De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Omgaan met depressieve bejaarden (4)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Omgaan met depressieve bejaarden (4)

11 minuten leestijd

Praktisch
Ik denk hier concreet aan een aantal terreinen: het sociale, het pastorale en het geestelijke.
Op sociaal gebied is er vaak veel te doen. Wanneer iemand zichzelf gaat verwaarlozen is eenvoudige, praktische hulp nodig. Hier ligt uiteraard een taak voor Diaconie, H.V.D. of andere bezoekgroepen. (Naast het professionele maatschappelijk werk). Een boodschap doen, liefst samen met de betrokkene, een ander karweitje. Vooral wanneer het de patiënt lukt om weer iets te doen, verbetert dat zijn sombere stemming. Zo werken de dingen nu eenmaal. Ook het regelmatige contact met een bezoek(st)er doet goed. In ieder geval is het goed wanneer het dagritme zoveel mogelijk volgehouden wordt. Op sommige plaatsen zijn er, juist voor deze patiënten 'dagactiviteiten' die hen in ieder geval voor een aantal dagen een stukje regelmaat (terug)geven.
Op pastoraal terrein is het van het allergrootste belang deze mensen niet te vergeten. Huisbezoek 'hoeft' waarschijnlijk niet.. Maar kan juist hard nodig zijn. Vergeet deze mensen niet in uw voorbeden. We bidden ook voor de lichamelijk zieken. Ik herinner mij een predikant die altijd bad voor de 'onbegrepenen en verlatenen'. Toen begreep ik dat zelf niet, nu des te beter. Vergeet juist diegenen niet die hun dagen al mopperend en klagend doorbrengen in de verpleeghuizen en andere instellingen. We gaan liever hun deur voorbij. Er zijn immers zoveel andere bejaarden waar we blij vandaan komen, waar we 'verrijkt' worden, iets mogen 'ontvangen'. Bij depressieve bejaarden moeten we alleen maar geven, en men lijkt niet eens dankbaar. Dat is dan het dienen waarin de Heiland ons is voorgegaan en dat Hij ons voorhoudt. Een goede oefening ook in nederigheid.
Vergeet hierbij ook de omgeving niet! De naaste familie, de man/vrouw, de kinderen, hebben het soms heel zwaar. Laat ook hen niet in de kou staan. Het 'helpen van de helpers' is vaak de beste manier van hulp aan de betrokkenen. In bepaalde gevallen kan vanuit het GLIAGG hulp worden geboden. We denken dan aan de 'mantelzorg', waarbij een aantal personen de patiënt met een zekere regelmaat bezoekt; van tijd tot tijd vindt er overleg plaats met een begeleider van het GLIAGG.
Op geestelijk gebied liggen de dingen wel heel erg teer. Wanneer zonde en schuld voor iemand levende werkelijkheid zijn in - zijn gezonde dagen, kunnen tijdens een depressie deze dingen heel bedreigend op hem af komen als waangedachten. Het ene uiterste, waarvoor we ons moeten hoeden is, om dit al te positief te waarderen, en de patiënt te vertellen dat het nu pas 'goed' met hem gaat, ja, dat hij wellicht nog veel meer kennis van zonde en ellende zal moeten hebben. Er is immers verschil tussen een bijbelse beleving van zonde en genade en datgene wat iemand tijdens een depressie soms moet doormaken. Maar hoed u ook voor het andere uiterste door alle moeiten die de patiënt daarmee heeft eenvoudig van de tafel te vegen met de opmerking: 'Dat verbeeldt u zich maar... Dat is toch niet echt...' Voor u, als 'gezonde' is dat misschien erg duidelijk, voor de ander niet. Voor hem is dat op dat ogenblik zijn ervaring, zijn 'bevinding'. Voor hem is het een zware beproeving: 'Zou God Zijn genâ vergeten, nooit meer van ontferming weten? '
Ook hier moet de juiste middenweg worden gegaan: niet 'meegaan' maar ook niet gaan redeneren. Als het ergens duidelijk is, dat het heil buiten ons ligt, dan wel hier. Ook voor deze patiënten veranderen Gods beloften niet. Ook niet, wanneer zij daar niet bij kunnen-, zelfs niet, wanneer ze het gevoel hebben in de macht van de duivel te zijn, ja, te moeten vloeken. Ook hij zal hen immers niet uit Gods hand kunnen rukken. De Heere zal vasthouden wat Hij begonnen is, ook ondanks onze sombere gevoelens, die daarom nog geen ongeloof betekenen, en zeker geen zonde tegen de Heilige Geest.
