Uit de pers
Vitaliteit van gereformeerde orthodoxie
Op de laatste zaterdag van november hield de RRQR een congres over het thema De vitaliteit van de gereformeerde orthodoxie. De congresorganisatoren gaven aan, dat het de bedoeling was de vraag aan de orde te stellen of de gereformeerde orthodoxie nog voldoende kracht bezit om een factor te zijn in de 21e eeuw. Uitgenodigd waren prof. dr. A. van de Beek en dr. A. J. Plaisier met als opdracht: geeft u eens antwoord op deze vraag in de vorm van een advies aan de Gereformeerde Bond. Vertegenwoordigers van andere gereformeerde kerkverbanden kunnen dit dan wel doorvertalen naar hun eigen situatie.
Voorafgaand aan het congres verscheen in het orgaan van de RRQR Wapenveld (oktober 1999, jaargang 49 nr. 5) een uitvoerig gesprek met dr. ir. J. van der Graaf onder meer naar aanleiding van het thema. We citeren er twee fragmenten uit.
'Als we Van der Graaf de vraag voorleggen hoe het voelt om zowel het vernieuwde elan in de jaren zeventig – mede gevoed door het gevoel samen front te moeten maken tegenover allerlei niet gewenste ontwikkelingen – te hebben meegemaakt – en daaraan zelf ook een bijdrage te hebben geleverd – als nu de desintegratie van diezelfde kring te moeten meemaken, reageert hij opvallend rustig. "We hebben een catharsis, een loutering nodig. Met elkaar beleven hoe diep het gaat, over de grenzen van de kerken heen. We hebben soms hele ferme woorden gesproken naar andere delen van de kerk. Heb ik zelf ook gedaan. Overal wordt geklaagd over polarisatie en geesteloosheid. Dat was begin jaren zeventig anders. Ik had een goed contact met ds. A. Vergunst, een vooraanstaande predikant in de Gereformeerde Gemeenten. Het was een tijd van intensieve bezinning. De oudgereformeerde ds. J. van der Poel heeft in de Waarheidsvriend geschreven. Plannen voor een sociale academie werden ontwikkeld. Daarvoor richtten we een comité op en gingen we uit spreken om de achterban in beweging te krijgen. Je stond op kansels van de Gereformeerde Gemeenten en je bracht veel geld mee naar huis. Dat was een bloeitijd en die is weg. De mensen zijn gebleven, maar het is wel weg. Ontzag voor namen is weg. Mede door allerlei maatschappelijke ontwikkelingen als emancipatie en individualisering is het elan weggeëbd.
Het gereformeerde leven is nu opgedeeld in allerlei appartementen. Gelukkig zijn er nog persoonlijke dwarsverbindingen. Maar iedereen probeert zijn hachje te redden. Dat hangt ook samen met de diepe secularisatie waar we mee te maken hebben. Laten we houden wat we hebben, wordt er dan gedacht."
Loopt de gereformeerde gezindte niet gewoon een generatie achter op ontwikkelingen die de rest van de kerk (en de samenleving) al eerder troffen? "Het lijkt er wel op. We maken een diepe crisis door. Wat we moeten kwijtraken is veel gereformeerde verstandelijkheid. Zijn we wel zo bevindelijk? De discussies over verbond en verkiezing zijn volstrekt rationeel geworden. Preek liever de verkiezende God dan de verkiezing. Met de verkiezende God hebben onze vaderen de 80-jarige oorlog gewonnen, niet met '''de verkiezing'''. Preken is geen dogmatiek. In de preek mag het schilderij weleens scheef hangen. Wil het Woord landen, dan moet de prediker de mens kennen in zijn legering. Dat is een andere legering dan die van het voorgeslacht dat 's avonds op het bankje voor het huis keuvelde met de buurman.
Ook de gereformeerde gezindte is in modern vaarwater geraakt. Restauratie kan volgens mij niet de oplossing zijn. Ik ben door en door gereformeerd gebleven. Om mij heen heb ik wel mensen zien afhaken. Dat gaat me zwaar aan het hart. Ik heb zelf nooit enige aanvechting om in een andere hoek van de kerk terecht te komen. Wel heb ik een grote hartstocht om met iedereen in de kerk te communiceren. De weiger om me in eigen kring te laten opsluiten, al ben ik er wel helemaal van.'''
Van der Graaf laat op de hem bekende wijze weten in wezen geen man van de groep te zijn, maar veelmeer een man van de kerk. Meerdere keren citeerde hij woorden van de vroegere voorzitter van de GB ds. G. Boer: Laat de Bond sterven als de kerk maar groeien mag.
'Daarom sta ik voor de kerk, niet voor een beweging. Ik hoop en geloof dat het gereformeerde tot een hertaling, een herijking komt, door een catharsis heen, een innerlijke loutering. In de weg van het Woord. De zie het ook gebeuren. Dit jaar deden in onze gemeente in alle wijken mensen belijdenis die op volwassenen leeftijd zijn gedoopt.
