Boekbespreking
Dr. R. Seldenrijk, Man en vrouw in de traditie der eeuwen; ethische overwegingen bij aspecten van levensstijl, uitg. Groen, Heerenveen 1999, ISBN 90-5030- 748-5, paperback, 383 blz., prijs ƒ 39,95;Jan de Visser, Schriften over tafel. Over herkomst, geschiedenis en viering het avondmaal, uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1999, 80 blz., ƒ 19,50.
Dr. R. Seldenrijk, Man en vrouw in de traditie der eeuwen; ethische overwegingen bij aspecten van levensstijl, uitg. Groen, Heerenveen 1999, ISBN 90-5030- 748-5, paperback, 383 blz., prijs ƒ 39,95
De auteur van dit boek is biomedicus en is werkzaam in de gezondheidszorg ('s Heerenloo). Hij is bestuurlijk betrokken bij het Prot. Chr. Instituut voor Cultuurethiek en geeft les in ethiek aan de COGG (opleiding voor godsdienstleraar tweede graad; Ger. Gem.). Eerder verschenen van zijn hand: 'Organen en weefsels op reis' en 'Zorg en welzijn'.
Met groot genoegen heb ik kennisgenomen van het manuscript van het boek van dr. Seldenrijk Man en vrouw in de traditie der eeuwen, mij door de auteur vooraf ter overweging aangeboden. Bij de lezing daarvan heb ik me verwonderd over de veelzijdige, soms - vind ik - al te uitbundige historische informatie die de auteur (vooral ook in voetnoten) aan de lezer meegeeft. Hij loopt in zijn boek a.h.w. van Adam tot en met de postmoderne mens de cultuurgeschiedenis door op het punt van de levensstijl bij man en vrouw met het doel om een soort 'micro-ethiek' te geven (richtlijnen voor hier en nu).
Ik noem de veelheid van thema's in dit boek, die over vrouwen in de Bijbel, over wat de oude kerkvaders over de vrouw schreven (niet altijd zo lelijk als wel wordt voorgesteld), over de heksenprocessen van de Middeleeuwen, enz. Verder gaat het onder meer over jeugdcultuur (+ refocultuur), postmoderniteit, transseksualiteit, enz.
Dit boek is een lijvige bijdrage aan de bezinning op de levensstijl, zoals deze zich in de (onze) traditie ontwikkelde. Seldenrijk besteedt relatief veel (80 blz. in elk geval) aandacht aan cultuurhistorische aspecten van deze traditie, zoals kleding en haardracht. 'Hot items' onder ons. Maar het gaat hem wel nadrukkelijk om de bijbels-theologische basis voor dit alles. Wat heeft ons de Schrift te zeggen? Wat is bijbels-ethisch verantwoord, niet wat is traditioneel gebruikelijk? Daarom laat hij in zijn boek aan alles een hoofdstuk voorafgaan (hoofdstuk 1) over het gezag en de volkomenheid van de Heilige Schrift. In dit licht wil hij gesproken hebben over: het eigene van man en vrouw ('vrouwen zijn geen mannen'), het emancipatiestreven, kleding, haardracht en traditie in het algemeen. Alleen aan de Schrift is - wat Seldenrijk noemt - een heilbrengende traditie te ontlenen.
Het eigene van man en vrouw is volgens hem te vinden in het vaste en fundamentele gegeven van de scheppingsordening in de Schrift. Er is een schepselmatige-fysische (biologische) verscheidenheid die een gedifferentieerd functioneren met zich meebrengt. 'Zo bezien is - in het algemeen gesproken - het moederschap geen op willekeur berustende "rol", uitgedacht door een onderdrukkende maatschappij, maar een scheppingsopdracht, een "goddelijk beroep" waarvoor de vrouw lichamelijk en geestelijk is toegerust' (blz. 59). Deze benadering gaat geheel in tegen de feministische, die van een verscheidenheid van man en vrouw die berust in een scheppingsorde (verschillend geschapen zijn) niet wil weten en alle biologische 'eigenschappen' en op traditie berustende rolpatronen van man en vrouw uitwisselbaar acht.
De boodschap van het boek van Seldenrijk krijgt echter ook een scherpe spits naar de eigen 'achterban' toe. Vooral als hij het heeft over kleding en haardracht van de vrouw. Wat in Deut. 22: 5 geschreven staat over de kleding zegt z.i. niets over het verbod aan meisjes en vrouwen om een lange broek te dragen zonder meer. De suggestie, dat de lange broek van de vrouw gelijk te stellen is met zedeloosheid en afgoderij - en in die context, nl. de zedeloze 'outfit' van de man, moet genoemde tekst gelezen worden - is verkeerde bijbeluitleg (blz. 194). Wel voegt Sëldenrijk aan dit alles toe: 'Dankzij het gedrag en de propaganda van feministen en lesbiennes is in onze cultuur typisch vrouwelijke kleding en het vrouwelijk schoeisel (soms terecht) in diskrediet gebracht. Hun aanval raakt de scheppingsorde' (blz. 182).
