De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ds. M. A. Kuyt ter synode

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ds. M. A. Kuyt ter synode

8 minuten leestijd

Besluitvoorstel inzake het advies van de werkgroep 'Hoe nu verder met Samen op Weg? '

Amendement

Tussenvoegen tussen l.a en l.b
De gezamenlijke vergadering van synoden besluit:

a. ongewijzigd;
b. nader te onderzoeken in hoeverre de instelling van een buitengewone classis, zoals voorgesteld in het advies van de werkgroep 'Hoe nu verder met Samen op Weg?' ruimte geeft aan hen, die op het tussenniveau van de kerk eigen identiteit willen bewaren, zonder dat de classicale vergadering als het ontmoetingspunt van alle gemeenten wordt prijsgegeven;
c.  is b. enz.

Bij dit amendement werd de volgende toelichting door de indiener gegeven: 

Geachte vergadering ,

Met veel belangstelling heb ik het advies van de werkgroep 'Hoe nu verder met Samen op Weg?' gelezen. Op heldere wijze wordt het afgelegde traject met de daarmee gepaard gaande besluitvorming in beeld gebracht. Ik heb de indruk dat alle mogelijkheden en onmogelijkheden wel zo'n beetje zijn gewikt en gewogen. Aan het einde van het advies komt de werkgroep met twee modellen om bezwaarden ruimte te bieden op het tussenniveau. Het ene model behelst differentiatie binnen classes, het andere uitbouw van ringverband en instelling adviesorgaan.
De. werkgroep maakt geen keuze, somt de sterke en zwakke punten op van de voorgestelde oplossingen en hoort dat naar aanleiding van de motie De Visser/Van Heijst iets zal rijpen dat de voordelen van beide voorstellen integreert.
Een helder advies.
Wanneer ik nu echter naar het besluitvoorstel kijk zoals dat voor mij ligt, dan is het duidelijk dat gekozen is voor de route 'ringverband en adviesorgaan' en dat er vooralsnog van integratie met een voorstel omtrent de classis geen sprake is. Dat niet gekozen is voor de route 'eigen classis' ligt duidelijk in het verlengde van alles wat in het voortraject is besloten. Het is duidelijk dat een gedifferentieerde classis voor velen een brug te ver is. Zeker voor de KOA, die het uitgangspunt hanteert van: de classis als grondvergadering van de kerk omvat de volle breedte van de kerk en alle gemeenten binnen een ressort en is geen verband van gelijkgezinde gemeenten. De moties van oktober 1993 en januari 1997 om hervormde classes mogelijk te maken zijn steeds afgewezen en verworpen. Ook het voorstel van de Gereformeerde Bond om hervormde classes te vormen is niet gehonoreerd.
Ik kan daar wel inkomen gezien het traject dat tot hu toe bewandeld is, maar ik heb wel een paar opmerkingen, nu we zo ongeveer aan het einde van het traject gekomen zijn.
Zonder kerkrechtspecialist te zijn meen ik in alle bescheidenheid te moeten opmerken, dat de uitleg van de KOA van wat een classis is, niet volledig recht doet aan wat in het verleden over de plaats en de bevoegdheid van de classis binnen de gereformeerde traditie is gezegd. In de Hervormde Kerk is er een ontwikkeling geweest die sterk de nadruk op het landelijk apparaat legde. Laat de classis daar een zeker tegenwicht aan bieden door eerst naar de gemeenten te kijken. De classis is er allereerst t.b.v. de gemeenten; en als er gemeenten zijn die moeite hebben om deel uit te maken van een gemeenschappelijke classis, waarom mag die classis zich dan niet opwerpen als de 'hoedster' van wensen van deze gemeenten, ook al loopt zij daarmee niet in de pas met wat de landelijke synode wil?
Het is onmiskenbaar dat de bevoegdheden van de classes richting gemeenten in de tijd van de Reformatie groter geweest zijn dan nu het geval is. In de Gereformeerde Kerken is van oudsher de zelfstandigheid van de plaatselijke kerk sterk benadrukt. In een klassiek werk als van H. Bouwman: 'Gereformeerd Kerkrecht' lees ik dat kerken in de tijd van de Reformatie betrekkelijk vrij waren in het toetreden tot het kerkverband, dat de nadruk viel op de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente, enz. Op de synode van Embden werd bepaald, dat erop aangedrongen zou worden dat gemeenten tot classes moesten worden samengevoegd, waarbij van dwang echter geen sprake mocht zijn. In het boek van Bouwman wordt gesteld, dat een plaatselijke kerk geen afdeling is van een groot geheel der kerk, maar in zichzelf zelfstandig en compleet (zie deel 2, blz. 126). Dat is een bepaalde visie, die niet de mijne is en die door velen in de Hervormde Kerk niet wordt gedeeld. In hervormde kring is steeds gezegd: de gemeente is relatief zelfstandig. Met de nadruk op relatief. De gemeente maakt deel uit van de landelijke kerk. De landelijke kerk is er eerder dan de gemeente.
