Boekbespreking
M. R. van den Berg, Wat staat ons te wachten? Bijbelse toekomstverwachting, uitg. Buijten & Schipperheijn, 90 blz., ƒ 19,90.
Ds. Van den Berg, Nederlands gereformeerd predikant, schreef dit heldere boekje over bijbelse toekomstverwachting. In betrekkelijk weinig bladzijden biedt dit boekje veel. In het hoofdstuk 'Wat staat ons te wachten als we sterven?' gaat ds. Van den Berg uitvoerig in op het begrip 'ziel', waarbij hij het Grieks-dualistische denken (de ziel gevangen in het lichaam, waaruit ze verlost moet worden) afwijst en zegt: de gelovige mens is na zijn dood zowel in het graf als met Christus. Voor ons rationaliserend denken is dat ongrijpbaar, maar het is de wijze waarop de Bijbel spreekt. Waardevol is m.i. de opmerking dat de christelijke, bijbelse troost zich niet in de eerste plaats richt op de staat van de gestorvene ('Huil maar niet, want de ziel van de dode heeft het nu beter'), maar op de zekere verwachting van de opstanding van de doden.
Van de tekenen der tijden zegt de schrijver dat deze geen tekenen zijn die alleen maar onmiddellijk aan Jezus' wederkomst vooraf gaan: ze zijn niet bedoeld om ons aan het rekenen te zetten, maar tekenen van alle tijden om ons wakker te houden. Van de toekomst van Israël zegt hij dat die er op grond van onder andere Romeinen 11 stellig is, maar dat we dat niet met de profetieën uit het Oude Testament in de hand moeten invullen: gered worden is niet hetzelfde als in geografische en politieke zin het centrum van de wereld worden. Naar de mening van de schrijver wordt dat bevestigd door de manier waarop de oudtestamentische profetieën en beloften in het Nieuwe Testament ter sprake gebracht worden. Hetzelfde geldt zijns inziens van Jeruzalem: Paulus betrekt in zijn perspectief voor Israël de stad Jeruzalem op geen enkele wijze, en Openbaring 21 maakt duidelijk dat het niet over een stad met heuse huizen, poorten en straten gaat, maar dat daar sprake is van beeldspraak en symboliek. Van het duizendjarig-rijk (Openbaring 20) zegt hij eerlijk en nuchter: 'Ik denk dat we niet verder kunnen komen dan de erkenning dat we (nog) geen bevredigend antwoord gevonden hebben. Wel kunnen we, als we in de wereld om ons heen kijken, zonder meer vaststellen, dat we ons momenteel niet in die duizend jaar bevinden. Het zou overigens niet voor het eerst zijn, dat een profetie pas duidelijk werd tijdens haar vervulling'.
Er zou nog veel meer van dit boekje gezegd kunnen worden, zoals over wat de schrijver zegt over de antichrist, het laatste oordeel, de hel (de situatie waarin de gemeenschap met God absoluut en voor altijd onmogelijk is, waar de mens in volstrekte zin aan zichzeff overgeleverd en op zichzelf teruggeworpen is), de opstanding van Christus, de opstanding van de doden en de nieuwe aarde. Men hoeft het niet in alles met de schrijver eens te zijn om toch veel verrijkende gedachten mee te krijgen.
In een bijlage citeert de schrijver niet minder dan 65 uitspraken van Jezus, waaruit blijkt hoezeer 'verloren gaan' en 'hel' deel uitmaken van juist (!) Jezus' onderricht. De schrijver zegt: 'Wie daarom beweert dat het waarschuwen voor deze zaken onzuiver is en daarom in prediking en pastoraat achterwege moet blijven, veroordeelt daarmee de manier waarop Jezus de mensen tegemoet trad'.
Conclusie: een helder boekje, de moeite waard om gelezen en bestudeerd te worden.
H. Veldhuizen, Huizen
W. L. H. Smelt en V. G. H. J. Kirkels (red.), Grenzen aan het medisch handelen, uitg. Valkhof Pers, 1999, 111 blz.
Een uitgave van het Thijmgenootschap waarin de lezingen gehouden tijdens de Zwolse Artsendagen 1998 zijn gebundeld.
Centrale vraag is of de patiënt altijd wel een dienst wordt bewezen door het toepassen van steeds ingrijpender medische technieken. Het zicht op de individuele mens in nood kan vervagen doordat als vanzelfsprekend op behandelingsmethoden wordt gefocust. Mij persoonlijk spraken de bijdragen van Th. A. Boer en W. J. Eijk het meest aan.
J. Hoek, V.
Joke de Vries, Ontwikkeling van autonomie als basis van heling, uitg. Agora, Baarn 1999, 278 blz., ƒ 54,50.
Eén proefschrift dat een onderzoek behelst naar de betekenis van de ontmoeting tussen hulpverlener en hulpvrager in helingsprocessen van mensen met incest- en andere geweldervaringen in de jeugd. Diepgaand wordt opengelegd wat 'Irma' (een gefingeerde naam) heeft ondergaan ten gevolge van de incest die haar stiefvader haar van haar negende tot haar twintigste jaar deed ondergaan. Een ingrijpend helingsproces met alle ups en downs wordt stap voor stap beschreven. Incest is een ramp in een mensenleven!
J. Hoek, V.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 1999
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's