Repeterende breuken
Een scheuring in Schotland
Van de gereformeerd vrijgemaakte emeritus hoogleraar prof. dr. J. Douma is het gevleugelde woord, dat het in de kerk zal blijven kraken en scheuren tot de jongste dag. En wijlen ds. H. G. Abma drukte zich nog scherper uit. Hij achtte het de vloek van scheidingen, dat deze telkens nieuwe scheidingen baren. Ongetwijfeld zullen 'afgescheidenen' bij de uitdrukking 'vloek' lichtelijk verontwaardigd reageren. Maar het kan zeker geen zegen worden genoemd, dat de kerk na scheidingen telkens weer nieuwe scheidingen te zien gaf. De geschiedenis van de gereformeerde kerk in ons land kan in deze toch niet hoopgevend worden genoemd. Alleen al in de tweede helft van de twintigste eeuw liggen de voorbeelden voor het oprapen. De Gereformeerde Kerken, ooit afgescheiden van de Hervormde Kerk (deels in 1834, deels in 1886), vielen bij de vrijmaking in 1944 in twee delen uiteen. In 1967 kwam er vervolgens een breuk in de gelederen van de vrijgemaakten. De Gereformeerde Gemeenten scheurden in 1953. Daarna kwam er nog weer een scheuring in de toen ontstane Gereformeerde Gemeenten in Nederland.
Feit is, dat de scheidingen van 1834 en 1886, hoe verschillend van aard en hoe verschillend in onze waardering ook, een heel scala van gereformeerde kerkelijke denominaties heeft opgeleverd, die onderling de eenheid ook niet (meer) konden vinden. Steevast werd tegenover hen, die in de Hervormde Kerk bleven, het 'beginsel van afscheiding' principieel opgevoerd. Maar het kerkelijke beeld, dat de afscheiding uiteindelijk heeft opgeleverd, heeft weinig aanlokkelijks gekend voor 'hen die bleven'. Waarbij we moeten erkennen, dat de concrete gestalte van het hervormde kerkelijke leven voor gescheiden broeders vaak evenmin aanlokkelijk was. De gescheurdheid van de kerk is daarom ons aller zaak en schuld. Maar het 'beginsel van afscheiding' bleek niet een 'beginsel van eenheid' te zijn.
Schotland
Aan de hierboven aangehaalde woorden van Douma en Abma moest ik denken bij kennisname van de berichten over het laatste drama in de gereformeerde kerkelijke wereld. In Schotland scheurde de Free Church of Scotland. Deze Free Church ontstond op 18 mei 1843 - in dezelfde tijd als te onzent de Afscheiding plaatsvond - als gevolg van een breuk met de Schotse Staatskerk (Church of Scotland), omdat naar het oordeel van de uittredenden de overheid inbreuk maakte op de rechten en vrijheden van de kerk; kennelijk zoals in die tijd ook in Nederland het geval was (Regelementenbundel van Koning Willem I). Thomas Chalmers was de belangrijkste leider van de afscheiding. Een derde deel van de predikanten van de synode van de Schotse kerk te Edinburgh scheidde zich toen af. De belijdenis van de Free Church werd vooral die van Westminster, die wat betreft het belijden aangaande de kerk een afgescheiden belijdenis is.
In Nederland bestond bij de afgescheidenen in die dagen grote belangstelling voor de afscheiding in Schotland. Later heeft zich een deel van de Free Church ook weer van die kerk afgescheiden en zich met de United Presbyterian Church verenigd tot de United Free Church, een kerk die zich later (in een soort SoW-proces) hérenigde met de Church of Scotland.
En nu is dan de Free Church gescheurd. De aanleiding is geweest een reeds vanaf 1995 slepende kwestie, toen de synode besloot geen tucht uit te oefenen over prof. Donald Macleod, omdat er onvoldoende bewijs was inzake aanklachten tegen hem aangaande zijn levenswandel (seksueel misbruik). De eigenlijke oorzaak zit kennelijk dieper. Hij werd ook beschuldigd van afwijking van de belijdenis. Eind vorig jaar, hebben de nu uitgetreden predikanten een brief ondertekend van de Free Church Defence Association (FDCA), waarin scherpe kritiek werd geleverd op de synode. Op het moment, waarop ik dit schrijf, werd bekend, dat, nu de afgescheidenen een zelfstandige kerk hebben gevormd, deze organisatie is opgeheven, waaruit te constateren valt dat de afscheiding al langer werd voorbereid.
