Zending: daar en hier
Vernieuwing van de kerkdienst
Op 22 maart 1961 werd in Amsterdam een 'hervormde toogdag' gehouden met als thema: 'Hoe wordt de kerkdienst een feestelijk gebeuren?' Ik zou dat niet geweten hebben, wanneer ik dat niet gelezen had in een preek van K. H. Miskotte (voor liefhebbers: Verzameld Werk 3, 4 e.v.). Het gaf mij te denken, omdat ik deze vraag thans vaak in onze sector van de kerk tegenkom. Veertig jaar geleden lag deze vraag volstrekt buiten het gezichtsveld van onze gemeenten. Zulke vragen werden alleen gesteld bij de 'lichtere' hervormden, met wie we meestal niet veel contact hadden. Nu is dat anders, althans in veel van onze gemeenten. Ook het antwoord, dat toen op dat congres in 1961 gegeven werd, hoor ik vandaag bij ons. Hef antwoord luidde toen namelijk dat er meer gemeenschapsbeleving moest komen. Deze vraag en dit antwoord, leiden onder ons vandaag soms tot enkele voorzichtige vernieuwingen rondom de eredienst: méér en andere liederen zingen, een bloemengroet, koffiedrinken na de dienst, een welkomstcommissie, die de kerkgangers begroet en dergelijke.
Wanneer je de preek van Miskotte op je in laat werken, kom je tot de conclusie dat hij niet erg onder de indruk was van de vraag en nog minder van het antwoord. Hij is bang, dat de vraag zelf een teken van verval is en tegen het antwoord heeft hij twee bezwaren. In de eerste plaats is hij bang voor een soort kerkelijke knusheid, die het zicht op een wereld in nood eerder blokkeert dan bevordert.
Maar zijn voornaamste bezwaar is, dat het in de kerkdienst gaat om de diep bevindelijke ontmoeting met de levende God, die zo ongedacht genadig gemeenschap stichtend is, dat al ons praten over 'er moet meer gemeenschap komen' als prietpraat verbleekt. Vervolgens vraagt hij zich af of hier misschien het grote manco ligt, dat we niet meer naar de kerk komen als een 'hert, dat schreeuwt naar de waterstromen' en dat de prediking niet meer de uitdeling is van het levende water voor de mensen, die anders van dorst zouden sterven.
Wanneer ik nu veertig jaar later deze preek van Miskotte lees, geeft die mij veel te denken. Het betekent voor mij niet, dat ik mij verzet tegen allerlei vernieuwingen, die de gemeenschapsbeleving willen bevorderen. Onze tijd is immers nog veel meer individualistisch ge- Worden en koinoonia, gemeenschap, is een voluit bijbels woord.
Het zou jammer zijn, wanneer polarisatie zou ontstaan in onze gemeenten rondom vernieuwingen, waar je op zichzelf niets tegen kunt hebben. Maar laten we de nood van de neergang onder ons wel dieper peilen en niet tevreden zijn met lapmiddelen. Wanneer de ervaring gaat ontbreken:
'O Heer mijn ziel en lichaam hijgen
en dorsten naar U in een land,
dat dor en mat van droogte brandt
waar niemand lafenis kan krijgen';
wanneer het verlangen naar het levende water sterft, waarom zouden we dan nog naar de kerk gaan? Miskotte schrijft dat het grootste deel van het mensenleven bestaat óf uit nood óf uit onverschilligheid. Ook een zin om nog lang over na te denken. Het grootste probleem zijn niet de buitenkerkelijken. We zijn zelf zo verzadigd geworden met dat wat geen brood is.
W. Dekker, predikant vorming en toerusting IZB
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's