De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vlaamse priester op Nederlandse kansels der Reformatie (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vlaamse priester op Nederlandse kansels der Reformatie (2)

Een eeuw geleden stierf dichter Guido Gezelle

11 minuten leestijd

Veelbewogen was het leven van de Bruggeling Guido Gezelle. Graag was de priester missionaris in Engeland geworden, maar gehoorzaamheid bracht hem niet verder dan Roeselare en Kortrijk en opnieuw Brugge. Gezien alles wat hij als geestelijke en auteur, als onderpastoor en leraar, als strijder voor Vlaanderen en vurig polemist, heeft doorgemaakt verbaast het ons niet, dat Gezelle bepaald droefgeestig de wereld inkeek, al dan niet zijn pijpje smokend.

In een vorig artikel zagen we dat dit dichterleven pieken en dalen vertoonde, dat hij een paar perioden van poëtische bloei kende. Die korte tijdvakken waren onderling ook zeer verschillend, want zijn dichterschap was veelzijdig. Als hij op een kansel der Reformatie wordt geciteerd of opduikt in een onzer kerkelijke bladen, dan leert men slechts één facet van hem kennen: dat van de christen-dichter die vaak bijbelse spiritualiteit vertolkte en wie ook wij met de Gezangen 468 en 469 van harte kunnen nazingen.
Maar hij was ook de dichter van de natuur en het gevoelsleven, van de Romantiek, hij was ook de strijdbare flamingant, tegen de overheersing van het Frans en van de Noord-Nederlanders die immers onder de koningen Willem I en II enn ook de baas waren in zijn geliefd Vlaanderland. En soms smelten bij hem natuur (lyriek) en religieuze poëzie samen tot een algemene religiositeit die niet per se christelijk mag heten. Dat verschijnsel kennen we in de Nederlandse letteren der late 19e en 20e eeuw ook voldoende. Dichters als Jacques Perk, maar later ook Willem Kloos en Albert Verwey, gebruikten wel bijbelse termen, maar christelijk was hun poëzie niet. Ze vergoddelijkten zichzelf ('Ik ben een god in 't diepst van mijn gedachten') of bezongen het esthetisch zo schone lijden van de Mensenzoon, die Vlam van Passie in dit koud heelal. Met deze Tachtigers en hun nazaten vergeleken was Gezelle bepaald een diep religieus christen, geen pantheïst.

Dichter-dominees

Hij was tijdgenoot van al die Nederlandse dominees die tevens dichter waren en wier poëzie zo treffend werd gehoond door Frederik van Eeden, die zich toen Cornelis Paradijs noemdë: 'Dichters maakt alleen de Heer, / Predikanten mint Hij zeer. / Daarom neemt men, dat is klaar, / Zoveel dichters bij hen waar (...)'. Daar konden kansélrijmers als Nicolaas Beets, Bernard ter Haar, Ten Kate J.J.L., Piet Paaltjes en anderen het mee doen. Was Gezelle de rooms-katholieke tegenhanger van deze stichtelijke verzen makende dominees uit het Noorden? Ja en nee. Hij leefde in dezelfde tijd en onderging dezelfde invloed als de Nederlanders: die van de Romantiek. Maar kwalitatief was hij hun meerdere.

Zeker, ook Gezelle schreef gelegenheidsrijmen, soms op verzoek. Ook hij vertolkte diepe emoties van vriendschap, liefde en dood, zoals in zijn 'Kerkhofblommen': kleine monumenten voor geliefde seminarieleerlingen en vrienden van hem. Maar Gezelle was poëtisch groter en sterker, ook in zijn tientallen kleine gedichtjes. En vrome stichtelijkheid of brave deugd waren niet zijn voornaamste drijvende motie-

ven. Zijn kerkelijke én geestelijke achtergrond was immers een andere dan die van zijn protestantse Nederlandse ambtsbroeders. Hun orthodoxe of liberalé, maar in elk geval nogal gezapige, spirituele bronnen waren hem vreemd. De R.-K. Kerk mag dan op de buitenstaander de indruk maken van een tamelijk prettig leven hier beneden en het min of meer automatisch uitzicht op de triomferende kerk hierboven, zóveel geloofszekerheid bood de leer ook weer niet. Altijd was daar op de achtergrond toch ook de boetedoening, de biecht, de angst voor vagevuur en hel. 'Rome' is niet alleen te typeren met de drie K's van kerk, kroeg en kermis... Vandaar dat in Gezelles 'Heer, mijn hert is boos en schuldijg' soms voor een reformatorisch christen meer herkenbaars doorklinkt dan in menig vers van de dichtende dominees van zijn dagen.

