De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kinderdoop – volwassendoop

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kinderdoop – volwassendoop

Een oude discussie (8, slot)

10 minuten leestijd

In dit laatste artikel noemen wij nog een drietal punten die verhelderend kunnen zijn voor het gesprek over dit onderwerp binnen de gemeente. In een vorig artikel ging het over de volgende vragen: hoe lezen wij de Bijbel; wat is de plaats van het genade verbond; welke plaats hebben de kinderen, horen zij voluit bij de gemeente? Nu dan onze laatste drie opmerkingen.

Het klimaat van onze tijd
4. Het afwijzen van de doop van de kinderen van de gelovigen en de vraag naar de herdoop past in het klimaat van onze tijd, waarin de enkeling met z'n beleven centraal staat.
Het mag duidelijk zijn dat de reformatie alle aandacht heeft gehad voor de persoonlijke toe-eigening van het heil. Het heil is niet een massief en onpersoonlijk iets, dat over ons komt zonder dat wij ervan weten. De Heilige Geest trekt ieder persoonlijk erbij en gaat met ieder mensenkind z'n eigen weg. We krijgen weet van schuld en zonde, onze totale verlorenheid, het komt tot een gelovig aannemen, een omhelzen van Christus. Maar daarbij blijft de roepende en belovende God altijd de Eerste. De Geest werkt het heil uit in de lijn van de geslachten, het gezin, de gemeente, de kerk.
Het beleven van onze individualistische tijdgeest is duidelijk anders. Mensen willen zelf uitmaken wat ze geloven. Ze kiezen uit wat hen aanspreekt, of liever nog, waar ze iets bij voelen. Een belijden van de kerk (die de eeuwen door de Schriften gelezen heeft) wordt als knellend en onpersoonlijk ervaren. Ik leef nu. Dit hyper-individualisme kenmerkt het denken van velen in onze tijd. Het besef dat je tot een groter geheel hoort, is vrijwel afwezig. Mijn ervaring is bepalend. Mijn keuze is beslissend. 'Waarom hebt u niet eerst mijn toestemming gevraagd, voordat u mij doopte?' Die vraag werd mij niet zo lang geleden gesteld door iemand die ik als kind gedoopt had. Het kwam er wat schuchter uit, maar toch ook weer duidelijk en klemmend. Misschien zat er heel veel onzekerheid achter deze vraag… een zoeken. Maar het is wel een vraag die helemaal past in het geestelijk klimaat van onze tijd, waarin het individu met zijn beslissing in het middelpunt staat.
Daarbij worden we intussen wel heel erg op onszelf teruggeworpen. Want wat moet ik beginnen als de ervaring wegebt en de vraag gaat knagen of mijn beslissing destijds wel juist was? Waar ligt dan mijn houvast?
Wat we vandaag overigens hier en daar zien gebeuren, is dat mensen het moe worden steeds op zichzelf te worden teruggeworpen. Ze gaan ontdekken dat een minimaliseren van Gods beloften en een overaccentueren van onze eigen beslissing leidt tot subjectivisme en individualisme. En dat dit weer tot gevolg heeft een versplintering van de geloofsgemeenschap. Wat dit in de praktijk betekent, zien we voor ons in allerlei evangelie-gemeenten, die vaak los van elkaar opereren en ineens uit elkaar vallen. De roep naar een gemeenschappelijk belijden en de noodzaak daarvan komt dan ook steeds meer naar voren.
Wat wij in onze tijd, waarin de ervaring zo bepalend is, weer nodig hebben, is een werkelijk verstaan van die woorden: onze reinigmaking en zaligheid buiten onszelf zoeken, in Christus, in Gods vaste beloften. Om dan te ervaren door de Heilige Geest die het geloof werkt, dat de beloften krachtig zijn. Want het is de Geest van Pinksteren die het Woord der waarheid vast maakt in onze harten en die inwendig bevestigt wat God door het Woord beloofd heeft (Ef. 1 : 13, 14). Verzegeld met de Heilige Geest…
De Geest geeft aan mijn leven niet alleen een nieuwe richting, maar Hij geeft mij ook grond onder de voeten, houvast in leven en sterven. Dat geeft ook warmte en gloed aan het geloofsleven, een bevindelijke gloed. Dan verdwijnt alle oppervlakkigheid en vanzelfsprekendheid. De geest wint ons in om ons over te geven aan de beloften van God. Ze zijn vast en betrouwbaar.

