De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Over de vleeswording van het Woord

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Over de vleeswording van het Woord

Athanasius en de leer der verlossing (4)

6 minuten leestijd

Geschriften
Athanasius heeft in zijn leven veel geschreven. Naast een boekje over de kluizenaar Antonius – met wie hij tijdens zijn tweede verbanning in contact kwam – zijn het vooral dogmatische werken die hij schreef. Bijvoorbeeld zijn Redevoeringen tegen de Arianen en zijn Geschiedenis van de Arianen. Het bekendst zijn echter twee betrekkelijk korte verhandelingen: Tegen de Heidenen (Latijn: Contra Gentes, afgekort: Heidenen) en Over de vleeswording (= incarnatie) van het Woord (Latijn: De incarnatione Verbi, afgekort: Vleeswording.). Deze twee geschriften vormen één geheel. Hij heeft ze geschreven toen hij niet de beschikking had over zijn (ongetwijfeld) welvoorziene bibliotheek. (Vleeswording, hfst. 1). Zijn ze geschreven tijdens één van zijn vele ballingschappen. Er zijn wel eens onderzoekers geweest die zeggen, dat we hier met jeugdgeschriften van Athanasius te maken hebben. Maar dat is niet waarschijnlijk. De boeken verraden een gevormde geest.
Omdat het ons te doen is om Athanasius' verlossingsleer, bepalen we onze aandacht vooral bij het boekje Over de vleeswording van het Woord. En we kunnen daar heel goed terecht: want dit boekje gaat in zijn geheel over de vraag waarom God mens moest worden. En daarmee zitten we in het hart van de Ariaanse strijd (hoewel Arius' naam in het boekje niet voorkomt). De inzet van Athanasius was immers: Christus is helemaal God en Hij werd mens voor ons!
Beide boekjes zijn apologieën, verdedigingsgeschriften. Athanasius legt bepaalde aspecten van het christelijk geloof uit en verdedigt ze tegen aanvallen van buitenaf. Hij probeert de buitenstaanders (heidenen en joden) te winnen voor het christelijk geloof. 't Zijn dus evangelisatiegeschriften, maar van zo'n niveau dat iedere christen er iets aan heeft.

Het Woord
In het boekje Tegen de Heidenen gaat Athanasius in op de verkeerde voorstellingen die een heiden van God heeft. Vooral de Romeinse en Griekse dichters hebben het erg bont gemaakt met hun godenverhalen. Romeinse goden zijn net mensen. De afgodendienst is dé grote zonde van de heidenwereld. Want zo keren mensen zich af van het goddelijk Woord. Over het Woord heeft Athanasius heel wat te vertellen. Door het Woord (Grieks: de Logos) heeft God de wereld geschapen en onderhoudt Hij haar nog. Naar Zijn beeld is de mens ook geschapen, maar hij heeft zich helaas van het goede, van God, afgekeerd en zich gewend tot het boze. Nodig is terugkeer tot het Woord waarnaar we geschapen zijn!
In het boekje Over de Vleeswording spitst Athanasius deze dingen nog wat toe. Het Woord, waardoor God alles regeert en bezielt, is namelijk vléés geworden. Hiermee wordt door heidenen en joden weliswaar gespot, maar voor ons die geloven, is dit een heerlijke waarheid!

Schepping en zondeval
Voor Athanasius echter verder gaat met de vleeswording van het Woord, spreekt hij eerst over de mens en diens schepping. Deze schepping is gemaakt door God. Hij bediende Zich daarbij van het Woord. De schepping is uit het niets voortgekomen. Dat houdt in dat ze geen bestand heeft in zichzelf. Als God Zijn hand ervan terugtrekt, houdt ze op te bestaan. Ook voor de mens geldt dat. Hij is uit het niets voortgebracht en kan daarom ook weer in het niets terugvallen.
Om dat echter te verhinderen, schept de Heere God de mensen naar Zijn beeld! Hij verbindt Zijn Woord met de mens, zodat deze wél onvergankelijk wordt. Door de verbinding met het Woord kan de mens blijven bestaan. Zonder verbinding met het Woord is de mens niets, zwak en krachteloos, maar door zijn verbinding met het Woord (de Logos) heeft hij duurzaamheid en vastheid.
De mens is broos en vergankelijk van zichzelf, maar krachtig en onvergankelijk door het Beeld van God. Wat doet nu echter de mens? Hij keert zich van God af. Hij snijdt daarmee de verbinding met het leven door. Daarmee kiest hij voor de dood. Hij richt zich op zondige dingen in plaats van op God. Hij raakt daarin zelfs helemaal verstrikt. De zonde brengt hem in zijn natuurlijke toestand terug. Ja nog erger: ze brengt hem onder Gods vloek {Vleeswording, hoofdstuk 2-4, Heidenen, hoofdstuk 2-5)

