De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verslag/impressie van de triosynode

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verslag/impressie van de triosynode

Hoe verder met Samen op Weg?

12 minuten leestijd

Hoe verder met Samen op Weg?
Verslag/impressie van de triosynode

Besluit
Belangrijkste agendapunt van de triosynode, die 28 en 29 januari in Lunteren bijeen kwam, was de vraag 'Hoe verder met samen op weg? '. Drie dagdelen nadenken over die vraag leidde tot het volgende resultaat: 'de mogelijkheid wordt bezien dat een verband van gemeenten (een classicaal ringverband/subclassis) de classica vergadering waarbinnen het valt van advies kan dienen, met name in zaken die de inhoud van het belijden van de kerk en de kerkorde raken' en 'te zoeken naar vergroting van het draagvlak voor vereniging door overgangsbepalingen te ontwerpen voor de vorming van de classicale vergaderingen in de verenigde kerk, zodanig dat ruimte en tijd wordt geboden om met de verhoudingen in de verenigde kerk vertrouwd te geraken, zonder het principe los te laten dat de classicale vergadering dé grondvergadering voor alle gemeenten is'. Beide besluiten vormen de kern van het. besluitvoorstel dat door de triomoderamina aan de triosynode werd aangeboden, waarbij nog moet worden gevoegd dat er voor wat betreft de classicale ringverbanden (zo noemen we het nu maar, een officiële naam is nog niet vastgesteld) de mogelijkheid wordt bezien om te komen tot dat het instellen van een overkoepelend adviesorgaan op landelijk niveau.

Voorgeschiedenis
Eén en ander is het resultaat van de motie De Visser/Van Heijst die op de verdubbelde synode van de Nederlandse Hervormde Kerk van 21 maart 1998 werd aanvaard. Daarbij werd besloten dat bezwaarden gedurende de resterende tijd van 1998 gelegenheid zouden hebben om voorstellen in te dienen onder deze voorwaarde dat die niet zouden gaan buiten de grenzen van het verenigingsbesluit dat de drie kerken samen op weg zijn naar het moment dat ze één kerk vormen. Het mag bekend verondersteld worden hoe het verder gegaan is. De reacties op genoemde motie, afkomstig uit de rechterzijde van de Nederlandse Hervormde Kerk, brachten pijnlijk aan het licht dat niet met één voorstel naar buiten kon worden getreden.
Alle reacties op de genoemde motie zijn, door de hervormde commissie kerkorde (KOA) gebundeld, aan de leden van de hervormde synode ter hand gesteld en dienden samen met het commentaar van de KOA als uitgangspunt voor de bespreking op de hervormde synode van 3 december jl.

Advies van de acht
Ook was toegezonden het zogenaamde 'advies van de acht', een werkgroep die in het leven was geroepen na de synode over de naam eind november 1998 waar duidelijk werd hoe ver de drie partijen nog uiteen waren. Dit advies was toegezonden aan de leden van de hervormde synode van 3 december jl. om er kennis van te nemen, met de bedoeling dat het uitgangspunt van bespreking zou zijn op de triosynode van januari. Dit advies zette een aantal pijnpunten van het SoW-proces op een rij en besloot met de conclusie dat samen op weg verder moet. Vraag was alleen: hoe? Duidelijk was dat er op het bovenplaatselijk niveau (extra) ruimte gerealiseerd diende te worden. Het uitgangspunt dat geen gemeente gedwongen werd, bleek in de praktijk toch te weinig ruimte te bieden. Het advies tendeerde in de richting van twee mogelijkheden: differentiatie in de classis op zo'n manier dat er een buitengewone classis zou ontstaan waarin bezwaarden elkaar ontmoeten met eigen afvaardiging naar de meerdere vergaderingen óf een ringverband van bezwaarde gemeenten die de classis, waaronder zo'n ringverband valt, van advies dient in o.a. kerkordelijke zaken. Aansluitend bij het laatste voorstel zou ook de mogelijkheid van een landelijke adviesraad als overkoepelend orgaan voor de ringverbanden worden onderzocht.

