De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ingediende voorstellen onvoldoende gehonoreerd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ingediende voorstellen onvoldoende gehonoreerd

Motie De Visser-van Heijst

11 minuten leestijd

Motie De Visser-van HeijstAlvorens in te gaan op de reacties van de classicale vergaderingen, de kerkenraden en van andere instanties en personen, merkt de commissie voor kerkelijke aangelegenheden (KOA) bij de reactie op voorstellen die zijn ingediend als invulling van de motie De Visser-van Heijst het volgende op:• dat de motie De Visser-van Heijst in het verlengde ligt van het besluit van de triosynode van januari 1996 'om meer ruimte te creëren om eigen vormen van kerkelijk leven voort te zetten binnen het gezamenlijk kerk-zijn';• dat de motie 'de toekomstige verenigde kerk' zelf niet ter discussie stelt;• dat de ruimte daarom gezocht dient te worden in 'aanvullende formuleringen in de ordinanties', zodat de voorstellen niet anders dan in het verlengde van de ordinanties kunnen liggen;• dat bij het waarborgen van de identiteit met name gedacht moet worden aan het tot uitdrukking brengen van de bijzondere verbondenheid met de belijdenisgeschriften van de gereformeerde traditie;• dat beoogd wordt een situatie waarin de (wijk)gemeenten van de bezwaarden 'hun identiteit en kerkordelijke status gewaarborgd kunnen achten binnen de toekomstige verenigde kerk';• dat blijkens de mededeling van het moderamen 'oude en afgewezen oplossingen nipt weer in bespreking kunnen worden genomen'.De commissie rekent het tot haar taak bij de binnengekomen voorstellen telkens aan te geven of deze zich bewegen binnen de grenzen die in de motie (en de toelichting die het moderamen van de generale synode daarop heeft gegeven) zijn aangegeven.

In maart 1998 werd in de hervormde synode door ds. J. de Visser en oud. J. van Heijst een motie ingediend, die ten doel had een begaanbare weg voor bezwaarden binnen het Samen op Wegproces mogelijk te maken. Die motie werd aanvaard en sindsdien zijn van enkele kanten voorstellen ingediend ter invulling ervan. Uitgangspunt voor voorstellen diende te zijn, dat deze zouden liggen binnen de (nog te aanvaarden) kerkorde voor de verenigde kerk. Bijgaand staat afgedrukt wat de strekking van de motie was.


De classis Nijmegen heeft een voorstel ingediend, met name gericht op het vormen van ringen van hervormde gemeenten.
De classis Zeist kwam in een laat stadium – naar nu blijkt te laat – met een voorstel, dat zich moeilijk in enkele zinnen laat omschrijven (werd geheel in de Waarheidsvriend opgenomen).
Het is genoegzaam bekend, dat het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond en het Comité tot Behoud van de Nederlandse Hervormde Kerk er niet in slaagden om tot een gemeenschappelijk voorstel te komen.
Het hoofdbestuur stelde drie zaken voor. Het eerste voorstel was te komen tot een zogeheten Unie van gemeenten, die zich verbonden zou weten met het gereformeerd belijden. Verder werd voorgesteld hervormde classes te handhaven, zolang deze er zelf voor kiezen hervormd te blijven. Dit in de lijn van ook het (mogen) voortbestaan van hervormde (wijk)gemeenten in de verenigde kerk. En tenslotte werd het instellen van een gereformeerd raad bepleit, met een vijftal nader omschreven bevoegdheden.
Het Comité viel terug op de federatieoptie, dat wil zeggen, dat het kerkelijke samengaan niet verder diende te gaan dan in de vorm van federatie.
De kring van het Gekrookte Riet besloot nog met een eigen voorstel te komen. Op grond daarvan zou een hervormde zuil uit de bestaande Hervormde Kerk moeten worden gepeld, die dan federatief met de verenigde kerk verbonden zou zijn.

Voorstel
De commissie voor kerkordelijke aangelegenheden (KOA) heeft een jaar nodig gehad om met een nota te komen, die een reactie is op de binnengekomen voorstellen.

