De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een spannende discussie tijdens de contio 2000

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een spannende discussie tijdens de contio 2000

11 minuten leestijd

De christologie van Van de Beek
Elk jaar wordt in januari de contio van GB-predikanten gehouden. Dan komen ongeveer tweehonderd predikanten één of twee dagen bijeen om met elkaar in gesprek te zijn over actuele onderwerpen die kerk en theologie van vandaag raken.
Ook dit jaar waren we weer bijeen in het Hervormd Seminarium Hydepark in Driebergen/Doorn.
Ook nu werd er weer heel veel aangereikt door middel van lezingen, waarover we discussieerden. Over de Evangelische Omroep, over het ambt, over de kerk in de grote stad en... ook over het nieuwe boek van prof. dr. A. van de Beek: Jezus Kurios. In dit boek gaat het er om hoe wij de Persoon en Het werk van de Heere Jezus moeten zien. Daarbij speelt natuurlijk mee de discussie die gevoerd wordt over de opvattingen van Kuitert en Den Heijer en anderen. Prof. Van de Beek neemt in zijn boek het klassieke standpunt in dat Jezus de Zoon van God is en dat Hij Zichzelf ook zo heeft gezien, getuige de Evangeliën. Hij laat zich daarbij behalve door het bijbels getuigenis leiden door de geschriften van de kerkvaders van de vroege kerk.
Zo werd dan deze spannende thematiek aan de orde gesteld door middel van twee inleidingen. Dr. A. Noordegraaf ging in zijn lezing eerst in op hetgeen Van de Beek in zijn boek geschreven heeft. Met veel van wat Van de Beek zegt kon hij van harte instemmen. Maar hij stelde ook vragen bij punten waar hij anders over dacht dan de auteur. Vervolgens ging Van de Beek op de opmerkingen van Noordegraaf in. Hij legde zijn standpunt uit, lichtte dat nader toe en liet zo duidelijk merken wat voor hem heel belangrijk is, namelijk dat Jezus voluit God is, of anders gezegd: dat God voluit mens geworden is. Met alle consequenties van dien.

Discussie
Na de lezingen volgde een discussie onder de aanwezigen. Dat werd voor mijn gevoel een heel spannende discussie, waarin men van de Beek bevroeg op zijn denkbeelden. Ik wil enkele momenten uit die discussie weergeven. Het was een pittige discussie, die niet eenvoudig weer te geven is. Ik doe een poging.
Ds. A. Romein vroeg naar de relatie tussen de verzoening door Christus en het beginnend herstel van het leven, als vrucht van die verzoening. Wordt daarvan niet meer zichtbaar, ook in de bredere verbanden van de maatschappij dan Van de Beek zegt? Prof. A. de Reuver sloot (later) hierbij aan door ook te vragen naar die vrucht van de verzoening door Christus in de vorm van de inwoning van de Heilige Geest in het hart van de gelovigen.
Prof. Van de Beek antwoordde ongeveer als volgt. Het is zeker een bijbelse gedachte dat de heiliging als vrucht van de verzoening een realiteit is. Het is echter de vraag van welke aard die heiliging is. De Geest van Christus maakt je door het geloof levend, maar dat voltrekt zich op de wijze van het leren leven van en uit Christus. De mens zelf wordt niet beter. Ook de wereld wordt niet beter. Mens en wereld blijven in zichzelf even slecht. Alles ligt in Christus. Daarom moeten wij sterven aan onszelf. Maar zijn er dan geen goede, mooie dingen in het leven en in de wereld? Jawel, maar die zijn er door de algemene genade van God. Hij schenkt ons ondankbare mensen nog zoveel goeds, dat we kunnen genieten van muziek en literatuur bijvoorbeeld. Maar die zijn niet het wezen. Ook kunnen we op deze gaven van de algemene genade al helemaal geen cultuurtheorie bouwen, zoals Kuyper deed. Ook Van Ruler dacht te optimistisch over een goede cultuur, als herstel van de schepping.

