De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het huwelijk op de helling?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het huwelijk op de helling?

11 minuten leestijd

Op maandag 8 november jongstleden werd er in het gebouw van de Tweede Kamer in Den Haag een hoorzitting, of liever rondetafelgesprek gehouden met het oog op de wetsvoorstellen inzake de openstelling van het huwelijk voor personen van hetzelfde geslacht en inzake adoptie door personen van hetzelfde geslacht. Samen met de regeringsvoorstellen om de mogelijkheden tot abortus provocatus en euthanasie te verruimen, heeft deze ontwikkeling rond huwelijk en adoptie velen binnen de kerken ernstig bezorgd gemaakt en hevig verontrust. Zoals bekend zijn er in de afgelopen maanden op tientallen plaatsen interkerkelijke gebedssamenkomsten geweest. Onder meer het Hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond heeft naar kerkenraden een schrijven doen uitgaan met een oproep om in de kerkdiensten de nood van land en volk voor Gods aangezicht te brengen en te bidden dat de overheid zal terugkeren van deze heilloze wegen.

De kerken vertegenwoordigd
Op uitnodiging van de fracties waren deskundigen op het gebied van het familierecht en van adoptie, alsmede vertegenwoordigers van stromingen en organisaties in de samenleving naar de Hofstad gekomen om een bijdrage te leveren aan de bezinning rond deze wetsvoorstellen. Opmerkelijk was hierbij overigens dat het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken (CIO), waarin ook de Nederlandse Hervormde Kerk vertegenwoordigd is, schitterde door afwezigheid. Een reden voor die afwezigheid werd niet vermeld. Ik acht dit zeer betreurenswaardig, omdat het CIO op deze wijze een kans om de stem van de kerken te laten horen op een zeer aangelegen punt, heeft laten liggen. Gelukkig waren wel de reformatorische kerken vertegenwoordigd: de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland, de Gereformeerde Gemeenten en de Gereformeerde Gemeenten in Nederland, de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) en de Oud-Gereformeerde Gemeenten, daarnaast ook de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk. Namens deze kerken traden drs. A. L. Th. de Bruijne uit Kampen en mr. A. P. van der Linden uit Amersfoort als woordvoerders op, ondersteund door ds. mr. W. Silfhout, prof. dr. J. W. Maris en ondergetekende. Ook de rooms-katholieke Bisschoppen-conferentie was vertegenwoordigd. In de zaal hadden onder meer enkele vertegenwoordigsters van de Vrouwenbonden van de kerken plaats genomen. Zo gaven zij uiting aan het besef dat hier grote dingen op het spel staan!

De zin van zo'n gesprek
Men kan natuurlijk zeggen: wat heeft het nog voor zin aan zo'n rondetafelgesprek deel te nemen? Eén en andermaal heeft een kamermeerderheid bij motie aangedrongen op openstelling van het huwelijk voor partners van hetzelfde geslacht en op verruiming van de mogelijkheden tot adoptie. De standpunten lijken ingenomen, wie één en ander nog wil aanvechten lijkt te strijden voor een bij voorbaat verloren zaak. Toch mogen de kerken, vanuit hun besef dat de overheid dienaresse Gods is en dat zij zelf een profetische roeping hebben te vervullen in de samenleving, geen gelegenheid voorbij laten gaan om hun getuigenis te doen horen.

