Het grondpatroon
'Dit beginsel der tekenen heeft Jezus gedaan te Kana in Galilea, en heeft Zijn heerlijkheid geopenbaard.' Johannes 2:11a
Toen ik een schooljongen was, fietste ik vaak langs een huis, met daarvoor een groot hek en daarop stond met prachtige letters: hè archè. Een Grieks woord, dat betekent: het begin. En omdat het een móói huis was, dacht ik: geen slecht begin en wat moet het volgende huis dan wel niet zijn. Totdat ik iemand sprak, die goed thuis was in de Griekse taal en hem vroeg: Wat zou de eigenaar bedoeld hebben om zijn huis 'het begin' te noemen? Hij zei: Maar weet je dan niet dat dit Griekse woord óók het beginsel, het grondpatroon betekent?
Dat woord, hè archè, het begin, vinden we nu ook in onze tekst: het beginsel. Iets wat, als grondpatroon, telkens terugkomt in een bepaalde zaak. In welke zaak? Dat zegt Johannes hier: in de tekenen: Zó noemt Johannes hier de wonderen van Christus.
En dat leert ons reeds dit: Jezus was en is geen wonderdoener. Zo is Jezus helaas door velen gezien. Toen en nu. En daar zou de geschiedenis, waar het hier om gaat, aanleiding toe kunnen geven. Immers u kent de geschiedenis. Jezus is met Zijn moeder en discipelen in Kana. Op een bruiloft.
Maar na enige tijd is er geen wijn meer en dat is een blamage voor een bruidspaar. Maar nu komt Jezus, op Zijn tijd, te hulp. Want dan staan daar zes vaten watervaten voor de reiniging van de gasten. En op bevel van Jezus worden die gevuld met water. Tot aan de rand. En dan worden die vaten gedragen naar de hofmeester. En als hij proeft: wat een verrassing, want het water is wijn geworden. Wat een wonder. Maar het natuurlijk hart van een mens, die Christus in Zijn Wezen en werk niet kent, maakt hierdoor van Jezus een wonderdoener. Zo'n mens gaat tot Jezus met een wondergeloof. Hij heeft Jezus alleen maar nodig om wonderen te doen. En o, als Jezus het dan niet doet...!
Maar nu zegt Johannes: in deze geschiedenis wordt geen reden gegeven tot een wondergeloof, maar wordt wel gewezen op de noodzaak van een waar geloof. Want dit .wonder is een teken, een heenwijzing.
Dus het gaat hier niet om het teken, hoe mooi ook, maar het gaat erom waar het teken heen wijst. Waarheen? Naar Hém, Die dit teken deed: Jézus.
Dus Johannes zegt: blijf niet bij dit wonder staan. Maar u moet terecht komen bij Hem, Die het doet: Jezus. Dat is een wáár geloof. Dat komt bij Jezus terecht. En dan in heel bijzondere zin. Want dan zegt het vervolg van de tekst: en heeft Zijn heerlijkheid geopenbaard.
In dit teken heeft dus Christus Zijn heerlijkheid, Zijn Goddelijke majesteit aan het licht gebracht. Wie God is en wat God doet in Christus. Dus eigenlijk is dit wonder een teken van Gods nabijheid in Christus.
En dit wonder nu laat zien, wat die tegenwoordigheid Gods in Christus uitwerkt. Immers: het gemis van Gods tegenwoordigheid is vreselijk. En zo is het met ons sinds de zondeval.
Maar hier is openbaring, dat, wil zeggen Gods tegenwoordigheid wordt in het licht gebracht.
Dus eigenlijk zegt Christus door dit teken: In Mij komt God weer tot u en maakt het licht.
Want ach, dat is de werkelijkheid: door de zonde is God van ons geweken. En daardoor zijn we niet alleen in de duisternis maar we zijn het zelf. Zijn we dood! Maar nu komt God in Christus. Tot zulke mensen.
Dus zo predikt ons deze wondergeschiedenis het komen Gods. God komt in Christus tot mensen, die bij God vandaan zijn gegaan. En dat is zo groot.
Maar...wat betekent het als God komt? O zeker: ook droefheid. Want het gemis wordt ontdekt.
Maar evenzeer: vreugde na droefheid. En dat blijkt uit deze geschiedenis. Immers het teken was: de gave van wijn. En de gave van wijn is in de Bijbel teken van zegen en herstel. Zie Joël 3 :18 en Amos 9:13.
Dus zegenend komt God in Christus. En herstellend. Dat predikt ons dit teken.