Tegen de orde van de Schrift
5. De herdoop of overdoop gaat in tegen de orde van de Schrift. In de Bijbel is geen bevel of voorbeeld of enig argument te vinden op grond waarvan kan worden gesteld dat iemand die gedoopt is (in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, door een wettig dienaar) opnieuw zou moeten worden gedoopt.
De geschiedenis van de discipelen van Johannes in Efeze (Hand. 19) kan zeker niet als argument dienen. Deze twaalf mannen vormen, met de doop die zij van Johannes hebben ontvangen, een op zichzelf staande groep tussen het jodendom en het christendom. Als de doop van Johannes impliciet al een doop in de naam van Jezus was, had de christelijke doop achterwege kunnen blijven. De christelijke doop is de vervulling van de doop van Johannes. Door de doop worden deze mannen ook betrokken bij het leven van de gemeente van Efeze.
De Bijbel spreekt nergens over een herdoop, maar wel over de noodzaak van een (opnieuw) leven uit Gods genade in Christus. Een leven uit Zijn vergeving ons in de doop toegezegd. Wanneer het leven van Israël veruitwendigde en de besnijdenis een oppervlakkig gebeuren was geworden, werd het volk niet geroepen tot een nieuwe besnijdenis, maar tot een belijden van zonde en tot een waarachtige terugkeer tot God. Er is sprake van een vernieuwing van het verbond.
Ook vandaag kan er in de gemeente vervlakking en veruitwendiging optreden. De wereldgelijkvormigheid kan sterk zijn, een toegeven aan allerlei slordige praktijken die de Heer bedroeven. Soms ook onder voorgangers. Maar dat betekent niet dat de doop, die in het midden van de gemeente bediend is, daarmee ongeldig is en van geen enkele waarde. De geldigheid en de wettigheid hangt niet af van wat wij ervan gemaakt hebben, maar van wat God ervan gemaakt heeft bij de instelling ervan. Daarom worden we als wij oog krijgen voor deze zondige praktijken niet geroepen tot een nieuwe doop, maar tot een leven in overeenstemming met onze doop. We gaan verstaan wat de apostel in Romeinen 6 zegt: 'met Hem begraven door de doop in de dood… opdat ook wij in nieuwheid des levens wandelen zouden; dat dan de zonde niet heerse in uw sterfelijke lichaam…' (vs. 4, 12a).
Wanneer men toch kiest voor de herdoop, moeten we in pastorale openheid vragen naar de motieven. Als blijkt dat deze gemeenteleden duidelijk de reeds ontvangen doop van geen waarde achten, zullen wij blijvend moeten spreken en moeten wijzen op de aangrijpende werkelijkheid dat wie de eenmaal ontvangen doop veracht, daarmee het aanroepen van de Naam van de Drie-enige God veracht, en al het heil dat daarin is toegezegd. Bij een bewust volgehouden afwijzing van de eenmaal ontvangen doop, bij een verachtelijk spreken over wat in de kinderjaren ontvangen is, gaan de wegen vaak uiteen. Dit geeft veel verdriet, vooral als men een duidelijke plaats in de gemeente heeft ingenomen.
Wanneer er echter niet van een minachten van de eens ontvangen doop sprake is, maar de drang naar beleving en ervaring meer de drijfveer is, zullen we eveneens in pastorale openheid het gesprek moeten aangaan. Soms bedoelt men met de herdoop iets van doopvemieuwing. Men bespeurt zo weinig van een leven uit de rijkdom en de kracht van de doop in de gemeente, van een blijmoedig en spontaan getuigen. We moeten blijven spreken op een evenwichtige bijbelse wijze… blijven uitleggen. Een formele aanpak kan stuk maken wat met onderwijs en vasthouden toch anders kan uitpakken. Ik zou in dit laatste geval willen pleiten voor geduldig onderwijs, voor zachtmoedigheid en liefde (met alle duidelijkheid tegelijk) tegenover degene die zich heeft laten herdopen.
De vraag of zo iemand nog een taak (in het jeugdwerk bv.) in de gemeente kan krijgen wanneer hij of zij uitdrukkelijk de wens te kennen heeft gegeven in de gemeente te willen blijven, zou ik niet met een simpel ja of nee willen beantwoorden. Laat de lijn van het belijden van de kerk op dit punt in ieder geval duidelijk zijn en laten we elk geval op zich bezien. Er zijn soms hartelijk gelovigen, die ootmoed kennen, en die uit Christus' werk leven, die we toch een plaats dienen te geven. We kunnen hier niet simpel met één antwoord volstaan.

