De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Owen en de politieke ontwikkelingen van zijn tijd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Owen en de politieke ontwikkelingen van zijn tijd

10 minuten leestijd

'The Puritan Revolution'
Dat met mijn proefschrift over Owen bepaald niet alles over deze theoloog is gezegd, maakt de reactie van collega Prosman duidelijk. Naar aanleiding van de vragen van collega Prosman maak ik een paar opmerkingen. Voor Engeland is de zeventiende eeuw zeer turbulent geweest. De vorsten uit het huis van Stuart hebben gepoogd een absolute monarchie te vestigen naar het voorbeeld van de Bourbons in Frankrijk (De vrouw van Charles I was een Bourbon) en het protestantse karakter van de kerk van Engeland te minimaliseren. Zowel in kerk als maatschappij riep deze politiek verzet op. In de kerk keerden de puriteinen zich tegen het streven van de hoogkerkelijke richting. Charles I die in 1625 zijn vader was opgevolgd, regeerde vanaf 1629 tot 1640 zonder parlement. Een van de eerste beslissingen van het 'Long Parliament' was dat het alleen met eigen toestemming kon worden ontbonden. Voor deze daad was feitelijk geen juridische basis en zo vormde dit het begin van wat wel genoemd is de 'Puritan Revolution'. Naarmate de tijd voortging, kwam in Engeland de macht steeds meer bij het leger te liggen en wel in het bijzonder bij Oliver Cromwell, de aanvoerder van het 'New Model Army'.

Het  optreden van Cromwell in de context van zijn tijd
Toen een oorlog tussen de koning en het parlement uitbrak, kozen theologen die in hun leer en in hun kijk op het geestelijke leven als puritein getypeerd konden worden, maar die geen moeite hadden met de bisschoppelijke vorm van kerkregeling, veelal de zijde van de koning. In het 'Long Parliament' wilde de meerderheid nog altijd tot een vergelijk komen met de koning. Kerkelijk gezien kon deze meerderheid als presbyteriaansgezind worden getypeerd. Men begeerde kerkelijk een nationale kerk met een presbyteriaanse structuur. Cromwell was kerkelijk een congregationalist. Cromwell had geen moeite met een presbyteriaanse gestructureerde nationale kerk mits aan de congregationalisten en baptisten vrijheid van godsdienst werd gegeven. Dat was nu juist weer onaanvaardbaar voor veruit de meeste presbyterianen. Naar hun overtuiging moest de overheid de kerkelijke eenheid desnoods met geweld bewaren. In 1649 werd het 'Long Parliament' door kolonel Pride van zijn presbyteriaanse meerderheid ontdaan. Het parlement bestond nu uit mensen die kerkelijk gezien aan de kant stonden van de meest radicale puriteinen, namelijk de congregationalisten. Ook voor deze zogenaamde 'purge of Parliament' was geen wettelijke basis. Deze zuivering baande wel de weg voor de afschaffing van de monarchie en het doodvonnis over Charles I. De rechtbank die het vonnis over Charles I velde, was bepaald niet onpartijdig samengesteld en zelfs deze rechtbank kwam niet tot een eenparig vonnis. Desondanks werd Charles I ter dood gebracht.
Als jongeman heeft Owen deze ontwikkelingen meegemaakt. Vol overtuiging koos hij de zijde van het parlement en later van Cromwell. In de overwinningen van het parlement en van Cromwell zag Owen de hand des Heeren. Het ging hem om de doorwerking van het Woord van God in Engeland en Owen zag het zo, dat deze overwinningen daaraan dienstbaar waren, zonder dat hij daarmee de eigentijdse geschiedenis van het Engelse volk en de Engelse kerk aan de heilsgeschiedenis gelijkstelde. Collega Prosman heeft gelijk dat Owen tot aan het moment dat aan Cromwell in 1657 de koningskroon werd aangeboden, feitelijk geen vragen bij het beleid van Cromwell heeft gehad. Al had Owen geen rechtstreeks aandeel in de terechtstelling van Owen, uit de preek die hij de dag daarop voor het lagerhuis hield, blijkt wel dat de hele gang van zaken toch zijn instemming gehad moet hebben. Uitvoerig spreekt hij in deze preek over de zonden van Manasse en het is niet moeilijk een parallel te trekken naar Charles I. Voor Owen was het vonnis van Charles I Gods rechtvaardige straf over diens zonden. Duidelijk is dat voor Owen in 1649 het parlement het hoogste gezag vertegenwoordigde.
Cromwell en Owen zagen in Charles I een gevaar niet alleen voor de kerk, maar ook voor de samenleving. Charles I was voor hen de belichaming van dictatuur in kerk en staat. Zo heeft Cromwell voor zichzelf het doodvonnis van Charles I gerechtvaardigd en Owen heeft kennelijk ook zo gedacht. De terechtstelling van Charles I werd ook door episcopaalsgezinde en presbyteriaansgezinde puriteinen volstrekt van de hand gewezen.
Heel triest is de botsing die na de terechtstelling van Charles I volgde tussen Engeland onder leiding van Cromwell en de Schotten. De Schotten aanvaardden Charles II, de zoon van Charles I als koning. Charles II zwoor trouw aan de zogenaamde verbonden, een eed die hij overduidelijk uit puur opportunistische redenen aflegde. Cromwell zag Charles II als koning van Schotland als een bedreiging voor Engeland en niet ten onrechte. Zo kwam hij ertoe een veldtocht tegen Schotland te ondernemen. Naar zijn overtuiging ontbrak het de Schotten zowel kerkelijk als politiek aan realiteitszin. Daarin heeft de geschiedenis hem geen ongelijk gegeven.
Toen Cromwell eenmaal aan de macht was, bleven groepen in de samenleving contacten houden met Charles II. Ook vele presbyteriaansgezinde puriteinen hadden moeite met het bewind van Cromwell. Zij betwijfelden het wettig karakter ervan en wezen de vrijheid van godsdienst die Cromwell voorstond van de hand. De puriteinse predikant Christoffel Love werd van contacten met royalisten verdacht, die ten doel hadden Cromwell ten val te brengen. Love heeft deze (vermeende) contacten met de dood op het schavot moeten bekopen. Dit doodvonnis van Love is wel het dieptepunt van de regeringsperiode van Cromwell. In hoeverre Cromwell zelf voor dit doodvonnis aansprakelijk kan worden gesteld is omstreden. Feit is dat hij het als 'Lord Protector', deze titel had hij inmiddels gekregen, had kunnen verhinderen.

