De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De schepping in de prediking (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De schepping in de prediking (2)

7 minuten leestijd

Een bijbels wereldbeeld?
Het behoeft geen nader betoog dat Israël ten tijde van het Oude Testament een wereldbeeld heeft gehad en gekend dat ook de oud-oosterse volken kenden. In dat beeld is de aarde een groot, plat vlak, dat van alle kanten omgeven is door water in een grote wereldzee tezamen gebracht en dat ook op de wateren, die er beneden liggen, rust. De wolken- en sterrenhemel staan als een heel grote koepel daaroverheen. Daarboven is de hemel der hemelen, waar God woont. Moet men nu vaststellen en ook in de prediking onderwijzen en erop hameren, dat dit het bijbels wereldbeeld is, in de zin van door God als waarheid aan ons geopenbaard? En dat dus de (wetenschappelijke) stelling, dat de aarde een globe, een bol is, die draait om de zon, hoogmoedige en schadelijke wijsheid is? Geldt het eerste in de kerk en het tweede in de school? Zijn er een bijbels en een natuurwetenschappelijk wereldbeeld die met elkaar in strijd zijn en niet allebei waar kunnen zijn? De vraag stellen is haar beantwoorden, dacht ik.
In de Schrift wordt uitgegaan van de ervaringswerkelijkheid. Wij ervaren en zien natuurlijk niet dat de aarde een wereldbol is. Eenzelfde voorbeeld kan worden gegeven, wanneer we in de Bijbel lezen 'en het land naderde'. Dat is geen deel van Gods openbaring. Zo wordt het ervaren, als men zich op een schip in volle zee bevindt. Dan ervaart men dat het land steeds dichterbij komt. Maar in werkelijkheid blijft het gewoon liggen waar het altijd al lag.

De bijbelse boodschap!
Wel van belang is echter dat Israël aan de volken heeft verkondigd als openbaring van de levende en enige God, dat deze wereld door de ene, heilige en liefdevolle God geschapen is. De tekening van de schepping van de wereld, bijvoorbeeld in Genesis 1 en 2 is tegelijk belijdenis, verkondiging. En de christelijke gemeente heeft dat van Israël aangereikt gekregen. En die boodschap is van het allergrootste belang, ook voor ons. De natuur of schepping mag gezien worden als een eenheid. Er is een heel bijzondere betrekking tussen God en de wereld. Zijn scheppingswerk. Daarom zit het kwaad, de zonde, ook niet in de stof, in de natuurlijke gaven en krachten. Dat is veelmeer Grieks, heidens, dan bijbels denken, dat in de kerk veel kwaad heeft gedaan en schade heeft berokkend. Aan een doperse mijding ontkwam men niet. De zonde zit niet in de natuur maar wel in de mens, die van zijn Schepper afviel en in zijn totaal bedorven hart en wil. God heeft Zijn schepping, ook de mens, gewild. Ik mag er van Hem zijn. Een tragische levenshouding waarbij men oordeelt 'mijn leven is maar een lot, ik ben op de wereld gezet of in de wereld gesmeten' is aan de Schrift ten enenmale vreemd!
Maar het bestaan is door de zonde gebroken. Ik ben een verloren mens vanwege de val van God af. Maar God zoekt het verlorene. Hij gaf Zijn eigen Zoon tot zaligheid van zondaren en tot verlossing ook van de schepping, die door onze schuld dienstbaar is aan de verderfenis, Rom. 8 : 19-23. Maar het treft ons telkens weer hoe majestueus en verheven de oudtestamentische visie, als ik dat zo mag zeggen, op de natuur en op de wereld is. Denk eens aan bijbelgedeelten zoals Psalm 104 en Jesaja 40-45. Daar is de schepping zeker niet 'het dode deel van God'! Maar er is ook een blijde toon in deze gedeelten te horen, al klinkt deze getemperd, niet alleen omdat de natuur zo mooi is en het terrein is waarop God Zich ook manifesteert, maar omdat de Schepper, de God van Israël ook zo goed en heel bijzonder is.