Waar het hier op aankomt is, dat we duidelijk weten te onderscheiden: Wat is hier aan de hand? Is deze persoon voor een tijd door God verlaten (om welke reden dan ook...). Was daar een aanleiding toe? Of is hier sprake van depressiviteit of zelfs: depressieve wanen? Juist daarom is enige kennis van het ziektebeeld nodig, in het belang van een goede omgang met de betrokkenen. 

4. Wat kunnen wij zelf doen bij depressiviteit?
Dit lijkt erg tegenstrijdig. Een depressieve patiënt is juist heel erg passief, hij wil niets, hij kan niets. Hij kan niet willen en hij wil niet kunnen.
Toch zal die vicieuze cirkel op de een of andere manier moeten worden doorbroken. Dat lijkt onmogelijk, maar... er is toch nog genoeg te doen.
We zullen, om te beginnen, moeten erkennen dat we ziek zijn en dus hulp nodig hebben. Daar moeten we ons niet voor schamen. Het is niet onze schuld dat we in deze toestand zijn gekomen. We moeten deskundige hulp zoeken en... die is er ook! Onze huisarts zal ons ernaar kunnen verwijzen.
Daarnaast kunnen we ook onszelf een heel eind 'helpen'. Diverse adviezen worden gegeven. Soms een heel boek vol zoals: Linssen/Kok: 'Depressie, je kunt er iets aan doen' (die ook pleiten voor meditatie en yoga, een advies dat wij beslist niet volgen!)
Een van de zaken die we telkens weer tegenkomen, is het advies om een dagboek bij te houden met daarin: de dingen die we deden en de gevoelens die we daarbij hadden. Zo kunnen we op het spoor komen wat ons neerslachtig maakt. Daar kunnen we dan in het vervolg rekening mee houden.
Een ander veel gegeven advies is: gezond leven. Lichaam en geest vormen immers een eenheid. Voor alle leeftijden (maar in het bijzonder voor ouderen) betekent gezond leven: niet roken, weinig alcohol en gezonde voeding. Vooral wordt gewezen op het nut van voldoende beweging en een plezierige tijdsbesteding. Vooral beweging bevordert de lichamelijke conditie én zorgt voor lichamelijke en geestelijke ontspanning.
Een ander aspect is: het proberen op te sporen van verkeerde negatieve gedachten ('ze hebben allemaal een hekel aan me ... zie je wel, nu laat hij me ook al in de steek...' of: 'ik moet altijd maar iedereen helpen...' of: 'ik moet beslist alles perfect doen'). En daarna die negatieve gedachten vervangen door positieve! Een heel karwei!
Verder wordt telkens benadrukt dat we moeten streven naar een vaste dagindeling, dat we onszelf goed moeten verzorgen. Neem geen grote beslissingen tijdens een depressie: u ziet de werkelijkheid nu door een andere (donkerder) bril dan anders. Isoleer u niet van anderen, al is het nog zo moeilijk om bezoek te ontvangen. Neem de voorgeschreven medicijnen trouw en volgens voorschrift in.
Ook afleiding en ontspanning zijn bevorderend voor de genezing. Die ontspanning kan ook zijn: ontspanning van onze spieren door middel van ontspanningsoefeningen. Zolang we daarbij niet mediteren over bepaalde woorden of spreuken is daar niets mis mee. Anders wordt het, wanneer we aan yoga, 'meditatie' en verwante zaken gaan denken. Die hebben immers alles te maken met hun achtergrond: het rijk van de duisternis. Er zijn genoeg ontspanningsoefeningen die alleen met uw spieren te maken hebben en via uw spieren goed zijn voor geestelijke ontspanning.
Ten slotte wordt ook gewezen op een goede verwerking van rouw en verdriet. Maar of we dat alleen kunnen?
Zo komen we uiteindelijk terecht op het terrein van het geestelijk leven. Hier zijn we helemaal huiverig voor het 'zelf doen'. Toch heeft ook een depressief persoon zijn of haar verantwoordelijkheid. Er bestaat immers ook een gebed 'vanuit de diepten'. Juist in de duisternis mag worden uitgezien naar de 'morgen', die niet komt omdat wij er zo ernstig naar verlangen, maar omdat die naar 's Heeren belofte zeker zal komen. De 130e Psalm spreekt wat dat betreft boekdelen. Daarin is veel te vinden voor iemand die zelf 'in de diepte' is.
