Verlossing en herstel
Athanasius en de leer der verlossing (5)
Vernieuwde Godskennis
Gods verlossingsweg bestond in het overwinnen van de vergankelijkheid door de dood van het Woord. Hij onderging voor allen de dood.
Maar Christus' menswording heeft nog een bedoeling. In het begin wezen we er al op dat de mens naar het beeld van de Logos (het Woord) geschapen is. De mens is logisch (logikos - redelijk). Door middel van zijn zuivere ziel was hij in staat om God te kennen (zie o.a. Heidenen, 2 en 34). Elders gebruikt Athanasius het beeld van een spiegel. De menselijke geest was als een spiegel die Gods Beeld weerkaatste. Door de ziel was er kennis van en gemeenschap met God.
We zagen al dat de zonde bestaat in het zich afkeren van God en zich richten op goddeloze dingen. Dit heeft gevolgen voor de ziel. De ziel raakt nu besmeurd. De kennis van God verdwijnt. Nu is God ook wel herkenbaar in de natuur en door de geopenbaarde wet, maar mensen wenden zich daarvan af.
Ook in deze ellende zorgt de vleeswording van het Woord voor heil. Want doordat God mens wordt, vernieuwt Hij de kennis van Zichzelf. 't Is net als met een schilderij. Je hebt wel eens een schilderij dat zo onherkenbaar beschadigd is, dat we de beeltenis niet meer zien. Dan is het nodig dat de persoon die op het schilderij is afgebeeld, in levenden lijve verschijnt. Zo is het ook met het beeld van God. Het Woord moest komen om Zijn beeld in de mens te vernieuwen. Dit herscheppen noemt de Schrift wedergeboorte, vernieuwing (Vleeswording, 11-18).
Lijden en sterven
De Heere Christus openbaart Zichzelf aan de mensen. Dit doet Hij vooral door Zijn werken, Zijn wonderen. Maar vooral in Zijn dood bleek Zijn goddelijkheid. Christus' dood is een overwinning.
Waarom was het nu de kruisdood die Christus onderging? Athanasius somt - en hier is hij de apologeet, de verdediger van het christelijk geloof tegen de hoogmoedige criticasters - maar liefst 5 redenen op. De vijfde reden put hij direct uit de Schrift. De kruisdood was een vloek. Christus nam deze vloek weg (Gal. 3: 13). Aan het kruis hing Hij met uitgebreide armen: dat betekent dat Christus het Oude en het Nieuwe volk verzamelt (jood en heiden, Ef. 2 : 2). Hij hing in de lucht, en zo versloeg Hij de overste van de machten (Col. 2 : 15). Christus leed echter niet alleen, Hij stond ten derde dage ook op (Vleeswording, 20-26).
Bewijzen
Opnieuw spreekt de apologeet (de verdediger) van het christelijk geloof. De overwinning van Christus op de dood is tastbaar. Waar halen immers de martelaren de moed vandaan om te sterven voor hun geloof, als ze niet geloofden in de opstanding? De dood is voor een christen een overwonnen vijand. En zien we niet om ons heen, dat de macht van de duivel steeds meer gebroken wordt. Het evangelie wint steeds meer terrein. (Hierbij moeten we in de gaten houden dat Athanasius na Constantijn leefde; het christendom was pas tot grote eer gekomen! Het heidendom heeft de strijd verloren; Vleeswording, 21-32).
Athanasius noemt vervolgens de profetieën uit het Oude Testament. Deze spraken duidelijk van Christus en Zijn werk. Met een keur van voorzeggingen probeert hij zijn joodse gesprekspartners te bewegen tot het geloof (Vleeswording, 33-40). Aan het eind van zijn boekje krijgen ook de heidenen nog een beurt. Opnieuw haalt de kerkvader tal van argumenten aan om duidelijk te maken dat Christus werkelijk overwonnen heeft en dat Hij de enige Heiland is.
Ook ontkracht hij nog enige tegenwerpingen. Bijvoorbeeld dat het Woord, dat immers de wereld bestuurt, Zich toch niet kan beperken tot een enkel lichaam. Maar Athanasius wijst dit bezwaar van de hand: waarom zou het Woord Zich wel kunnen openbaren in de hele wereld en niet tegelijkertijd in één enkel lichaam? De menswording is niet onredelijk (Vleeswording, 41 en 42).
Herhaling en slot
Moest het herstel van ons mensen nu werkelijk door de dood van het Woord geschieden, en was er geen andere weg? Deze vraag, die eigenlijk al beantwoord is, keert aan het eind van het boekje nog eens terug. Athanasius wijst opnieuw op de noodzaak van Christus' menswording. Hij gebruikt daarbij het volgende beeld: een riet staat van nature bloot aan de gevaren van vuur. Maar als je nu zo'n rietstengel besmeert met asbest, dan wordt zo'n riet vuurvast. Het vuur kan dan geen enkel kwaad meer doen. Zo is het ook met ons mensen. Door de verbinding met het Woord wordt ons sterfelijk lichaam onsterfelijk en onvergankelijk (Vleeswording, 44).
De menswording is dus een heerlijk feit. De dood, de vergankelijkheid wordt overwonnen.
Het leven, de onvergankelijkheid treedt - door de opstanding - tevoorschijn.
De kennis van God wordt vernieuwd. De vreze Gods wordt daardoor overal zichtbaar.
De heerschappij van satan en van de machten wordt tenietgedaan.
En dit alles kan alleen geschieden door het Woord. Want Hij is de Schepper van alles; Hij alleen kan ook alles vernieuwen en verlossen. Gods eigen ingreep is nodig! Van dat heerlijke feit spreken de feiten. Christus leeft en regeert en dat is te zien in deze wereld. Zijn Koninkrijk gaat door.
Athanasius eindigt zijn boekje over de vleeswording op een plechtige manier. Hij wijst de lezer op de Schrift. Daarin moet men zoeken om de vleeswording te begrijpen. Maar pas op! Alleen de reinen van hart zullen God zien! Eénmaal zal Christus weerkomen. Dan zal Hij oordelen over levenden en doden. Met een lofspraak aan de drie-enige God besluit Athanasius dit dubbelwerk (Vleeswording, 45-57).
Moordrecht A. J. van den Herik
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's