De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Omgaan met depressieve bejaarden (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Omgaan met depressieve bejaarden (2)

11 minuten leestijd

Depressie bij ouderen

Heeft het ook te maken met leeftijd? Beslist niet, zeggen de meeste hulpverleners. Onze 'grondstemming' blijft immers voor het grootste deel dezelfde gedurende heel ons leven. Hooguit zien we dat ouderen wat 'milder' worden, ze hebben meer levenservaring gekregen, ze hebben al veel problemen benaderd en opgelost. Er is dus geen direct verband tussen ouder worden en depressief zijn. Maar daarmee is niet alles gezegd. In ieder geval komen depressieve klachten wel weer vaker voor bij ouderen dan bij jongere volwassenen. Bij het voortgaan van de jaren nemen die klachten nog verder toe. Op de oorzaken daarvan komen we straks terug.
Wel moeten we bedenken dat de huidige generatie ouderen hun klachten op een bepaalde manier presenteert. Ze hebben geleerd om 'flink' te zijn, niet te klagen over psychische problemen. (Dat maakt het voor henzelf ook zo moeilijk om toe te geven dat ze depressief zijn!) Ze uiten eerder hun lichamelijke klachten als: vermoeidheid, gebrek aan eetlust, verminderde behoefte aan slaap enz.
Dit, en nog veel meer, maakt het voor hulpverleners soms erg moeilijk om de juiste diagnose te stellen. Een depressie kan immers schuilgaan achter andere klachten.
Verdriet en rouw komen bij ouderen relatief vaker voor. De verschijnselen ervan lijken veel op die van een depressie. Toch is er wezenlijk verschil: verdriet en rouw zijn 'normale' reacties, de betrokkene blijft 'normaal' functioneren.
Angsten komen bij ouderen ook nog al eens voor. Voor een deel overlappen de klachten elkaar. Ook hier is weer verschil, maar alleen deskundigen kunnen hier goed onderscheiden.
Ziekten, verouderingsverschijnselen, verval van krachten, ook dat lijkt vaak op een aantal van de lichamelijke symptomen bij een depressie. Dit is een van de redenen waarom er in zo'n geval soms geen verder (psychologisch) onderzoek wordt ingesteld. Die klachten horen immers bij het ouder worden! Hulpverleners noemen dat een 'gemaskeerde' depressie: de depressie gaat dan schuil achter lichamelijke klachten.
Dementie is een ziekte die helaas veel bij ouderen voorkomt. Vooral hier is het moeilijk om te onderscheiden, temeer daar iemand aan beide ziektes tegelijk kan lijden. Meestal moeten er meerdere hulpverleners aan te pas komen om de juiste diagnose te stellen.
Ten slotte noemen we ook eenzaamheid, waarvan de klachten veel overeenkomst vertonen met die van een depressie. Dit alles verklaart waarom er veel depressieve ouderen rondlopen (of vaker: op hun stoel zitten of in bed liggen) van wie nooit met zoveel woorden is vastgesteld dat ze aan deze ziekte lijden of daar in ieder geval een aantal kenmerken van vertonen. Ze worden daar dan ook niet of nauwelijks voor behandeld.