Gezien het feit, dat we in een laat stadium in het bezit kwamen van dit document, volstaan we nu met het aangeven van de feitelijke daaruit af te leiden voorstellen. Daarbij gaan we nu niet in op wat principieel wordt gesreld over 'Ruimte en pluriformiteit' binnen de verenigde kerk. Ruimte is, zegt KOA, in de ontwerp-ordinanties voldoende gewaarborgd. De commissie is van oordeel, 'dat er geen grond aanwezig is voor de gedachte dat aan het leven naar gereformeerde opvatting binnen het gemeenschappelijk kerk-zijn de ruimte zou worden ontzegd als de vereniging een feit is geworden.' Maar, zegt KOA verder: de ruimte, die men voor zichzelf vraagt, kan niet 'als exclusief worden verstaan'. 'Deze ruimte komt ook aan de anderen toe die als erfgenamen van de reformatie in gemeenschap met de reformatorische belijdenis willen leven.'
In de nu aan de hervormde synode voorgelegde nota wordt al in het begin opgemerkt, dat het heropenen van de discussie over federatie niet valt binnen de grenzen van de motie De Visser-van Heijst. Verder wordt erop gewezen, dat in de ordinanties reeds een groot aantal bepalingen is opgenomen, die het mogelijk maken om het gemeenteleven naar eigen overtuiging in te richten en daarbij aan de eigen identiteit gestalte te geven (inzake doop, avondmaal, ambt, belijdenis, huwelijk). De ruimte voor gemeenten om zich daarbij in het bijzonder te richten op het gereformeerd belijden is verwoord en vastgelegd in ord. 1-2.

Concreet
Concreet komen dan, kort samengevat, de volgende zaken of mogelijkheden aan de orde:
1. Aanstaande predikanten moeten de mogelijkheid hebben om bij hun colloquium een proponentsformule te beantwoorden, 'waarin de bijzondere verbondenheid met het gereformeerde belijden uitdrukkelijk wordt genoemd.'
2. Bij de behandeling van de ordinanties kan worden overwogen of een nadere formulering mogelijk is, waardoor het kerkenraden mogelijk gemaakt wordt 'in de gemeente pastoraat te oefenen alsmede opzicht te houden in de lijn van het gereformeerd belijden.'.
3. Een Unie van gemeenten met kerkordelijke bevoegdheden wordt afgewezen. Het is overigens niet ondenkbaar, dat gemeenten gemeenschappelijk tot zo'n keuze komen, voor gezamenlijke bezinning en onderlinge bemoediging, daarin niet belemmerd door 'binding' aan een Covenant.
4. De gedachte, dat de classicale vergadering als 'de eigenlijke grondvergadering van de kerk' (voorstel GB) 'in vrijheid, overeenkomstig eigen bevoegdheid' moet kunnen beslissen om met een andere classis te verenigen, wordt in strijd geacht met het kerk-eigen karakter van de classis, als plaats van ontmoeting van de gemeenten. Wel zou gedacht kunnen worden aan het handhaven van hervormde classes in getermineerde 'overgangsbepalingen', 'om met de verhoudingen in de verenigde kerk vertrouwd te geraken'.
5. Wel wordt voorgesteld bijzondere aandacht te geven aan het voorstel van de classis Nijmegen om ringverbanden 'als subclasses' een sterkere plaats te geven. Aan de nieuwe ringverbanden zou dan de bevoegdheid moeten worden toegekend om 'gezamenlijke keuzen te doen' (bijvoorbeeld voor de toelating tot het avondmaal en het kiesrecht voor doopleden).
6. Hier volgt nu letterlijk wat wordt gesteld met betrekking tot de gereformeerde raad, die het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond heeft bepleit:

