De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Onwikkelingen in de christologie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onwikkelingen in de christologie

Athanasius en de leer der verlossing (3)

7 minuten leestijd

Wie is Christus
De strijd tussen Arius en Athanasius ging over de christologie. Dat wil zeggen: de leer over het werk en de Persoon van Christus. Wie is Christus en wat heeft Hij gedaan? Dezelfde vraag dus die Jezus zelf aan Zijn discipelen stelde: 'Wie zeggen de mensen dat Ik, de Zoon des Mensen, ben?' (Matth. 16 : 13).
Wie is Jezus? Voor deze vraag heeft de christelijke theologie zich telkens gesteld gezien. Christus was geen gewoon mens. Daarover waren alle theologen het in de Oude Kerk wel eens. Jezus had alles met God te maken, maar hoe was dan die relatie? Was de Zoon minder dan de Vader, een soort tweede God? Of moest je zeggen: Christus was het eerste en hoogste schepsel. Héél hoog verheven, maar niet gelijk aan God?
Uiteraard bediende men zich in deze discussie van het Nieuwe Testament. Maar hoe zijn daarin alle teksten te verklaren? Bijvoorbeeld dat de Zoon minder weet dan de Vader (Mattheüs 24 vers 36) of dat de Heere Jezus de eerstgeborene is van alle creaturen (Col. 1 : 15)? (Teksten waarmee we in een discussie met bijvoorbeeld Jehova's Getuigen nog steeds om de oren geslagen worden.)

Apologeten
De eerst theologen zijn de apologeten (letterlijk: verdedigers, weerleggers) geweest. Deze mannen waren uitmuntend geschoold in de Griekse filosofie. Ze hadden de christelijke leer omhelsd en probeerden nu ook anderen van de rijkdom ervan te overtuigen. En daarbij gebruikten ze hun belezenheid en argumentatiekunst die ze in de filosofische scholen hadden meegekregen. Ze wilden heel graag aan de buitenstaanders duidelijk maken, dat het christendom helemaal niet alleen iets is voor domme en onontwikkelde mensen. Het is zelfs de hoogste waarheid. Alle wijsheid die ooit aan deze wereld geschonken is, strijdt niet met het christelijk geloof, maar ondersteunt dat juist. De Griekse en Romeinse wijsgeren zijn ons – als we goed luisteren – zelfs behulpzaam bij het verstaan van de christelijke boodschap.
Deze apologeten – onder wie Justinus Martyr, Athenagoras, Theophilos van Antiochië en dergelijke – gaven dus hoog op van de rede. Het christendom is logisch!
Het streven van de apologeten is zonder meer prijzenswaardig. Ze hadden een verheven doel: de tegenstander te overtuigen met zijn eigen wapenen (de logica). Dit betekende onderwijl, dat ze niet altijd oog hadden voor de verschillen tussen filosofie en theologie!
Dat kwam bijvoorbeeld naar voren rond het vraagstuk wie Christus was.

Logos
Eén van de begrippen waarvan de apologeten zich bedienden, was het begrip 'Logos'. Logos betekent 'woord' en wordt in filosofische zin gebruikt voor Wereldrede.
Dit woord was vooral geliefd bij de stoïcijnen (Seneca, over wie pas een artikelenserie in dit blad verscheen van dr. A. van Brummelen, behoorde tot hen). Ze redeneerden als volgt.
Deze wereld is een logisch geheel. Er is orde in de wisseling van seizoenen, dag en nacht, leven en dood. Deze wereld wordt bestuurd, geleid. Dit geschiedt niet zozeer door een God die dit van buitenaf doet, maar door een geestelijk principe in de wereld zèlf. Deze wereldrede doortrekt al het geschapene. Vooral de mens heeft deel aan deze Rede. Hij kan namelijk logisch nadenken en zelfstandig beslissingen nemen.

Philo
Nu was er ook een stroming die soortgelijke gedachten verkondigde, maar op bepaalde punten eigen wegen ging. Deze had verwantschap met de grote denker Plato. Een belangrijk vertegenwoordiger van deze richting was de joodse wijsgeer Philo van Alexandrië (20 vóór tot 50 na Chr.). Deze richting gebruikte ook het begrip Logos – Wereldrede, maar dan in een wat andere zin. Men geloofde namelijk wél in een God boven deze wereld. Een God die van buitenaf Zich met deze wereld bezighield. Maar dat deed Hij niet rechtstreeks. Daarvoor was de kloof tussen aarde en hemel te groot. Hij gebruikte daarvoor een bemiddelaar. En deze bemiddelaar was – en daar hebben we de verbinding met de voorgaande stroming – de Logos. Deze wereldrede leidde en stuurde namens God deze wereld, en was de tussenschakel tussen God en mens. Hij gaf de wereld orde, structuur en leiding en aan de mens kennis over God.

