men verabsoluteert een geschiedenis uit het Oude Testament, probeert die over te zetten naar het Nieuwe Testament of naar onze tijd. Maar in het Oude Testament staan geschiedenissen die niet tot in alle details naar nu over te halen zijn. Het gaat om de kern; hierin maak ik een vergelijking met de gelijkenissen van het Nieuwe Testament. Wat is het wezen van een geschiedenis? Als je dat ontdekt, kun je die hermeneutisch gaan vertalen naar het Nieuwe Testament. Zo honoreren we de eenheid tussen Oude en Nieuwe Testament. Inderdaad kun je geen directe lijn trekken van de wijngaard van Naboth naar onze tijd. Ik ben bang dat hier een kleine theologie, om niet te zeggen een gemeentetheologie, achter zit. Ik mis vaak de breedte van het katholieke denken van de kerk der eeuwen. Als men daarop afstemt en vandaaruit theologiseert, komt er een breder, rijker en voller geluid naar voren. Als we daarop niet afstemmen, raken we theologisch en in de kerkelijke besluitvorming in een isolement.'

Toch gebeurt wat u schetst, in ruime mate!
'Een verklaring? Ik ben bang dat we de grote theologie zijn kwijtgeraakt, die van de kerkvaders en van de Reformatie. We zijn theologisch verbrokkeld bezig, zijn de eenheid van theologisch denken en handelen, met name kerkhistorisch gezien, kwijtgeraakt. Je kunt Juda niet zomaar vergelijken met de kerk vandaag. Daar zit het vervangingsmodel achter. Israël is de kerk niet, maar het gaat wel om hetzelfde handelen van God, toen en nu. Dat moet je horen en verwoorden, theologisch en kerkhistorisch. Wij zijn bezig vanuit een verkokerde blik, komen veel te snel met onze conclusies, met alle gevolgen van dien.'

Hoe vertaalt u die diagnose naar de kerkelijke praktijk?
'We moeten studie maken van de kerkvaders, van de Reformatie en door die studie gaan verstaan, geloofsmátig gaan verstaan, wat het hart van het kerkzijn door de eeuwen heen is.
Ik heb sterk het gevoel dat we een klein beetje in het dopers vaarwater zijn gekomen, menenide dat wij de kerk gestalte moeten geven. Dat is niet zo. Wij moeten veel bescheidener zijn, veel meer staan in de lijn van het katholieke denken van de kerk der eeuwen. Rustig denken, voorzichtig overwegen, een kleine lijn uitzetten, want we hebben zo'n klein hart vandaag, zo weinig geloof.'
Ds. Hovius: 'Dat gebrek aan historisch denken zien we door heel de samenleving. Het individualisme viert ook in de kerk hoogtij. Ik voel, ík ervaar. Naast de klip van het biblicisme heb je de klip van de ervaring die centraal staat. Dat overstijgt de Godsopenbaring van de kerk der eeuwen. Denk aan het kerktoerisme, denk aan de verschrikkelijke perforatieregeling. Dat is het breekijzer onder het kerkelijk denken'.
Ds. Van der Sluijs: 'Wat weten wij nog van de objectiviteit van het Woord en van het belijden van de kerk? Wie zijn geschiedenis niet kent, is gedoemd haar over te doen.'