De argumenten pro
Ik wil nu proberen om nog eens heel kort samen te vatten wat de voornaamste argumenten zijn pro en contra de betreffende wetsvoorstellen, zoals die ook tijdens het gesprek naar voren werden gebracht. Eerst maar de argumenten van de voorstanders:
– We zouden trots moeten zijn op het flexibele en tolerante Nederland dat ten aanzien van de openstelling van het huwelijk voor gelijkgeslachtelijke partners (dus homo's en lesbiennes) voorop loopt in de wereldwijde ontwikkeling. Nederland als gidsland onderweg naar een nieuwe, progressieve moraal. Nederland ook als veilig eiland in een wereld die nog niet toe is aan volledige erkenning van 'same sexrelaties'.
– Herhaaldelijk werd tijdens het gesprek aan voorstanders de vraag gesteld: 'Waarom toch zo'n liefde voor het huwelijk? Wat zegt dat etiket nu eigenlijk als er toch een alternatief met vrijwel dezelfde juridische status bestaat? (namelijk het geregistreerde partnerschap). Inhoudelijke redenen voor deze 'liefde' werden echter niet genoemd. Het kwam erop neer dat men zich gediscrimineerd voelt als met niet in het huwelijk mag treden. Het huwelijk heeft kennelijk nog altijd een hoge symbolische waarde en de homobeweging acht de homo-emancipatie pas voltooid wanneer ook deze laatste vesting is ingenomen. Zolang de staat het etiket 'huwelijk' in de etalage heeft liggen, mag de staat niet zeggen: 'het is wel voor de één, maar niet voor de ander'. Het zou dus discriminerend zijn om het huwelijk alleen voor heterofielen te bestemmen en het voor homofielen te verbieden, ook al is er voor laatstgenoemden het alternatief van het geregistreerde partnerschap. In de woorden van de heer Krol, hoofdredacteur van de Gay-krant: er zijn nu twee speelparkjes, namelijk 'huwelijk' en 'geregistreerd partnerschap'. Maar tussen die twee parkjes is een hek en bij de ingang van het ene parkje staat een bord met het opschrift 'Verboden voor homo's'. Maak er nu één mooi groot park van dat open staat voor iedereen! Het belang van de homobeweging bij de openstelling van het huwelijk is: ze willen exact hetzelfde instituut hebben als de anderen. Het wordt als vreemd ervaren dat er voor homo's iets speciaals zou moeten zijn. Ze hebben er een hekel aan dat ze het woord 'huwelijk' niet mogen gebruiken voor hun relaties. Aldus tenminste Krol.
De staat is van ons allemaal, dus is het burgerlijk huwelijk voor allemaal. Willen de kerken andere grenzen trekken en het huwelijk blijven beperken tot heterorelaties, dan moeten zij dat zelf weten, maar moeten ze die beperking niet aan anderen willen opleggen. Het was goed merkbaar dat er bij velen weinig begrip bestaat voor de nood waarin de kerken komen te verkeren. Zo werd ook nu weer opgemerkt dat het niet terecht zou zijn dat de kerken hun opvattingen over het huwelijk laten meewegen over wat de staat terzake besluit. Met andere woorden: de visie van de kerken is slechts een privé mening en komt die niet overeen met de opvatting van de meerderheid van het volk, dan moeten de kerken niet langer zeuren, maar zich gewoon aan de democratische spelregels houden! Hiertegenover stelde mr. A. Rouvoet van de RPF: bij het rechtsinstituut 'huwelijk' ontmoeten kerk en overheid elkaar. Dan kan niet eenzijdig door één van beide partners in die ontmoeting de definitie van het huwelijk worden gewijzigd!

– Namens de Nederlandse Gezinsraad werd gezegd dat deze wetsvoorstellen toe te juichen zijn als een stap voorwaarts op weg naar een nieuw gezinsrecht. Voor het Clara Wichmanninstituut gaat de voorgestelde adoptiewet zelfs nog niet ver genoeg. Ook namens de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen werd adhesie betuigd met de wetsvoorstellen.

Argumenten contra
– Opmerkelijk was het betoog van prof. dr. R. Hoksbergen van de Rijksuniversiteit van Utrecht tegen verruiming van de mogelijkheden tot adoptie. Men gaat bij de voorgestelde wetswijziging inzake adoptie veel te eenzijdig uit van het belang van de volwassenen. De belangen van het kind worden niet gedefinieerd. In zijn praktijk merkt Hoksbergen telkens weer dat kinderen groot belang hechten of ook, bij het opgroeien naar volwassenheid, gaan hechten aan het biologisch ouderschap. Ze willen gewoon weten wie hun biologische vader en moeder zijn. Elk mens heeft recht op kennis van zijn genetische herkomst. Letterlijk zei Hoksbergen: 'Ik zie het helemaal niet zitten dat kinderen geadopteerd worden door twee mensen van hetzelfde geslacht. Het is niet in het belang van het kind om dit door verruiming van de wetgeving bewust te bevorderen.'
– Prof. dr. A. J. M. Nuytinck van de Katholieke Universiteit Nijmegen betoonde zich eveneens een tegenstander van beide wetsvoorstellen. Bij het huwelijk horen per definitie afstammingsrechtelijke gevolgen. Dat wil zeggen: kinderen die uit een huwelijk geboren worden, zijn de eigen, wettige kinderen van de betreffende man en vrouw. Aan een opengesteld 'huwelijk' van gelijkgeslachtelijke partners worden deze gevolgen niet verbonden. Deze partners kunnen niet samen een kind krijgen, de ene partner zou alleen een kind kunnen adopteren dat uit de ander geboren is met behulp van een donor, of dat verwekt is met inschakeling van een draagmoeder. Een huwelijk zonder afstammingsrechtelijke gevolgen is echter per definitie geen huwelijk. Het is een juridisch monstrum. Het is geen discriminatie om homo's uit te sluiten van het huwelijk. Homo's zijn wel gelijkwaardig aan hetero's, maar niet gelijk. Homo's kunnen zich nu eenmaal niet bij elkaar voortplanten. Dat harde gegeven vraagt om erkenning in de wetgeving. Daarom moet er geen etiketje 'huwelijk' geplakt worden op wat dit wezenlijk niet is. Er moet zoveel mogelijk aangesloten worden bij de biologische situatie.
– Mr. G. Steenhof van de RU, deskundige op het gebied van internationaal familierecht, merkte op dat het tempo waarin Nederland steeds nieuwe regelingen treft voor Europa beslist te hoog is. Het geregistreerd partnerschap komt in een deel van de Europese landen langzamerhand van de grond, terwijl het in andere landen nog niet of nauwelijks bespreekbaar is. Er is in Europa erg veel verbazing over het feit dat in Nederland ook heterofielen in aanmerking kunnen komen voor dit geregistreerd partnerschap en dat het dus niet aan homo's voorbehouden is. Wanneer Nederland nu weer zou komen met het open huwelijk, zou dit zeker ten nadele werken van de erkenning van het geregistreerd partnerschap. Nederland zou overvragen en zichzelf uit de markt prijzen.

