De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Was de Reformatie een vergissing?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Was de Reformatie een vergissing?

J. G. Woelderink - reformatorisch pastoraal theoloog (2)

10 minuten leestijd

Onder deze titel vloeiden twee gelijknamige geschriften uit de pen van ds. J. G. Woelderink. De opdracht tot het schrijven over dit onderwerp werd hem verstrekt door de 'Willem de Zwijgerstichting', die in haar doelstelling o.a. heeft opgenomen de verdieping en versterking van de reformatorische beginselen in ons volksleven mede te bearbeiden. Het eerste boekje verscheen vermoedelijk in 1940 of 1941, de tweede studie kwam uit na de Tweede Wereldoorlog, Woelderink werkte de als titel gestelde vraag uit naar twee fronten. Zowel de kerk van Rome als de doperse beweging in eigen kring vielen onder de vraagstelling. In het spoor van de Reformatie (Heid. Catechismus en NGB) bespreekt hij de twee bewegingen kritisch. De brochures hebben hun waarde behouden.

Roomse beschuldigingen
Het verwijt van Rome aan de Reformatie luidt: het protestantisme is kunstmatig in stand gehouden. Met dit hooghartige oordeel spraken veel Roomse schrijvers zich uit over de arbeid in en vanuit de kerkhervorming in de 16e eeuw. Het concilie van Trente (1545) heeft toch de gronden der Reformatie weggenomen? Rome ziet achter het reformatorisch streven de autonome mens in actie. Deze poogt zich los te maken van het gezag van de kerk en van God en Zijn Woord. Achter de geestelijke beweging van de Hervorming gaat een revolutionair beginsel schuil. Dit Rooms gevoelen werd in de tijd van Woelderink vooral vertolkt door P. Lippert. Woelderink weet zich geroepen om in gesprek met Rome de diepte van het geschil te peilen.
Zijn ideaal brengt hij als volgt onder woorden: '... het positieve van de hervorming te onderkennen en daaruit zó te leven, dat wij het werk der Hervorming voortzetten en ons volk de gezegende vruchten daarvan plukke.'

Sola Fide
Het geschilpunt loopt over het geloof. Sola Fide vertaalt Woelderink liever met: alleen door het geloof, dan met: door het geloof alleen. Hij legt het subtiele verschil uit. Met Sola Fide wordt niet bedoeld, dat het geloof alleen blijft en geen vrucht voortbrengt. Deze gedachte is onbijbels. Met Sola Fide wil gezegd zijn, dat er alleen voor het geloof een plaats is in onze rechtvaardiging voor God. Een weergave als 'slechts door het geloof' vat de intentie van de vertaling goed samen. Woelderink verwijst naar de vader van de maanzieke jongen (Markus 5:36). Rome daarentegen ziet het geloof als een deugd waarnaast andere deugden vereist worden, liefde en boete bijvoorbeeld. Zij spreekt van geloof, dat door de liefde gevormd is. Deze gedachte onderscheidt zich wezenlijk van wat Paulus noemt in Galaten 6:5: '...het geloof, dat door de liefde werkt.' Rome hecht aan haar visie veel waarde: het geloof rechtvaardigt alleen in verbinding met andere deugden. De Schriften kappen deze verbinding af. Het is strijdig met de rechtvaardiging van de goddeloze. (Rom. 4 : 5)