Krijgs- en kruisvlag

En zijn weergave van de goede strijd die elke christen op aarde heeft te voeren is door en door bijbels: de krijgsbanier die een kruisbanier wordt moet door goede en slechte tijden heen tot in Gods handen gedragen worden. Het leven is immers geen vrede alhier, geen wapenstilstand (in het gevecht met de duivel, de wereld en onszelf), maar een strijd met vallen en opstaan en diepe wonden oplopen. De uitkomst is echter hoopvol: de strijder mag zijn kruisvlag ten laatste aan God overhandigen.

Bij die kruisvlag zal priester Guido wel de bekende afbeelding van de late middeleeuwer Martin Schongauer voor ogen gehad hebben: het Lam Gods dat in Zijn 'voorpoot' een wapperende banier op een hoge staak omklemd houdt. Dat is een geliefd motief in de rooms-katholieke beeldende kunst

Opmerkelijk is het overigens, dat de waardering in ons land voor de dichter Gezelle eerder op gang kwam dan in zijn 'Belgenland'. Hij vond ons de natie van 'Jantje Kaas', een bekrompen land met 'de protestanten' aan het hoofd. Erkenning van zijn grootheid vond nochtans eerder hier plaats dan bij zijn landgenoten. Zijn eerste biografen in Vlaanderen, neef Caesar Gezelle en A. WalgraVe, waren zelf priester en mede daardoor geremd in een eerlijke, brede beoordeling van zijn dichterschap en zijn Vlaamse strijd.

Sigaren en dominee...

Wat die bekrompenheid betreft had Gezelle wel een beetje gelijk. In de jaren dertig bracht een Kamper sigarenfabriek het merk 'Guido Gezelle' op de markt. Van der Plas verhaalt ons dat de afbeelding van de priester op kistje en banderolles een opvallende wijziging had ondergaan: zijn priesterboordje was vervangen door een gewone boord, 'met de suggestie dat men in de persoon van de merknaam te doen had met een dominee'! Tsja, in dié tijd van ds. Kerstén en ds. Zandt, van het ontstaan van Protestants Nederland en van de Hervormde Staatspartij, kon men moeilijk in gereformeerde consistories een roomse sigaar opsteken... En de ware zonen der Afscheiding zullen tóen op hun kansels nog wel geen gedichtje van Gezelle hebben gereciteerd, of het moest zijn zonder bronvermelding: 'Zeker dichter zei eens...'.

Welke gedichten of bundels spreken nu een protestant het meest aan? In dit jubileumjaar verscheen bij Lannoo in Tielt (West-Vlaanderen) als jubileumuitgave het 'Volledig dichtwerk' van Gezelle, geredigeerd door dé Gezelle-specialist prof. Jozef Boets en van veel nuttige aantekeningen voorzien. Het is een dundrukeditie met kleine belettering - zó klein, dat de notities bijna het gebruik van een loep vergen - en die luxe band telt liefst bijna 2000 pagina's. Maak daar maar eens een verantwoorde keuze uit voor een weekbladartikel!

Dichterschat

Wat een schat aan dichtkunst is hier opgeslagen, vanaf zijn 'Dichtoefeningen' uit 1858 tot en met zijn 'Rijmsnoer' en de vele nagelaten verzen. Wilde de dichter door zijn verzen de godsdienst bevorderen? Zijn eerste bundel werd uitgegeven met goedkeuring van zijn bisschop van Brugge. Die schreef daarin o.m.: 'Wij verlenen dus volgeern Onze Goedkeuring aan de Vlaamsche Dichtoefeningen van den Eerweerden Heer Guido Gezelle, Pb. Professor van Poësis in 't Kleen Seminarie, te Rousselaere. Dit werk dan den Schrijver moet tot eere strekken, zal ook, verhopen Wij, van langs om beter bewijzen dat Godsdienst en Deugd de schoonste stoffen leveren voor Letter- en Dichtoefening (...)'. Niet lang daarna werd deze Professor van Poësis door zijn bisschop van deze plaats ontheven! ^