Hervormde decembersynode
Tijdens de hervormde decembersynode was alleen de laatste mogelijkheid (regionale ringverbanden en landelijke adviesraad) bespreekbaar. Alle voorstellen die uitgingen van differentiatie op classicaal niveau werden doorverwezen naar de triosynode van januari omdat die ook de partnerkerken raakten. In mijn beleving spoorde één en ander niet helemaal met elkaar. Want het besluit dat op de hervormde decembersynode genomen is, sprak uitsluitend van het onderzoek naar de mogelijkheid van een ringverband met een landelijke raad en zo is ook besloten. Dit besluit was overgenomen voor besluitvorming op de triosynode zodat de vraag kon rijzen hoe het nu zat met die voorstellen die differentiatie in de classis beoogden. Die voorstellen konden door de indieners opnieuw worden ingebracht op de triosynode, maar dat betekende dat men moest 'inbreken' in een voorliggend besluitvoorstel en dat is nooit zo makkelijk.

Eén kerk
De bespreking maakte duidelijk dat het triomoderamen wil vasthouden aan de classis als ontmoetingsplaats van gemeenten. Als dat uitgangspunt wordt losgelaten kan er geen sprake meer zijn van één kerk. Aan dat uitgangspunt wil men koste wat kost vast houden. Het voorstel van ds. J. Harteman (Wezep) om bezwaarde gemeenten te verenigen in een buitengewone classis maakte dan ook geen schijn van kans. De toegevendheid van het triomoderamen op dit punt ging niet verder dan differentiatie van de classis in een overgangsbepaling. Met andere woorden: een tijdelijke oplossing in die richting is denkbaar, maar een definitieve oplossing niet. Een fase van groeien naar elkaar op classicaal niveau kan worden overwogen, maar een definitieve vorm van twee classes binnen één ressort maakt de eenheid van de kerk tot een utopie. Uiteindelijk heeft de triosynode besloten zoals aan het begin van dit verslag is verwoord.

Moties
Vóór het besluit genomen kon worden, meldden zich 34 sprekers, waaronder die ook een motie of amendement indienden. Eerst geven we een indruk van wat de indieners van een motie/amendement beoogden. Ds. J. Harteman (Wezep), die pleitte voor een buitengewone classis voor bezwaarde gemeenten, wees op de inconsistentie dat men niet op plaatselijk, wel op classicaal niveau wordt gedwongen. Hij begreep wel dat het geloofsgesprek op het laatste niveau plaatsvindt, maar merkte op dat het alleen op basis van vrijwilligheid kan. Dwang daartoe kan wel eens een grote mate van absentie op classicale vergaderingen te zien geven. Hij eindigde met een cri de coeur ten aanzien van de pijn die SoW meebrengt juist in de rechterflank van de hervormde kerk waar zich een scheiding begint te voltrekken, pijn die hij met de hele synode wilde delen. Ds M. A. Kuijt (Veen) zag zijn verzoek via amendement om nader onderzoek naar de instelling van een buitengewone classis om ruimte te scheppen op het tussenniveau min of meer gehonoreerd in de toezegging van de vaste figuur van de subclassis én de overgangsbepaling van de eenwording van classicale vergaderingen en trok zijn amendement in. Hij hield een goed onderbouwd betoog over de structuur van de classicale vergadering in relatie tot de synode in de historie van het gereformeerd kerkrecht (zie zijn bijdrage in dit nummer) dat door dr. P. van den Heuvel werd gewaardeerd.
Niettemin stelde laatstgenoemde dat het hervormd kerkrecht ten aanzien van de classicale vergaderingen in het geheel van de kerk enigszins anders is en ook oudere papieren heeft. Ds. R. de Reuver (Boskoop), die een amendement van ongeveer gelijke strekking als dat van ds. Kuijt indiende, zag zijn verlangens ook gehonoreerd en nam zijn motie ook in.
Verder waren er moties van ds. B. H. Weegink (Katwijk aan Zee), ouderling kerkvoogd J. van Heijst (NHK, Bunnik) en ds. D. C. Floor (NHK, Ede) die ieder op eigen manier pleitten voor een vorm van kerk-zijn waarin alles wordt gedaan om enerzijds SoW-gemeenten voluit tegemoet te komen en anderzijds alles wordt gedaan om een breuk te voorkomen door voor bezwaarde gemeenten een vorm van unie of federatie in te lassen. Het voorstel van ds. Floor oogstte bijval bij enkele leden van de gereformeerde synode. Ouderling H. Hoogenhout (GKN, Baambrugge) eindigde zijn bijdrage met op te merken dat het beter was nu een pas op de plaats te maken, dan straks als naam voor de nieuwe kerk te hebben 'kerk op de ruïne'.
Alle moties werden echter door het moderamen ontraden, omdat ze het uitgangspunt van vereniging van de hele kerk verlaten en daar wil het moderamen niet van afwijken.
Ook de motie van diaken J. Eits (NHK, Maartensdijk) haalde het niet. Zijn motie bevatte de verklaring dat de voorgestelde wijzigingen niet tegemoet komen aan de wezenlijke bezwaren van hen die uit oprechte nood niet kunnen meegaan met het SoW-proces en het besluit om deze bezwaarden tot het punt van fusie respectvol te behandelen en hen niet te dwingen tegen hun geweten mee te gaan in de fusie. Vanuit de KOA werd door dr. P. van den Heuvel opgemerkt dat deze motie de mogelijkheid tot afscheiding van de verenigde kerk opende en in geval van afscheiding gevolgen zou kunnen hebben tot voor de burgerlijke rechter. Diaken Eits, die later antwoordde dat hij zich in zijn bedoelingen miskend voelde en niet méér vroeg dan de motie stelde, trok wel het besluit in, maar liet de overweging staan. Ook die haalde het niet.