Argumenten contra vanuit de kerken
Namens de kerken werd principieel verzet geboden en wel met opmerkelijke eenstemmigheid van de woordvoerders van rooms-katholieke en reformatorische zijde. De heer H. Deegen bracht namens de rooms-katholieke Bisschoppen-conferentie naar voren dat de bisschoppen zich niet hebben verzet tegen de registratie van het partnerschap en dat zij uitgaan van de gelijkwaardigheid van homo's en hetero's. Maar zij verdedigen met kracht het instituut van het huwelijk dat als wezenlijke componenten heeft dat het een monogame relatie van man en vrouw betreft en dat er in principe een voortplantingsfunctie aan verbonden is. Wie deze twee elementen uit de definitie van het huwelijk weghaalt, zorgt niet voor een verruiming, maar integendeel voor een fundamentele verarming en vermagering van het huwelijk. Het huweiijk als scheppingsordening is een pre-politieke realiteit. De politiek dient ten aanzien van deze ordening voorwaarden scheppend en niet uithollend op te treden. De rooms-katholieke kerk staat in een wijsgerige traditie waarin men in redelijkheid wil meedenken met ontwikkelingen in de samenleving, zo stelde de heer Schumacher. Maar in de voorgestelde wetswijziging is het geheel van de aspecten niet doordacht. Er wordt eenzijdig juridisch geredeneerd. Het huwelijk wordt niet naar zijn 'intergenerationele' dimensie gedefinieerd (dat wil zeggen de gerichtheid op de overdracht van leven en van waarden door de geslachten heen). Nadere bezinning en meer gedegen onderzoek is nodig, met name ook vanuit het gezichtspunt van de (belangen van) de kinderen. Dit alles temeer daar de Hoge Raad nog in 1990 heeft uitgesproken dat het wettelijk huwelijk vanouds is opgevat als een duurzame verbondenheid van één man en één vrouw. Drs. De Bruijne wees erop dat de kerken ook heel wat leden kennen die homofiel zijn. Als vertegenwoordiger van de reformatorische kerken wenste hij ook namens 'homoseksuele medechristenen' te spreken 'die wij in het verleden veel verdriet hebben gedaan, maar die nu steeds meer functies binnen de kerken vervullen tot aan de ambten toe.' Maar daarbij onderstreepte hij dat nu, terwijl de ene groep gelijkberechtiging claimt, de andere groep, namelijk de kerken, gediscrimineerd dreigt te gaan worden. De kerken kunnen om des gewetens wil deze versmalde definitie van het huwelijk niet meemaken. Ze zijn ervan overtuigd bij het opkomen voor het huwelijk zoals vanouds gedefinieerd niet een groepsbelang te verdedigen, maar gehoorzaam te zijn aan de openbaring van God die heilzaam is voor alle mensen. De kerken zouden gedwongen kunnen worden een eigen definitie van het huwelijk te hanteren in onderscheiding van die van de staat en zo zouden ze weggedrongen worden naar de rand van de samenleving. De kerken worden zo dus van de staat weggeduwd!
Het huwelijk is een structuur die door God zelf in de werkelijkheid is gelegd. De eeuwen door hebben culturen waar ook ter wereld het huwelijk gedefinieerd als een verbintenis tussen man en vrouw, met de mogelijkheid tot het krijgen van kinderen. Tegenover deze traditie staat het vooruitgangsgeloof waarop dit wetsvoorstel is gebaseerd. Maar het volgen van dit geloof staat gelijk aan een sprong in het duister. Het is dan veel plausibeler om de traditie op dit punt te volgen dan datgene wat nog moet komen.

Blijvende aandacht nodig
'Je wordt hier niet vrolijk van', zei één van de afgevaardigden van de Vrouwenbonden na afloop van het rondetafelgesprek. Inderdaad, het stemt tot droefheid dat het Nederlandse volk in zedelijk opzicht zozeer verdeeld is en dat de stem van de kerken nauwelijks als meer dan een geluid van een groepering wordt gezien. Toch moet ook in een zo door en door geseculariseerde situatie de profetische stem op grond van Gods Woord blijven klinken. Ik was na deze Haagse ervaring temeer onder de indruk van de zwaarte van de taak van de christelijke parlementariërs. Laat het gebed voor hen onder ons geen formaliteit zijn, maar des te indringender worden beoefend naarmate de ontwikkelingen in ons land triester vormen aannemen. Uw werk, o HEERE, behoud dat in het leven, in het midden der jaren!

J. Hoek, Veenendaal

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1999

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Het huwelijk op de helling?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1999

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's