De Gereformeerde Bond pleit voor het instellen van een hervormde raad. met 'ambtelijke bevoegdheden'. Kennelijk heeft men geworsteld met het spanningsveld om enerzijds de (verenigde) generale synode te erkennen als meerdere vergadering voor de gehele kerk en toch te pleiten voor een hervormd orgaan met bevoegdheden die aan een ambtelijke vergadering toebehoren.
Op zichzelf is het instellen van een dergelijke raad niet alleen denkbaar, er is naar de mening van de commissie ook het nodige voor te zeggen. Er moeten wel een paar kanttekeningen worden gemaakt:
1. Allereerst moet worden opgemerkt dat van groot belang is hoe deze raad wordt samengesteld.
De (in dit opzicht enigszins) vergelijkbare evangelisch-lutherse synode wordt gekozen door en uit alle lutherse leden van de kerk, dus zowel de leden van de evangelisch-lutherse gemeenten als de lutherse leden die tot een protestantse of een hervormde gemeente of een gereformeerde kerk behoren. Zij worden daartoe afzonderlijk geadministreerd (ord. 4-17-1 en ord. 2-10). Daarin is dus de gehele breedte van deze traditie vertegenwoordigd.
Het zou onjuist zijn als een 'raad voor de hervormde traditie' uitsluitend zou worden samengesteld uit en door hen die zich in het verenigingsproces afzijdig houden. Deze raad zou de volle breedte van de (huidige) Hervormde Kerk dienen te vertegenwoordigen, dus ook van hen die con amore in verenigde gemeenten participeren.
Het lijkt dan ook niet zonder meer gewenst om de modaliteitsorganisaties uit de kring van de Gereformeerde Bond aan dit adviesorgaan te binden, zoals de CV Nijmegen in overweging geeft, al kunnen daarmee wel 'verbindingen' worden gelegd.
2. Vervolgens dienen de taken en bevoegdheden van deze raad nauwkeurig te worden omschreven. Duidelijk zal moeten zijn dat er geen, sprake kan zijn van ambtelijke bevoegdheden in formele zin, maar wel van een adviserend lichaam. Het betreft een orgaan van bijstand waaraan beleidsvoorbereidende en beleidsuitvoerende taken kunnen worden toevertrouwd, maar dat altijd werkt onder verantwoordelijkheid van en aan de ambtelijke vergadering die het heeft ingesteld. Tot deze taken kunnen zeker behoren het aandragen van thema's, het adviseren van de synode, het bezinnend en kritisch volgen en bespreken van uitspraken door de synode gedaan, het bevorderen van het belijdende gesprek met de lutheranen, etc.
Het bewaken van de naleving van bevoegdheden is echter bij uitstek een taak die berust bij de brede moderamina van de ambtelijke vergaderingen. Het toetsen van de arbeid van de generale synode (wanneer dat althans in de meer juridische zin zou zijn bedoeld) kan niet de taak zijn van een orgaan van bijstand.
Bij dit voorstel kan worden betrokken de gedachte van de CV Nijmegen dat een vertegenwoordiger van dit adviesorgaan permanent als adviseur in de vergaderingen van de generale synode aanwezig is.

N.B. Het hervormd moderamen heeft overigens het voorstel van KOA in die zin gewijzigd, dat men hier niet bepleit een raad 'uit de volle breedte van de hervormde kerk', maar een raad voor het gereformeerd belijden, waarbij onder meer gezocht moet worden 'naar een voeding van deze raad vanuit de ringverbanden die zich op een specifieke wijze verbonden hebben aan het gereformeerd belijden.'

Teleurstellend
Voordat de stukken, waarin de voorstellen van KOA zijn verwoord, publiek zijn gemaakt, was er een persbericht van de SoW-kerken, waarin werd gemeld, dat de voorstellen (slechts) gericht waren op het vormen van ringverbanden en een gereformeerde raad. Door ondergetekende is dat in een eerste reactie teleurstellend genoemd. Kennisname van de stukken zelf bevestigt en onderbouwt dit. Gezegd moet worden dat, na de pogingen, die zijn aangewend om, binnen de ruimte, die de synodale motie bood, tot creatieve voorstellen te komen, de Commissie voor Kerkordelijke Aangelegenheden zelf weinig creativiteit aan de dag heeft gelegd om de voorstellen maximaal uit te werken, ook al heeft men elementen uit de voorstellen van de classis Nijmegen (de ringen) en van de Gereformeerde Bond (de gereformeerde raad) een plaats gegeven. Daarom plaats ik, ook nu nog in een eerste reactie, de volgende kanttekeningen.