Over de haardracht en het dragen van een hoofdbedekking door de vrouw in de samenkomsten van de gemeente, vooral n.a.v. wat de apostel Paulus daarover schrijft in 1 Kor. 11, pleit Seldenrijk voor een 'blijvend besef van eigenheid van man en vrouw en de culturele vertaling daarvan in de dracht van het haar' (blz. 230). 'De vrouw heeft de "verplichte vrijheid" om met een sober overdekt hoofd tot God te naderen' (teken van haar autoriteit). Sober overdekt wil zoveel zeggen als: een omhulsel, een omslagdoek of een baret (zoals hij Hernhutters of in Roemenië bij de BER-gemeenten bijv.). Dat is - vind ik - het mooie alternatief van Seldenrijk voor de onder ons gangbare hoedencultuur die bepaald geen teken is van soberheid, veeleer van een materialistische gezindheid. Maar ja, de fraaie hoed afschaffen en een baretje aanschaffen, wie begint daar eens aan? De jongeren misschien? Eerlijk gezegd, zou ik met Seldenrijk daarin echt een 'symboolwaarde' voor nu zien, vooral ook naar de buitenwereld toe. Overigens geldt de stelregel die Seldenrijk op blz. 11 van zijn boek hanteert: 'Toelaatbaar gedrag is nog niet altijd het gewenste gedrag'.
Ten slotte. Ontdekkend vind ik wat Seldenrijk schrijft over de manier waarop mensen (zeker op zojuist genoemde punten) met elkaar discussiëren, hoe zij argumenteren en daardoor groepsnormen overeind houden, zonder eerlijk naar elkaar te luisteren. Een denkpsychologisch gewetensonderzoek. 'Oneerlijke discussiemethoden' die de geslotenheid van de refo-zuil in stand houden en die het wantrouwen van de buitenwacht bevorderen (291). 'In alle zorg om de bewaring van de eigen identiteit hebben we het contact met een stervende wereld verloren' (325).
Aan het slot van het boek: uitvoerige registers (personen-, zaken-, bijbelplaatsen); goed voor hen die het boek van Seldenrijk als naslagwerk willen gebruiken. En dat is het in elk geval ook. Ik zou elke lezer van de Waarheidsvriend willen aanbevelen om dit boek te lezen. Het is - gelet op de inhoud, de omvang en de uitvoering - zeker niet te duur.
C. den Boer
Jan de Visser, Schriften over tafel. Over herkomst, geschiedenis en viering het avondmaal, uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1999, 80 blz., ƒ 19,50
Verlegenheid en verwarring rondom de praktijk van de viering van hef avondmaal waren voor de schrijver aanleiding om met de gemeente nog eens na te denken over de wortels, de geschiedenis en de praktijk van de maaltijd des Heeren. Het boekje is een omwerking van een serie preken, wat in de stijl nog te merken is.
Achtereenvolgens komen ter sprake de maaltijden in het Oude Testament, pascha en maaltijd des Heeren, de paulinische gegevens uit 1 Kor. 11, het klassieke formulier en de liturgie van Onze Hulp, terwijl in een laatste hoofdstukje lijnen naar de praktijk getrokken worden. De schrijver is wars van sacramentele overwoekeringen en legt vooral nadruk op het gemeenschapskarakter van de maaltijdsviering. Vieringen hoeven z.i. niet per se binnen het kader van een kerkdienst plaats te vinden. Ik vind de bijbelse onderbouwing niet sterk, ook al herhaalt de auteur keer op keer dat hij slechts de Bijbel wil laten spreken. Of de maaltijd die Jezus vierde inderdaad een sedermaaltijd was zoals joden die nog wel vieren, wordt door vele nieuwtestamentici betwijfeld, omdat het hachelijk is vanuit vandaag terug te redeneren naar de tijd van voor onze jaartelling. Over de relatie tot de verzoening zou vanuit Jeremia 31 en Jesaja 53 veel meer te zeggen zijn. Voor mijn gevoel worden wezenlijke elementen verwaarloosd. Ridderbos, Versteeg, Jeremias, Stuhlmacher en Goppelt hadden de auteur hier een beter spoor kunnen wijzen.
Ten aanzien van het klassieke formulier en de catechismus geeft de schrijver weinig blijk van historisch besef, laat staan van een bereidheid tot dogmatische doordenking. Dat in het klassieke formulier de mens en zijn gevoel in de lijn van de Renaissance centraal zou staan, is m.i. een interpretatie die van weinig begrip getuigt voor wat onze gereformeerde vaderen bewoog. Ik voeg eraan toe, dat Visser ook Onze Hulp zijn kritiek niet spaart.
De bedoeling van de auteur is ongetwijfeld sympathiek en te loven, en je komt er verschillende mooie passages in tegen, maar het resultaat valt me als geheel beschouwd eerlijk gezegd niet helemaal mee. De argumentatie is daarvoor te flinterdun.
A. Noordegraaf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's