Verhagen wijst ons in zijn genoemde boek op de betekenis van het gedenken. Dikwijls komen we dat tegen in de Psalmen: de dichter kan letterlijk en figuurlijk geen kant meer uit, ziet geen tekenen van Gods aanwezigheid in het heden, maar hij kan wel 'gedenken hoe voor dezen ons de Heere heeft gunst bewezen.' (Ps. 77). Juist in dat 'gedenken' komt uit dat de genade helemaal buiten ons ligt. Maar: wat de Heere gedaan heeft, dat liegt er niet om. Dat vraagt erom, dankbaar te worden herdacht, ook al voel ik op dit moment 'niets', niets dan een grote leegte. Verhagen wijst daarbij naar Th. a Brakel, die in zijn tijd al oog voor deze dingen had. 'Denk, dat niets u kan scheiden van de liefde van God', zegt hij dan. 'Denk, dat uw Zaligmaker gezegd heeft van Zijn schapen: Zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid'. Natuurlijk hoort hij het bezwaar al op zich afkomen: Dat kan ik nu wel denken, maar daarmee voelt het nog niet zo. Dat klopt, zegt hij, 'gaat maar voort in uw oefening van gebeden, om God te verheerlijken, en uw hart zal gerust blijven in uw onrust'. Met andere woorden: ons (ge)denken zal ons gevoelen gaan beïnvloeden.
Over persoonlijk bijbellezen tijdens een depressie wordt verschillend gedacht. Bij iedere belofte denkt de patiënt immers: dat is toch niet voor mij. Dat drukt hem nog verder neer. Ik weet uit ervaring hoe voorzichtig we hiermee moeten zijn. Ik greep nog al eens naar 'opbeurende' woorden bij een depressieve bejaarde. De reactie was dan: 'Ja, David kon dat zo ervaren, maar ik...' Dat maakte het schuldgevoel alleen maar groter. De patiënt kreeg het gevoel dat hij of zij net zo zou moeten kunnen geloven als die 'geloofsheld' David. Hoe hoger de geloofshelden (denk aan Hebr. 11, vaak ten onrechte genoemd een 'galerij' van geloofshelden) boven ons staan, hoe kleiner we ons gaan voelen, dus..; Opnieuw de neerwaartse spiraal. Vandaar dat sommigen oprecht menen het bijbellezen te moeten ontraden. (N.B. ik weet dat anderen daar anders over zullen denken, ik geef hier alleen weer wat ik tegenkwam bij anderen. Persoonlijk grijp ik dan vaker naar Psalmen die 'vanuit de diepte' geschreven zijn. Th.)
Persoonlijk gebed kan in geen geval achterwege blijven, ook al stuiten we hier weer op het probleem dat naar ons gevoel de hemel gesloten is. Toch mag ons dat er niet van weerhouden om vanuit die verschrikkelijke diepte te roepen. Zo bad immers ook David in Ps. 22 en zo horen we de Heiland roepen vanuit de volslagen duisternis en werkelijke God-verlatenheid. U merkt wel, dat hier geen Psalmen van lof en vol vreugde worden genoemd. Met eerbied gezegd: die werken bij een depressieve patiënt 'averechts', net zoals sommige (voor ons gevoel: 'gemaakte') zeer uitbundige uitingen van lofprijzing en aanbidding bij 'andere groepen' op ons vaak een averechtse uitwerking hebben! Laten we hierin maar heel eerlijk zijn. Uiteraard geldt ook hier dat niet ieder gebed om genezing, hoe oprecht ook, wordt verhoord. Dat is bij een ziekte van de geest niet anders dan bij lichamelijke ziekte.
Ook de kerkgang is een teer punt. Evenals mensen met een lichamelijke ziekte of handicap moeilijk of geheel onmogelijk de kerkdiensten kunnen bijwonen, zo zal dat ook bij mensen met psychische ziekten het geval zijn. We moeten daarin heel nuchter zijn. Natuurlijk mogen we elkaar uitnodigen, soms is enige aandrang op z'n plaats, maar dwingen (ook: onszelf ertoe 'dwingen') juist uit den boze. We hopen op en bidden om andere tijden, wanneer we weer met vreugde mogen opgaan naar het huis des Heeren. (Psalm 42!)

Tenslotte
En wat een vreugde 'is het dan, wanneer we uit een depressie of depressieve toestand mogen herstellen. Wanneer onze levenslust en levenszin weer terugkeren. Wanneer het 'oude vertrouwen' terugkeert. Wanneer het verdriet dat werd geleden een plaats mag krijgen. Wanneer we gaan ontdekken dat ook die moeilijke, duistere periode niet 'zinloos' was. We zagen die zin alleen niet, ze was voor ons verborgen. Samen met de Heere, samen met anderen: onze pastor, of een broeder of zuster in het geloof mochten we op zoek gaan naar de 'zin' van dit lijden. En zo gingen we, stukje voor stukje, ontdekken welke bedoelingen de Heere met ons had. En later mogen we ook hierop weer dankbaar terugzien: Ik zal gedenken hoe voor dezen ons de Heere heeft gunst bewezen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Omgaan met depressieve bejaarden (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's