Impressie van de bespreking
Uit de veelheid en veelkleurigheid van reacties een korte impressie. Vanuit de rechterflank van de Nederlandse Hervormde Kerk werden verschillende hartenkreten gehoord. Had de synode wel oog voor de pijn van nu al dreigende breuken? Wist ze welke gevolgen dat kan hebben voor gemeenten, met als uiterste consequenties dat sommige gemeenten misschien niet meer in staat zullen zijn een predikant te bekostigen bij wegvloeien van trouw meelevend leden (o.a. ds. P. van der Kraan, Bleskensgraaf, ouderling A. A. Snijders, Monster, diaken A. Guijt; Veenendaal; ouderling H. Reurink, 't Harde). Van de andere kant werd gevraagd of de bezwaarden wel de pijn konden aanvoelen van gereformeerden en lutheranen die zich in hun geloof en kerk-zijn afgewezen en miskend voelen door bezwaarden (prof. Swanenpol, ELK). Tussen deze uitersten werden geluiden vernomen die zich bewogen tussen begrip en zelfs enige toenadering (zo de gereformeerde synodeleden ouderling H. Hoogenhout, Baambrugge; prof. dr. E. de Boer, Malden; ds. H. Torenbeek, Emmeloord), schaamte en zelfs harde afwijzing. Ds. S. W. Bijl (NHK, Groningen) bood de gereformeerde en lutherse synodeleden zijn excuses aan voor het gedrag van de bezwaarden aan wie al zoveel toegegeven is en die nog steeds niet tevreden zijn. Ds. U. Tjallinga (NHK, Stiens) hoopte dat de bezwaren van de bezwaarden voor het laatst op de agenda van de synode hadden gestaan en dat de bezwaarden in hun geweten maar moesten beslissen wat te doen. Met zoveel woorden verzocht hij hen nu maar te vertrekken. Ds. W. Pieters (NHK, Genemuiden) maakte duidelijk dat de werfkracht van de kerk niet toeneemt als landelijk wordt gefuseerd, maar alleen als plaatselijke eenheid wordt bewerkstelligd. Daarmee is wat hem betreft aangetoond dat landelijke fusie geen enkele meerwaarde heeft en verspilde energie is. Sympathiek was de bijdrage van ds. A. J. Yntema (NHK, Aalten) die reageerde op de ontrouw die de NHK van tijd tot tijd wordt verweten door de andere partners. Zij zei de NHK lief te hebben in al haar verdeeldheid omdat we elkaar bij alle verschillen proberen vast te houden. Zij zei zich verscheurd te voelen en riep de leden van de beide andere synoden op de bezwaren niet naast zich neer te leggen.