Grote kaders
Leest u dan met een glimlach als geschreven wordt dat de situatie die wij nu beleven, uniek is in de geschiedenis?
'Als ik dat zal doen – maar het klinkt wat pretentieus –, doe ik dat met een meewarige glimlach. We zijn vaak zo kleinzielig bezig, doen alsof we vandaag voor het eerst voor deze vraag rond het kerkzijn staan. De problemen worden zo kleinschalig tegemoet getreden. Dan doe je jezelf te kort, omdat je niet de mogelijkheden inbouwt de gebeurtenissen te relateren aan de grote kaders van de Schrift en de geschiedenis van de kerk. Als je in zo'n klein hokje bezig bent, word je zélf groot en klinken er forse uitspraken. Dat is uiterst gevaarlijk, want dat tendeert naar demagogie, omdat het doorsnee gemeentelid niet verstaat waarom het gaat. Immers, het zicht op die grote kaders ontbreekt. Ik denk dat collega's goed moeten overdenken welke verantwoordelijkheden ze op zich nemen, als ze stevige uitspraken doen.'
Ds. Hovius: 'Het grote kerkvolk ziet die kaders niet. Ziet u daarin voor ons een taak naar de gemeente toe? Ligt er een taak in de prediking en in de voorlichting naar de gemeenten, zonder dat dat we een partijpolitiek standpunt innemen?'
Ds. Van der Sluijs: 'Je kunt in een korte tijd iemand geen kerkgeschiedenis bijbrengen. Veel belangrijker is dat men opnieuw met God gaat leven, dat we opnieuw gaan geloven wat Hij zegt. Want de geloofsleer en de kerkleer horen ten nauwste bij elkaar. Ik maak een uitzondering voor die mensen in de gemeente die dicht bij God leven, die de rechtvaardiging van de goddeloze verstaan en een heel zuiver kerkelijk standpunt innemen. Wie leeft van de rechtvaardiging van de goddeloze, krijgt een zuiver kerkelijk standpunt! Dan kom je ten diepste bij de volkskerk terecht. Wie op de lijn komt van de rechtvaardiging van de vrome, gaat die gedachte uitkristalliseren in een subtiel labadistisch kerkelijk standpunt. Wat wij nodig hebben, is een reveil van oprechte godsvrucht. Dat geeft bescheidenheid, dat geeft luistergevoeligheid en dat geeft een evenwichtig staan in de kerk, namelijk een bescheiden plaats innemend, luisterend, buigend onder Gods oordeel eventueel'.

Waar het Woord is
Maar die ouderling uit Oude Tonge of Harderwijk die op de classis moet considereren, kan Augustinus en de andere kerkvaders toch niet gaan lezen?
'Dat kun je niet vergen van hen, maar we kunnen de gemeente wel opvoeden te gaan leven uit de Schriften, met name uit de rechtvaardiging door het geloof. We leven momenteel bij een abstractum van de Reformatie.'
Ds. Hovius: 'Er is misschien nog wel een stuk theoretische beschouwing, maar daarmee hebben we nog geen praktische doorleving. Wanneer we de vreze des Heeren doorleven, is onze toonzetting en omgang met anderen anders'.
Ds. Van der Sluijs: 'Daarom moeten we terugvallen op het calvijnse kerkbegrip: "Waar het Woord is, is de kerk". In het Woord is de kerk gewaarborgd, zegt ook Luther. De continuïteitsvisie van Luther is het continuïteitsgelóóf. Waar dat uitgedragen en geloofd wordt, gaat de gemeente mee in een zuivere kerkopvatting, zonder dat ze dat theologisch kan verantwoorden. Ze gaat vanuit een oprecht geloof aanvoelen: "Dit is onze plaats, dat moet ons standpunt zijn". Wie niet zo leeft, wordt beïnvloed door links of rechts.
Ik vind het van groot belang de geloofsleer en de kerkleer op elkaar betrokken te houden. Laat het artikel van de rechtvaardiging van de goddeloze de boventoon hebben. Waar dat niet gepreekt wordt, valt de kerkopvatting ondersteboven en krijg je in feite een terugbuiging naar Rome! Ik ben er diep van overtuigd dat het verschil tussen Rome en Reformatie de visie op de kerk was. Rome zegt: "Eerst de kerk, dan het Woord". De Reformatie zei: "Nee, eerst het Woord, dan de kerk". Dat is een kardinaal verschil.
Voortdurend zie je de neiging terug te keren naar de opvatting van Rome, en steeds zijn we met z'n allen bezig die ware kerkopvatting krampachtig vast te houden, om de kerk weer tot aanzien te roepen, door alle misère heen. Want "als de kerk er is, dan is het Woord pas gewaarborgd". Dat is niet waar: dat is rooms, dat is dopers, dat is de Afscheiding. Ik vind dit wel zo'n verschrikkelijke terugbuiging naar Rome. Zien we dat nu niet meer? Weten we dat niet meer? Ik vind het tragisch. Wie het met het Woord van God alleen waagt, krijgt een zuivere kerkopvatting. Daarom: eenvoudig bij God leven'.

