De juiste toonhoogte
Het ziet er naar uit dat na een tijd van stilte de SoW-storm weer opsteekt. De KOA is met haar adviezen om de bezwaarden tegemoet te komen naar buiten getreden. Aan de vooravond van deze storm verscheen de brochure van drs. W. Chr. Hovius onder de titel: 'Gij zijt, maar Ik ben'. Op zich geeft de titel al stof om over na te denken. Deze woorden, ontleend aan Ezechiël 34 : 31 zijn een eye-opener. De Heere God zet ons op de plek: 'Gij zijt "adam", mens'. Dat maakt ons bescheiden en uitermate voorzichtig. We zijn zo klein en zo beperkt. We verstaan en kennen slechts ten dele. Aan de andere kant hoor ik er een bemoediging in: Ik ben uw God'. Hoe diep het volk was weggezonken: 'Ik ben uw God'. Met vreze en beven doen we een appèl op Hem, op Zijn trouw.
Brochure
Niet alleen de titel geeft denkwerk, de hele brochure bewijst ons in de bezinning rondom onze positie in het SoW-proces goede diensten. Er zit een zekere weldadige bescheidenheid in die niet ten koste gaat van helderheid en beslistheid. Onze collega schreef een waardevol boekje waar ik hem zeer erkentelijk voor ben. De bezinning wordt boven de waan van de dag en boven allerlei krantennieuws uitgetild. We worden uitgenodigd om als leerling ons te zetten aan het onderzoek van de Schrift. Dat is de juiste toonhoogte. Zo krijgt ons denken over de weg van de kerk diepgang. Collega Hovius doet dat door de Schriften te openen en vanuit de Schriften het schriftgebruik zoals tot nu plaats vond te toetsen. Dat levert af en toe verrassende en waardevolle vondsten op. Het sterkst vind ik zijn brochure wanneer hij niet meer anderen toetst maar zelf enkele krijtstrepen aangeeft vanuit de Schrift in het moeizame proces en in de vermoeiende en ontluisterende verdeeldheid onder ons. In het discipel zijn én steeds weer discipel worden van de Schrift vallen ten laatste de beslissingen.
Wat mij betreft vraagt dat om meer. Ik nodig hem uit tot het schrijven van een volgend vlugschrift met opnieuw 10 bijbelstudies over andere bijbelgedeelten die ons in de doordenking van de vragen rond het kerk-zijn verder helpen. Ik ben zo onbescheiden hem vast enkele themata aan te reiken.
1. De vragen omtrent de continuïteit. Met de Reformatie zeg ik: 'Waar het Woord is, is de kerk'
2. De relatie tussen geloofs- en kerkleer waar collega Van der Sluijs over spreekt in het interview van vorige week vraagt vanuit de Schrift doordenking, de diepe en verstrekkende implicatie van de rechtvaardiging van de goddeloze.
3. Onze kerkelijke situatie van nu in het licht van Gods wereldwijde werk. Dat moet hem als bestuurslid van de GZB na aan het hart liggen.
Ik zie de vrucht van zijn voortgaande studie met spanning tegemoet.
In dit boekje reikt Hovius ons alvast materiaal aan dat ik graag in vele handen zou zien. Deze brochure leent zich ook uitermate goed voor een bespreking op uw kerkenraad. De gekozen vorm, die van bijbelstudie, brengt ons direct bij de bron en de norm van ons kerkelijk leven: de Schrift. In het licht van de Schrift zullen we steeds weer onze weg moeten toetsen, onze standpunten wegen, biddend om de leiding van de Heilige Geest. Ik kan me zelfs voorstellen dat het op een kring met gemeenteleden goede diensten kan bewijzen. De zaak van de kerk gaat ons allen aan. Het is niet alleen een zaak van predikanten en kerkenraden, maar ook van de gemeente.
De Bijbel open
Ging onder ons de Schrift voldoende en voldoende onbevangen open? Ds. Hovius antwoordt op beide vragen ontkennend. In het interview dat vorige week in de Waarheidsvriend stond zette hij dat scherper aan dan in de brochure: 'Ja, het getuigenis van de Schrift is onder de maat geweest. Men heeft gepoogd positie te kiezen om daarna naar het licht van de Schrift te zoeken.' Het is een vriend die je je gebreken toont! Beter, bijbels gesproken: 'De rechtvaardige sla mij, het zal mij weldadigheid zijn.' (Ps. 141 : 5). Als het waar is dat eerst positie is gekozen en daarna de Schrift pas openging, dan is dat uitermate schokkend. Dan is zelfs aan de intentie van de adagium van de Reformatie "Sola Scriptura" geen recht meer gedaan! Laat staan dat de Schrift het "absoluut primaat" heeft gehad of dat de Schrift juist is verstaan. Dan leven we helemaal bij een "abstractum van de Reformatie".'