Owens visie op het protestants karakter van Engeland en de vrijheid van godsdienst
Wat Owen aan Cromwell verbond, was diens visie op de tolerantie. Met Cromwell wilde Owen godsdienstvrijheid voor alle orthodoxe protestanten, hoe ook hun visie was op de kerkregeling. Vóór 1660 vielen voor hem echter die protestanten die de episcopaalse vorm van kerkregeling wilden handhaven, feitelijk buiten de tolerantie, al was de praktijk ruimer dan de theorie. Tegenover de uniformiteit die bepleit werd zowel door voorstanders van de episcopaalse vorm van kerkregeling als presbyterianen brak hij een lans voor pluriformiteit. Echte uniformiteit was voor hem geen zaak van dwang van de kant van de overheid, maar van de soevereine werking van Gods Geest.
Na het herstel van de monarchie in 1660 heeft hij ondanks het repressieve bewind meerdere malen tot loyaliteit aan de regering opgeroepen, hoewel hij samengewerkt heeft met personen aan wie een revolutionaire gezindheid ten opzichte van het toen bestaande bewind niet kon worden ontzegd. Owen wees alleenheerschappij van de hand. Kennelijk zag hij in de jaren vijftig van de zeventiende eeuw om die reden meer heil in een republiek dan In een monarchie, zelfs al werd de koningskroon door Cromwell gedragen.
Wanneer ik gesteld heb dat we bij Owen geen verbinding zien tussen een onbijbels nationalisme en het christelijk geloof, heb ik dat zó bedoeld, dat voor Owen het Woord de kritische instantie blijft waarmee de geschiedenis wordt beoordeeld. Engeland was voor hem een bevoorrechte natie, omdat daar kerken werden gevonden waar het evangelie recht werd bediend. Hij sprak het parlement aan op haar verantwoordelijkheid het protestantse karakter van Engeland als natie te bevorderen. Bij nalatigheid daarin zouden de vertegenwoordigers van het parlement door Gods oordelen worden getroffen. Vandaar dus dat je kan spreken van een kritische verbinding tussen het Engelse volk en wat voor Owen het beschermend handelen van God met Zijn kerk was. Dat neemt niet weg dat Owen als jong predikant en theoloog wel heel enthousiast op de overwinningen van het parlement en Cromwell heeft gereageerd en te weinig heeft verdisconteerd dat ook daar vlees en wereld bijkwamen. Wel wat heel vanzelfsprekend gaat hij er vanuit dat de zaak van het parlement en van Cromwell ook zonder meer de zaak van God was. Een wijze van denken die overigens meer regel dan uitzondering was in de zeventiende eeuw, zij het dat men dan verschilde in het antwoord op de vraag wat nu de zaak des Heeren was. Wel heb ik de indruk dat Owen bij het ouder worden in een aantal opzichten voorzichtiger is geworden. Wat voor hem bleef, was echter dat het protestants karakter van Engeland bewaard diende te worden. Dit moest volgens hem protestanten binnen en buiten de nationale kerk met elkaar verenigen. Achter pogingen het protestants karakter van Engeland terug te dringen zag hij de macht van de duisternis. Gods zorg over Engeland kwam voor hem tot uiting in de bewaring van het protestantisme als fundament van de natie.