Landelijke raad niet zonder KTO
Ds. Hallewas (ELK), reagerend namens KTO, kon begrip opbrengen voor verbreden van hef draagvlak ook al moet daarbij tot op de grenzen van het mogelijke worden gegaan. Anderzijds hij wees op een frictie bij het voorstel voor een landelijke adviesraad. Als die gemachtigd wordt om de synode te adviseren in zaken als kerkorde en belijden, dreigt dan niet het gevaar dat die raad een schaduwkabinet van KTO wordt? In dat geval zou die adviesraad een tijdbom zijn onder KTO. Ook KTO wil alles in het werk stellen om aan de bezwaarden tegemoet te komen. Zijn opmerkingen zijn vertaald naar het besluitvoorstel in die zin dat het onderzoek naar de mogelijkheid van een landelijk adviesorgaan voor het gereformeerd belijden niet buiten KTO om zal plaatsvinden.

Eenheid en ere Gods
Ds. J. Stelwagen (voorzitter visitatorengeneraal NHK) sloot aan bij schaamte van ds. S. W. Bijl. Alleen gold zijn schaamte meer het feit dat hij van de kant van de bezwaarden wel gehoord had van pijn, traditie en geweten, maar niet wat tot eer van God is. Dat kenmerk van heel Calvijns leven en werken zou hen toch ook moeten drijven! Spreker riep op dit te laten zien bij het maken van keuzes. Een visitator zoekt de eenheid van de kerk en wil ieder erbij houden, maar er zijn grenzen. Wie exclusief gereformeerd denkt, dus aan de Augsburgse Confessie geen ruimte toekent, kan niet mee. Dit exclusivisme heeft de reformatie nooit bedoeld, aldus spreker. Tegenover dit exclusieve denken staan we machteloos en daartegen helpen federatie of unie van gemeenten ook niet, zo vervolgde hij. Wel wil hij maximale veiligheid bieden aan bezwaarden. Behalve het aspect van de ere Gods werd verschillende keren het bijbels gebod tot eenheid de bezwaarden voorgehouden (onder andere door ds. A. Romein, voorzitter Raad van Deputaten SoW). Daar ligt nu juist het grote probleem. Eenheid en waarheid kunnen nooit los van elkaar worden gezien. Als gevolg van de hele proceduregang van SoW wordt relatief veel tijd en aandacht geschonken aan die procedures. De beperkte spreektijd ter synode brengt mee dat men niet alles kan zeggen wat men zou willen zeggen, maar keuzes moet maken. Maar is dat aspect, namelijk eenheid die geworteld is in waarheid, niet al genoegzaam ter sprake gekomen? Is in het verleden niet telkens herhaald dat daarom sprake kon zijn van toenadering tussen de Gereformeerde Kerken en de Nederlandse Hervormde Kerk omdat eerstgenoemde kerk is opgeschoven in de richting van wat voorheen de middenorthodoxie binnen de Nederlandse Hervormde Kerk werd genoemd? Er blijft trouwens bij al het wijzen op de bijbelse opdracht tot eenheid richting bezwaarden nog een andere belangrijke vraag open naar de voorstanders van de eenwording. Hoe kan er sprake zijn van bijbelse eenheid (want daar werd steeds naar verwezen) als de voorgestelde kerk een pluriforme kerk zal zijn en op weg naar die eenheid nu al is? Als we over deze dingen spreken, zal blijken waaruit de huidige eenheid bestaat en mij dunkt dat er dan diepe kloven aan het licht komen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Verslag/impressie van de triosynode

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's