De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De schepping in de prediking (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De schepping in de prediking (1)

5 minuten leestijd

Het waagstuk
Sedert in mei over de landing van de prediking in de gemeente door onze algemeen secretaris geschreven werd naar aanleiding van de zorgen daarover geuit door ds. J. Maasland, kwamen er reacties los. Geen wonder, die geuite zorg bleek velen te raken.
Ook niet-theologen reageerden. Van hun zijde is om te beginnen gezegd dat het gevoel en de kennis van de Schepper weg is uit onze samenleving door de geweldige ontkerstening. De schepping is dode materie geworden. De autonome mens is de maker en de onderhouder van alles. De kerk zou eraan meewerken door minachting van de schepping en de Schepper. De schepping wordt geacht het dode deel van God te zijn dat geheel buiten de zaligheid staat.
Over dat ene onderdeel, dat en hoe de schepping in de prediking en in het geloof naar Gods bedoeling te functioneren heeft, wil ik met u nadenken.

Gods openbaring
Het valt op hoe vaak in het Oude Testament gesproken wordt over duidelijke blijken, manifestaties zelfs, van Gods aanwezigheid. Nu stond om te beginnen de Israëliet in een totaal andere denkwereld dan de westerse mens in de twintigste eeuw.
De Israëliet leefde veel dichter bij de schepping. Hij wist zich er grotendeels afhankelijk van en hij voelde zich er veel meer mee verbonden. De schepping gold voor hem immers als de door God geschapen wereld. De moderne mens staat er op veel grotere afstand van.
Nu is niet alleen de schepping de door God geschapen wereld, maar ook terrein waarop Hij Zich zien en gelden laat. Vandaar dat de aanwezigheid van Hem ons in aanraking brengt met wat we wel noemen 'natuurverschijnselen'.

Verschijnselen
Wie in de Schrift ziet en hoort gesproken over de openbaring van God, komt in het Oude Testament vier verschijnselen tegen, die dikwijls worden genoemd als God Zich vertoont en wel: onder, bliksem, wind en storm. Onder de twee eerste verschijnselen kondigde God op de Sinaï Zijn heilige wet af, zie Exodus 19. In Deut. 4 wordt erop teruggegrepen, dus het moet iets geweldigs zijn geweest, Deut. 4 : 12. Tussen haakjes: veel jaren geleden beweerde een Leidse oudtestamenticus dat het onweer op de Sinaï niet meer was dan een vuurwerk, door de zwagers van Mozes aangestoken om het volk te imponeren! Ik vraag u…
Een bevende aarde, van regen druipende wolken, ze worden genoemd in Richt. 5 : 4 als begeleidende tekenen van Gods komst en aanwezigheid. Ook Psalmen als 18 en 29 – deze is wel eens 'de onweerspsalm' geheten – spreken daarvan. En dan is daar ook de verschijning van God aan Elia, 1 Kon. 19! Het blijkt dat de Schepper van hemel en aarde nauw betrokken is op de schepping en de verschijnselen die Hij kiest laten ook iets ervan zien Wie Hij is en hoe Hij optreedt.
Leerde Israël wel onderscheiden tussen God en de wereld zonder die met elkaar te vereenzelvigen, toch zag dit volk hoe nauw de schepping aan God gerelateerd is. Donder en bliksem, wind en storm en regen kunnen soms heel plotseling optreden en ze zijn majestueus. Maar door deze verschijnselen te gebruiken bij Zijn komst en aanwezigheid op aarde maakte Hij Zijn verhevenheid en onvergelijkbaarheid zichtbaar.
Een kind was eens tijdens een zware onweersbui in een kamer aan het spelen en vluchtte naar haar oma. Op haar vraag 'Oma, bent u niet bang', antwoordde zij 'Nee, lieverd, ik hoor de stem van mijn Vader'.
En daarvan vertelde ze aan haar kleinkind. Behalve dat God door bepaalde verschijnselen Zijn komst en aanwezigheid aankondigt en laat bemerken, is in het Oude Testament nog op een andere manier sprake van bekendmaking van Gods heerlijkheid. Wie van ons kent Psalm 19 niet 'de hemelen vertellen Gods eer…' enz. Hoe schoon is Psalm 104. Hoe blijkt Gods zorg over de natuur in Psalm 147. Adembenemend is dat God Job overstelpt met vragen over… ja… de schepping, verg. Job 38!
Wat zijn wij veel kwijt van wat Israël nog kende en besefte! Kosmos, de wereld en theos, God, worden door de psalmisten zo nauw met elkaar in verband gezien en gebracht. Niet dat het Oude Testament de ongebrokenheid van dp natuur zou leren. Een diep besef van de gebrokenheid van de schepping door de zonde is aanwezig, maar ook de leer van de verlossing, waardoor de schepping geheeld wordt en tot haar recht komt, denk aan die machtige profetie van 'de schepping van nieuwe hemelen en van een nieuwe aarde', Jes. 65.

Dicht bij de natuur
Hoe dicht leefde Israël bij de schepping als Gods wereld en hoe werd genoten van de zegeningen die de natuur voortbrengt. Daar was wel de richting van de Rechabieten, zie Jer 35, met hun afwijzende kritiek op de landbouwcultuur van Israël. Deze wilde het leven zoals dat in de woestijn geleefd was onder Gods zorgende hand, zeg maar de nomadencultuur invoeren. Maar deze bleef klein en betrekkelijk zonder invloed. Wijngebruik kan gevaren met – zich meebrengen, de wijnbouw zelf is nimmer veroordeeld.
Daar was een grote openheid voor de waarde van het leven in en van de schepping. Men kon en mocht ervan genieten, al moet men ook weer oppassen voor de genotzucht. De gunst van God kon men ook in 'het hier en nu' al zien, al is het foutief te stellen dat het Oude Testament slechts 'diesseitig' zou zijn, dus alleen maar weet hebben van wat in dit leven is en geschiedt, zonder naar 'de overzijde van dood en graf te kunnen wijzen.

Heilsverwachting
Dat Israël in het Oude Testament zo dicht bij de natuur leefde en voor dat volk de schepping bepaald niet dood was, blijkt ook hieruit, dat de heilsverwachting vaak getekend wordt met beelden van overvloedige vruchtbaarheid en paradijselijke schoonheid. Leed doen de schepselen elkaar niet meer aan. God is eeuwig in het midden van Zijn volk.

W. Chr. Hovius, Apeldoorn

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1999

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

De schepping in de prediking (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1999

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's