De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De volkskerk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De volkskerk

Ds. J. G. Woelderink: reformatorisch pastoraal-theoloog (5)

8 minuten leestijd

Een nieuwe kerkorde. In 1951 werd er veel van verwacht. Ondanks tegenstemmers werd het geheel aanvaard. Het doel van de reorganisatie der Ned. Herv. Kerk werd als volgt geformuleerd: een Christusbelijdende volkskerk. Woelderink had genoeg theologische bagage om op alledrie genoemde onderdelen in te gaan. Op de Naam Christus, op de functie en grenzen van de belijdenis, op het begrip volkskerk. In een artikel getiteld 'De Volkskerk' verschenen in 'Kerk en Theologie', jaargang 2, no. 3 liet hij zijn visie en gerijpte inzichten zien over dit onderwerp. Het lag hem na aan het hart. Al eerder had Woelderink zich verdienstelijk gemaakt voor het blad waarvan 'Kerk en Theologie' de voortzetting is, 'Onder Eigen Vaandel'; in deze periodiek schreef hij meerdere artikelen over het Verbond. Prof. Haitjema noemde de naam van Woelderink in een bijdrage over '25 jaren Nederlandse Theologie' in 1950 met ere. Met dankbaarheid maakte de Groninger dogmaticus melding van zijn arbeid. Woelderink had zich zijns inziens onderscheiden in het zich sterk maken voor het omhoog heffen van de banier genoemd 'door het geloof alleen'. Met recht en reden had hij Woelderink ook mogen noemen als strijder voor en in de kerk, de kerk in haar belijden en werken.

De volkskerk in Indonesië
Woelderink knoopt aan bij een artikel van dr. Bolkestein over 'Kerkordeproblemen in Indonesië'. 'In de zendingsmethodiek', zo schrijft Bolkestein, 'is het principe van de volkskerk in het verleden vrijwel altijd onaangevochten geweest. Vele kerken zijn in Indonesië ontstaan, wier grenzen samenvielen met de volksgrenzen.' Bolkestein ziet enige praktische voordelen. Woelderink wil aantonen dat er tussen de kerk in de zendingsgebieden en de kerk der hervorming in Nederland zowel verschil als overeenkomst is.

Het verschil met Rome en met de dopers
Rome kent het begrip volkskerk niet. Zij gaat uit van één kerk onder éénhoofdig bestuur. Zij gebruikt één taal, het Latijn. De keuze voor deze klassieke taal hangt samen met het zicht dat Rome op zichzelf heeft: de roomse kerk heeft de wereldheerschappij van het Oude Rome overgenomen.
In de hervorming was men van meet af aan indachtig aan het pinksterwonder. Na de uitstorting van de Heilige Geest hoorde eenieder de grote werken Gods verkondigen in eigen taal. Later werd de Bijbel zoveel mogelijk vertaald in de volkstalen. Organisatorisch waren de verschillende lands- of volkskerken onafhankelijk van elkaar. De verbondenheid onderling werd vastgehouden. Het begrip 'volkskerk' werd in de Nederlandse situatie vooral gemeengoed door de arbeid van Groen van Prinsterer, J. A. Wormser (de man van 'leer de natie haar doop verstaan, en zij is gered') en Ph. J. Hoedemaker. Dit volkskerkbegrip wekte verschillende reacties op. De dopers en de Reformatie hadden geen gelijkluidende gedachten over dit onderwerp. In de Reformatie draaide het namelijk onder andere om de kerk. De Reformatie beoogde hervorming van de bestaande kerk. De dopers streefden naar de oprichting van een nieuwe kerk, een kerk gegrond op de geloofsbeslissing en de geloofsbelijdenis van haar leden. De nieuw te vormen gemeenschap zou bestaan uit bondgenoten. Niet in de zin van het verbond der genade, dat God met ons heeft opgericht; maar naar het verbond, dat men met God heeft aangegaan om de Naam van Christus te belijden en Hem te volgen. Woelderink wordt niet moe om in al zijn geschriften te waarschuwen voor de gevolgen van deze stap: niet langer blijft het handelen van God uitgangspunt, maar het handelen van de gelovigen eist alle aandacht op.

De sacramenten
Doop en avondmaal zijn Woelderink lief. De twee sacramenten nemen in zijn theologie een voorname plaats in. In twee geschriften gaat hij diep op de rijkdom van de doop en het avondmaal in. Het ene heet 'Het Doopsformulier', het andere draagt als titel 'Pastoraat rond het Heilig Avondmaal'. Vanuit zijn liefde voor Gods heilige instellingen is zijn diepe verontwaardiging en ongerustheid te verstaan, als het wezen van de sacramenten wordt aangetast. De dopers beweren namelijk, dat de sacramenten dienen om op symbolische wijze de geloofsbelijdenis tot zichtbare uitdrukking te brengen. Daarom wordt de kinderdoop verworpen. De doperse beweging maakt er geen geheim van hoe zij aankijkt tegen de kerk van Rome. Het verval van deze kerk schrijven de dopers toe aan het vasthouden en beoefenen van de kinderdoop.
De reformatoren namen een genuanceerder standpunt in in de richting van Rome. De roomse gemeente is een christelijke kerk, die helaas op tal van dwaalwegen geleid werd. Het Woord van God is het enige middel, waardoor deze dwalende kerk ontrukt kan worden aan de vreemde machten. Door het doopverbond als uitgangspunt te nemen konden de reformatoren vasthouden aan hun standpunt: de kerk van Rome is een kudde des Heeren. De kerkhervorming verliep volgens een bepaald patroon: de pastoor werd vervangen door de reformatorische prediker; de gemeente (kudde des Heeren) bleef dezelfde. Op deze gezegende weg droeg de kerk der hervorming op bijzondere wijze het Nederlandse volk en volksleven.

