Globaal bekeken
In een boekje van de hand van Auke van Nijen, getiteld 'Zal er na 2000 een christelijke organisatie zijn?' (uitgave Boekencentrum, Zoetermeer) wordt teruggeblikt op de ontwikkelingen van de identiteit van de NCRV, het functioneren van de C. Hier volgt een gedeelte van 'De gestalte van de NCRV-identiteit rond 1924':
'Op zaterdag 15 november 1924 komt de Algemeene Vergadering van de Christelijke Vereeniging voor Draadlooze Telefonie in 's-Gravenhage bijeen. Doel van deze bijeenkomst is met name de statuten vast te stellen en een bestuur te verkiezen. Daar wordt ook de naam van de vereniging vastgesteld: Nederlandsche Christelijke Radio-Vereeniging. Het voorlopig bestuur dat deze grondleggende vergadering bijeenroept, bestaat uitsluitend uit gereformeerden. Overigens maakt geen van hen deel uit van de leidinggevenden in die kerken. Bovendien is van het eerste begin het beleid gericht op alle orthodox-protestanten: de NCRV beschouwt zich al de representant van deze hele stroming. Dit komt meteen al tot uitdrukking bij de bestuurssamenstelling: ds. A. C. G. den Hertog, hervormd predikant te Rotterdam, is bijvoorbeeld een van degenen die lid worden van het Algemeen Bestuur, maar niet gereformeerd zijn. Toch blijft rond de NCRV nog lange tijd een gereformeerde sfeer hangen, zeker voor veel orthodox-protestanten in de Nederlandse Hervormde Kerk. Zoals al eerder ter sprake kwam, hadden de gereformeerden zich door omstandigheden sterk gespecialiseerd in het organiseren en het nemen van nieuwe intitiatieven. Een voorbeeld hiervan is het zojuist vermelde gegeven dat christenen uit deze groepering het initiatief nemen tot de oprichting van de NCRV. Wat is de godsdienstige achtergrond van deze pioniers? C. Rijnsdorp ziet de geschiedenis van het orthodox-protestantse volksdeel teruggaan op de Reformatie, de tachtigjarige oorlog, de statenbijbel, de gouden eeuw, de Nadere Reformatie. Hun cultuur kan samengevat worden in de veelzeggende trits "God, Nederland en Oranje". Wat betreft de negentiende eeuw zijn zijns inziens twee hoofdstromingen te vermelden: het oudere Réveil waaraan onder meer de namen verbonden zijn van Isaac da Costa en O. G. Heldring en het neo-calvinisme van Kuypers "kleine luyden". Rijnsdorp duidt de kern van de subcultuur van laatstgenoemden aan met de woorden "een merkwaardige onevenwichtigheid". Aan de ene kant zien zij zichzelf namelijk als koningen over de cultuur (hun is immers het Woord van God geopenbaard). Aan de andere kant echter zijn zij kinderen in de cultuur. Cultureel zijn zij nauwelijks ontwikkeld; qua onderwijs staan zij op grote achterstand bij anderen.
Onder leiding van vooral Abraham Kuyper zijn deze "kleine luyden" in de tweede helft van de negentiende eeuw aan een langdurig en ingrijpend emancipatieproces begonnen. Daarin waren de belangrijkste motieven: het nastreven van "de ere Gods" (Pro Rege), het bereiken van erkenning in de maatschappij en uiteindelijk de (her)kerstening van het Nederlandse volk.'
Recent verdedigde Jan-Jaap van den Berg aan de VU een proefschrift, getiteld 'Deining - koers en karakter van de ARP ter discussie, 1956-1970' (uitgave Kok, Kampen). In een nummer van Anti-Revolutionaire Staatkunde, gewijd aan de verkiezingsnederlaag van 1956, kwam een dwarsdoorsnede van antirevolutionairen aan het woord:
'De hervormde schrijver/tekenaar J. W. Ooms sprak over "verwereldlijking" en over "het Guernica van de losgeslagen mens". Ook de christelijk gereformeerde theoloog ds. J. H. Velema meende dat de "verzakelijking" had toegeslagen bij het gereformeerde volksdeel, dat niet meer "die sterke principiële overtuiging" bezat van weleer. Het CNV dreigde aan de doorbraak ten prooi te vallen en Trouw was hard op weg om een geseculariseerde krant te worden. De ARP behoorde als beginselpartij een krachtig principieel geluid te laten horen tegen deze ontwikkelingen. "Er worden profeten gevraagd", aldus Velema. Het vrijgemaakt-gereformeerde kamerlid dr. J. Meulink signaleerde eveneens verwereldlijking, en ook "ontchristelijking". Voor Meulink was de theologie van Karl Barth een steen des aanstoots: "Het, ook al is het maar gedeeltelijk, aanvaarden of dulden van het barthianisme heeft fatale gevolgen ook op staatkundig gebied". Meulink ageerde tegen de antirevolutionaire deelname aan de kabinetten-Drees, hierin bijgevallen door Dooyeweerdiaanse commentatoren als Mekkes en Zuidema en door de jeugdige antirevolutionairen mr. W. Aantjes en drs. G. Puchinger, die in de Utrechtse afdeling van de studentenvereniging SSR onder invloed waren gekomen van de strijdbaarheid van de wijsbegeerte der wetsidee. Aantjes weet het verlies van de AR-Partij aan een "vermaterialiseringsproces" dat ook in het christelijke volksdeel voet aan de grond had gekregen. De antirevolutionaire propaganda had zich met leuzen als "Zijlstra strijdt tegen de duurte" te zeer op het materiële gericht en de ARP deed nu mee aan een kabinet, dat duidelijke banden had met voorgaande kabinetten, die toen echter principieel waren bestreden. "Ons volk zal weer in het beginsel als richtsnoer voor al ons handelen moeten gaan geloven", aldus Aantjes. "Laat ons voor het woord 'herkerstening' niet te bang zijn."
Berghuis herhaalde zijn al eerder in het Centrale Comité gedane uitspraak over "het midden in moderne wereld staan", en hij week hiermee enigszins af van de meeste andere nabeschouwingen in dit nummer van AR-Staatkunde. Berghuis leek de nieuwe ontwikkelingen als een uitdaging te beschouwen, maar in de meeste andere commentaren werden de actuele politiek-maatschappelijke verhoudingen eerder voorgesteld als een bedreiging, waarvoor moest worden gevlucht in een eensgezinde terugkeer naar de beginselen. Tot het formuleren van een nieuwe visie kwam het vooralsnog niet en het traditionele principiële betoog was dominant, ook in Nederlansche Gedachten.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's