Meteen al theologische motieven
Dat de Schrift aanvangt met Genesis en niet met Exodus, is niet toevallig! Het laat zien dat de schepping er niet is om de verlossing, eerder omgekeerd. Reeds dat motief is van belang voor de verkondiging en voor de visie op wereld en leven.
Maar ook reeds in Genesis 1 worden ons enige noties aangereikt die ook voor de prediking van belang zijn. Ik noem er enige:

1. het motief van orde en saamhorigheid
De opbouw van heel de wereld geschiedt in zes dagen, beter gezegd, in 2x 3 dagen, die ook nog onderling op elkaar afgestemd zijn. God is als Schepper een God van orde. Niet willekeurig gaat Hij te werk, maar er zit 'lijn' in Zijn werken. Steeds komt dat terug. Ook in de herschepping werkt de Heere ordelijk. Niets staat bij Hem schots en scheef door elkaar heen. We spreken ook van 'de orde des heils', denk ook aan Rom. 8 : 29 en 30, zonder dat we daarmee Gods werken in een systeem kunnen persen of schematiseren. En er is bij Zijn scheppingswerk onderling verband tussen wat Hij doet en geeft zoals Hij ook op het terrein der genade door Zijn Geest geestelijke dingen met geestelijke samenvoegt, zie 1 Kor. 2 : 10vv.

2. het motief van afwijzing van valse religie
Dat eerst op de vierde dag de lichtdragers verschijnen, zon, maan en sterren, terwijl God op de eerste dag het licht doet komen, laat zien hoe vals de oud-oosterse godsdienst van verering van de planeten, ook wel 'astraalreligie' genoemd, is. Zovelen aanbaden in het oude oosten zon, maan en sterren als machten die het leven beheersen en het lot bepalen. Maar de Schepper van hemel en aarde staat boven de hemellichamen. Hij is er niet van afhankelijk, integendeel. Hij bestuurt hun loop en wending. Daarmee is ook afgerekend met de moderne religie van horoscopen etc, waarbij 'ons lot in de sterren zou zijn geschreven'. Een waarschuwing tegen verering van het occulte is in de prediking wel op zijn plaats!

3. het motief van 'Gods getal'
Reeds bij de aanvang van Genesis 1 poneert en predikt God Zichzelf als 'de grote Schepper aller dingen. God, de Vader, schept sprekend. Het Woord, bij het licht van Joh. 1 naast Gen. 1 is de Zoon en de Heilige Geest 'zweefde over de wateren'. De schepping is alzo werk en manifestatie van de Drie-Enige!
Dat getal drie komt steeds weer terug, ziet u maar: er zijn tweemaal drie dagen; er zijn drie soorten planten of gewassen die worden genoemd; drie diersoorten worden op de vijfde dag genoemd, vs. 21 en drie soorten dieren worden in vs. 24 genoemd: 'vee en kruipend gedierte en wild gedierte'. Er zijn op de vierde dag ook drie soorten hemellichamen: zon, maan en sterren. Het is alsof God daarmee wil zeggen: achter al die schepselen ben Ik aanwezig. Ik doe hen komen en leven en voortbestaan. Hoe machtig kan ook het loflied op God Drie-enig rijzen uit en vanwege de werken van Zijn handen in de natuur.

4. het motief van 'het scheppen' zelf
Wie vergelijkt hoe God bezig is op de eerste drie dagen en de tweede drie, ziet een duidelijk onderscheid. Bij de werken van de eerste scheppingsdagen ligt het accent sterk op het ordenen, het scheiding-maken (tussen licht en donker; tussen boven en beneden, tussen water en land). Maar in de tweede reeks van drie dagen zien we de komst en de opbloei van planten en gewassen, het dierlijk en het menselijk leven. Dan 'maakt' God de wereld. En de mens is daarbij Zijn pronkstuk, geformeerd uit het stof der aarde naar Zijn beeld en gelijkenis en bekleed met heerschappij over al het geschapene.

W. Chr. Hovius, Apeldoorn

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1999

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

De schepping in de prediking (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1999

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's