Wormser en Hoedemaker
Spreken over de volkskerk zonder de namen van bovengenoemde 19e-eeuwse theologen is uitgesloten. Wormser sloot aan bij de gedachte die in de hervormingstijd werd vastgehouden: de gemeente is de kudde des Heeren. Wormser schrijft: 'Ik plaats mij dan bij mijn beschouwingen van de kinderdoop op het katholiek (algemeen) terrein van de gemeenschappelijke doop. De Nederlandse volksstam is in zijn geheel gedoopt. Hij is den Heere toegewijd door gedoopt te zijn in de Naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes. Leer dan de natie haar doop te verstaan en waarderen, en Kerk en Staat zijn gered.' Woelderink waarschuwt ernstig voor een verkeerde interpretatie van het begrip 'volkskerk'. Deze is niet de kerk der natie geworden, de nationale kerk dus. De volkskerk blijft de kerk van Christus. Voor Wormser en Hoedemaker is de volkskerk niet de kerk die een nationaal stempel draagt, maar de kerk die op de natie een christelijk stempel drukt. De kerk brengt namelijk het volk en het volksleven onder de gezegende invloed van het evangelie. Het doopverbond verbindt het volk met de kerk en geeft de mogelijkheid beiden op te roepen tot bekering.

De zendingssituatie
Op het zendingsveld werd de arbeid aangevat te midden van het heidendom of van de islam. De doelstelling van het missionaire werk week niet af van wat de kerk in Nederland beoogde: de kerstening van de natie. Woelderink signaleert dat de zendingswerkers zich in de jaren '40/50 losmaken van de volkskerkgedachte. De innerlijke opbouw van de kerken ging de aandacht opeisen. De zelfstandigwording van de inheemse kerk stond hoog op de agenda. De kerstening raakte wat op de achtergrond. Woelderink acht het onweersprekelijk, dat elke kerk kerstening van het volksleven moet nastreven. Volk en kerk zijn namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden. O.a. daarom wordt het evangelie gepredikt in de taal van het volk en wordt de bijbel vertaald in de volkstaal.
De christelijke kerk heeft altijd strijd moeten leveren met het heidendom. De samenleving was en is daarvan doortrokken. De arbeid van de kerk trok niet slechts enkelingen uit het volk om hen vervolgens in de kerk een veilige haven te bieden. Als christenen staan zij midden in de wereld. De omgeving is vreemd aan het geloof. Vervolging werd hun deel. Aanpassing aan het heidense leefpatroon kon niet worden opgebracht. Demonische machten maken zich breed om de kerk te verdrukken en te vervolgen of aan verzoekingen bloot te stellen. De levende kerk staat in de strijd. Zij weet van haar roeping te midden van het volk. Hervorming van het volksleven en de vestiging van de Christusheerschappij zijn de hoge doelen. Het opgeven van deze strijd betekent het begin van het einde voor de kerk.. De kerk mag zich niet laten dwingen door de samenleving om Christus te verloochenen.

Ontkerstening
De samenleving ontkerstent snel. Groen heeft in 'Ongeloof en Revolutie' deze ontwikkeling voorzien. De ontkerstening zal gevolgd worden door een tweede fase: de aanval van de demonen op de grondslagen van de christelijke gemeente (profetische woorden). Woelderink kan niet tevreden zijn met het terugwinnen van verloren zielen. Het ganse volk is het grote doelwit.
Hij sluit zich aan bij het woord van Hoedemaker: 'Heel de kerk en heel het volk.' Separatisme wijst hij af, de verbinding van kerk en volk acht hij onopgeefbaar.
De verscheuring van de kerk der hervorming is voor Woelderink de grootste hinderpaal op weg naar een brede volkskerk met een reformatorisch karakter. Verscheuring en versplintering slaan de kerk met machteloosheid. Van sommige zijden werd politieke actie ondernomen om de christelijke grondslagen van ons volksleven veilig te stellen. Van Ruler pleitte zelfs voor 'agressie op de staat'. Woelderink neemt deze uitdrukking onder voorbehoud over. Hij wil het verstaan als de worsteling van de kerk in geloof en liefde om het volks- en staatsleven te brengen onder de invloed van het evangelie. De kerken moeten samenwerken, maar hebben het helaas drukker met de verschillen. Ondertussen gaat het volk verloren. Door de onderlinge strijd doemt de kerk zichzelf tot ondergang.

Kerkelijke eenheid
De door Woelderink vurig bepleite eenheid der kerk is geen wereldse kerk. De kracht van de kerk ligt niet in de beschikking over machtsmiddelen. Haar eenheid ligt in de eenheid die eigen is in het geloof, haar kracht zoekt ze in het leven door de Geest. Wereldse macht wordt door de kerk afgewezen. Rome heeft al te veel daarin haar kracht gezocht. In de kracht van de Heere staande en levende uit Zijn oneindige mogendheid, zal de kerk de demonen uitdrijven. Het volksleven wordt door hen bedreigd. Zo zal de kerk waarlijk volkskerk zijn door de demonie en de kracht des Heeren te weerstaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De volkskerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's