Ik ben diep overtuigd van het Sola Scriptura. De Geest werkt niet als het Woord niet aan het woord komt. Maar het gaat wel om de mens en de context waar hij in leeft. Minder dan anderen ben ik onder de indruk van de tijdgeest. De Geest komt elke tijdgeest te boven. Er gebeurt nog wel degelijk iets. Ik zie ook dat veel predikanten echt worstelen om dicht bij de mensen te komen.
Er zijn natuurlijk ook predikanten die zich in goeie zin niet zo druk maken om deze tijd. Die een beetje lijken op de vrouwen van Bavinck. Bavinck zei eens jaloers te zijn op vrouwen bij de wastobbe die zich niet aftobden met zijn problemen. Maar er zijn ook dominees die aan het front staan, in stadsgemeenten waar de gemeente een restgemeente wordt. Daar zie je een heroriëntatie. Dat vind ik prima. Als de gereformeerde oernoties maar behouden blijven. Zonde en genade, schuld en verzoening zijn de polen waar het ten diepste in het hele leven om draait. Gereformeerd is christelijk op zijn best.
Het gereformeerde heeft het in zich om ook in deze tijd vernieuwing te geven. We moeten dan wel sjablonen loslaten. Geijkte termen, dierbare gedachtegangen, ze zullen verdampen. Als het morgen uit een andere hoek komt, moeten we het wel opmerken. Antoine Bodar heeft een goede neus voor wat er in de Reformatie gebeurde. Zijn boekje Drinken van de Beker heb ik op een aantal zondagmorgens met veel genoegen gelezen, kritiek ten spijt. Over Eindelijk thuis van Henri Bouwen ben ik minder enthousiast.'''
Van der Graaf blijkt zelf nog vitaal genoeg te zijn. Toch zal hij binnenkort plaats en taak aan een ander overdragen. Een tijdperk zal daarmee voor de Bond worden afgesloten. Maar zal de gereformeerde orthodoxie vitaal genoeg zijn om ook in de 21e eeuw zijn kracht te bewijzen?
Nog vitaal genoeg?
Op genoemd congres hielden Van de Beek en Plaisier beiden indrukmakende referaten. Het waren 'ontdekkende preken', bij bevindelijk-gereformeerden immer geliefd. In het Nederlands Dagblad van 30 november stond een bekorte en bewerkte versie van het referaat van prof. Van de Beek te lezen. Na eerst in een zestal punten het bijzondere van de gereformeerde theologie te hebben verwoord, waarbij de persoonlijke relatie met God altijd weer centraal staat, gaat prof. Van de Beek in op de vraag wat er volgens hem moet veranderen wil dit gereformeerde vitaal blijven en dan zegt hij dit:
'1. We moeten minder gericht zijn op de kerkelijke organisatie.
2. We moeten minder gericht zijn op het getal. Het gaat er niet om of we veel mensen hebben, het gaat erom of deze mensen leren leven met God in Christus door zijn Geest. Ik geloof nog steeds dat mensen komen om de waarheid en niet om hun gelijk. En als ze niet voor de waarheid komen, dan moet je ze toch de waarheid zeggen.
3. We zullen dus weer ergens voor moeten staan. We moeten gewoon minder bang zijn. Dat kan alleen als we ergens van overtuigd zijn. Zonder ervaren waarheid die de moeite waard is, zijn we nietszeggend.
4. We moeten weer vragen durven toelaten. Dat zijn de vragen die opkomen in ons hart. Geloven is niet vanzelfsprekend. Het is ook geen moeten, want liefde kun je niet dwingen. Alles wat in de weg staat moet gezegd kunnen worden.
We moeten ook weer vragen durven toelaten bij de Schrift. Ananias en Saffïra en de 42 kinderen bij Eliza staan ook in de Schrift – net als de kinderen van Jericho die allemaal werden uitgeroeid in een etnische zuivering. Ik heb daarop geen antwoord, maar je kunt niet een groot stuk van de Bijbel voorbijlopen. Dat geldt ook voor de relatie van bijbelse geschiedenis en seculiere geschiedenis en voor de dingen die in de Bijbel niet kloppen – of alleen niet kloppen op het eerste gezicht. Maar dat laatste moet je niet te gauw zeggen.