Wat is de consequentie hiervan voor uw wijkgemeente?
'We hopen door Gods genade het Woord te blijven verkondigen. Dan blijft de gemeente intact, want daar staat het Wóórd garant voor. Vanuit de verkondiging hoop ik op een uitstraling naar de rest van Rotterdam. Wij werken als gewone wijkgemeente waar mogelijk samen, bespreken de dingen van SoW en krijgen voortdurend te horen: "Jullie plaats is gewaarborgd, we komen niet aan jullie prediking". Zolang wij het Woord mogen preken, wat zullen wij? Wie zijn wij?'

Verootmoediging
Ds. Hovius, uw brochure begint met twee hoofdstukjes vanuit Ezechiël 34, waarin u de toepassing maakt naar het kerkgevoel, het beroepingswerk, maar juist niet naar Samen op Weg. Waarom?
'Wanneer je eerlijk bent voor God, moet het mes ook in eigen vlees. Ik probeer niet alleen het gesprek rond de Schrift gaande te krijgen, maar ook het verdriet uit te spreken over de omgang met elkaar. Dat is voor een deel terug te brengen op de wijze waarop wij het kerkzijn beoefenen. Dat stelt ook de voorgangers schuldig. Immers, bij wie moet de verootmoediging beginnen? Ik heb ook gewezen op de versmalling in het uitnodigen van gastpredikanten in veel gemeenten. In de weg van die verootmoediging en bekering is er bij God een ongekende ruimte voor wie Zijn verbond houdt. Dat is mijn opening van de brochure.'
Ds. Van der Sluijs: 'Ik ben er wel eens benauwd van dat wij die verootmoediging moeten gaan nastreven. Verootmoediging is een zaak van de Heilige Geest, van het verstaan van het Evangelie. Wij kunnen ons niet opwerken naar God toe'.
Ds. Hovius: 'Nee, beslist, wij organiseren dat niet. Maar de profeten en apostelen hebben de oproep wel doen uitgaan, wijzend op concrete zonden. In Katwijk hadden we als predikanten een heel indringend gesprek over de dingen van Samen op Weg, maar toen zijn we ook samen op de knieën gegaan voor God. Dat is later maandelijks herhaald. Het gevolg is een andere houding naar elkaar, niet om de verschillen weg te poetsen. De diepe verschillen kunnen blijven bestaan, maar de houding is anders'.
Ds. Van der Sluijs: 'Met alle verschillen die er zijn, moeten we onze plaats innemen tegenover God en van genade gaan leven. Heel concreet: Gebeurt dit bij de voorgangers zelf? Dán mogen ze de verootmoediging gaan preken!
Deze dingen overziende, zeg ik dat predikanten in dit tijdsgewricht een geweldige verantwoordelijkheid dragen. Zonder de vreze des Heeren worden we ontrouwe herders'.
Ds. Hovius: 'Wat blijkt? Studenten worden door kerkenraden in preekbeurten en het beroepingswerk op hun standpunt inzake Samen op Weg afgerekend'.
Ds. Van der Sluijs: 'Hier ziet u in de praktijk dat de kerkopvatting het Woord gaat inperken'.

Waarheid en leugen
Ds. Hovius, u noemt de geschiedenis van de ontaarde eredienst onder koning Achaz uit 2 Koningen 16 : 6-18 als voorbeeld waaruit we wel lijnen naar onze kerkelijke situatie kunnen trekken. Was het voor u verrassend dit gedeelte te ontdekken?
'Bij de bestudering door de Schrift was dit een verrassing. Door het plurale karakter van de verenigde kerk leveren we als belijdende kerk in en krijgen waarheid en leugen gelijke rechten. Ik wilde in mijn brochure ook kijken naar het toen actuele belijden van de kerk. Bij Achaz worden de afgodsbeelden uit Assyrië in de tempel ingevoerd, zodat een heidense religie op gelijke hoogte met de wettige verering van de God van Israël staat! De hele priesterschap steunt de koning. Naast het wettige altaar, dat verschoven wordt, staat in de voorhof een afgodsbeeld van Assyrië. Het volk mag van de koning kiezen. Dan lees ik nergens dat de profeten oproepen de verworden tempeldienst te verlaten, terwijl ook de vromen van die dagen de tempel blijven bezoeken.
Ook uit het Nieuwe Testament heb ik de Schrift laten spreken – Petrus voor het Sanhedrin, Handelingen 4 –, om te laten zien waar het brak: op Christus' kruis en opstanding.'

