Calvijn en Bucer en het geding om de verzoening
Het is wat stiller geworden rondom het thema 'verzoening' nadat de omstreden studie van Den Heyer een aantal heftige reacties had uitgelokt. De verschijning van het boek van Kuitert over de persoon van Jezus en kort daarna de publicatie van Van der Beek over hetzelfde onderwerp gaven de discussie een wat andere richting. Wij leven snel, ook in kerkehjk en theologisch opzicht in onze postmoderne cultuur van flitsen en fragmenten. Te bedenken is daarbij de invloed van de media, die in meer dan één opzicht bepalend is 'voor wat in de schijnwerpers van de belangstelling komt te staan. En wat vandaag voorpaginanieuws is of de opinieprogramma's van de tv haalt, is morgen weer vergeten.
Dat betekent intussen niet dat de wezenlijke vragen daarmee van tafel zijn. Juist in die vormen van theologische bezinning die wat op de achtergrond gebeuren, gaat het gesprek voort. Dat geldt ook het gesprek over de verzoening. Nog niet zo lang geleden verscheen er van de hand van dr. Marijn de Kroon een klein, maar compact geschreven boekje, getiteld Eén van ons; Perspectief op verzoening. De auteur heeft zich een groot deel van zijn leven beziggehouden met het onderzoek van de Reformatie. Zijn dissertatie over Calvijn in 1958 werd zeer waarderend ontvangen en is enkele jaren geleden door Uitgeverij Groen opnieuw op de markt gebracht. In kerkhistorische kringen heeft De Kroon vooral bekendheid gekregen door zijn studies over het gedachtegoed van de Straatsburgse hervormer Martin Bucer. In dit boekje over de verzoening komen deze beide 'kerkvaders', Calvijn en Bucer aan de orde. Dr. De Kroon brengt hun spreken over verzoening in relatie tot de vragen die zo recent door het boekje van Den Heyer weer naar voren zijn gekomen. Het is dus geen abstract betoog, maar om een bekende uitdrukking van Kuyper te gebruiken: theologie in rapport met de tijd. Wat valt er van de reformatorische traditie te leren voor vandaag? Wanneer een deskundige op dit terrein als De Kroon voor deze aanpak kiest, doet dat de oren spitsen en maakt het je nieuwsgierig.
Persoonlijk getuigenis
Calvijn, Bucer en Den Heyer… Je verwacht dan in eerste instantie een polemisch geschrift. Immers, heeft juist Den Heyer niet ondubbelzinnig uitgesproken dat hij, als het gaat om de vertolking van de verzoening met de klassieke belijdenis, weinig raad weet?
Maar de studie van De Kroon gaat een andere kant uit. Het is geen polemisch geschrift, veeleer een persoonlijk getuigenis, waarin de schrijver rekenschap geeft hoe hij Den Heyer gelezen heeft, hoe hij Calvijn en Bucer verstaat en wat dit voor zijn eigen stellingname betekent. Dat laatste komt uitvoerig aan de orde in het laatste hoofdstuk van dit boekje. Voor De Kroon brengt de bonte reeks uitspraken over verzoening in de bijbel hem tot de overtuiging, dat Christus voor ons gestorven is. Hij is, zo zegt hij met een verwijzing naar zijn leermeester Edward Schillebeeckx, 'de mens, die zich geeft'. We moeten dit niet misverstaan, want de auteur zegt er nadrukkelijk bij: God was in Jezus werkzaam van het begin tot het eind. De auteur handhaaft de uniciteit van dit gebeuren tegenover joden en niet-christenen, zij het dat hij een aanmatigend spreken verwerpt. Het evangelie van Jezus zelf, zo mogen we vertrouwen, zal het pleit beslechten. Wij behoeven dat gelijk niet te bewijzen. Heel belangrijk is voor De Kroon ook de betekenis van de weg en het werk van Jezus voor ons handelen. Het woord 'verzoening' kan een leeg woord worden als we vergeten dat verzoening ook door ons gedaan moet worden. 'Er zijn voor de ander' is het hart van Christus' verzoeningswerk en een bron van inspiratie voor ons handelen.
De Kroon over Den Heyer
Deze, zo eerlijk en sympathiek verwoorde visie van De Kroon is, zo waag ik dit boekje te karakteriseren, de vrucht van zijn luisteroefening naar de stemmen van Calvijn en Bucer. Zijn visie betekent overigens wel dat de schrijver bepaald niet negatief staat tegenover Den Heyer. Hij noemt het in zijn inleiding 'een moedig en wat mij betreft ook bemoedigend boek' en acht diens exegetisch standpunt overtuigend. Met hem is hij van oordeel, dat we de beelden niet mogen overvragen en evenals Den Heyer ziet hij Jezus vooral als de lijdende rechtvaardige, die er helemaal is voor anderen en zo een inspirerend voorbeeld is. Niet, dat hij Den Heyer kritiekloos volgt. De vele en veelkleurige uitspraken van het Nieuwe Testament moeten niet van elkaar geïsoleerd blijven. Contra Den Heyer stelt De Kroon de vraag: 'Dreigt dan niet de betekenis van het lijden en sterven van Christus in de mist te geraken? Is het eigenlijk wel mogelijk die talrijke beeldfragmenten los van elkaar te houden, niet met elkaar in verbinding te brengen? Voor wie gelooft in Christus lukt dit niet' (10v). Dat is mijns inziens een terechte vraag die ik eerlijk gezegd niet helemaal plaatsen kan naast de lof die de auteur Den Heyer toezwaait. Want deze vraag raakt nu net de kern van het betoog van Den Heyer.