Intussen staat men verwonderd als men kennis neemt van de omvang van deze Free Church. In totaal telde de Free Church 113 gemeenten, met in totaal ongeveer twintigduizend leden: zes duizend belijdende leden, vier duizend kinderen en tienduizend aanhangers (adherents), een kerk dus die ongeveer twee maal zo groot is als de hervormde gemeente van Huizen. Deze toch kleine kerk wordt gediend door liefst 110 dienstdoende predikanten. Bij de scheuring stapten vijftien predikanten op, meldde het Nederlands Dagblad, gevolgd door 'nog geen vijf procent van het aantal leden'. Het Reformatorisch Dagblad meldde echter, dat zich 31 predikanten hebben afgescheiden, een aantal dat tot boven de veertig zou kunnen aangroeien. Onder hen is ook ds. Ian Murray, een invloedrijk predikant van de bekende Leicesterconferentie. In 26 van de 30 grotere gemeenten vond geen scheuring plaats.
Zoals meestal het geval is bij scheuringen, zetten de uitgetredenen in hun visie de oorspronkelijke Church of Scotland voort. Men beroept zich ook op de Secession (afscheiding) in 1773 onder Ebenezer Erskine.
De uitgetredenen hebben dan ook als hoofdkwartier de kapel gekozen, waar in 1560 in het bijzijn van de Schotse reformator John Knox de eerste assemblee van de Kerk van Schotland werd gehouden. Intussen geldt ook bij deze afscheiding: de dominees gingen voorop.
Waarom?
We volstaan met deze informatie. We zijn niet tot oordelen bevoegd over de achtergrond van het conflict. Vermeldenswaard is nog wel, dat zowel de Christelijke Gereformeerde Kerken als de Gereformeerde Kerken (vrijg.) in correspondentie staan met de Free Church. Dat ligt in de lijn van het hierboven gemelde feit, dat de afgescheidenen van 1834 grote belangstelling toonden voor de Schotse afscheiding van 1843. Deze kerken staan nu voor de afweging met welke Free Church men verder in relatie zal staan: met de. oorspronkelijke kerk of met de 'voortzetting 1 . Dat zal, gezien de diversiteit, die ook in deze kerken is ontstaan, geen sinecure zijn. Want binnen deze kerken mag grosso modo het beginsel van afscheiding nog steeds worden gehuldigd ten opzichte van de kerk(en) waaruit men ooit is ontstaan, anders wordt het, naar ons gevoelen, wanneer men dit beginsel in eigen kring moet doortrekken of toepassen, ook in relatie met zusterkerken..
Drama
Maar ook wanneer men niet tot oordelen bevoegd is over de oorzaken van de scheuring, dan kan men als kerkelijk buitenstaander - want dat zijn we als hervormd gereformeerden - nog wel een oordeel hebben over het feit van een dergelijke scheuring. De geschiedenis van de 'gereformeerde' kerken in Europa is opnieuw een scheuring 'rijker'. Men mag deze ontwikkeling dramatisch noemen, een nieuwe nederlaag voor de zaak van het gereformeerd belijden. Ons hart is verscheurd als we zien hoe telkens diegenen, met wie we ons in geloof (in verscheidenheid) vaak verbonden weten, zich van elkaar vervreemden vanwege 'de waarheid'. Nergens raakte de kerk zo gescheurd en gedeeld dan waar ze de naam gereformeerd draagt. Hoeveel namen zijn in eigen land al niet bedacht om alle gereformeerde kerken en groeperingen te benoemen! De geschiedenis van de gereformeerde gezindte is elders in Europa geen andere. En dan gaat het vaak om kleine gemeenschappen. Ook waar de 'gereformeerde kerk', zoals in Schotland, klein en als tot niet is gekomen in de ogen der mensen (art. 27 NGB), slaat telkens weer de splijtzwam toe. Het is de vloek van scheidingen, dat die telkens nieuwe scheidingen baren, zei ds. Abma. Ook de huidige ontwikkelingen in Schotland stellen hem in het gelijk. Is het wonder dat diegenen, die het beginsel van afscheiding niet huldigen, in kerken, die door afscheiding zijn ontstaan, geen inspirerend en overtuigend voorbeeld tot navolging zien, zeker niet op langere termijn? In de beginfase van een nieuw ontstane kerk is er enthousiasme en gezamenlijkheid. Bij de tweede of derde generatie blijkt het verval in te treden, zodat het al snel ook niet meer is als 'vroeger'. Handhaaft men dan het beginsel van afscheiding, dan moet het komen tot doorgaande reformatie, zoals de Gereformeerde Kerken (vrijg.) dat in het vaandel hebben (of moet ik zeggen: in het vaandel hadden? ). Maar zo versnippert en verpulvert de kerk al maar verder.