Ds. van der Sluijs, vindt u de drie geciteerde bijbelgedeelten overtuigend: 2 Koningen 16, Petrus voor het Sanhedrin en het apostelconvent uit Handelingen 15?
'Ik vind dat een heel klaar Schriftberoep, waarmee ik van harte akkoord ga. Maar laat er dan op grond van Handelingen 15 wel een wederkerigheid zijn: het zich onderwerpen aan de synode én daarbij de zelfstandigheid van de eigen gemeente. Als de synode bijbelse standpunten inneemt, zullen de gemeenten zich gaarne conformeren. Er blijft echter een eigen recht voor de gemeente. In de gemeente mag je de synodale beslissingen toetsen. Dat heeft Calvijn ons sterk geleerd. Het is niet zo dat de synodale beslissingen het kerkzijn uitmaken. Nee, ze verstevigen het grondvlak.'

Ligt hier dan geen sleutel voor misbruik?
'Alles hangt samen met het verstaan en de prediking van het Woord.'

Meegaan?
Ds. Hovius: 'Ik gaf er een enkel voorbeeld van. Er is wettige gehoorzaamheid aan de meerdere kerkelijke vergaderingen, maar als het gaat over de vrouw in het ambt, kan een kerkenraad of predikant zeggen dit niet voor zijn rekening te nemen. In wezen val ik dan nog liever met de Schrift dan dat ik sta met een kerkelijk standpunt' .
Ds. Van der Sluijs: 'Maar wat betekent dit dan concreet voor ons kerkelijk standpunt?'
Ds. Hovius: 'Ik heb nooit vrijmoedigheid gehad me op te laten brengen door een vrouwelijke ouderling, ook niet in een ringbeurt. En als er dan een reprimande komt, die kome dan maar. Dat geldt ook een kerkenraad die een alternatieve relatie niet in wil zegenen'.
Ds. Van der Sluijs: 'Ik ben het van harte met u eens, maar dit zijn deelconsequenties. Nu gaat het om het meegaan naar de verenigde kerk. Kan men dan zeggen op grond van de Schrift: ik kan niet meegaan?'
Ds. Hovius: 'Welke schriftuurlijke argumenten zijn daarvoor te geven? De heb die tot nog toe niet gehoord. Het is klip en klaar dat de kerk een belijdende kerk moet zijn, door de strijd geboren, samenvattend hoe de Schrift spreekt. De vraag is wát zij belijdt. Ik vind de strijd om het behoud van het gereformeerde karakter van de kerk wettig en nodig, maar wat doen we als toch de Augustana geldingskracht krijgen? Mogen we dan weg op grond van de Schrift?'
Ds. Van der Sluis: 'Voor mij niet'.
Ds. Hovius: 'Nee, voor mij ook niet'.
Ds. Van der Sluijs: 'Ik denk dat het geen verantwoorde wijze van spreken is door te zeggen: "Wij kunnen en willen niet meegaan". Het is geen kwestie van willen of kunnen, maar van zijn. Je wórdt meegenomen. Dat is de ballingschap, waarmee u, ds. Hovius, wat moeite hebt. Dan zijn we onder het oordeel. Ik verbaas me erover dat mensen die geweldig tegen de vrije wil zijn, die het met Dordt eens zijn, nu kerkelijk gezien wel een vrije wil hebben.
Ik vind de ballingschapsgedachte wel bruikbaar. Je kunt die niet identificeren met de ballingschap van het volk Israël, maar de gedachte van de ballingschap is bijbels. Ds. Hovius heeft daar wat moeite mee, maar dan zeg ik: Het volk Israël werd overruled door een boze, antigoddelijke macht. Dat was zijn eigen schuld. Als ik dat vertaal, zeg ik: Ook wij worden overruled, door de moderne theologie, door Godvijandige machten, door de tijdgeest. En ook wij hebben het ernaar gemaakt. Onze orthodoxie is in hoge mate verzelfstandigd, verstard. We hebben het echt verdiend. Die twee componenten zijn voor mij de gedachte van de ballingschap. Het is voor mij geen biblicisme deze lijn uit de Bijbel te trekken. Als we dat geestelijk zo preken, mag dat een kerkelijke component hebben. Als de kerk wellicht ook een geestelijke verlating gaat meemaken, hebben we daaronder te buigen'.