'The Glorious Revolution'
In 1660 werd de monarchie hersteld. Het gevolg was dat het overgrote deel van de puriteinen buiten de nationale kerk kwam te staan en de betrekkelijke vrijheid van godsdienst die onder Cromwell had geheerst, verdween. De wijze van regeren van Charles II en later van zijn broer James II riep in Engeland en Schotland steeds grotere spanningen op. Charles II ging op zijn sterfbed over tot de rooms-katholieke kerk. James II was al rooms-katholiek. In 1688 nodigde het Engelse parlement Willem III van Oranje uit naar Engeland te komen. Hij ging daarop in. Zo begon de 'Glorious Revolution'. Owen heeft deze ontwikkeling niet meegemaakt, maar zou haar met vreugde begroet hebben. Er kan getwist worden over de vraag in hoeverre de 'Glorious Revolution' een wettige basis had. Willem III had in ieder geval dit op Cromwell voor, dat zowel zijn vrouw als zijn moeder een Stuart waren. Een groot deel van de politieke en kerkelijke visie van Owen en Cromwell werd na de 'Glorious Revolution' realiteit. De basis werd gelegd voor een constitutionele monarchie waarbij de macht van de vorst getemperd werd door die van het parlement. Er werd vrijheid van godsdienst gegeven aan alle orthodoxe protestanten, zij het dat de nationale kerk een andere gezicht hield dan Owen en Cromwell gewenst zouden hebben. De visie dat de overheid geen kerkelijke eenheid moet afdwingen, vond in de achttiende eeuw onder alle orthodoxe protestanten ingang.

Slot
Het is makkelijker al deze ontwikkelingen te beschrijven dan te beoordelen. Dat geldt al voor ons. Hoe moeilijk moet het voor mensen toen geweest zijn de juiste weg te gaan. Verdrietig is dat mensen die geestelijk zo dicht bij elkaar stonden door politieke en kerkelijke ontwikkelingen tegenover elkaar kwamen te staan, waarbij het heel letterlijk tot bloedige botsingen is gekomen. De band tussen kerk en overheid en in ieder geval tussen religie en overheid was zeer nauw. De meeste puriteinse predikanten hadden geen directe relatie tot de regering zoals Owen onder Cromwell. Zij hadden echter elk wel hun eigen visie op de maatschappelijke, politieke en kerkelijke ontwikkelingen van hun tijd. Daarin dachten zij bepaald niet allen gelijk. Dat vergeten wij wel eens, als wij alleen gebruik maken van de schat aan opbouwende literatuur die zij ons hebben nagelaten. Ik hoop tenminste dat wij dat doen. De kerkgeschiedenis, ook van het puritanisme, laat ons zien dat de kerk in deze bedeling een kerk is met vlekken en rimpels. Pas bij de wederkomst van Christus zullen alle rimpels en vlekken verdwijnen. Laten we naar die wederkomst vurig uitzien en bidden of de Heere ons hier op aarde de kracht en de wijsheid geeft om in kerk en samenleving getrouw te zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Owen en de politieke ontwikkelingen van zijn tijd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's