De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Millenniumgebed

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Millenniumgebed

6 minuten leestijd

‘Keer weder, HEERE! tot hoe lange?'(Psalm 90 : 13)

Gij zijt een grote en heerlijke God. Bergen en rotsen kwamen nog maar amper kijken, of U was er al een eeuwigheid eerder. Majestueus kunnen rotsmassieven zich verheffen, Gij zijt oneindig groter. Duizelingwekkend voor kleine mensjes als wij. Gekomen aan het einde van deze 1000 jaar, zien wij er op terug als op een lange periode. Voordat het tweede millennium begon, was Gij er. Duizend jaren zijn bij U als de voorbijgegane dag van gisteren, zo komt het uit de mond van Mozes, die man van U. Onze duizend jaren zijn bij U blijkbaar niet meer dan een stipje in Uw eeuwigheid.
Er is iets wat de psalmist meer benauwt. En ons met hem. Jaren vervliegen, zelfs millennia zijn bij U zo maar voorbijgegaan. Niet zozeer echter de tijd, de tijden, maar wij vergaan! Door Uw toorn nog wel. Niet de tijd vliegt, maar wij vliegen. Daarheen, dat is: naar de plaats waar wij wederkeren tot het stof der aarde. Indringend zeggen wij het de psalmist na: onthoud ons daarom Uw wijsheid niet, in leven en sterven.

En, HEERE, keer weder! Diepe woorden ontspringen aan het hart; ze werden er misschien wel uitgeperst. Alles en allen mogen voorbijgaan, maar Gij zijt weggegaan… Dat is het dieptepunt van deze psalm. Hoe bestaat het. Uw Naam HEERE nemen we hier de enige keer in deze psalm op de lippen. HEERE, dat is toch: Ik zal zijn Die Ik zijn zal. Ik zal er altijd zijn, altijd bij jullie zijn. En dan mogen heuvelen en bergen (uit het begin van deze psalm) wankelen, Mijn goedertierenheid zal jegens u niet wankelen, was Uw troostwoord aan Israël. Hoe kunt U dan toch van ons geweken zijn. We houden het in de aanvechting menig keer maar amper uit. In radeloze vrijmoedigheid houden we ons en Uzelf aan die Naam HEERE.
Daar liep het nou op uit aan het eind van die 1000 jaar. Opgetogen zien we hoe in de Middeleeuwen heel Europa gekerstend was. Reformatie als Gods-geschenk en Reveil als Geestes-gave. Wij beleven nu zo anders. Na een zwangerschap van een paar eeuwen werd het kind van de secularisatie gebaard. Gij werd weggedrongen uit onze samenleving. Wij misbruiken Uw geschenk van kunde en kennis. Bruut werd en wordt U buiten de deur gezet. En daarmee werd het koud en leeg in onze cultuur. Het roept herinnering op aan het eertijds van de gemeente in Efeze: zonder God en zonder hoop in de wereld. Laat U verbidden, o God. Keer weder! Hier gaan we aan ten onder. Keer op Uw schreden terug. Heidendom en secularisatie hoeven voor U toch zeker geen al te grote belemmeringen te zijn. En zoals U eenmaal ongevraagd en vrijmachtig kwam, kom soeverein weder. Het moet ons van het hart; we blijven U er om vragen.

Gij zijt van ons weggegaan. Gij hebt de wijk genomen, zijt van ons geweken. Wellicht moest U ook wel. Gij houdt het immers niet uit waar de zonde en de boosheid vele zijn. Huiveringwekkende werkelijkheid: hernieuwd heidendom doet de Heere der heirscharen wijken. Als ik mijn oren goed te luisteren leg, dan hoor ik de spraak van velen: wijk van ons, want aan de kennis van U en van Uw wegen hebben wij geen lust. De mens der zonde verdraagt U niet langer in ons midden. HEERE, is er nog een weg terug? Als wij U bidden om weder te keren, zal het wel in de weg van bekering (moeten) gaan. Kom dan maar zo, als U maar terug zoudt willen komen.
Uw kerk moet ook stil van schaamte worden. De woorden uit het Hooglied gaan ons verschrikken. Als bruidskerk slapen en dommelen we liever, dan U bruidegom binnen te laten. U had ongetwijfeld gedacht en gehoopt bij Uw kerk welkom te zijn, binnengelaten te worden… Wat had dat christelijk millennium een machtig mooie tijd moeten zijn. Helaas. Als we al niet slapen en dommelen zijn we ontzettend druk met van alles bezig. Te druk om tijd en hart voor U te hebben. U bleef niet bij de deur staan, maar bent teleurgesteld van ons weggegaan. Allicht, U moest wel. Schud Uw bruid wakker. En we gaan zoeken. In het donker. Waar bent U heengegaan? Zegt het ons. Keer weder, HEERE! Het spijt ons, maar keer terug. Uw kerk kan niet zonder U. Het gemis van Uw liefde en genade kosten haar het leven. Wij vergaan, zijn de woorden van de psalmist. Ja, wij als kerk vergaan zonder Uw aanwezigheid. Het kost de bruid tranen van verdriet, tranen van schuldbesef. Wilt U er acht op slaan.
Bij dit alles gedenken wij Israël. Keer weder tot Uw volk. Het werd U teveel toen zij Uw geliefde Zoon niet erkende. Allicht, U moest wel. Keer weder tot haar. Hoe lang nog? Heeft dan Uw gramschap nimmer end!? Wij vergaan; woorden die Uw volk Israël in de ziel gegrift staan. Donkere bladzijden van ons christelijk millennium. Aan het einde van die duizend jaar stond farao weer op. Zes miljoen zielen van Uw volk zijn door vergassing vergaan. (Heeft dat soms verband met elkaar. HEERE? In de eeuw dat dit bloed vloeide op Europese bodem, ging U wijken) Keer weder tot Uw volk. Wend U tot haar in genade. Breng ze thuis. Volvoert alle overleggingen Uws harten jegens haar.

Keer weder, HEERE! hoe lange? Onze allerliefste Heiland liet ons zo biddend op aarde achter. Zijn Geest moest en moet er aan te pas komen om de woorden ons op de mond en in het hart te leggen. Kom Heere Jezus, spoedig graag. Hoe lang nog? Soms worden we heilig ongeduldig; het hoeft toch zeker nog geen 1000 jaar te duren. Dat leggen we in Uw doorboorde handen. Als het moet, mag U er gerust nog 1000 jaar de tijd voor nemen. In alle geloof kunnen we dat wel aan U toevertrouwen. Dan besluiten we ook ons gebed om het werk van onze handen te willen zegenen. Maar Heere Jezus, U komt toch zeker wel een keer terug! Uw komst is het die het heil vol-maakt. Hoe lang nog? Ik kan het ook niet helpen, maar mijn hart is soms zo vol verlangen. Millenniumwisseling of niet.

F. Maaijen, Zijderveld

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Millenniumgebed

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's