Een impressie met vragen
Provinciale Synode Utrecht
Om stil van te worden...
Het is al weer een poosje geleden dat ik een gesprek had met een collega, met wie ik meer dan gewoon bevriend ben. Reeds enkele jaren werkt hij ergens in den lande in een SoW-gemeente. En van tijd tot tijd krijg ik te horen hoe dat allemaal gaat. Hij heeft plezier in zijn werk, maar hij heeft ook met zorgen te maken.
Hij weet, dat ik van mijn kant op veel punten heel anders tegen het SoW-proces aankijk. Zo heb ik op een zeker moment hem ook kunnen vragen hoe hij tegen de toekomst aankijkt. Want hoe moet het als straks bij de eindstemming in de synode van onze kerk géén tweederde meerderheid gehaald kan worden?
Het antwoord luidde simpel: 'Dan gaan wij natuurlijk gewoon door'. Toen werd het stil...
In de Pauluskerk te Baarn
Als niet meer dienstdoend predikant krijgen we weinig uitnodigingen meer voor ambtelijke samenkomsten. We proberen echter via de media de ontwikkelingen in de kerk zoveel mogelijk bij te houden.
Toch kreeg ik vlak vóór kerst 1999 nog eens zo'n uitnodiging. Tot het laatst toe heb ik mijn aarzelingen gehad om daar gehoor aan te geven. Maar ik begreep dat ik deze uitnodiging te danken had aan het feit dat ik tot op heden nog steeds visitator ben in de kerkprovincie Utrecht.
De uitnodiging ontving ik van het breed moderamen van de Provinciale Kerkvergadering van Utrecht, alsmede van de andere moderamina der SoW-kerken in onze provincie. Men wilde kennelijk graag dat ook ik aanwezig was bij 'de feestelijke ondertekening' van hun federatieovereenkomst op dinsdag 18 januari 2000 jl. in de Pauluskerk te Baarn. De bedoeling was om te komen tot de instelling van de Provinciale Synode Utrecht.
Eigenlijk sloeg deze invitatie als een bom bij mij in. Ik wist niet, dat dit binnenkort stond te gebeuren. Een coup? Ik besloot er toch heen te gaan, omdat het hier ging om zaken van onze Hervormde Kerk die mij lief is. Als je bij zoiets aanwezig bent, betekent dit uiteraard nog niet dat je het met de gang van zaken eens bent.
De ondertekening
Aan de ondertekening ging een korte dienst vooraf, die als een 'vesper' aangekondigd was. Een pluspunt. Dit mag waardiger en ook een stuk geestelijker genoemd worden dan het programma van de opening van het landelijk Dienstencentrum te Utrecht, die eerder plaatshad.
In deze dienst werd een meditatie gehouden over Joh. 2: 1-11, dus de geschiedenis van de bruiloft te Kana. Uiteraard een meditatie met het oog op de voortgang van het SoW-proces. Wat jammer, dat de meditator hier eerst bepaalde dingen in de Schrift inlegde om ze er vervolgens weer uit te halen. En des te erger, dat hij voorbijging aan de hoofdgedachte van dit verhaal nl. dat Jezus aldus te Kana Zijn heerlijkheid openbaarde en dat Zijn discipelen (weer) in Hem geloofden.
Opmerkelijk was in bepaalde opzichten ook de liturgie van deze dienst. Naast enkele gezangen werden eveneens enkele verzen van de bekende Avondzang en de Lofzang van Maria gezongen. Ja, ook drie verzen van Psalm 148 naar de berijming van Petrus Dathenus (sic!). Zo werd de geschiedenis van onze kerk geheel vergeten. Maar ons werd toch vooral met nadruk op het hart gebonden aan de toekomst te werken.