5. We zullen ons niet moeten richten op uiterlijkheden. De hoed in de kerk, de lange broek, het gezang, de vrouw in het ambt. Voor velen zullen dit helemaal geen uiterlijkheden zijn. Maar ze zijn evenmin inhoudelijk bespreekbaar. Ze worden heilige huisjes waarop het geloof is gebouwd. Als ze echter al betekenis hebben, dan helemaal aan het eind. Als vraag mag alles opkomen. Maar wie meent in deze dingen het antwoord gevonden te hebben, heeft nog nooit de wolken en donkerheid van de heilige God ontmoet en daarom ook nooit de genade van Christus. Daarom wil ik de lijn van de uiterlijkheden nog wel verder trekken. Wie begint met de ethiek, laat staan de moraal, begint zonder meer aan het verkeerde eind. Die begint met de heiliging zonder wedergeboorte en belandt dus in het wetticisme. Dat is er veel in de gereformeerde gezindte. Dat moet te denken geven over de vitaliteit van de gereformeerde traditie. Het is in ethische kwesties telkens weer zoeken, en van elke beslissing weten dat die uiteindelijk fout was en daarvan dan toch belijden: "Hij leidt mij in de rechte sporen om zijns Naams wil". De gereformeerde gezindte weet mij vaak te veel van ethiek en politiek en houdt zich vooral daarmee te veel bezig, met veronachtzaming van waar het allereerst op aankomt: God kennen en jezelf kennen.
6. Kennis van de cultuur. Voluit onze cultuur kennen en onderkennen dat die op alle manieren in ons denken, voelen en oordelen aanwezig is. Dat geldt ook voor de afwezigheid van God in onze cultuur. Op het moment zie ik twee bewegingen in de gereformeerde gezindte: afwending van de cultuur zonder te doorzien wat die cultuur is. Daarbij wordt niet onderkend dat je de cultuur niet kunt ontvluchten. En aan de andere kant zie je een poging om in gesprek te komen met de cultuur. Daarbij wordt ook de ware aard van de cultuur van de Verlichting niet onderkend als een in zichzelf gesloten systeem, zonder openheid naar God. Pogingen tot verzoening met die cultuur hebben we de laatste eeuwen eerder gezien en ze betekenen steeds een overgave aan die cultuur.
Dat geldt ook voor de evangelicale beweging. Als Arminiaanse geloofsbeweging wordt de plaats van de mens daarin veel te zelfstandig. Evangelicals zijn door en door moderne mensen. In wezen verdragen gereformeerd en evangelicaal elkaar niet, net zo min als gereformeerd en baptist, ook als die baptist Spurgeon heet. Maar veel bonders houden van Arminius.'
Een en ander zal ook voor de organisatie van de kerk gevolgen hebben. Zonder SoW te noemen, is duidelijk dat zijn adviezen daar alles mee te maken hebben.
'1. We moeten ons niet te druk maken om organisatie. We moeten ons niet met structuren bezighouden, maar met het Woord en het vieren van het sacrament.
2. Waar eenmaal afzonderlijke kerkgenootschappen zijn, zal het ook allereerst gaan om de oecumene, niet van het hart, maar van het Woord. Kerkelijk heeft dat gestalte gekregen in de oecumene van de belijdenis. Waar we ons één weten in geloven en belijden, komt die organisatorische eenheid wel – of misschien ook niet. Maar ook met die zonde leert een christen leven.
3. Je kunt niet streven naar een kerk met alleen maar zuivere leer. Zolang je nog ruimte krijgt om op je eigen plek te doen waartoe je geroepen bent, moet je niet weglopen. Want de ellende is dat je jezelf meeneemt.
4. Net zo min als zuiverheid een basis is om de kerk op te bouwen is de geschiedenis dat. Zulk soort kreten als "een Vaderlandse kerk" is volstrekt ongereformeerd. De kerk is er rond het Woord. Niet de geschiedenis van het verleden, met al haar ambivalenties en menselijke schuld, vergadert de kerk, maar Christus. Dezelfde kritiek geldt trouwens ook voor de geschiedenis van de toekomst. Het gaat om God die bij de goddelozen wonen wil in een wereld die gisteren niet beter was en morgen niet beter wordt.
5. Om te verstaan wat gereformeerd is, zullen we ons in de studie niet alleen moeten bezighouden met de Nadere Reformatie en zelfs niet met de Reformatie, maar net als de reformatoren met de vroege kerk. Dan blijkt dat gereformeerd voluit oecumenisch is en verstaan we wat de reformatoren hebben bedoeld met reformatie: niet een nieuwe kerk, maar weer verstaan waar de kerk mee begon: dat God uit God om ons mensen en om onze redding mens is geworden.'
Over deze adviezen zal niet ieder gelijk denken. Het is in elk geval zéér de moeite waard ze zorgvuldig te overwegen. Een zuivere grondslag onder een kerk maakt haarzelf nog niet zuiver. Hoort het niet bij de gebroken situatie waar we hier, aan deze kant van het eschaton, altijd mee te maken zullen hebben? Kortom, de ongevraagde adviezen van de heren Van de Beek en Plaisier op het congres kwamen voort uit een verbondenheid in een gemeenschappelijke traditie en wel die van de Reformatie.
J. Maasland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1999
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1999
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's