Ik blader wat in deze vele honderden bladzijden Gezelle-poëzie en wil hier liever geen literaire kritiek oefenen. Luister naar Guido in zijn variant van Psalm 130 n.a.v. het 'De Profundis' (Uit de diepten) bij een begrafenis. In 'Kerkhofblommen' dicht hij: '(...) Sloegt gij al mijn zonden gade, / Heer, wie 'n zou niet ondergaan? / Neen, bij U is daar genade, / Heere, uw spreken houdt mij staan!' En verder: 'Want bij U is medelijden, / is verzachten des gekwéls, / gróoter als het wederstrijden, / als de boosheid Israëls'. Dacht daarbij de dichter aan het oudtestamentische Bondsvolk of ook aan het jodendom in zijn dagen? Dat werd immers tot ver in de 20e eeuw in roomskatholieke kring gezien als verstokt en door eigen schuld verworpen?

Maria, heiligen, Jezus

In deze herdichting Van Psalm 130 is uiteraard geen sprake van Maria of de heiligen der moederkerk. Die komen we in andere verzen van Gezelle genoeg tegen: in twee berijmingen van hét 'Stabat Mater': Naast het kruis, met weenende oogen, / stond de Moeder, diep bewogen, / daar, gegalgd, heur kind aanhing (...)'. Verder heet het daar: 'Dan zal Jesus mijns ontfermen, / en Gij, Maagd, zult mij beschermen, / als ik voor 't oordeel staan'. En dat is wéér degelijk rooms, zoals ook In 'Maria, vrouw vol eeren' en in 'Portalen Sions', waar zij de koningin heet die door Jezus' hand gekroond wordt en die wij verplicht lófzingen. 'Maria leve!', 'O Roözenkrans!', 'O Altijd Onbevlekte...', het vlot en nog fris ogende 'In Vlanderen', 'O Moeder Gods' en vele andere verzen bewijzen het: Guido was een getrouw zoon der heilige moederkerk.

Want in een vers met regels als 'Het herte is krank, / de wille is broos' roept hij Maria aan: 'Komt herte én wil versterken, / Maria, en maakt / ons onbevlekt / in woord, en wille en werken!' Daar staat dan het dieproerende 'Gij badt op eenen berg alleen' uit zijn 'Gedichten, Gezangen en Gebeden' tegenover. Daarin gaat het om Jezus alleen. In die bundel vind ik ook een vers (opdracht) voor de noorderling Jos. A. Alberdingk Thijm, voorvechter van de katholieke emancipatie en vader van Lodewijk van Deyssel. Gezelle noemt hem een taal- en stamvóortreder en roemt de stamen taalondeelbaarheid tussen de noorderen de zuiderling. Het dichterlijk antwoord van Thijm is hier ook opgenomen: '(...) Ga Nederland / met d'eêlsten bloei der kunst voor Christus niet verloren!'

Rooms vaandel!

Bijna vermakelijk is het dat een der minst roomse verzen van Gezelle, over die krijgs- en kruisbanier, een gelegenheidsvers was bij een zeer roomse zaak. Hij dichtte het in Kortrijk in 1892 ter gelegenheid van de inhuldiging van een nieuw vaandel van de 'Katholieke Jonge Garde' en het verscheen als 'Het leven' o.m. in het drieluik'Tijdkrans'.