Onder- en overschatting van het geloof
Rome beschouwt het geloof, dat door de liefde is gevormd als een morele voorwaarde voor de rechtvaardiging. Alleen door het geloof acht men onvoldoende ter rechtvaardiging. De genade van de rechtvaardiging is bij Rome nauw met het sacrament verbonden. Woelderink brengt zijn visie op de Roomse genadeleer als volgt onder woorden: 'Het geloof geeft aan de genade een aanknopingspunt in de ziel van de mens.' De Reformatie roept: Neen! Paulus belijdt de rechtvaardiging van de goddeloze en niet van de voorbereide mens, die op allerlei dingen wijzen kan, wat hem geschikt maakt om Gods genade te ontvangen. In de reactie van Woelderink schemert het tweede geschrift al door: de doperse geestesstroming gesteld onder de Reformatorische principes. Hij vreest in eigen kring voor een weggeleid worden van de beloften van de vrije barmhartigheid van God naar wat in de mens zelf wordt gevonden. De hoop wordt dan gevestigd op het eigen innerlijk leven i.p.v. op het Woord van Gods genade. De zekerheid van het geloof wordt hierdoor gebroken. Voor de Reformatie wordt geloof nooit een deugd of werk. Niet dat het niet als deugd of werk kan worden aangemerkt, maar de Reformatorische vrees ontstaat bij het opvoeren van het geloof als deugd of werk in het stuk der rechtvaardiging. De vrije genade wordt hierdoor aangetast, aan Christus' volkomen werk wordt afbreuk gedaan. Zijn zienswijze staaft en illustreert hij met zondag 23 van de HC en artikel 22 van de NGB: '...Want het geloof is maar een instrument, waardoor wij Christus onze rechtvaardigheid omhelzen.' Menig prediker noemde (en noemt) het geloof de lege hand waarmee Christus en Zijn gerechtigheid worden aangenomen. Historisch wijst Woelderink de mogelijke ontwikkeling aan tot misbruik en misverstand rond de lege hand: deze groeide al te vaak uit tot een nieuwe dispositie en lijkt verdacht veel op het Roomse streven tot het geschikt maken voor de genade van de rechtvaardiging. Kort samengevat: zodra het accent verlegd wordt van Christus en Zijn gerechtigheid op het geloof ontstaat er verwarring. Zuivere verwoording van het geheimenis vraagt worsteling bij de vertolking. De zekerheid van het geloof is een gewisheid die aan Gods Woord eigen is. In de weg van het geloof openbaart die zekerheid zich in het hart. Zolang Rome het geloof blijft inbrengen als een deugd en dispositie die nodig is om de genade van de rechtvaardiging te ontvangen, zal de kloof niet overbrugd worden.

Degradatie van het Woord van God
Het voorwerp van geloof is het Woord van God, waarin Christus als de grond van ons betrouwen wordt voorgesteld. Christus en Zijn weldaden worden ons alleen in en door het Woord geschonken. Onze belijdenis spreekt klare taal. Antwoord 22 uit de HC op de vraag: 'Wat is een christen dan nodig te geloven? ' luidt: 'al wat ons in het evangelie beloofd wordt.' De omhelzing van Christus door het geloof is alleen mogelijk voorzover Hij ons van de Vader in het evangelie wordt aangeboden en voorzover wij het Woord van God geloven. Woelderink was in woord en geschrift een woord-theoloog. Hij weet in de traditie van Calvijn te staan. De hoop van een christen rust op Gods getrouwe beloften. De gedachte, dat alle genade ons toekomt door bet Woord van God is aan de Roomse kerkleer vreemd. Rome verlegt het accent van het Woord naar de sacramenten. Het sacrament verheft zich ver boven het Woord. De blik in de Roomse kerken staat gevestigd op het altaar. Men kent daar niet meer het Woord Gods als het orgaan, dat ons van Godswege de genade brengt (of dit een 60 jaar later nog met zoveel stelligheid beweerd kan worden, verdient onderzoek). In het geloof bij Rome gaat het dan ook nog slechts om erkenning en toestemming van bepaalde waarheden. Woelderink mist het hart van de mens, dat door God moet worden ingenomen en ingewonnen voor Zijn genade. Reformatorisch liggen de zaken anders. De belovende God wendt Zich tot ons. Hij kiest voor een bijzondere betrekking met zondaren. De Eeuwige openbaart zich als de God van het verbond. Het geloof aanvaardt ootmoedig deze betrekking tot God en vertrouwt zich met het hart aan God toe. Het Woord Gods doet grote dingen, want het wordt gedragen door de Heilige Geest en maakt woning in ons hart voor het Woord zelf.

