Omgaan met depressieve bejaarden (3)
Hulp aan depressieve ouderen
We kwamen van de gevolgen al terecht bij de hulp die wij kunnen/moeten bieden. Eigenlijk was dit het voornaamste doel van dit artikel, maar zoals gezegd: om ons 'verstandig' te kunnen gedragen jegens de ellendige moeten we eerst inzicht hebben in zijn toestand...
Er zijn voor depressieve patiënten verschillende vormen van hulp, vaak aangeduid met 'pillen en praten'.
Wat de 'pillen' betreft: er zijn tegenwoordig gelukkig vele goede middelen tegen depressie, de zogenaamde antidepressiva. Die middelen zijn soms beslist nodig. In ieder geval is er tweemaal zoveel kans op (blijvend) herstel dan zonder medicijnen. Het kan gevaarlijker zijn om medicijnen te weigeren dan om ze in te nemen. Wel moet worden gezegd dat diverse bijwerkingen vaak vanaf de eerste dagen (hinderlijk) merkbaar zijn, het gewenste resultaat pas na enkele weken. Dat vraagt geduld en vooral: discipline. De naaste omgeving kan daarin een belangrijke taak hebben. Gelukkig gaan de ongewenste bijwerkingen na korte tijd vanzelf weer voorbij en zijn de antidepressiva (in tegenstelling tot sommige slaap- en kalmeringsmiddelen) niet verslavend.
Andere medische, behandelingen (kunnen) zijn: lichttherapie, die ervan uitgaat dat een depressie het gevolg kan zijn van te weinig zonlicht, ('winterdepressie'); elektroshock; slaaponthouding, hardlopen (running therapy), ontspanningsoefeningen zoals yoga, maar ook andere oefeningen.
Verder zijn er alle mogelijke vormen van psychotherapie, al dan niet in groepsverband. Iedere therapie stoelt weer op een eigen theorie die het ontstaan van depressie probeert te verklaren. Zonder al te diep op deze zaken in te gaan moet hier ervoor gewaarschuwd worden dat er zeker ook onbijbelse uitgangspunten voorkomen en dat veel therapeuten geen 'antenne' hebben voor geestelijke zaken en daar soms afwijzend tegenover staan. In het uiterste geval stelt men dat het geloof (of: een bepaalde geloofsbeleving) de oorzaak is van veel ellende (verg. A. Schilder: Hulpeloos, maar schuldig.)
We mogen God danken dat we tegenwoordig een beroep kunnen doen op therapeuten die deskundig zijn op hun terrein, maar in hun bezig zijn wel uitgaan van Gods onfeilbaar Woord en dat ook willen laten meeklinken in de behandeling.
Bij een ernstige depressie zal de huisarts wellicht verwijzen naar de RIAGG, een vrijgevestigde psycholoog of psychiater of eventueel een psychiatrisch ziekenhuis. Zoals bekend kennen wij daarnaast het GLIAGG, het GPZ en vrijgevestigde christen-psychologen.
Het kan voorkomen dat we als pastor de moed moeten hebben om iemand in alle liefde door te verwijzen naar de huisarts en, via hem, naar een van deze professionele hulpverlenende instanties. Met name bij aanhoudende wanen en dreigende suïcidaliteit is verwijzen eigenlijk verplicht. Ook wanneer, ondanks andere behandelingen, verbetering uitblijft. Soms is er veel wijsheid, tact en aandrang nodig. De patiënt vindt zichzelf immers 'de moeite niet waard' om behandeld te worden! In geval van twijfel is er bij de hulpverlenende instantie altijd de mogelijkheid van consultatie, het aanvragen van advies. Let er wel op, dat 'verwijzen' niet betekent dat u de patiënt loslaat! Laat verwijzen geen afwijzen zijn! Onze pastorale verantwoordelijkheid blijft, ook tijdens een therapie of na een eventuele opname!
Begeleiden
Wat wij als omgeving (pastor, kerkenraadslid, bezoekbroeder of H.V.D.-lid namens de gemeente, familie, gezin) kunnen doen is niet meer en ook niet minder dan de patiënt begeleiden op zijn of haar weg door het 'duister'. Uit alles wat tot hiertoe gezegd is blijkt, dat het géén eenvoudige taak is! Ook geen 'dankbare' taak! Integendeel. Depressieve patiënten (en alle anderen met depressieve klachten) zijn voor ons gevoel uitgesproken moeilijke patiënten. Moeilijk om te troosten en vaak moeilijk in de omgang. Ze brengen hun eigen somberheid gemakkelijk over op anderen. De omgeving moet er steeds voor waken om niet meegezogen te worden in de negatieve gedachten en opmerkingen. (Oók al zo'n spiraal!) Juist dáárom is het goed elkaar te herinneren aan de opdracht en de belofte (dat gaat in Gods Woord steeds samen!) van de 41e Psalm: 'Welgelukzalig is hij, die zich verstandig gedraagt jegens een ellendige; de Heere zal hem bevrijden ten dage des kwaads'.
'Verstandig' handelen houdt onder andere in: Weten waar het om gaat bij een depressie. En, omdat bij een depressie alles 'negatief' is, moeten we ook weten wat we beslist niet moeten doen. Wat we beslist niet moeten doen is, de patiënt aan zijn of haar lot overlaten omdat wij er 'toch niets mee kunnen'. Dit is onbarmhartig en onchristelijk. Handelt de Heere zo met ons? Wat we niet moeten doen is de depressieve medemens nog meer versterken in zijn of haar schuldgevoel door te suggereren dat het zijn of haar 'eigen schuld' is, dat het 'zover gekomen is. Dus niet: 'Je moet het zelf doen, hoor!' (m.a.w.: als het niet lukt, is dat je eigen schuld) 'Je moet je er nu maar eens overheen zetten' (zeg dan maar eens hoe!) 'Je moet niet blijven zeuren' en nog veel meer van die onbenullige opmerkingen. Ze raken kant nog wal. Als het zó simpel was, waren er geen depressieve mensen, echt niet!
