Kanttekeningen bij een spannende contio
Toelichting redactie:
In het nummer van 17 januari ll. gaf dr. W. Verboom een impressie van de bezinning op de predikantenconferentie van de Gereformeerde Bond inzake het boek van prof. dr. A. van de Beek over Jezus Kurios. Al eerder hadden wij aangegeven, dat de lezing van dr. A. Noordegraaf en het coreferaat van prof. Van de Beek bij deze lezing vanwege het theologisch gehalte in Theologia Reformata geplaatst zullen worden. De lezers hebben dus geen kennis kunnen nemen van deze referaten. Dr. Verboom heeft de belangrijkste momenten van de bespreking toegankelijk willen maken voor de lezers van De Waarheidsvriend. Uiteraard kon dat slechts samenvattend gebeuren. In de discussie hebben dr. H. Klink en ds. P. F. Bouter fundamenteel van gedachten gewisseld met prof. Van de Beek. Daaraan werd in het artikel van dr. Verboom ook aandacht gegeven. Beide predikanten stellen het op prijs nog uitvoeriger weer te geven, waar het hen om ging in dat debat. Bijgaand treffen de lezers een artikel van hen beiden.
In de Waarheidsvriend van vorige week donderdag stond een verslag te lezen van dr. W. Verboom over een van de vergaderingen van de predikantencontio die de Gereformeerde Bond enkele weken geleden heeft gehouden. Het betrof de middag dat dr. A. Noordegraaf een voortreffelijke lezing hield over het boek van prof. dr. A. van de Beek Jezus Kurios. Laatstgenoemde ging in een coreferaat in op de door dr. Noordegraaf gestelde vragen en geuite kritiek.
Na de pauze kwam er een zeer indringende discussie op gang, om met dr. Verboom te spreken. Hij kopte dan ook boven zijn artikel: een spannende discussie tijdens de contio 2000. Dr. Verboom geeft na enkele inleidende opmerkingen de reacties weer van de aanwezigen die in gesprek raakten met prof. Van de Beek. Nu is een weergave van een gesprek altijd enigszins subjectief van aard. Dat kan niet anders. Toch is het voor ons de vraag of een zeer belangrijk aspect wel voldoende belicht en de importantie ervan voldoende doorgedrongen is. Ondergetekenden dachten er goed aan te doen dit aspect in alle eerlijkheid onder woorden te brengen, te meer daar zij zelf op indringende wijze betrokken waren bij de discussie daaromtrent. En dat niet zonder reden: het ging immers, zoals dr. Verboom ook aangeeft, over zaken die bepalend zijn over ons spreken over God, schuld, lijden en over de mens.
Onderbelicht
Wat is het onderbelichte punt? We kunnen niet beter doen dan dit naar voren te brengen door prof. Van de Beek zelf te citeren. Van de Beek schrijft in zijn boek onder andere het volgende: '... het is niet voldoende om te zeggen dat God de vloek op zich nam. Hij is vloek geworden (Galaten 3:13) En Hij is het terecht geworden. Want het was Gods eigen oordeel. En het oordeel van God is altijd rechtvaardig. God vervloekt zichzelf, niet uit wanhoop maar uit recht. God kruisigt zichzelf, niet omdat Hij het met de wereld en zichzelf niet meer ziet zitten, maar omdat Hij zichzelf en de wereld recht doet.' En even later: 'Paulus zet de laatste stap: God neemt niet alleen de verantwoordelijkheid voor het lijden van de mens, maar ook voor hun schuld. Hij erkent die als zijn eigen schuld.'
Even later schrijft Van de Beek de merkwaardige zin: 'Wij hebben genoeg aan het erkennen van onze eigen schuld, in plaats van die van God te ontkennen.' En weer later heeft hij het over het kruisdragen van de mens: 'Dat wil zeggen dat je dagelijks de vloek over de wereld accepteert en het oordeel van God aanvaardt. Het betekent ten diepste dat je het oordeel van God over zichzelf accepteert. Je moet leven met een God die geen schone handen heeft, maar zich volledig verantwoordelijk stelt voor deze wereld, met alles wat daarin gebeurt....', (zie blz. 154-56, cursivering P.F.B. en H.K.)
Waar gaat het hierover? De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het ons moeite kost om dergelijke woorden in de mond te nemen. Maar het komt toch wel hierop neer - en dat was de kern van de discussie - dat God verantwoordelijkheid draagt voor het kwaad in deze wereld. Dat openbaart Hij aan het kruis, volgens prof. Van de Beek. Daar wordt het vonnis door God over zichzelf (en dat terecht) uitgesproken. Vervolgens kan prof. Van de Beek zeggen: Welnu, deze schuldverklaring van God die het eerste over de brug komt en de schuld op zich neemt, biedt de ruimte en de aanleiding om als mens ook schuld te bekennen, (zie pag. 156 van zijn boek). Met andere woorden: God heeft geen schone handen!
Het is volgens Van de Beek ook maar de vraag of je zo'n God moet wensen (blz. 93).