Voortdurend dooponderwijs
6. Wat dringend nodig is, is voortdurend dooponderwijs, opdat de gemeente haar doop gaat verstaan en beleven. De rijkdom van wat de Heere ons in dit sacrament geeft, is zo vaak door onkunde of door negatief geredeneer zoekgeraakt. De reformatie heeft zoveel goud uit de Schrift opgedolven. Laten we dit weer opnieuw ontdekken en ons eigen maken! ons voorgeslacht liet ons (in tijden van vervolging!) in het klassieke doopformulier een gouden kleinood na. Waar wordt in zo'n kort bestek zo schriftuurlijk gesproken over de belangrijkste gebeurtenis in ons leven: onze doop! Dat handjevol water en die korte formule, waarmee de Drie-enige God ons wees op onze doemwaardigheid, ons verzekerde van Zijn goedwillendheid en ons opriep Hem te dienen (F. van Deursen). Dit doopwater droogt nooit op.
Laat dit allereerst uitkomen rond de geboorte tegenover de ouders. We dienen met gebed en onderwijs naar de doopzondag toe te leven.
Aparte doopcatechese van enkele avonden na deze zondag is zeer aan te bevelen. In steeds meer gemeenten (ook in de onze) wordt dit praktijk. Wanneer dit regel wordt, is het ook geen vrijblijvende zaak meer.
Verder moet het gesprek thuis op dit punt gevoerd worden: getuigend en hartelijk, vanuit de omgang met Christus. Geef uw kinderen geen leeg testament mee. Denk eens aan de stenen die het volk als ze door de Jordaan zijn gegaan, moeten oprichten. 'Vader, wat betekenen deze stenen…?' Is de doop van onze (klein)kinderen niet zo'n steen? Gesprek thuis…
Wat is het belangrijk dat wij werkzaam zijn met Gods beloften, voor onszelf als ouders en voor onze kinderen. Laat het maar uitkomen, ook in het gemeenschappelijk gebed: Heere, Uw verbond…! Voordat we er erg in hebben, gaan onze kinderen de deur uit; daarom dienen we de jaren dat ze thuis zijn goed te gebruiken.
Laten we zoeken naar momenten waarop onze kinderen aan hun doop worden herinnerd. Ik weet van een gezin waar op de doopdatum steeds een kaart met een tekst erop en een persoonlijk woord van de ouders erbij 's morgens bij het ontbijt op het bord ligt van het betreffende kind. Ik vind dat iets heel moois… God wil de schatten van Christus via de opvoeding thuis doorgeven aan het jongere geslacht. Hoevelen hebben niet op latere leeftijd met dankbaarheid teruggedacht aan wat moeder of vader zei over de trouw van God.
Laat niet minder op de catechisatie uitkomen wat het betekent dat God naar ons is toegekomen met Zijn beloften en eisen. Dat Hij in Zijn genade de Eerste is. Dat het sterven aan de zonde en het opstaan met Christus om in een nieuw leven te wandelen door het geloof werkelijkheid mag zijn, al heel jong. Waarom ben jij hier? omdat je gedoopt bent, en de Heere jouw God wil zijn. Het staat op je voorhoofd geschreven. Hij heeft recht op je leven. Wat betekent het met het bloed en de Geest van Christus gewassen te zijn…? Het zijn vragen die in de catechese aan de orde moeten komen, opdat onze jongeren zich in de gemeente opgenomen weten, niet meegezogen worden door de tijdgeest, bedrogen door de duivel, maar leven in geloofsverbondenheid aan de Heere Jezus Christus. De God van hun doop eren, en door de Heilige Geest houvast vinden in Zijn genadige beloften, schuilend achter dat bloed. Dan kunnen onze kinderen het leven door en eenmaal zonder te verschrikken voor Gods rechterstoel verschijnen, door Hem die ons heeft liefgehad, onze Heere Jezus Christus.
Ik eindig met een woord van Maarten Luther: 'Wanneer ik op mijn sterfbed lig en de duivel houdt mij al mijn zonden voor, dan zal ik hem gelijk geven. Maar ik zal in geloof de hand leggen op mijn voorhoofd, daar waar het water van de doop is gesprenkeld, en de engelen zullen mij dragen tot in de schoot van Abraham.'

G. van den End, Voorthuizen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1999

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Kinderdoop – volwassendoop

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1999

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's