Maar, als dat op dit terrein gebeurt moet je je ook afvragen of dat op andere terreinen ook niet gebeurt? In hoeverre zijn we echt verankerd in de Schriften en leven wij er uit als het gaat om het heil, maar ook als het gaat om de invulling van het gemeentelijk en kerkelijk leven. 'De herdersspiegel' waar collega Hovius zijn studie mee opent, spreekt op dit punt boekdelen. Het is een echte spiegel. Het kost tijd om er goed nota van te nemen.
'Ambtelijke zonden kunnen Gods ongenoegen opwekken over gemeente en kerk en de Heilige Geest belemmeren in Zijn werkingen.' Het 'ontdekkende' in paragraaf 1.4 is dat hij een aantal concrete voorbeelden geeft van het ontrouw zijn als herder. Als ambtsdragers worden we hier wakker geschud. Er zit een profetisch element in dit stukje dat we op onszelf moeten toepassen. Overigens is de spiegel die 'de schapen' wordt voorgehouden niet minder ontdekkend. Wanneer ik naast deze twee studies die over Johannes 17 (een licht dat staat te branden als een vuurbaak midden in de verdeeldheid van de kerk) leg, dan kom ik onder de indruk van Gods heilige wil en van de gebrokenheid van onze situatie. We zijn met deze studies, deze schriftgegevens zo maar niet klaar. Het pleidooi van onze broeder is krachtig: 'Terug naar de bron, terug naar de Schrift'. Dat is de enige begaanbare weg in de crisis van de kerk. Horen naar en preken van het Woord.
Toetsing
De auteur toetst het gebruik van een aantal bijbelgedeelten van hen die zich over het SoW-proces hebben uitgelaten in onze flank van de kerk. Die gedeelten heeft hij bewust gekozen. Er zit ook iets fragmentarisch in die keuze. Er zijn er meer gebruikt. Die toetst hij niet. Waarom niet? Ik heb wel eens Romeinen 15 : 6 gehoord en gelezen: 'Opdat gij eendrachtig, met één mond', verheerlijkt én belijdt. Ik denk aan '… bewaar het pand u toebetrouwd' (1 Tim. 6 : 20) en verder aan Samuël die in Silo bleef ondanks het diepe verval in de tijd van Eli en zijn zonen. Ik denk aan de uitstorting van de Heilige Geest in de tempel te Jeruzalem. De stad waar kort tevoren was geroepen: 'Kruist Hem', de stad waar klonk: 'wij hebben geen koning dan de keizer', en waar zodoende een radicale streep werd getrokken door de grondbelijdenis van Israëls bestaan. In deze gedeelten zitten wellicht ook aanwijzingen voor ons nu in de gebroken situatie van ons kerkelijk leven.
Terwijl ik het interview las kwam een volgende vraag bij mij boven: Wij zijn niet de eersten die in de Schriften zoeken hoe we in een gebroken en geschonden kerkelijke situatie hebben te staan. Anderen voor ons hebben ook in de Schrift antwoorden gezocht. Want, hoe uniek de situatie ook is, volstrekt uniek is ze niet. Wie het historisch denken over het hoofd ziet en 'onbevangen' de Schrift leest alsof hij de eerste is die de Schriften leest, vergist zich. We staan op de schouders van de kerk der eeuwen, in het spoor van velen voor ons die de Schriften hebben gelezen. Daarom is het juist om te zoeken hoe in de kerkgeschiedenis met de Schriftgegevens is omgegaan in de ecclesiologie. Ik denk aan Calvijn, Voetius, Wilhemus à Brakel, Groen van Prinsterer, ik denk aan de tijd van de Afscheiding en van de Doleantie. In het vervolg van het interview vond ik juist een sterk pleidooi voor historisch denken. Bijbels denken sluit het historisch denken niet uit, maar juist in. God schrijft geschiedenis door middel van, maar ook in Zijn kerk. Wij vormen een fragment in Gods werk door de eeuwen heen, in Zijn wereldwijde werk.