Johannes
Deze laatste gedachte is van groot belang voor de christelijke theologie geweest. Want wat zeiden nu de apologeten (de filosofische verdedigers van het christendom)? Ze knoopten aan bij de Logos-gedachten van Philo en stelden: zie je nu wel, de heidenen beweren hetzelfde als wij. Wat zij – in hun onwetendheid Logos noemen – noemen wij Christus. Want Christus is Gods Gezicht-naar-deze-wereld-toe. Christus is de Bemiddelaar tussen hemel en aarde. Hij bestuurt deze wereld en geeft ons ware kennis van God. De heidenen hebben geprofeteerd van Christus! En waar Hij vroeger maar gedeeltelijke kennis over Zichzelf gaf, weten we nu veel meer van Hem. Want de Logos is immers vlees geworden in Christus.
Deze gelijkstelling Logos – Christus werd nog vergemakkelijkt door het evangelie van Johannes. Lezen we daar immers niet: 'In den beginne was het Woord' (Joh. 1 : 1) (letterlijk: de Logos). En: 'het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond' (Joh. 1 : 14)? De conclusie leek voor de hand te liggen: wat de heidenen Logos noemen, is voor ons Christus!

Problemen
Zo simpel lagen de dingen echter niet! Want de plaats van de heidense Logos was anders dan van Christus. Ten eerste is het werk van Christus veel meer dan kennis geven van de Vader. Hij is niet alleen Onderwijzer, maar ook Verlosser (en dat was de filosofische Logos niet). Christus dreigde te veel of bijna uitsluitend als Leraar gezien te worden.
En vervolgens: de heidense Logos was een tussenwezen.* Iets dat de plaats innam tussen God en mensen. Een soort half-God, een bemiddelaar tussen de geestelijke wereld van God en de stoffelijke wereld van ons mensen. Net geen God en net geen mens! En daar hebben we nu precies het probleem binnen de christologie. Want door de gelijkstelling Christus-Logos dreigde Christus een soort tussenwezen te worden: half God en half mens.
In dit filosofische denkpatroon was het rechte zicht op Christus heel moeilijk, want de Zoon werd altijd als ondergeschikt aan de Vader beschouwd.
Weliswaar – zo geloofden veel theologen – was Christus niet geschapen, maar Hij was wel minder dan de Vader (eeuwige generatie). Anderen geloofden dat Christus pas door de Vader als Zoon gegenereerd/voortgebracht werd toen de wereld geschapen werd.

Conflict
Wie was Christus? De theologische hoofdstroom beschouwde Hem weliswaar als God, masr toch als de mindere van de Vader.
Dit verandert echter als Arius optreedt. Want diens optreden verscherpt de tegenstellingen. Hij zegt (we hoorden dat reeds): Christus is helemaal geen God. Hij is weliswaar een eerste schepsel, maar géén God! En Zijn werk bestaat vrijwel geheel uit het brengen van onderricht over de Vader.
Het is op deze twee stellingen, dat het orthodoxe kamp eindelijk inziet dat de Logos-ideeën ook een gevaarlijke kant hebben. En dat het de hoogste tijd is om duidelijk te maken en af te grenzen hoe de kerk over Christus denkt. Het conflict met Arius heeft als een katalysator gewerkt om wezenlijke verschillen aan het licht te brengen.
En in die strijd komt Athanasius naar voren, met zijn duidelijke stelling: Christus is helemaal God. Van hetzelfde Wezen als de Vader en de Geest. Dus niet ondergeschikt aan de Vader. En omdat Hij zo is, kan Hij ook de Verlosser zijn.
En hoe hij deze stelling uitbouwde, zien we de volgende keer.

A. J. van den Herik, Moordrecht

* Philo zag de Logos niet zozeer als persoon, maar als samenvatting van allerlei krachten en ideeën, onstoffelijke machten. Hij is de samenvatting van bepaalde goddelijke eigenschappen. Toegepast op Christus moest dit wel tot de onjuiste conclusie leiden dat Christus weliswaar goddelijk is, maar géén God.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Onwikkelingen in de christologie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's