Hij herstelt de vreugde. Dat werd en wordt door velen niet gezien. Door de discipelen wél: En Zijn discipelen gelóófden in Hem. Ze werden bevestigd in het ware geloof. Zó is het als God komt in ons leven. Toch is daar niet alles mee gezegd.
Want het ging hier over het beginsel der tekenen: het grondpatroon, het principe, waarnaar God werkt. En dat slaat ongetwijfeld terug op wat die hofmeester, in onwetendheid, zei: En zeide tot hem: Alle man zet eerst de goede wijn op, en wanneer men wel gedronken heeft, alsdan de mindere; maar gij hebt de goede wijn tot nu toe bewaard. Dus: het beste komt het laatst.
Dat in tegenstelling tot mensenwerk. Daar zit altijd een dalende lijn in.
Maar in Gods werk is dat omgekeerd. En nu dat grondpatroon, dat beginsel, dat ook in dit teken blijkt, vinden we door de hele Bijbel heen. Overal, waar gesproken wordt van die zegen van de terugkomst van de Heere tot Zijn volk. Waar die vreugde is over het herstel. Dat heeft Israël ervaren.
Denk aan de terugkomst van de heerlijkheid des Heeren, na ballingschap, ons beschreven door Ezechiël. De tempel is dan oneindig veel schoner dan eerst.
Denk verder maar aan de komst van de nieuwe bedeling en zo van Christus Zelf als openbaring van de heerlijkheid des Heeren.( Zie Joh. 1:14).
Immers in vergelijking met de schaduwen van Christus in de tabernakel is de werkelijkheid het beste.
En denk dan vervolgens aan u, een zondaar, een kind van Adam. Uw nood is, dat u God kwijt bent.
Als God dan tot je komt in Christus, dan is het oneindig heerlijker dan ooit.
En ja, het zal ook blijken bij het sterven voor een kind Gods: het beste komt het laatste. Dan eeuwige nabijheid Gods. Eeuwige vreugde. Eeuwig in het licht. Waar hier die nabijheid, die vreugde en dat licht altijd maar ten dele is.
Het zal ook blijken bij Israël en de toegezegde bekering van hen.
Dan zal de heerlijkheid des Heeren tot dat volk komen in Christus.
Thomas Boston zegt in zijn bekende preek met betrekking tot het gebed voor de bekering der Joden (Zach. 12 :12), dat dit inhoudt, dat de beste wijn het laatst komt. Dan zal blijken: de heerlijkheid van dit laatste huis zal groter worden dan van het eerste, zegt de Heere der heirscharen. (Haggaï 2:10).
En tenslotte zal het laatste het beste blijken aan het eind der tijden, als daar zal zijn: de nieuwe hemel en aarde en het nieuwe Jeruzalem.
En die heerlijkheid zal dan bestaan uit de eeuwige nabijheid .Gods. Het eeuwig stralen van de heerlijkheid des Heeren. En waarom zal nu dit alles zijn? Waarom zal telkens dit laatste het beste zijn?
Want vanwege de zonde is het toch het omgekeerde: het laatste is het slechtste? De eeuwige dood? Hoe kan het dan tóch: het laatste het beste?
Waarom is die openbaring van Gods heerlijkheid zo zalig? Wel, het is de openbaring van Gods heerlijkheid in Christus. Daarom kan het.
Immers, Gods openbaring in Christus is een heerlijkheid vol van genade. Door Christus verworven, toen er voor Hem, hangend aan het kruis geen wijn was, maar edik. Toen er voor Hem, hangend aan het kruis, geen heerlijkheid, geen nabijheid Gods was, maar de afwezigheid en verberging van God. En daarom kan het ook voor u worden: het laatste is het beste. Voor u, die God mist. En waar dat u tot nood en schuld wordt. Dan wordt de ware vreugde gemist.
Maar, waar u dan Christus leert kennen en uw deel in Hem, daar komt God in Hem u nabij.
Daar wordt het 'vreugde'. Dat, die nabijheid van God, is de wijn, die 't hart verheugt.
Dat is het, waarom het in al die zegeningen Gods gaat.
En dat is dan het beginsel der eeuwige vreugde voor Gods kerk.
Zoals het beginsel der eeuwige smart daarin gelegen is, als u hier blijft leven, en dat volhouden kan, zonder God.
Maar Gods kind verlangt naar de volkomen openbaring van dat laatste, dat het beste is: vreugde zonder vermenging. Gods nabijheid zonder Hem ooit meer te zullen missen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's