De consequenties van de afgescheiden ecclesiologie moeten dramatisch heten voor het bewaren van de kerk bij de eenheid. En bij elke afscheiding treden nieuwe verbijzonderingen op, die de kerk verder afvoeren van het belijden van de kerk der eeuwen, waarin ook de katholiciteit der kerk beleden wordt. Zo verwijdert men zich ook meer en meer van de gereformeerde katholiciteit, zoals die in de tijd van de Reformatie, vooral bij Calvijn, tot opbloei kwam.
Waarom toch is die scheidingsgezindheid zo diep genesteld in het gereformeerd protestantisme. Om de waarheid? Het lijkt wel in de genen of in het bloed te zitten.
Vandaag wordt ook in hervormd gereformeerde kring hier en daar het beginsel van afscheiding opgevoerd. Naar onze diepste overtuiging zal de weg van scheiding, wanneer die onverhoopt wordt begaan, nieuwe scheidingen in zich bergen. Daar zijn ook hervormd gereformeerden niet te goed voor. De kiemen ervan zijn nu al zichtbaar. Ooit heeft prof. dr. J. Douma gezegd, dat de hervormd gereformeerden de sleutel voor kerkelijke eenheid van gereformeerde belijders in zich hebben. Dat zou dan in de weg van een nieuwe afscheiding moeten geschieden. Wij geloven niet in die weg. Hervormde gereformeerden zullen het er buiten de Hervormde Kerk niet beter afbrengen dan nu in die kerk en dan anderen buiten de Hervormde Kerk. En samen zal het, naar het woord van Douma zelf ook blijven scheuren.
Appèl
De scheuring in Schotland zal, zoals bij elke scheuring, diepe sporen trekken in gezinnen, families en gemeenten. Hoevelen zullen er niet door vervreemd raken van de kerk. Jonge mensen vooral, die er niets van zullen begrijpen. Zelf moeten we het allemaal ook niet willen kunnen begrijpen.
Dezer dagen werd mij een boekje toegezonden van een Japans christen, die 'met verwondering en verdriet' en 'met de ogen van een buitenstaander' naar de verdeeldheid kijkt, 'die onder de Westerse christenen heerst en die ze naar het zendingsveld exporteren'. De schrijver heet Kokichi Kurosaki: Het boekje, in vertaling van Evert van de Poll, heet 'Is Christus gedeeld? - Hoe kon het zover komen? Hoe vinden we elkaar weer?' (uitgave Gideon, Hoornaar). Daarin zegt de schrijver: 'De institutionele kerken, met hun leerstellingen en gebruiken, zijn te vergelijken met een huis vol spullen. In het huis van God zijn al die 'spullen' nuttig, voorzover zij dienstbaar zijn aan het werk van de Geest in de ekklesia. Uit de kerkgeschiedenis weten we echter dat zij het werk van God doorgaans belemmeren. Meestal raakt de levende relatie met Hem verstrikt in uiterlijke bepalingen, waardoor mensen het zicht op de ware ekklesia verliezen'.
Spullen, spullen, allemaal spullen. Regels, regels, allemaal regels. Bepalingen, bepalingen, allemaal bepalingen. Vraagt het links en rechts niet om tempelreiniging.
Nu jaagt men elkaar de kerk uit.
Nog één woord van de Japanse broeder: 'De eenheid in het Lichaam komt niet tot stand doordat mensen de handen ineen slaan. Alleen waar de gemeenschap met God de overhand krijgt, zullen de barrières verdwijnen. Alleen waar God op de eerste plaats komt, zal de onderlinge liefde hoogtij vieren'. Een appèlwoord voor een gescheurde kerk!
De Waarheid wordt in liefde betracht. Onze waarheden kunnen de liefde smoren. Dan slaat de splijtzwam gemakkelijk toe. Zou ergens, waar scheuringen optraden, liefde hoogtij hebben gevierd?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's