Begrip, geduld en vertrouwen worden genoemd als de drie sleutelwoorden in de omgang met depressieve patiënten. U merkte al, dat ik vóór alles stelde: de christelijke barmhartigheid. Immers, wie kan dat begrip, dat geduld en dat vertrouwen opbrengen uit zichzelf? Barmhartigheid is een gave, geschonken aan hen die zelf weten wat Gods barmhartigheid voor henzelf inhoudt. Daarom heeft het omgaan met depressieve bejaarden alles te maken met de kern van ons geloof. Je zou het een toetssteen kunnen noemen. 'Dankbaar' werk wil iedereen wel verrichten, maar ondankbaar werk?
Toch wil ik, vanuit het begrip barmhartigheid, terugkomen op: begrip - geduld - vertrouwen. Toon begrip voor het feit dat de patiënt ziek is. Natuurlijk is hij ook wel eens ondeugend of eigenwijs voor ons gevoel. Maar in de eerste plaats: 'gewoon' ziek. Daar heeft hij of zij niet om gevraagd. Probeer begrip te hebben voor wat er in hem omgaat, hoe moeilijk het soms ook is.
Probeer geduld te hebben, ook al hebt u de indruk (en die indruk kon wel eens terecht zijn) dat de zieke niet op uw bezoek zat te wachten. Hij 'koestert' soms zijn verdriet. Maar heb geduld, totdat hij daarvan mag genezen. Ook al duurt dat lang (weken, maanden, soms jaren).
Heb er alle vertrouwen in, en straal dat ook uit, dat er ook voor een depressieve patiënt hoop is. Zelf heeft hij die hoop allang opgegeven. Maar u mag laten merken dat u daar toch anders over denkt. Omdat we een machtige God en een Heiland vol barmhartigheid mogen hebben. Daarom is er hoop, ook voor de hopeloze patiënt. Wij hopen voor hem! Wij hebben er alle vertrouwen in dat de Heere niet loslaat, ook al doet Hij dat voor ons gevoel wel. Zijn Woord zegt dat het anders is. En God is meerder dan ons hart.
Natuurlijk kan het 'begrip' nooit zo ver gaan, dat we 'meegaan' in de negatieve gedachten. Daarmee helpen we niemand. Een zekere 'afstand' moet er blijven om echt te kunnen helpen! En zeker in de wanen en hallucinaties kunnen we de zieke niet volgen. Dat wordt ook niet van ons gevraagd. Maar wees dan niet zo onbarmhartig om de ander voor 'gek' te verklaren. Toon, dat u er begrip voor hebt, dat hij zich zo voelt, maar laat gerust weten dat u zich (gelukkig) niet zo voelt.
Een en ander vraagt veel van degene die op bezoek gaat. We ontkomen eenvoudig niet aan een gevoel van onmacht. Wat we ook zeggen, wat we ook doen, het lijkt alsof het eenvoudig niet óverkomt. We zullen die gevoelens van machteloosheid en zelfs boosheid moeten accepteren. Wie ze wegdrukt, misleidt zichzelf.
Wees voorzichtig met allerlei goedbedoelde 'adviezen' zoals: 'Je moet er eens uit; ga eens met vakantie...' Dat kan zelfs heel verkeerd zijn. De depressieve patiënt komt zo nog meer onder druk te staan: hij weet dat hij dan zou moeten genieten, maar hij kan dat niet. 'Iedereen' zegt dat die vakantie hem goed zal doen, maar hij merkt het niet. Bovendien is het gemis van de vertrouwde omgeving niet bevorderlijk voor zijn herstel. Kortom: het was geen goed advies.
Ga ook niet te veel 'regelen' voor de zieke. Zijn denken en handelen is geremd. Hij komt moeilijk tot een besluit maar: hij is niet dement. Hij is niet verstandelijk gehandicapt. Wanneer u iets wilt doen, overleg dit dan!
Samengevat: Luisteren is een kunst! (Maar dat wist u al, dat geldt bij ieder gesprek!). Onze gevoelens van onmacht moeten niet leiden tot te veel 'geregel'. Het tonen en laten blijken van belangstelling betekent dat de betrokkene blijkbaar de moeite waard is, al zal hij dat zelf niet erkennen. De Heere denkt er anders over! Zeg ook niet dat u 'alles zo goed kunt begrijpen', want dat is gewoon niet waar! Een depressie is een doolhof, waarin wij de ander vaak helemaal niet kunnen volgen. Bemoedigen mag, maar wel op reële basis. Gods beloften zijn ja en amen, ook al ervaren we het soms niet.
Omgaan met depressieve ouderen is een zwaar werk, maar: het is niet hopeloos. Er is wel degelijk hoop. Depressie is vaak goed te behandelen, al gaat het niet van de ene op de andere dag. Wij mogen weten dat de Heere God niet loslaat, ook niet wanneer we door het duister in ons binnenste Zijn hand niet (kunnen) zien. Bovendien werkt oprechte belangstelling altijd genezend. Dat wisten we natuurlijk al, maar het komt ook steeds weer duidelijk naar voren in verschillende onderzoeken. Het proefschrift van Braam (dat we trouwens niet in alle opzichten volgen) is daar een voorbeeld van.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's