Nergens in de Vroege Kerk
Ondergetekenden hebben tijdens de discussie naar voren gebracht dat men nergens in de Vroege Kerk, ook als men de eenheid van het waarlijk God en waarlijk mens zijn van Christus heel sterk onderstreepte, tot dergelijke uitspraken gekomen is. Sterker, dat men dergelijke uitspraken zonder meer verwerpelijk zou achten. De discussie spitste zich dus niet toe op de vraag of God in Christus ten volle en werkelijk mens geworden is, maar op de vraag of God schone handen heeft! Ondergetekenden verklaarden ter vergadering resoluut afstand te nemen van de suggestie zelfs dat dit niet zo zou zijn! God draagt geen verantwoordlijkheid voor het kwaad. God is de Schepper, die de wereld goed schiep (zie het refrein van Genesis 1: het was zeer goed. De zonde was nog niet ingedrongen in de schepping) en Die vervolgens uit liefde tot de schepping en tot de - gevallen - mens Zijn Zoon zond om de menselijke schuld door Zijn onschuld te verzoenen, de zonde te breken en de duivel en het kwaad te overwinnën.
In God Zelf?
De kwestie is dat prof. Van de Beek hetgeen Christus gedaan heeft om van de zonde te verlossen wezenlijk inbouwt in wie God zélf is. Wat van Christus gezegd kan worden, kan vervolgens ook per definitie van God gezegd worden. Het lijkt: erop dat hij in deze richting een antwoord zoekt op de vraag van het lijden en van de schuld en het kwaad in deze wereld! Vereenvoudigd stelt Van de Beek het als volgt voor: Jezus neemt de schuld op zich, dat zien we op Golgotha. Jezus is behalve waarlijk mens ook God. Dus God neemt de schuld op zich. Hij doet dat krachtens het recht. Dus God is ook schuldig, medeschuldig aan de ellende en de schuld van de wereld. En dan zegt Van de Beek: die verantwoordelijkheid neemt God op zich. En zo lijkt de redenering rond.
Welk een consequenties! Inderdaad, Jezus neemt de schuld op zich, maar... Hij doet dit krachtens genade in zijn priesterlijk ambt en volstrekt niet vanwege het feit dat God medeverantwoordelijkheid draagt voor de schuld en de zonde! En dat maakt het allemaal volstrekt anders.
Hoe ver staan we met de bovengenoemde redenering van prof. Van de Beek af van een geestelijk verstaan van die dingen die aan het kruis plaatsvinden en van de eerbied die het concilie van Chalcedon kenmerkte in zijn spreken over Christus als tegelijkertijd God en mens. Het is niet voor niets dat Van de Beek laat merken dat zijn voorkeur niet bij dit concilie ligt!
Grondpijler
Het gaat hier om de grondpijler van de kerk: God is heilig en volstrekt goed, God is een licht en er is gans geen duisternis in Hem. En dat niet pas nadat Hij de schuld zogenaamd op zich genomen heeft, zoals prof. Van de Beek tijdens de contio suggereerde, nee: God is in zichzelf, naar Zijn wezen een licht en duisternis is er niet in Hem te vinden, ook al zou Hij Christus niet gezonden hebben! Maar dat Hij dat wel deed, rust op zijn trouw en op zijn genade, komt voort uit liefde voor Zijn schepping en uit mededogen met de gevallen mens.
We zijn ons bewust niet anders dan de klassieke geloofsleer weer te geven, die tegenover vele dwalingen bevochten is in de Vroege Kerk. Grote christenen als Ireneüs, Athanasius, Leo de Grote en Augustinus zijn geleid door de Heilige Geest tot deze inzichten gekomen. Ze hebben ze opgediept uit Wet en Evangelie. We mogen dankbaar in hun spoor gaan. Na de grote christelijke concilies hebben deze zaken onder ons volkomen zekerheid.
Gesprek
Om die reden zijn wij geschrokken van de laatste regels van dit artikel, waarin ons meegedeeld wordt dat prof. Van de Beek, terwille van het gesprek in de gemeente een publicatie het licht zal laten zien over onder andere het genoemde onderwerp, als huiswerk voor de gemeente, waar we onze winst mee kunnen doen! Kan er gezien het voorgaande enige reden bestaan, zo vragen we ons in gemoede af, deze zo te kwalificeren?!
Waar een theoloog aan het woord is, die tot nu toe op zijn zachtst gezegd zeer misverstandwekkende dingen beweert, die zelfs door weinig predikanten weersproken worden, mag men dan verwachten dat gemeenteleden wél zullen doorzien waar het om gaat. En zitten we te wachten om het bovenstaande tot gespreksonderwerp te maken in de gemeente!? Juist vandaag aan de dag is niets zo belangrijk als de verworteling van de gemeente in het kerkelijk dogma, waar én Luther én Calvijn en in onze tijd én Noordmans én Koopmans enz. de wacht bij betrokken en op voortbouwden. Onze indruk bestaat dat in de verwarring van de tijd velen zoeken naar een antwoord op de nood waarin Kerk en wereld gekomen zijn. Maar daarbij zal het antwoord niet anders gevonden kunnen worden dan door te gaan in de bedding van de Kerk der eeuwen.
Ons dunkt dat het onze roeping is de gemeente juist in deze tijd van veel pessimisme en twijfel de grootheid en de heerlijkheid en de heiligheid van God en het Evangelie te tonen. Literatuur genoeg. Ook recente literatuur - men denke voor predikanten aan de World Biblical Commentary, aan de nieuwtestamentische studies van Martin Hengel, en voor predikanten én kringen aan bijvoorbeeld het boek van dr. W. Aalders: Antwoord op de Godsverduistering! Daar kan men zijn winst mee doen. Maar waarom worden deze boeken in de kerk zo weinig aangeprezen en besproken?!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's