En toch preken
In memoriam dr. Anthonius van Brummelen
Ondergetekende schreef voor het RD daags na het overlijden van dr. Van Brummelen een in memoriam. We laten dat hieronder, met enkele kleine aanvullingen, volgen.v. d. G.
In de schaduw van de kerk, waar hij twintig jaar het Woord Gods heeft bediend, werd hij weggenomen. Zijn vrouw trof hem overleden aan in de auto, die hij had geparkeerd onder de toren van de Oude Kerk in Huizen. Het was als bij Henoch. Een mens wandelde met God, en hij was niet meer. God nam hem weg. Op zijn bureau lag een meditatie, die hij schreef voor dit blad en waarvan de inkt nog maar net was opgedroogd. 'In de tempel' is de titel. Hij mocht zelf overgaan in het huis van God, niet met handen gemaakt maar eeuwig in de hemelen.
Doctor van Brummelen wilde na zijn promotie niet met die titel worden aangeduid. Hij was dominee. Dat is hij ten volle geweest in de gemeenten die hij diende: Schoonrewoerd, Hardinxveld, Hierden en Huizen. Als dominee leefde hij in zijn preken, woonde hij in het Woord. Een dominee met een volstrekt eigen stijl van preken, in uitleg en toepassing, in woordkeus en in de beelden die hij opriep. Maar altijd bediening van het Woord. Nauwgezet exegetisch, fijnzinnig toepasselijk, ook naar het brede alledaagse leven toe, systematisch zonder een systeem, geloofsmatig, uitstralend de veelkleurige wijsheid Gods. Mediterend maakte hij zijn preken, met een potlood aantekenend wat hem opviel bij mensen op straat, die zijn raam passeerden, speurend in het Woord naar de woorden, die de gemeente nodig had. Hij zag zijn gemeente dan concreet voor zich. En dan vervolgens luisterend naar wat het Woord uitwerkte bij mensen. Altijd zocht hij het gesprek over de prediking, vooral ook met mensen in de gemeente, die geestelijk Waren onderwezen. Gesprekken 'over de heg' heen. Van de ervaringen, die hij opdeed in meditatie, studie en in gesprekken, heeft hij ook in woord en geschrift anderen gediend. Zo is hij ook in lezingen voor studenten, in vele ontmoetingen met aanstaande of jonge predikanten, en in kringen van predikanten, waaraan hij leiding gaf, velen tot steun geweest. In contact met medebroeders in de dienst had hij zelf ook veel geleerd. Met dankbaarheid zag hij altijd nog terug op de wekelijkse gesprekken in Schoonrewoerd ter voorbereiding van de preek met zijn toenmalige Leerbroekse collega, de jong overleden dominee H. van Bemmel.
Dr. van Brummelen was in alle opzichten een markant mens, in gelaat, gewaad en gepraat. Hij was een deftige dominee, een man van stijl, maar nooit veraf van de mensen, altijd aangelegd op gesprekken met mensen van allerlei slag en soort; een man ook met fijnzinnige humor, vooral in de beelden, die spontaan bij hem boven kwamen. Hij was dominee op de schouders van het voorgeslacht, niet alleen van de reformatorische vaderen maar bijvoorbeeld ook van ethische godgeleerden in de negentiende eeuw. Zo promoveerde hij op 'Het praktisch-theologisch onderwijs van J. J. van Oosterzee'. Dominee van Brummelen kende ook de grote wijsgeren, die het leven doorschouwen. Ook die had hij nodig in zijn dienst als dienaar van het Woord, om de tijdgeest en het mens-zijn te doorzien. Zo boorde hij ook altijd (theologische) lectuur aan, waar velen zelfs geen vermoeden van hadden.
Dr. van Brummelen maakte bijna dertig jaar deel uit van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond, waarvan drie jaar als voorzitter. Ook in dat verband leefde hij, en leefde hij óp, als het over de prediking en de theologische studie ging en over geestelijke zaken. Beleidsmatig? Nee, daar lag zijn hart niet. Een veel gehoord woord van hem was: 'Dat snap ik niet'. Hij had intelligentie genoeg om het te snappen. Hij zei dat echter als hij innerlijk vreemd was aan gedachtegangen, aan kerkelijke ontwikkelingen, aan geestelijke of ongeestelijke gangen, die hij als 'vreemd' placht te typeren. De laatste tijd kon hij, in de verwarring op kerkelijk, maatschappelijk en geestelijk gebied, de dingen niet meer klein krijgen. Hij was er zelf vaak over in verwarring. En God nam hem weg.
Ons ontviel een (praktisch-)theoloog van het zuiverste water, een Godspreker. Tekorten, zonden en gebreken, die ook onze overleden broeder niet vreemd zijn geweest, blijven hier achter. Alleen God weet welke vrucht zijn arbeid heeft mogen dragen. Wij kenden slechts zijn hartstocht en liefde voor de dienst des Heeren. En het is dunkt me geheel in zijn lijn als we bij zijn heengaan, met de titel van een boek van zijn promotor prof. dr. H. Jonker, zeggen: En toch preken.
J. van der Graaf, Huizen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1999
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1999
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's