1. Het gaat nog niet om echte voorstellen, slechts om reactie van KOA op ingediende voorstellen, waaruit blijkt wat KOA beoogt. Het synodeberaad volgende week zal aan de hand van deze nota worden gevoerd.
Alle 'voorstellen', die door KOA worden gedaan, zijn omzwachteld met onduidelijke aanduidingen of vraagtekens. Om een voorbeeld te noemen: het persbericht merkte ten aanzien van de 'Raad voor het Gereformeerd Belijden' op, dat de samenstelling, de taak en de werkwijze van dit nieuwe orgaan nog nader onderzocht zullen dienen te worden. Maar was er nu ècht, in de periode van bijna een jaar, die KOA voor haar rapport heeft genomen, niet een duidelijk(er) invulling mogelijk geweest? Weliswaar wordt, als het om taken van de raad gaat, letterlijk aangesloten bij de formuleringen in het voorstel van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond. Maar de bevoegdheden en de verankering van deze raad büjven vooralsnog vaag.

2. De KOA is met zichzelf in tegenspraak als het over de hervormde classis gaat. Door op te merken, dat overwogen kan worden om het voortbestaan van hervormde classes getermineerd in overgangsbepalingen een plaats te geven, wordt erkend, dat er met betrekking tot de classis een probleem ligt. Classes worden immers gedwongen tot vereniging, ook als (alle of de meeste) gemeenten in de classes niet verenigen. Als men dan wel zover wil gaan, dat men hervormde classes in overgangsbepalingen wil regelen, moet het toch ook mogelijk zijn, zoals in de voorstellen van de GB wordt gedaan, om telkens na vijf jaar de classis te laten beslissen of men wil verenigen of niet? KOA gaat van een dwangmodel uit en schuift de eigen grondrechten van de classis met een veeg van tafel.

3. Het moet merkwaardig heten, dat KOA, terwijl men de (huidige) brede hervormde classis, zoals de Gereformeerde Bond beoogt, afwijst, wel een breed-hervormde raad wil. Het roept argwaan op, dat, waar de voorstellen van de GB een gereformeerde raad beoogden, KOA hier deze raad verbreden wil tot orgaan, dat zich niet expliciet verbonden weet met het gereformeerd belijden. Terwijl het er toch om ging aan verlangens van 'bezwaarden', in het licht van 'Schrift en belijdenis', tegemoet te komen?! Het moderamen van de hervormde synode heeft dan ook terecht het voorstel van KOA in deze gecorrigeerd, door te spreken van een 'adviesorgaan voor het gereformeerd belijden', gerelateerd aan ringverbanden', die zich op een specifieke wijze verbonden hebben aan het gereformeerd belijden.' Ook hier vragen we: hoe wordt dat uitgewerkt? Maar dit ligt in ieder geval aanmerkelijk dichter bij de voorstellen van de GB.

4. We zijn van overtuiging, dat met deze reactie van KOA op voorstellen, die zijn ingediend, de kou niet uit de lucht is.
De eerlijkheid gebiedt allereerst te erkennen, dat bij indieners van voorstellen niet altijd rekening is gehouden met de ruimte, die de motie bood, terwijl soms ook meer werd gevraagd dan de huidige hervormde kerkorde toestaat. Het feit, dat hervormd gereformeerden inzake de voorstellen verdeeld zijn opgetrokken is niet in ons voordeel.
Maar ook als wel met de voorstellen rekening is gehouden, is het resultaat in de reactie van KOA mager en teleurstellend. De voorstellen zijn marginaal gewogen en ingevuld.

5. We spreken het bange vermoeden uit, dat bij alles wat momenteel ter tafel wordt gebracht, in trioverband wordt gehandeld en overwogen. De nota is weliswaar van hervormd KOA. Maar zouden de 'partners' niet mee zijn gehoord? Dat verzwakt het invoelingsvermogen voor hervormde bezwaarden.

Tenslotte: het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond heeft in een brief aan het moderamen nader aangedrongen op een moratorium, met voorlopig als naam 'Samen op Weg-kerken', die nu wordt gevoerd. Het lag wellicht niet op de weg van KOA hierover te oordelen. Maar is deze vraag helemaal niet meer aan de orde?

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1999

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Ingediende voorstellen onvoldoende gehonoreerd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1999

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's