Werkwijze
De kracht van de brochure die collega Hovius schreef ligt in het geduldig luisteren naar de Bijbelse gegevens. Hij zoekt naar de tekst en naar de context. Hij exegetiseert, doordenkt de consequenties van een bepaalde exegese en trekt vervolgens lijnen naar onze kerkelijke situatie. Dat werpt op het bijbelgedeelte en op de toepassing ervan soms verrassend licht. Daarbij gaat hij vanuit het Oude Testament uitermate zorgvuldig te werk. Dat lijkt me geboden. Een beroep op het Oude Testament voor je visie op de kerk is mogelijk, vanuit de gedachte van de eenheid van de Schrift en vanuit de centrale notie van het verbond. Hoewel, daarover vond ik niets in zijn boek. Wellicht houden we dat nog tegoed van hem. Maar, er liggen valkuilen wanneer we ons op het Oude Testament beroepen voor onze visie op de kerk. Daarom doet de voorzichtigheid van Hovius mij weldadig aan. Hij waarschuwt ons zeer terecht voor een identificatie van Israël of Juda met de Nederlandse Hervormde Kerk. 'Bij gelijkstelling van de Nederlandse Hervormde Kerk aan Israël en Juda gaan we verkeerd' (p. 11). We leren hier bescheidenheid in ons kerkelijk denken. 'Onze plaats in de kerk is niet bij goddelijke wetgeving bepaald maar onder Zijn leiding in de geschiedenis van ons land en volk tot stand gekomen' (p. 14). Dat ben ik hartelijk met hem eens. 'Wij zijn Israël niet' (p. 9). De context, Gods eigen uitverkoren volk en het profetisch tegoed van het Oude Testament moeten we uitermate goed in de gaten houden. Wanneer God trouw is aan Zijn eigen volk dan rust dat in Zijn verkiezing. Hij heeft het beloofd. Zijn beloften zijn getrouw en Hij doet ze gestand aan Zijn volk. In die zin is er geen belofte voor de kerk der vaderen. En zou het ook zo ver kunnen komen dat de Heere zegt: 'Wat Ik geplant heb ruk Ik uit, en wat Ik gebouwd heb breek ik af'. Dat zijn overigens ingrijpende woorden vol van de dreiging van het oordeel.
Oefening
Hovius biedt ons een oefening in zorgvuldige exegese. Dat is de kracht van zijn boek. Tegelijk ligt daar ook mijn vraag. Trek je vanuit de Oud-Testamentische geschiedenissen of profetieën lijnen naar de kerkelijke situatie van nu dan kun je niet elk facet uit het bijbelgedeelte overbrengen. Dat is onmogelijk. Het is hier net als met gelijkenissen: het gaat om de kern, de pointe. En vanuit die optiek bezien kan ik wel het één en ander met de gedachte van oordeel en van ballingschap. 'Deze (de Nederlandse Hervormde Kerk) wordt niet gewelddadig van buiten af door vreemde machten verwoest of eenvoudig voor 'opgeheven' verklaard. Deze gaat immers per synodaal besluit door en op in een nieuw te vormen, verenigde kerk' (p. 10). Dat geef ik graag toe. Tussen de regels door pleit de auteur hier voor een zuiver kerkelijk denken. Op p. 15 onderstreept hij dat nog eens met grote nuchterheid. Waarvan acte! Dat neemt niet weg dat er naar ons gevoelen duidelijk elementen in het hele proces zitten waarin je ervaart: 'vreemde' machten overheersen, de macht van het getal, het dwangmatige in het hele proces, de moderne theologie. En: we hebben het verdiend!
Nee: in zulk soort situaties kun je beslissingen en keuzes niet zo maar regelrecht op een Schriftgedeelte funderen en toepasbaar verklaren (p. 11). En toch daar, in de Schrift zoek je houvast, zoek je aanwijzingen, zoek je naar situaties die een punt van vergelijk vormen in situaties van overmacht en van schuld en van verwarring. En dat punt van vergelijk zit hem vooral daarin dat we in zo'n moment letten op God en Zijn doen. En, dat we biddend aftasten wat ons te doen staat in de voor ons liggende weg.
Ten slotte
Hovius besluit in het nawoord met een bede en ik sluit er met heel m'n hart bij aan: 'God ontferme Zich over de kerk, die we zo hartelijk liefhebben, richte deze op uit diep verval en doe haar gereformeerde kerk blijven.'
G.D. Kamphuis, Amstelveen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1999
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1999
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's