Op je post blijven is blijven bij het fundament
Vorige week plaatsten we een interview van de hand van drs. P. J. Vergunst met de predikanten W. Chr. Hovius en C. A. van der Sluijs over de brochure van de hand van deze predikanten inzake SoW. Aangekondigd werd, dat de predikanten L. W. Ch. Ruijgrok, voorzitter van het Comité tot behoud van de Nederlandse Hervormde Kerk, en G. D. Kamphuis, voorzitter van de Gereformeerde Bond in dit nummer zouden reageren op de brochure van ds. Hovius, die dezer dagen is verschenen. Bijgaand treffen de lezers de twee bijdragen.Red.
Twee opmerkingen vooraf
1. Allereerst mijn hartelijke dank aan de redactie van 'de Waarheidsvriend' voor de ruimte die mij als vertegenwoordiger van het Comité tot behoud van de Nederlandse Hervormde Kerk is geboden om op de nieuwste brochure van ds. Hovius te reageren. Temeer omdat hij in deze uitgave (vooral) kritische vragen stelt bij het standpunt van het Comité en de visie van de Gereformeerde Bond inzake SoW positief-kritisch omhelst.
2. In de tweede plaats wil ik mijn grote waardering uitspreken voor het feit, dat ds. Hovius de discussie wil voeren op de toonhoogte van de Schrift. Er zijn vanuit de geschiedenis die God met Zijn kerk in de Nederlanden is gegaan vele kanttekeningen te plaatsen bij SoW, maar uiteindelijk dient de Schrift ook in dezen het laatste en beslissende woord te hebben. En zeg ik: de Schrift, dan bedoel ik dat het ook hierin aankomt op de vraag: tot welke gehoorzaamheid roept ons de Koning van de Kerk?
Een ontdekkende inzet
Ds. Hovius zet zijn brochure op een ontdekkende wijze in. Een korte exegese van Ezechiël 34, waarin zowel aan de 'herders' (hoofdstuk 1) als aan de 'schapen' (hoofdstuk 2) de spiegel wordt voorgehouden. Wie met door de Geest geopende ogen in deze spiegel ziet, kan niet anders dan diep beschaamd zijn ogen neerslaan. Staande in de verscheurdheid en verbrokenheid van het kerkelijk leven behoeven we niet te wijzen naar deze of gene, maar hebben we genoeg aan onszelf. Hier staan wij allen schuldig.
Eén citaat – het is me uit het hart gegrepen: 'Wijlen ds. G. Boer zag eens, aan de rand van de dood gekomen, tranen in de ogen van Christus over Zijn kerk, de handelwijze van ambtsdragers en het gedoe van gemeenten' (blz. 7). En de vragen die ds. Hovius hieraan verbindt, dienen we allen ter harte te nemen: Wekken we op deze wijze niet Gods toorn op? Werken we er zo niet aan mee, dat God de kandelaar van Zijn Woord uit ons midden wegneemt en elders plaatst? Dit dient ons in de huidige crisis inzake SoW des te voorzichtiger te maken, opdat we Hem niet nog meer zullen bedroeven, maar een weg zullen gaan die Hem welbehagelijk is. Zo alleen is er toekomst. Immers: Wie zijn weg wel aanstelt, die zal Ik Mijn heil doen zien' (Ps. 50 : 23).
Een oordeel van God
Eén grondovertuiging hebben het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond, de kringen rond het Gekrookte Riet en het Comité tot Behoud van de Nederlandse Hervormde Kerk intussen met elkaar gemeen, namelijk dat in de ontwikkelingen rond SoW iets zichtbaar wordt van Gods oordeel. Ook ds. Hovius onderschrijft deze analyse, maar verbindt er de terechte vraag aan: 'Leefden we dat ooit in en leven we het ook nu in?' (blz. 9) Immers, dit oordeel gaat niet allereerst over een ánder, maar over onszélf. Over ónze persoonlijke, ambtelijke en kerkelijke zonden. De vraag klemt: hoe hebben we daarin te staan?
Hij gaat allereerst in op de visie: we hebben SoW niet begeerd, we hebben ons er met hart en ziel tegen verzet, maar als onze synode toch tot fusie besluit, hebben wij onder dat oordeel te buigen en dienen we ons 'in ballingschap' te laten meevoeren 'naar een ons wezensvreemde kerk' (hoofdstuk 3). Hij voert meerdere redenen aan waarom dit Schriftberoep niet kan. Eén ervan zou ik in dit artikel willen onderstrepen: Israël werd 'overruled' eerst door Assyrië later door Babel. Men had geen keus. Men werd met geweld gedwongen mee te gaan. En, zo stelt ds. Hovius, zo is de situatie ten aanzien van SoW toch bepaald niet.
Inderdaad, geen gemeente(lid), geen ambtsdrager, geen classis kan gedwongen worden mee te gaan als onze generale synode onverhoopt tot fusie besluit. Datgene wat ter synode wordt beslist, is weliswaar in principe bindend voor heel de kerk, maar dat neemt niet weg dat elke kerkenraad en classis de bevoegdheid en plicht heeft om haar besluiten te toetsen aan Gods Woord. Neemt een synode besluiten die tegen Gods Woord ingaan, dan had om te beginnen zo'n besluit nooit genomen mogen worden, maar dan hebben we bovendien naar de orde van Schrift Gode meer gehoorzaam te zijn dan de mensen (Hand. 5 : 29, vgl. NBG art. 7 en art. 32). Niemand verschuile zich dus achter 'overmacht'. Meegaan is een principieel-vrijwillige keuze. Temeer klemt dus de vraag: wat is Gods weg?