Gezang 468, 'Heer, mijn hert is boos en schuldig', is ontleend aan zijn vroege bundel 'Kleengedichtjes', eeri meermalen uitgebreide mengeling van ernstige én luimige korte verzen. Daaronder ook het bekende strijdbare 'Gij zegt dat 't vlaamsch te niet zal gaan: / 't en zal (is: het zal niét) / dat 't waalsch gezwets zal boven slaan: / 't en zal! (.; .)'. Daar vinden we ook het 'Gij, priester, zijt het zout der aarde' en het mooie 'Waar is, waar is 't gelukkig oord, (...) 1 en waar Gij, Christus, onverhoond, / als koning van alle eeuwen throont? ' De wereldse geneugten ontvluchten raadt hij aan in 'Zoekt genuchten die des geests zijn' met 'Wilt ge vrijheid, zelfs in 't kot (= gevangenis), vlucht de wereld en zoekt God!' Onder het kleine werk dat 'Rijmreken, nageldeuntjes, spakerlingen etc.' bevat kom je ook versjes tegen die zó op onze kansel kunnen. Zoals 'Geeft God uw hert, aleer 't aan mij, / of iemand ooit geschonken zij; / want hij die God vóór al verkoos, / heeft God, ofschoon hij 't al verloos!'

Gezelles Liedboek

In de nagelaten verzen - meer dan duizend pagina's in de jubileumuitgave - vinden we ongeveer alle soorten poëzie van Gezelle, van Nieuwjaarswensen en Patroonsfeestverzen tot Marialiederen, 'Liederen voor Gods lieve heiligen', bruiloftspoëzie, verzen voor vrienden én veel losse mengelwerken. Mooi is ook 'Gezelles Liedboek' met 'Kerkhymnen, Geestelijke Zangen en Profane Liederen', alle bedoeld om te worden gezongen. Daaronder nieuwe berijmingen van 'Kom, Schepper Geest' en 'Kerstnacht' waarvoor Gezelle leentjebuur speelde bij Vondel, met regels als 'Kerstnacht! Kerstnacht! veel schoner als

de dagen' . Maar ook het nogal anti-joodse "t Is Paaschen' ('Geen oude wet, geen zurend brood, / geen zonde meer die 't leven doodt: /'t is Paaschen'.

En wat te denken van 'Ter eere van 't Heilig Haar (sic!) onzes Heeren Jesu Christi' met regels als 'Jesu, wilt ons zalig maken, / die uw Haar vol doornen staken!' Maria, relikwieënverering, het aanroepen van gestorven heiligen: het zit allemaal in de religieuze verskunst van Gezelle. Als kind van zijn tijd dicht hij ook op de toen recente zogeheten Mariaverschij pingen aan Bernadette Söubirous in Massabielle bij Lourdes. Vele heiligen eert Guido met een vers, waaronder bekende als Antonius van Padua en vergeten of lokale grootheden als St. Godelieve van Gistel, St. Germana en Idisbald. Wereldse liederen dichtte de priester ook volop, " zoals 'Boerke Naas' en het schalkse 'De Gypten' (= zigeuners). Wereldvreemd was hij niet; veelzijdig en soms onnavolgbaar wel.

De dominee (of 'leek') die hem wil citeren kan genoeg van zijn gading vinden, maar dat geldt ook voor de filoloog, de (cultuurhistoricus en vele anderen, want ook als prozaschrijver betekende Gezelle veel, zoals in zijn 'De ring van 't kerkelijk jaar' . Het mooiste dat hij schreef? Ik sluit me maar aan bij de miniblóemlezing van Deleu. Die noemt o.a. 'Het schrijverke' (dat de heilige Naam van God schrijft), 'O, 't ruischen van het ranke riet', 'Dien avond en die rooze', 'Als de ziele luistert', 'Moederken' en toch ook '... Den ouden brevier'en'Ego Flos'.

H. J. J. van As

Mede n.a.v. 'Guido Gezelle. Volledig di werk' door J. Boets e.a. Geb. dundruk, 1963 blz., ca. ƒ 110, -. Uitgave: Lannoo, Tielt en Pelckmans, Kapellen, 1998. En 'Mijnheer Gezellebiografie door Miche van der Plas, gen. H. J. J. van Asgebroch., 622 blz., met zwartwit foto's. Uitgave: Lannoo en Anthos, 4e druk, ca. ƒ 40, -, 1998. En 'Waar zit die heldere wnger? De mo gedichten van Guido Gezelle', verzameld Jozef Deleu. Uitgave: Lannoo, 1999, 80 blz., met Gezelle-activiteitenagenda.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Vlaamse priester op Nederlandse kansels der Reformatie (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's