Nogmaals: oorzaken
(Ik ga hier bewust wat uitgebreid op in, omdat het volgende heel belangrijk kan zijn bij het steunen van onze depressieve medemens.)
Waarom komen we juist zo veel ouderen tegen met depressieve klachten? Dat heeft te maken met de omstandigheden waarin ze dikwijls verkeren. Daarom gaan we hier nog wat dieper op een aantal oorzaken in. We onderscheiden verschillende 'groepen'.
Daar zijn allereerst de lichamelijke factoren, verreweg de belangrijkste bij ouderen. We noemen: ziekte (o.a. van de schildklier) en invaliditeit. Niet het feit op zich dat iemand invalide wordt telt het zwaarst, wel: hoe ernstig de consequenties ervan zijn, hoe de persoon ermee om weet te gaan en: hoe veel (of weinig) steun er vanuit de omgeving komt of: hoe veel/weinig steun men ervaart.
Ook sommige medicijnen kunnen een gedrukte stemming veroorzaken. We geven hier geen voorbeelden; de huisarts kan er zeker meer over vertellen.
We noemen verder nog: ernstige infecties, uitputting (bv. door het langdurig moeten verzorgen van ernstige zieken) en: voedingstekort (vitamine BI2). Ook hierbij kan iemand in een verkeerde spiraal terechtkomen: een depressief iemand zorgt vaak slecht voor zichzelf, heeft dikwijls weinig eetlust, krijgt zodoende nog meer voedingstekort, enz.
Ook alcohol misbruik dient hier te worden genoemd. Wanneer een depressie wordt vastgesteld, blijft dit misbruik een verborgen probleem en omgekeerd.
Dan zijn er de zgn. psychosociale factoren. Te denken valt aan bijvoorbeeld: 'gestagneerde' rouw en onverwerkt verdriet. Nogmaals: rouw is een normale reactie. Maar: men moet wel de tijd nemen of krijgen om het verdriet te verwerken. En dat ontbreekt er nogal eens aan. We 'drukken' het nogal eens weg, gaan weer over tot de orde van de dag, ook al omdat de 'omgeving' dat van ons verlangt... en: vroeg of laat steekt het verdriet de kop weer op in de vorm van een depressie.
N.B. Onder 'verlies' verstaan we niet alleen het sterven van een partner, kind of andere geliefde, maar ook het moeten missen van iemand na een echtscheiding of: het verlies van ons werk, onze gezondheid, de mogelijkheid om bepaalde dingen te doen. Wie in dat verlies blijft steken en niet na verloop van tijd 'verder' kan gaan, ontwikkelt vroeg of laat een depressie. Eenzaamheid kan aanleiding zijn tot een depressie. Let wel: niet het feit dat we alleen zijn is van belang, wel: hoe we daar mee omgaan. (Of: hoe we hierin met de Heere omgaan!) is van belang; een op de vijf volwassenen in Nederland leeft alléén. Wie te weinig of geen echt diepgaande contacten heeft kan zich daardoor eenzaam voelen en in een depressie terechtkomen.
Het ontbreken of wegvallen van steun uit onze naaste omgeving kan een depressie uitlokken, zoals de aanwezigheid van die steun ons kan beschermen. Let wel: het niet beschikbaar zijn van die steun kan ook aan onszelf liggen! Weten we die steun te 'mobiliseren' en vast te houden?
Het 'moeten' verzorgen van een ernstige zieke (vooral wanneer het inderdaad een 'moeten' is) kan ons 'een depressie bezorgen'. De draaglast is dan groter dan de draagkracht. Maar ook kan hier meespelen het feit, dat we geen grenzen stellen voor onszelf, niet voor onszelf op kunnen komen. Dus spreekt onze persoonlijkheid een heel belangrijke rol. Voor een deel is die bepaald door opvoeding, geschiedenis en meer, voor een deel ook door de manier waarop we ons hebben aangewend op dingen te reageren!
We noemen: traumatische jeugdervaringen, (emotionele) verwaarlozing, misbruik (incest!). Erg kwetsbaar zijn die mensen die voor hun gevoel van eigenwaarde sterk afhankelijk zijn van de steun van anderen; mensen die uit zichzelf al angstig en onzeker zijn; mensen die heel sterk gehecht zijn aan vaste regels en gewoonten, mensen met een streng geweten en extreem plichtsbesef (alles 'moet') ; mensen met een verkeerde (negatieve) manier van denken, 'zwartkijkers'. Mensen met een erg negatief zelfbeeld.
Wie de 'kracht' (of beter: de genade!) hebben om de moed niet op te geven bij tegenslagen en de problemen trachten op te lossen zullen minder snel last hebben van depressies. 'Wie thuis gaat zitten bij tegenslag, vraagt de depressie om binnen te komen'.
We onderstrepen nog eens het gevaar van het vastgeroeste negatieve denken. Niet de gebeurtenissen die we meemaken maken ons blij, verdrietig enz., maar: de manier waarop we erover denken. Dat denken verloopt vaak via vaste (negatieve) patronen, zoals: 'iedereen moet mij aardig vinden, anders is dat een ramp'... Wie zo denkt zit bij de eerste de beste botsing meteen in de put (en moet zich echt eens gaan afvragen of het wel reëel is om te verlangen dat iedereen hem aardig vindt; we kunnen dat denken namelijk wel beïnvloeden!).

Gevolgen van een depressie bij ouderen
Voordat we het gaan hebben over de steun die wij kunnen bieden willen we eerst nog wat verder ingaan op de gevolgen die een depressie kan hebben. 'Kan', want de verschijnselen zijn steeds weer anders.
Een aantal (lang niet alle...) symptomen hebben we genoemd. Een voor een kunnen ze een zware last betekenen voor de getroffene. Vooral wanneer iemand bepaalde waangedachten krijgt (bij een ernstige depressie) kan dat een zware druk geven. De (vaak beangstigende) waangedachten zijn voor de patiënt werkelijkheid. Het helpt dan ook niets om er tegenin te gaan.
Vooral wanneer deze wanen godsdienstig gekleurd zijn kan het zonder meer smartelijk zijn voor een kind van God... We denken daarbij aan zonde- en schuldwanen, het verkeren in het 'helse vuur', wanen waarbij mensen in hun gedachten (die voor henzelf overigens heel echt zijn!) gedwongen worden godslasterlijke dingen te zeggen of te doen.
We hadden het al over de (negatieve) invloed op de omgeving. Een depressieve patiënt straalt iets vijandigs uit. Hij vindt zichzelf de moeite niet waard om geholpen te worden, kan geen dankbaarheid tonen, blijft voortdurend klagen, ook al treedt er verbetering op, wil eigenlijk niet geholpen worden enz. Het is moeilijk voor de omstanders om met de depressieve mens om te gaan. Dat leidt vaak tot een breuk met velen uit de omgeving. Het wordt steeds stiller om hem heen. Hij zal zelf de contacten ook niet zoeken, eerder mijden. Deze steeds groter wordende eenzaamheid leidt weer tot verslechtering van de toestand. De beruchte negatieve spiraal, die, hoe dan ook, doorbroken moet worden.
Datzelfde geldt ook voor de verslechterende gezondheid. Wie niet goed voor zichzelf zorgt, (dagindeling, verzorging, voeding) leeft ongezond, raakt op den duur uitgeput. Uitputting kan opnieuw tot depressie leiden. In extreme gevallen kan de dood het gevolg zijn.