Schepping en zondeval
Ds. Romein vroeg ook hoe Van de Beek de verhouding tussen schepping en zondeval ziet. In zijn antwoord op deze vraag benadrukte Van de Beek vooral dat God toen Hij de mens schiep wist wat van zijn maaksel was te wachten (Psalm 103). God schiep mensen als begrensde wezens, mensen uit het stof (Gen. 2). In Psalm 103 wordt dat stof-zijn, dat maaksel-zijn niet los gedacht van de zonde. God wilde geen God tegenover zich, maar een begrensde wereld. Het is Zijn liefde, dat Hij daarmee wilde leven.
Vervolgens ging Van de Beek in op de vraag van ds. Romein naar het lijden van God. In het boek van Van de Beek over Job ging het daar ook al over. Namelijk dat God de schuld van de mens zo naar Zich toe trekt, dat Hij lijdt. Kun je dat zo direct zeggen? Gaat God zover dat Hij de verantwoordelijkheid van de mens op Zich neemt en daarom Zelf verantwoordelijk wil zijn voor wat mensen doen?
Van de Beek vergeleek dit punt met de verhouding tussen een vader en zijn kind. Als een kind een misdaad begaat en daardoor schuldig wordt, dan neemt een goede vader niet alleen maar de ellende die de misdaad teweegbrengt op zich, maar hij vereenzelvigt zich zo met zijn kind dat hij ook wil delen in de schuld van zijn kind. Zo lijdt de vader omdat hij deelt in het kwaad dat zijn kind heeft begaan.
Zo neemt God de verantwoordelijkheid van de mens op Zich. Dat is Zijn grote liefde. Hij wil in Zijn Zoon schuldig worden aan ons kwaad.
Bedoelt u hiermee de plaatsvervanging? vroeg ds. H. Visser (Katwijk). Inderdaad, repliceerde Van de Beek. Dat is nu dat God de wereld met Zichzelf was verzoenende. Daar wordt niet alleen het betalen van de schuld voor een ander mee bedoeld, maar ook dat Hij de ander wordt. God neemt echt onze plaats in. Als Christus lijdt, dan lijdt de Heilige Naam (verg. Fil. 2). Christus is God. God is Christus.

Supralapsarisme
Dr. J. Hoek stond op en vroeg Van de Beek naar de wijze waarop hij zich bediende van een term uit de theologie van Dordt (1618- 1619), namelijk het supralapsarisme. Daarmee werd destijds bedoeld dat God van eeuwigheid besloten had welke mensen, die Hij had besloten te doen vallen zou uitverkiezen en welke niet (verkiezing en verwerping). Van de Beek gebruikt deze term ook, maar niet op dezelfde wijze als in de gereformeerde theologie gebruikelijk is.
Van de Beek ging als volgt op deze vraag in. Met supralapsarisch bedoel ik niet zozeer dat God van eeuwigheid besloten heeft welke gevallen mensen Hij wil redden en welke niet. Maar ik bedoel er mee dat God van meet af aan (van eeuwigheid af aan) een wereld wilde scheppen en metterdaad schiep, waarin Hij wilde samen-zijn met mensen die niet volmaakt zijn. Dat hierin de val van de mens niet genoemd wordt, wijkt inderdaad af van de wijze waarop Dordt erover sprak, maar de zaak zelf: God samen willen zijn met zondige mensen, is wel aanwezig. Ja maar, zei dr. Hoek, geef je dan niet een heel andere, een oneigenlijke invulling aan die term? Ja en nee, antwoordde Van de Beek. Je hanteert het begrip inderdaad anders. Je leeft in een andere tijd. Daarom mag je termen anders gebruiken. Als je dat maar doet om precies datgene weer te geven wat er oorspronkelijk ook mee bedoeld werd.
Later kwam dr. A. Noordegraaf hier nog op terug. In het denken van Dordt ging men uit van de val van de mens als historische factum na de schepping. Van de Beek ziet het zo, dat het bij de val in de Bijbel gaat om de concrete val, hier en nu. Adam staat voor alle mensen. Als ik zondig, dan val ik ook. We moeten niet denken in termen van: eerst een ideale staat der rechtheid en daarna de val, maar we moeten uitgaan van het concrete feit, dat de mens van de beginne een zondaar is, en dus viel als de eerste Adam uit de aarde aards.

Verzoening
Prof. De Reuver wilde nog eens wat dieper ingaan op de aard van de verzoening. Als je, zoals Van de Beek doet, bij de verzoening zo sterk benadrukt dat God Zelf onder het oordeel doorgaat, is er dan nog wel ruimte voor de onmisbare gedachte bij verzoening, dat God toornt op de mens en dat die toorn van God gestild moet worden. Gaat de vereenzelviging van God met de mens niet ten koste van het tegenover van God ten opzichte van de mens? Van de Beek zei hierop, dat je niet hierover moet denken in termen van 'verkaveling', nl. enerzijds wat God doet en anderzijds wat met mensen gedaan wordt in de verzoening. Als God zo goed is dat Hij Zichzelf schuldig verklaart in de plaats van de mens, betekent dat niet dat God en mens nu beide, ook los gedacht van elkaar schuldig zijn. Nee, God toornt zeker op de mens, maar tegelijk wil Hij nu Zelf die toorn tegen de mens dragen. Dat gebeurt in Christus Jezus aan het kruis, aan het vloekhout.