Op je post blijven
Ds. Hovius is daar niet onduidelijk over: hij meent dat als SoW doorgaat wij 'op onze post hebben te blijven'. En hij bedoelt dan: op onze post in de nieuw te vormen kerk (blz. 25). Hij hanteert daarvoor argumenten zoals die decennialang in hervormd gereformeerde kring zijn gebruikt om tevenover de afgescheidenen ons blijven in de diepvervallen Nederlandse Hervormde Kerk te verdedigen. Zoals 'het ware Godsvolk' de tempel niet verliet, 'noch de profeten opriepen tot tempelmij ding', ook al was de eredienst in Jeruzalem zeer vervallen, zo mogen ook wij niet voortijdig heengaan.
Tegen deze redenering heb ik zeer ernstige bezwaren. Want wie meegaat, gaat juist wél heen en verlaat juist wél zijn post. Ds. Hovius vergeet namelijk één ding – en het is een analyse die ik in deze brochure pijnlijk heb gemist: wie participeert in de nieuw te vormen kerk, komt te staan óp en wordt gebonden áán een andere grondslag dan waarop hij nu staat. Bovendien, die nieuw te vormen kerk is niet slechts de facto (feitelijk, zoals de Hervormde Kerk nu), maar ook de jure (rechtens) een pluraIe kerk. Dat betekent, dat een van de voorwaarden voor het lidmaatschap van de toekomstige kerk is, dat ik ook al die andere overtuigingen inzake leer en leven 'erken en respecteer' als legitieme vormen van kerk-zijn. Kan dat? Mag dat? We hebben vroeger altijd gezegd: Nee, om 'Gods wil en om des gewetens wil' kunnen we dat niet (vgl. Open Brief, januari 1996).
Niet terecht
In dit licht is ook ds. Hovius' beroep op 'de ontaarde eredienst' (hoofdstuk 7), zoals we die in het Oude Testament meermalen aantreffen, niet terecht. Immers, de vromen hebben die 'ontaarde' vormen van eredienst nooit erkend. De profeten evenmin. Laat staan dat ze daar een kerkelijk verbond mee hebben gesloten. Om diezelfde reden is ook het beroep op de 'breuk tussen tempel en kerk' (hoofdstuk 8) en in het verlengde daarvan op Luther ondeugdelijk. Want niet de vrijheid tot de verkondiging is de kern van de kwestie, maar het gegeven dat ik deze vrijheid in de nieuwe kerk alleen dán ontvang als ik eerst haar bredere grondslag aanvaard en daarnaast ook alle andere vormen van belijden, prediken, sacramentsbediening, huwelijksinzegening, etc. erken en respecteer als wettige vormen van kerk-zijn. M.a.w. – en helaas zwijgt ds. Hovius daarover: het is een vrijheid onder voorwaarde.
Een voorwaarde die in de jongste stukken van de KOA (november 1999) ondubbelzinnig wordt onderstreept: je in de nieuwe kerk exclusief gebonden achten aan de gereformeerde confessie? Kan niet! Slechts daaraan gehouden willen worden? Kan niet! Niet erkennen en respecteren van wat naar jouw diepste overtuiging in strijd is met Gods Woord? Kan niet! M.a.w.: wie deel wil uitmaken van een plurale kerk, moet haar pluraliteit ook principieel aanvaarden. En ik dacht, dat wij het er allen(!) over eens zijn, dat dit laatste niet kan. Dat dat een onmogelijke eis is. Maar hoe dan?
Verootmoediging en wederkeer
Ik kom terug op het aspect van het oordeel. Als SoW inderdaad een oordeel van God is, waaronder wij hebben te buigen, wat houdt dat 'buigen' dan in? Schriftuurlijk gezien toch niet alleen verootmoediging, maar ook wederkeer! Toegepast op de kerkelijke situatie van nu: je één weten met de nood van de kerk, je één weten met de schuld van de kerk, maar dan vervolgens niet samen verder op een weg die indruist tegen Gods Woord, maar terug! Terug naar de fundamenten, zoals die door God Zelf zijn gelegd in de Schrift en (als kernachtige vertolking daarvan) in de gereformeerde confessie. En daarbij gebléven!
Dit is geen 'afscheidingsdenken' (hoofdstuk 9), maar het verlangen om in diepe afhankelijkheid van de Koning der Kerk trouw te zijn aan het apostolisch vermaan: 'O Timotheüs, bewaar het pand u toebetrouwd' (1 Tim. 6 : 20). En zo ook trouw te zijn aan dat wat we in het uur van onze geloofsbelijdenis en ambtsaanvaarding de Drie-enige God als onder ede hebben beloofd. Een gedachte die niet als eerste is uitgesproken door het Comité, zoals ds. Hovius doet voorkomen (hoofdstuk 5), maar door ds. C. van den Berg (de toenmalige voorzitter van de Gereformeerde Bond) in de nog altijd gedenkwaardige ambtsdragersvergadering te Putten in 1992. En als aanvulling op het (halve) citaat, dat ds. Hovius in dit verband van ds. J. van Sliedregt geeft, citeer ik hem verder: 'Op het heilig erf der kerk moet elk verzekering met de eed gelijk gesteld worden'. En hij besluit: 'Hoe ontzettend is het met dat jawoord te spelen' (Catechismusverklaring dl. 5, blz. 140/141).
L. W. Ch. Ruijgrok, Monster
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1999
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1999
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's