Gods verlossingsweg
Het geslacht der mensen was bedorven. De redelijke, naar Gods beeld geschapen mens, ging verloren. De dood had – krachtens Gods verordening – wettelijke macht over de mens. Maar deze situatie is tegelijk ongerijmd en ongepast!
Ongerijmd is het als God liegen zou. Hij heeft gezegd, dat de dood heersen zou. Nu, dan moet dat ook gebeuren. Het vonnis moet gehandhaafd blijven!
Ongepast zou het echter zijn, als Gods kunstwerk – Zijn schepsel – te gronde zou gaan. Het is niet in overeenstemming met Gods eer en met Zijn goedheid, dat Hij Zijn eigen schepsel zou laten ruïneren door de macht van de zonde! Je kunt nog beter nooit iets gemaakt hebben, dan wat eens gemaakt is tot een ruïne zien vervallen.
Er is dus een dilemma. De zondeval betekent een moeilijk parket. Wat moest God doen?
Zou berouw kunnen helpen? Nee, want berouw doet wel de zonde ophouden, maar verheft niet uit de toestand waarin we door de zonde gekomen zijn: de verderfelijkheid, de dood.
Het Woord was nodig! Het Woord kon ons weer brengen in onze vorige toestand. Alleen Hij die alles gemaakt had, kon het ook weer herscheppen (Vleeswording, hfdst. 6 en 7).

Een lichaam
Om dit verlossingswerk te volbrengen, moest het Woord een lichaam aannemen. Van nature is het Woord Geest, maar ter wille van ons mensen nam Hij een lichaam aan, dat Hij aan God ten offer bracht. Christus wilde niet dat het redelijk geslacht onder de macht van de dood zou blijven. Door Zijn eigen (aangenomen) lichaam aan de dood prijs te geven en op te offeren aan Zijn Vader, berooft Hij de dood van zijn kracht en verwerft Hij de genade van de opstanding (Vleeswording, hfdst. 8).
Het Woord verbindt Zich aan het lichaam. Dit lichaam – deze mens (want hoewel Athanasius spreekt van lichaam bedoelt hij daarmee ook de ziel) – gaat de dood in. Het ondergaat de vloek van God, het sterft, maar door de verbondenheid met het Woord overwint het de dood. Het staat ook weer op. Het draagt de vloek weg.
De vergankelijkheid heeft nu niet meer de macht over de mens, omdat er één mens is geweest – het vleesgeworden Woord – die ten behoeve van allen en in plaats van allen de dood overwonnen heeft. Het werk van die ene Mens komt allen ten goede (Vleeswording, hfdst. 9)

Schriftgegevens
Op dit punt aangekomen, trekt Athanasius de registers van het evangelie open. Tal van Bijbelteksten draagt hij aan om zijn mening te onderstrepen (2 Kor. 5 : 14, Hebr. 2 : 9, 10, 14 en 15 en 1 Cor. 15 : 21 e.v.). Vooral Hebreeën 2 vers 14 en 15 komen in zijn betoog regelmatig terug: 'Overmits dan de kinderen des vleses en bloeds deelachtig zijn, zo is Hij ook desgelijks derzelve deelachtig geworden, opdat Hij door den dood te niet doen zou dengene, die het geweld des doods had, dat is, den duivel. En verlossen zou al degenen, die met vreze des doods, door al hun leven, der dienstbaarheid onderworpen waren.' (Vleeswording, 10).

A. J. van den Herik, Moordrecht

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Over de vleeswording van het Woord

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1999

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's