Met bekommerd hart
Ja, zo ben ik teruggekeerd naar huis. Want is deze federatie nu waar ook de grote meerderheid van het méélevende hervormde kérkvolk in de provincie Utrecht naar uitgekeken heeft? Mijn hart is bekommerd vanwege het feit dat de hele gang van zaken zozeer riekt naar de late Middeleeuwen, toen het allemaal van bovenaf aan het volk werd opgelegd. De Reformatie was ook in die zin een heilzame correctie, dat het kerkelijk leven door de genadige leiding van de Heilige Geest een geordend leven was van onderaf naar boven. Een man als Johan van Oldenbarnevelt wilde daar verandering in aanbrengen, maar het heeft hem zijn hoofd gekost. Iemand als koning Willem I ondernam in het begin van de 19e eeuw weer een andere poging in deze richting, met alle kerkverwoestende gevolgen.
In de Pauluskerk te Baarn heb ik mij eveneens afgevraagd of inderdaad alle hervormde classicale vergaderingen in de kerkprovincie Utrecht in grote meerderheid met deze federatie instemden. Ik zat wat ter zijde in het kerkgebouw, zodat ik het misschien niet duidelijk gehoord heb. Maar ik heb er zo mijn twijfels over. Voor mijn besef is vooral ook merkwaardig te noemen, dat voor ons allen niet de letterlijke tekst van de ondertekende overeenkomst werd voorgelezen. Staat er eveneens een aantekening in, dat de overkomst weer eventueel ontbonden kan worden?
Andere overgebleven vragen
Na afloop van het Vesper konden we luisteren naar een korte inleiding van ds. B. Wallet over het verdere proces. Voor hem is de federatieovereenkomst van deze avond een tussenstation naar de uiteindelijke vereniging van de drie kerken. Voor mij is echter het meest benauwend geweest, dat er deze avond geen enkel woord gezegd werd over het belijdende karakter van de toekomstige kerk. Is het zoeken naar eenheid overheersend, dat er geen vragen meer gesteld mogen worden over wat wij in waarheid geloven mogen?
Als bijzonder triest heb ik ook ervaren, dat werkelijk met geen enkel woord gerept werd over hen die met het geheel van het proces nog steeds zoveel moeite hebben. Zelfs in de vele voorbeden kwam dit niet aan de orde. Ik wil graag aannemen, dat dit 'vergeten' werd. Of is het erger? Gaat het hier om een flink deel van onze Hervormde Kerk, waar men het liefst niet meer mee rekent? Een deel van de gemeente, dat prijsgegeven wordt om anderen met gejuich binnen te halen?
Tenslotte
Ik ben mij er ten zeerste van bewust, dat onze hervormde synode in meerderheid heeft uitgesproken dat onze kerk geacht moet worden in staat van hereniging te zijn met de twee andere kerken. Dit is kennelijk het startsein te noemen van de verdere federatiepogingen, waartoe eveneens met meerderheid besloten kan worden. Maar is het fair play te noemen, of anders gezegd: is het echt geestelijk te noemen, dat dit zo gebeuren kan, terwijl de synode zélf nog niet met tweederde van de stemmen een beslissing dienaangaande genomen heeft? Vanwaar dit langebaantraject? Is dit om hun, die thans aarzelende tegenstemmers zouden zijn, straks het gevoel te geven dat zij niet meer tegen kunnen stemmen? Want dan zou de kerkelijke chaos te groot zijn? Als dit waar zou zijn, dan moet mij van het hart dat dit soort kerkpolitieke overwegingen mij en denkelijk ook anderen zo triest maken!
Ik hoop en bid dat er in de nabije toekomst predikanten en ook andere gemeenteleden zullen opstaan, die jonger zijn dan ik en die deze zaken op een waarlijk profetische wijze aan de orde durven stellen. Deze broeders en zusters, die wellicht onderling nogal verschillen, maar die op een gezagvolle wijze laten merken dat het hun te doen is om een kerk, waar het goed toeven is. En dan staat mij geen management en geen nieuwe actie voor ogen, die op touw gezet wordt. Want dit leidt tot een nóg grotere verwarring en verstarring. Het gaat mij ten diepste om een kerk waarvan Christus het hoofd is en waarvan wij door het geloof ons levende leden mogen weten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's