Vuile handen
Indringend waren de vragen van ds. P. F. Bouter en dr. H. Klink. Zij gingen in op de wijze waarop door de theologen van de vroege kerk over God gesproken was. Van de Beek zegt dat God vuile handen heeft (vanwege het oordeel waaronder Hij Zelf door wil gaan). Maar dat kun je zo toch niet zeggen? Zeg je dan geen dingen over God die je niet over Hem mag zeggen? Van de Beek antwoordde dat het kruis een vervloeking is. Vervloekt is eenieder die aan het hout hangt. Dat ondergaat God! God ondergaat deze schande, omdat Hij zo diep in het vlees getrokken wordt. Het gaat daarbij er niet alleen om dat God onze schuld wordt toegerekend, maar ons oordeel draagt. Marcion wilde God buiten het kwaad houden. Theologen als Hippolytus en Irenaeus gingen uit van Gods almacht. God is de volkomen Almachtige. Er gebeurt niets zonder de wil van God. Ook niet de geschiedenis van deze gebroken aarde. In hoofdstuk 63 : 17 klaagt de profeet Jesaja: 'HEERE! Waarom doet Gij ons van Uw wegen dwalen, waarom verstokt Gij ons hart, dat wij U niet vrezen?'
Klink: het is toch ketters om te zeggen dat God Zelf in Christus gekruisigd wordt. De goddelijke en menselijke natuur zijn in Christus wel met elkaar verbonden, maar op de wijze van een personele unie (unio personalis) en niet op de wijze van gelijkwording (identificatie). Van de Beek: in Efeze (4 : 31) is juist wel gezegd dat de eenheid van de God en mens in Christus niet bestaat uit wil, welbehagen of aanneming van de persoon, maar uit een fysieke eenheid. God nam niet maar een mens aan, maar werd mens. Daarom heeft het Woord Gods geleden en is gekruisigd.

Lijdt God?
Dr. G. van de Brink: ik zal het anders zeggen. In de vroege kerk is toch de gedachte dat God lijdt (theopaschitisme) over de hele linie afgewezen? Van de Beek: inderdaad. Vooral Tertullianus heeft zich daar tegen verzet. Maar de spits van dat verzet is niet dat God zo zeer mens werd, dat Hij gaat lijden. De spits van het verzet was de vrees dat God zou opgaan in de geschiedenis. Ook in een latere periode van de vroege kerk heeft men zich verzet tegen de gedachte dat God lijdt. Maar dan is dat verzet een uiting van de zgn. theologia gloriae, een theologie die te veel uitgaat van de overwinning van het kwaad, en die de blijvende diepe gebrokenheid van de schepping niet wil erkennen.

Driedeling: schepping-zondeval-verlossing
Ondergetekende vroeg aan Van de Beek, waarom hij niet wil vasthouden aan de driedeling: schepping-zondeval-verlossing, als een reformatorische invulling van de tweedeling van de vroege kerk: schepping en herschepping.
Van de Beek stelde in zijn antwoord dat hij in bepaalde opzichten wel de driedeling wil overnemen, bijvoorbeeld als een middel om aan te geven hoe diep de menselijke schuld is en dat de zonde een daad van de mens is. Maar hij is zeer beducht voor de gedachte dat men denkt dat de zonde er maar bij gekomen is (een accidens). Dat werkt namelijk in de hand dat je denkt: als de mens verzoend wordt door het geloof dan ben je weer een goed mens aan het worden, een mens, zoals die was voor de zondeval. Je bent al een beetje op weg naar dat doel. Dat is een onbijbelse gedachte. De mens is en blijft de zondige mens en wordt hier, in deze bedeling, nooit (ook niet een beetje) de goede mens.

Huiswerk
De discussie moest hier afbreken omdat de tijd om was. Wat mij betreft, ik zat voortdurend op het puntje van mijn stoel en had graag door willen vragen. Het was buitengewoon spannend wat er besproken werd, juist ook als je bedenkt wat dat betekent voor het spreken en preken over God, schuld, lijden en over de mens. Het is de bedoeling dat de kernpunten van onze discussie en ook andere actuele thema's, zoals het Schriftgezag door Van de Beek in een kleine publicatie toegankelijk gemaakt worden voor kringen in de gemeente. Daarmee komt er huiswerk aan, waarmee we ook in de gemeente onze winst kunnen doen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een spannende discussie tijdens de contio 2000

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's