De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een vreemde vertoning

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een vreemde vertoning

6 minuten leestijd

'… God geopenbaard in het vlees…'1 Timotheüs 3 : 16

Het stond een paar maanden geleden in de krant. In Jordanië was een nieuwe koning aan de macht gekomen. Al op de dag van de begrafenis van zijn vader stond hij in overweldigende belangstelling van de pers en vele groten der aarde hadden opmerkelijke interesse voor hem. Met gebruikelijke luister werd zijn troonsbestijging gevierd. Kort daarna echter iets totaal anders. Koning Abdullah kleedde zich als gewoon man. Als verkoper op de markt sloeg hij de mensen gade. Als taxichauffeur praatte hij heel wat af met zijn passagiers. Zittend als een bedelaar wilde hij wel weten hoe het hen vergaat. Zonder het te weten hebben velen in Amman de koning gezien. Dat ze het niet opgemerkt hebben kun je ze niet kwalijk nemen; een koning vertoont zich toch ook niet op zo'n wijze?
Het is verbazingwekkend dat God hetzelfde doet. Zeer zeker waar: het geheimenis van de godzaligheid is groot. Horen wij de naam van God, dan denken we aan grootsheid. Hemelse majesteit en luister omringen Hem. Eén en al goedheid, enkel licht en liefde. Eeuwig en onsterfelijk. Wat je ook van Hem denken kunt. Hij is goed tot in de hoogste graad. Al Zijn gedachten zijn zuiver en rein, liefdeloze bedoelingen zijn Hem ten enenmale vreemd. Bij alles wat Hij doet, is Hij niet te betrappen op enige kwaadwillendheid. Je kunt er wel uren van blijven zingen…

Diezelfde God openbaart Zich in het vlees. Vlees, dat is iets totaal anders. Ja echt. God is een Geest, ik ben vlees. Hij is God, ik ben mens. Weliswaar schepsel van Hem, machtig mooi maaksel. Toch, wat ben ik beperkt. Kan maar op één klein plaatsje tegelijk zijn. Maar aan één ding of mens tegelijk denken. Zet mij naast God, en ik val in het niet. Bijbelse woorden onthullen het trefzeker: alle vlees (= al het geschapene, ieder mens) is als gras. Als een sprietje in de wind. Uiterste broosheid. Angstaanjagend soms; het kan zo maar met me gebeurd zijn.
Dat ben ik, mens. En zeg nou zelf, bij dat alles denk je niet aan God. Bij al dat menselijke laat God Zich toch niet denken!? Juist wel. Juist zo verschijnt Hij, zo vertoont Hij Zich, zo openbaart Hij Zich. Dat moet van Hem wel onzegbare aanpassing hebben gevergd. Dat heeft het ook. Kijk zelf maar. Een kind in de kribbe, gewoon als alle andere babies. Nog maar amper geboren heeft het gehuild. Later steeds weer, want het moest en wilde gevoed worden. Als jongetje speelde Hij in Nazareth. Leerde timmeren en zagen wellicht van Jozef. Kende de ontbering en het verdriet van ons aarde leven, eveneens ontroerende vreugden. En, nota bene, Hij stierf. Op Zijn eigen wijze. Alles vlees is gras…
Op deze wijze verschijnt God. Veel en vlijtig is en wordt geprobeerd om mensen tot god te maken. Al het geschapene ligt voor het oprapen om goddelijk gemaakt te worden. Goden en godjes zonder tal. Het mislukt, is misdadig jegens God. Andersom doet Hij, weldadig jegens ons. Andersom: niet van beneden naar boven, maar van boven naar beneden. God Die Zich tot mens maakt, mens wordt. Bij de burgerlijke stand in Bethlehem is Zijn geboorte-akte en in Jeruzalem Zijn overlijdens-akte op te vragen. Zo komt Hij, naar ons toe. Dichterbij kan niet. Helemaal één van ons, met ons. Delend in onze broosheid. Hij maakt zich helemaal één met mijn werkelijkheid, één met al het menselijke. Gebroken en breekbaar als die werkelijkheid is. Met alle lijden vandien. Niet om alleen maar dat lijden te ondergaan. Hij neemt het op zich. Dat is toch te zwaar voor een mens!? Zeker, daarom wordt Hij er ook onder verbrijzeld. Als broze mens verbrijzeld en verbroken. Zo is en doet God. Dat is wel het laatste – immers het laagste – waaraan je denkt om God te kunnen zien. Hij Die Zich zo klein maakt, zo groot is God nou. Ik moet en mag eerlijk bekennen: zo steelt Hij wel het hart van Zijn volk, ook het mijne. Het is niet anders dan genadige nabijheid van Hem.
Vlees, dat woord zegt nog meer. Het lage woord moet eruit: 'ik weet dat in mij, dat is: in mijn vlees geen goed woont'. Vlees spreekt niet alleen van mijn broosheid, ook van mijn boosheid. God is goed, maar ik… Zet mij voor God, en ik val door de mand. Hij hoeft me maar aan te zien of een heel strafblad ontvouwt zich. Al mijn zonden, gruwelijk zijn ze voor Hem. Wat een afkeer heeft Hij van die alle! Waar je ergens zo'n afkeer van hebt, wordt afstand geschapen. Te begrijpen als ik zie Wie Hij is, en wie ik ben. Maar hoort!. Hij houdt geen afstand, blijft niet op afstand. Overbrugt die afstand juist. Ziende al mijn zonden, weerhoudt dat Hem er niet van mij te zien. Hij kan het gewoon niet laten… Hij wordt in alles mij gelijk. Zelfs al komt Hij zo als zondaar te boek te staan. Als mens, in wiens vlees geen graatje noch grammetje goed woont. Het is Hem Zijn eer niet te na, integendeel. Niet om alleen zondaar te heten – Hij werd er genoeg voor uitgemaakt – maar om te zijn. Als was Hij de grootste zondaar der wereld. Met alle straf vandien. Het kind in de kribbe = de Knecht aan het kruis. Zo is God. Als het moet, doet Hij zo. En het moest. Een ander woord van Paulus schiet me te binnen: 'de zaligmakende genade van God is – zo – verschenen, geopenbaard aan alle mensen'.
Toon ons de Vader, en het is genoeg, zei iemand tegen Jezus. Toon mij God. Hij is me al voor. Hij vertoont Zichzelf. Verschijnt op Zijn eigen, wonderlijke wijze. Hij openbaart Zich als mens, schamel en schuldig mens die ik ben. En het is me genoeg. Oprecht geloof leeft ervan en laaft zich eraan.
Stille verwondering – die zich soms niet meer in kan houden – groeit in het hart: wat een God is Hij! Inderdaad, de verborgenheid der godzaligheid is groot…

F. Maaijen, Zijderveld

[Tekst afbeelding: De velden van de herders hij Bethlehem
Uit: Het Heilige Land – een panorama – Den Hertog Houten]

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1999

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Een vreemde vertoning

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1999

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's