Zuchten en bidden
Ds. Hovius: 'Ik maak hier een paar kanttekeningen bij. Mij spreekt het meegenomen worden in en het buigen onder het oordeel meer aan dan het beeld van de ballingschap. Uiteindelijk hadden Juda en Israël geen enkele stem, terwijl wij die in classis en synode wel gehad hebben, hoewel we er niet om gevraagd hebben! En uiteindelijk was de ballingschap naar Babel niet alleen achteraf gezien, maar ook een door God voorzegd tijdelijk oordeel, dat zeventig jaar zou duren. In tegenstelling tot de terugkeer uit de ballingschap zie ik in de besluitvorming rond Samen op Weg geen enkele terugkeer meer'.
Ds. Van der Sluijs: 'Wat wij niet zien, dat ziet God! Hij zal erin voor-zien, dat mag ik geloven, niettegenstaande alles'.
Ds. Hovius: 'Gelukkig wel!'
Ds. Van der Sluijs: 'Ik denk dat we misschien gereduceerd worden tot restanten van bijbelgetrouwe gemeenten, en daar op onze post zijnde, gaan zuchten en bidden, het Woord opnieuw gaan uitstralen naar anderen, opdat de kerk haar gereformeerde karakter terugkrijgt. Dat is zeker mogelijk'.
Ds. Hovius: 'Tenzij de wal het schip keert en God alles voorkómt'.
Ds. Van der Sluis: 'Dat overruled worden door de synode kunnen we inhoudelijk toch wel zeggen. We hebben stem gekregen, maar de macht van het getal besliste. Heel kwalijk. Bijzonder onverantwoordelijk'.
Ds. Hovius: 'Ja, wat de commissie voor Kerkordelijke aangelegenheden (KOA) betreft wel'.

Afrondend…
Ds. Van der Sluis: 'We beginnen pas!'

… heeft deze brochure, denkend aan de titel, iets van een bemoediging?
'Zeer zeker wel. Ik vind dat collega Hovius evenwichtig omgaat met het Schriftberoep, zijn weg zoekend. Ik ben blij dat hij uitkomt op een kerkelijk standpunt dat correspondeert met het geloofsstandpunt van de Reformatie. Alleen: als ik hem goed begrepen heb, is het mogelijk dat er een moment aanbreekt dat we niet mee kunnen gaan: Is dat juist?'
Ds. Hovius: 'Op het ogenblik zou ik het moeilijk vinden dat zo te stellen'.
Ds. Van der Sluijs: 'Maar zou u een moment noemen waarop het beslist onmogelijk is dat we meegaan, dat we meegenomen worden?'
Ds. Hovius: 'Dat heeft toch alles te maken met hoe de toekomstige kerk eruit komt te zien. Ik citeerde in de vorige brochure Luther, die zei: Al waren er honderd pausen in Rome, als ik het Evangelie van de rechtvaardiging van de goddeloze mag preken, dan ga ik de kerk niet uit'.
Ds. Van der Sluis: 'En dat is ook mijn standpunt. Ik waardeer u bijzonder, maar hangt het er toch vanaf hoe de kerk eruit gaat zien?'
Ds. Hovius: 'We preken zolang we kunnen. En ik word er liever honderd maal uitgezet dan dat ik één keer ga. Uitgezet worden is mijn eerste verantwoordelijkheid niet. En tot gaan zie ik me niet geroepen'.
Ds. Van der Sluijs: 'Dan ben ik gerustgesteld'.

P. J. Vergunst, Apeldoorn

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1999

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Samen op Weg en de Heilige Schrift

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1999

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's