Calvijn en Bucer
Maar wat ons vooral interesseert is, hoe De Kroon Calvijn en Bucer gelezen heeft. Wat heeft hij uit hun geschriften gehoord dat hem tot zijn persoonlijke stellingname heeft gebracht? Op dit punt biedt hij ons een aantal verrassende en uitdagende inzichten. Ik stip een enkel moment aan en nodig de lezer van dit artikel uit om zelf dit boekje te lezen en te bestuderen. Wat Calvijn betreft wijst de schrijver erop, dat hij veel minder een systematisch theoloog is geweest dan doorgaans wordt aangenomen. Calvijn is voor hem voor alles de theoloog van de relatie tussen God en mens. Daarom neemt het thema 'verzoening' bij Calvijn zo'n grote plaats in. De jurist Calvijn werkt de juridische beelden van Paulus over rechtvaardiging en verzoening breed uit. Het werkt, zegt De Kroon, op een moderne lezer keer op keer choquerend. Maar, zo voegt hij eraan toe, we moeten dan toch het voornaamste woord, de liefde, de drijvende kracht in het verzoeningsproces, niet vergeten. Op dit punt brengt de schrijver met name Calvijns commentaar op 2 Korinthiërs 5 : 19-21 en 1 Johannes 4 : 10vv ter sprake. Juist door mens te zijn is Jezus middelaar. De schrijver laat zien hoe Calvijn geworsteld heeft met de taal om noties als toom en gerechtigheid tot hun recht te laten komen, zonder te vervallen in een heidens spreken over God. 'Als je zegt, dat Christus voor ons de Vader heeft verzoend, doe je zo'n uitspraak, omdat je het zo begrijpt. Zo stel je het je voor. Ons geweten klaagt ons aan. En daarom kunnen wij het ons niet anders voorstellen: 'God is boos op ons' zegt Calvijn in zijn verklaring van 1 Johannes 4 : 10. De Kroon noemt dit een imposante tekst. En terecht. Prachtig is de typering die Calvijn geeft van Gods liefde: een liefde die uit is op gerechtigheid.
Ten aanzien van Bucer merkt De Kroon op, dat deze in zijn spreken over verzoening specifieke accenten legt. Bucer, man van de kerk, vurig pleitbezorger van de eenheid, was vooral gepakt door de brief aan de Efeziërs. Verzoening staat bij hem in de tweeslag van geloof en liefde en krijgt kosmische reikwijdte. Gods goedheid schittert in de goede schepping. Het goede krijgt bij hem de zin van: er zijn voor elkaar om te dienen. Het tegendeel is de zelfzucht. Verzoening betekent herstel van de harmonie van de schepping. Bovendien is Bucer, aldus De Kroon, vooral geïnteresseerd in de praktische en ethische consequenties op het terrein van het zedelijk handelen. De weg die door het geloof in Christus begint, voert onherroepelijk tot de liefde.
Gemengde gevoelens
Mijn waardering voor dit boekje is gemengd. Naast uitroeptekens heb ik ook nogal wat kritische vragen. De schrijver gaat op een heel specifieke manier met de traditie om. Hij leest, luistert, vertolkt en interpreteert en legt al luisterend zijn eigen accenten. Je kunt je afvragen of een dergelijke omgang met de traditie niet een risico in zich bergt. Voortdurend vroeg ik me af: Is dit de hele Calvijn en is dit alles wat er over Bucers spreken over verzoening te zeggen valt? Om me tot de laatste te beperken: in een opstel van Van 't Spijker, evenals De Kroon een Bucer-kenner, lees ik dat er bij Bucer geen sprake is van verkiezing zonder de Middelaar en diens satisfactie en dat de verzoening bij Bucer waarborg is voor het volstrekte genadekarakter van het heil. Dat doet me toch de vraag stellen: trekt De Kroon Bucer niet te sterk in één richting? Is zijn spreken over de harmonie van de schepping niet te optimistisch? Zit er in het bijbels spreken niet een sterker accent op de gebrokenheid die pas met de komst van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde zal zijn opgeheven? Gaat het inderdaad aan zo optimistisch over de secularisatie te spreken als de schrijver op blz. 62 – in één alinea! – doet? Zo zijn er meer vragen te stellen. Ik had graag ook wat meer gelezen over de verhouding tussen het 'God in Christus' en de uitlating dat Christus juist als mens middelaar is. En ik blijf het vreemd vinden, dat iemand die zo positief spreekt over Calvijn en diens spreken over liefde, toorn en gerechtigheid, tegelijk zoveel waardering kan opbrengen voor Den Heyer. Help je de lezer dan echt verder? De schrijver laat daarvoor te veel vragen open.
Toch heb ik ook waardering en sympathie voor dit boekje. Het heeft stellig te maken met de bescheiden toonzetting van de auteur, zijn persoonlijke stellingname. Hier is geen abstract denker aan het woord, maar iemand, die op zoek is naar de vertolking voor de mens van vandaag van het heilsfeit dat Christus gestorven is voor onze zonden. Maar bovenal treft me de liefde waarmee De Kroon de traditie hoog houdt en die op haar betekenis bevraagt. Wij leven in een tijd waarin velen alleen maar geïnteresseerd zijn in de laatste modesnufjes, terwijl anderen van de weeromstuit zich krampachtig vastbijten in het verleden. De Kroon probeert de wijsheid van het verleden vruchtbaar te maken voor het heden. En hij laat zien hoe erin de reformatorische traditie, die rijker is dan wij vaak denken, dingen gezegd worden die ons vandaag de dag kunnen helpen in de wijze waarop we als christenen in de wereld hebben te staan.
A. Noordegraaf, Ede
N.a.v.: Marijn de Kroon, Eén van ons. Perspectief op verzoening, uitgeverij Meinema, Zoetermeer 1999, 72 blz. ƒ 19,90.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1999
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1999
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's