Ik onderschrijf dit hervormde gedachtegoed. Maar ik voel wel een bepaalde spanning. Zo wordt ergens in de nota van de Raad van Deputaten-SoW 'De Classicale Vergadering in de VPKN' oktober 1997 gesteld, dat de invloed van de gereformeerde kerkorde binnen de hervormde kerkorde hieruit blijkt, dat de lijn van de presbyteriaal-synodale traditie consequent getrokken is door het accent te leggen op de plaatselijke gemeente. De bijdrage van de gereformeerde visie op de gemeente heeft in de hele opzet van de conceptkerkorde duidelijk weerslag gevonden, zo wordt gezegd. Zo is er een kerkorde gekomen vanuit de hele ecclesia met de gemeente als centrum. De kerkorde. kan dan ook gelezen worden als een gemeenteopbouwstuk.
Alleen... waarom merk je daar dan zo weinig van als het over de classis gaat? Dan wordt het recht van eigen identiteit voortdurend ingesnoerd door het hameren op de breedte van de landelijke kerk. Er wordt voortdurend gehamerd op: het gaat om het geheel van de gemeenten in een bepaald ressort! Maar als nu een groot aantal gemeenten binnen dat ressort grote bezwaren heeft tegen SoW en beducht zijn voor verlies van eigen identiteit binnen de classis, dan mag dat volgens velen absoluut niet op classicaal niveau doorvertaald worden.
Waarom ook niet op classicaal niveau een zekere differentiatie net als bij de ringen toegepast, weliswaar binnen duidelijke grenzen? Waarom geen nader onderzoek of het mogelijk is om de classes zo samen te stellen dat: zowel eigen identiteit als gezamenlijke ontmoeting gewaarborgd worden?
Ik zou u willen verzoeken om op een creatieve manier met de classis iets te doen om het draagvlak voor 'vereniging als groei' te vergroten. Is de gedifferentieerde classis/de buitengewone classis per definitie de doodsteek voor het principe dat de classicale vergadering de grondvergadering van alle gemeenten is? Of zou hier nog wat genuanceerder en wellicht gedifferentieerder over gesproken kunnen worden?
Het gaat uiteindelijk om heel belangrijke zaken. Een vereniging van kerken is een historisch moment. Dan moet je wel eens dingen doen, die misschien niet helemaal stroken met een bepaalde hervormde opvatting van de classis. De KOA doet m.i. het voorstel (van de Gereformeerde Bond bijvoorbeeld) om de gemeenten zelf te laten kiezen tot welke classis men wil behoren geen recht, door te stellen, dat daarmee het karakter van de classicale vergadering wezenlijk verandert. Dat zou nog wel waar kunnen zijn tegen de achtergrond van besluitvorming in een gewone situatie, maar nu we met een buitengewone situatie te maken hebben, nl. dat drie kerken verenigen, moet wel een buitengewone visie op de classis, die bij nader inzien helemaal niet zo buitengewoon blijkt te zijn omdat ze historische wortels heeft, overwogen worden.
Geef de bezwaarden ruimte. Ook binnen de gemeente. En vraag de bezwaarden of ze alsjeblieft de ontmoeting niet uit de weg gaan. (...) Ik wil mijn gereformeerd betoog besluiten met enkele woorden van de hervormde prof. Dingemans: 'Een kerkorde is gestructureerde en in de praktijk gebrachte theologie. Of nog preciezer gezegd: een kerkorde is een in rechtsregels vertaalde ecclesiologie. Wat een kerkgemeenschap denkt over haar eigen wezen en gestalte, over haar positie in de wereld, haar vormgeving en inrichting, wordt in een kerkorde vertaald in rechtsregels, die gelden voor het functioneren van die gemeenschap. Tegelijkertijd moet men zeggen, dat een kerkorde ook voortdurend ecclesiologische knopen doorhakt of compromissen sluit. Het ecclesiologisch ideaal van de dogmatiek moet immers vorm krijgen in de weerbarstige en pluriforme werkelijkheid van de geloofsgemeenschap. Een kerkorde is daarom in feite een theologisch compromis, waardoor een kerk een dak krijgt waaronder veel mensen kunnen leven' (In: W. van 't Spijker/L. C. van Drimmelen, Inleiding tot de studie van het kerkrecht).
Geachte vergadering, de instelling van een buitengewone classis is compromis vanwege de weerbarstige en pluriforme werkelijkheid van de geloofsgemeenschap die de SoW-kerken willen zijn, maar het is de moeite waard, om de toekomstige kerk een dak te geven waaronder mensen die nu nog vrezen in de toekomst misschien wel dakloos te worden, alsnog een plekje vinden.

P.S. Genoemd amendement werd ingetrokken, toen uit het gewijzigde besluitvoorstel bleek, dat het triomoderamen aan de intentie van dit amendement (en dat van ds. R. de Reuver) enigszins was tegemoetgekomen door te laten onderzoeken of een verband van gemeenten (een classicaal ringverband/subclassis) gevormd kan worden, die de classicale vergadering waarbinnen het valt van advies kan dienen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Ds. M. A. Kuyt ter synode

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's