Het ambt en de Heilige Geest bij Rome
De Reformatie verbindt het werk van de Geest om de kerk in alle waarheid te leiden, zeer nauw met wat wij de Heilige Schrift noemen. In het geschreven Woord komt de Geest tot ons. De Schrift is blijvend van de adem van God vervuld. Zij blijft bron van licht, leven en kracht, omdat de .Heilige Geest de Schrift draagt en door haar spreekt en werkt. Hij brengt de gemeente aan de voeten van de Schrift om ootmoedig te horen naar wat de Geest leert en gewaar te worden hoe de Geest leidt.
Rome redeneert anders. In de r.-k. kerk heeft de Heilige Geest Zijn ambt en taak overgedragen aan de kerk. De kerk meet zich onfeilbaar leergezag aan. De orde wordt omgedraaid: niet de Schrift staat nog boven de kerk, maar de kerk heerst over de Schrift. De kerk van Rome verklaart de enige uitlegster van de Schrift te zijn en gebiedt eenieder zich aan haar uitlegging te onderwerpen. De moederkerk meent superieur te zijn ten opzichte van de Bijbel.
Ontkennen de Reformatoren, dat de kerk met een zekere autoriteit bekleed is? Neen, hoe zouden zij durven! In de kerk en door de kerk (ook tot de kerk) wordt met gezag gesproken. De autoriteit komt uit het Woord en maakt zich nooit los van het: 'Zo zegt de Heere...' Het Woord van en in de kerk blijft te allen tijde toetsbaar aan de Schrift (Gal. 1 : 6-9). Woelderink geeft zijn inzicht onderbouwing door artikel 5 van de NGB te citeren: 'Wij geloven zonder enige twijfeling al wat daarin begrepen is; en dat niet zozeer, omdat de kerk ze aanneemt en voor zodanige houdt; maar inzonderheid, omdat ons de Heilige Geest getuigenis geeft in onze harten, dat zij van God zijn'. Het leergezag van de kerk weet zich gegrond op en begrensd door de autoriteit van de Schrift. Een grote dwaling acht Woelderink het, dat Rome de kerk onttrekt aan de leiding van de Geest en in plaats daarvan die leiding voor zichzelf opeist. Voor de Reformatoren heeft alleen God autoriteit, Hij oefent dat uit door Zijn geschreven Woord. Het kan niet bestaan, dat de kerk de plaats van Gods Geest inneemt. De Geest wederbaart en leidt in alle waarheid door het Woord des Heeren. Zowel de kerk als de individuele gelovige (hoe ontkoppel je deze twee?) onderwerpen zich aan het gezag van Gods Woord.

Conclusie
Rome beweert: door alle hervormingen in onze kerk zijn alle grieven die aanleiding gaven tot de Reformatie weg. De Reformatie is echter niet ontstaan door enkele wantoestanden en misbruiken! Het evangelie van Gods genade in Christus is in het geding. Als dit evangelie bedolven ligt onder menselijke vondsten en dwalingen blijft de kloof intact. De Reformatie was geen vergissing.

Slotappèl
Om u Woelderink in zijn schrijven in zijn pastorale hart te laten zien, volgt het slotwoord van de brochure in zijn geheel.
'Willen wij sterk staan in onzen tijd, dan hebben wij meer en meer uit het Woord des Heeren te leven, want dat Woord is een kracht des Geestes, een bron van licht en warmte, van leven en kracht, waardoor wij alleen worden wedergeboren tot een nieuw leven. Het is de oude profetische roep, die ook in onze dagen komt tot de enkeling en tot de gemeenschappen: Tot de wet en tot de getuigenis; zoo zij niet spreken naar dit woord, het zal zijn, dat zij geen dageraad zullen hebben. Want het ware geloof is de ware zelfverloochening van den mensch, ook van zijn geloof, alsof daarvan iets te verwachten ware, om alleen te buigen voor Gods Woord en wet. En als we niettegenstaande dit geloof toch blijven in een wereld van zonde en ellende, waarin alle geloofsgehoorzaamheid schijnt weg te zinken in de stroom der vergankelijkheid en telkens overstroomd wordt door een nieuwe uitbarsting van zonde en dwaling, dan mag niet vergeten worden, dat het geloof zelf een getuige is van ons uitwonen van den Heere maar daarom ook spreekt van de verwachting van des Heeren wederkomst, waarbij allen, die den strijd wettiglijk hebben gestreden, de kroon des levens zullen ontvangen. Het werk, dat wij in den Heere verrichten, is nimmer ijdel, want eens zullen wij maaien, wat wij hier gezaaid hebben.
Die gelooven, zoeken de rust niet in de overgave aan de leiding eener onfeilbare kerk maar zij hebben de rust gevonden, die er is in God, door Christus Jezus onzen Heere, en al bedroeft hen de verscheuring van Gods kerk ook ten zeerste, en staan zij in deze zondige wereld telkens voor onoplosbare moeilijkheden, zij weten, dat dit het kruis is aan de woestijnreis eigen en verwachten, hun weg in gehoorzaamheid reizende, door het geloof nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Was de Reformatie een vergissing?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's