Geloofsleven
Depressie betekent een algehele malaise. Dat gaat ook aan het geloofsleven niet voorbij. Integendeel: we ontdekken steeds meer dat lichaam, geest en ziel als een onverbrekelijke eenheid geschapen zijn. Wanneer onze geest ziek is, blijft dat niet zonder gevolgen voor onze ziel en ons geestelijk leven. Ook dat wordt mede neergedrukt.
Alleen: hier moeten goed worden onderscheiden! Onze 'vaderen' deden dat ook. Ze hadden daar oog en hart voor. De pastor moet attent zijn op bijkomende (depressieve) verschijnselen om bijvoorbeeld 'geestelijke verlating', die een gevolg kan zijn van vastgehouden en onbeleden zonden, te onderscheiden van een geloofsleven dat onder invloed staat van een depressie en Gods liefde en goedheid niet kan ervaren. Dat is soms erg frustrerend voor de pastor en ieder uit de omgeving die vanuit Gods Woord wil troosten en bemoedigen. Wat we ook proberen het 'lukt' niet! Net zo min als alle andere opbeurende woorden de patiënt raken, raakt het Evangelie hem. Het klinkt misschien vreemd, maar hier moeten we 'voorzichtig' zijn met al te veel 'troostende' woorden. Je kunt iemand niet 'dwingen' om blij te zijn! Ik kom daar nog op terug.

Suïcide
Zonder meer het diepst ingrijpende gevolg dat een depressie kan hebben is (de neiging tot) suïcide... In veel gevallen eindigt een depressie op deze trieste manier. Eigenlijk is dit een hoofdstuk apart. Zie bijvoorbeeld: J. van der Wal: Suïcide; christelijke hulpverlening rond een levensprobleem. (uitg. Groen). Toch kunnen we er in dit verband niet omheen: het verlangen om van het leven af te zijn is een belangrijk symptoom van een depressie. Sommigen zijn er extra 'gevoelig' voor. Risicofactoren zijn onder andere: een gevoel hebben van hopeloosheid, sterke schuldgevoelens, gevoelens van waardeloosheid, het gevoel hebben aan een ernstige ziekte te lijden ('hypochondrie'), slaapstoornissen, een voortdurend gevoel van angst. Wanneer iemand al eerder een poging deed of wanneer het in zijn omgeving meer voorkwam moeten we extra alert zijn.
Wie maar enigszins het vermoeden heeft dat iemand zulke neigingen heeft zal daarover moeten doorvragen. Het is beslist niet waar dat we iemand zo 'op een idee brengen', eerder het omgekeerde: Wie met de plannen rondloopt is al erg eenzaam en zal het als een grote opluchting ervaren wanneer hij er met een vertrouwd persoon over kan praten. Die moet de patiënt in ieder geval niet veroordelen. Let wel: niet veroordelen is niet hetzelfde als: goedkeuren. Dat kan en mag een christen niet. Maar laten we dan proberen de persoon niet te veroordelen, zoals ook de Heere Jezus de zondaren liefhad, terwijl Hij de zonde hartgrondig haatte. Verhagen haalt in dit verband W. Perkins aan die zei: 'De mensen spreken zoals ze zich voelen te zijn'. Dit zegt nog niets over hun geestelijke staat.
Wat ons wel te doen staat is: beschikbaar te zijn voor deze ernstig zieke! Luisteren naar zijn trieste verhaal en aanbieden om te blijven luisteren. Praten en beloven met hem in gesprek te blijven.
Wanneer de plannen concreet zijn (vraagt er maar gerust naar hoe en wat en wanneer de persoon van plan is, dan blijkt wel hoe het er voor staat...) dan zal er beslist hulp moeten komen, eventueel een gedwongen opname om de patiënt tegen zichzelf in bescherming te nemen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Omgaan met depressieve bejaarden (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's