Uit de dood in het leven
' Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die Mijn woord hoort, en gelooft Hem, Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis, maar is uit den dood overgegaan in het leven.' Johannes 5: 24
Van bepaalde woorden kan een bijzondere aantrekkingskracht uitgaan. Ze blijven haken.
'k Weet niet hoe het u vergaan is bij lezing van onze tekst, maar wellicht ook zoals mij. Mijn oog en hart werd namelijk getrokken naar die woorden: en komt niet in de verdoemenis. Immers dat woord 'verdoemenis' wijst op een vreselijke zaak: de eeuwige dood. En dan spreekt Christus ervan, dat er mensen zijn, die daar niét komen. Die wél in het grote gericht komen, maar in dat gericht zullen worden vrijgesproken.
Hoe kán dat? Dat in dat grote oordeel, dat komen zal op de jongste dag, die grote schifting, die niemand zal kunnen ontlopen, er toch mensen zijn, die niet eeuwig weg zullen sterven, maar die eeuwig zullen leven? Want wij hebben toch allen de eeuwige dood verdiend? Wat dat betreft is er toch van nature geen onderscheid?
Want we zijn toch allen kinderen van Adam? We hebben toch allen gezondigd en derven de heerlijkheid Gods?
En nu toch: die komt niet in de verdoemenis? Nu toch: onderscheid?
Ja, maar dat onderscheid komt uit wat anders voort, dan gedacht werd en wordt. Het komt niet voort uit, zoals de joden in de dagen van Christus' omwandeling op aarde dachten, uit een bepaalde afkomst. Zij dachten: omdat wij kinderen van Abraham zijn, daarom komen wij niet in de verdoemenis. En wat dat betreft wordt er ook nu heel wat gedacht, wat niet terecht is.
Want de één meent op grond van bepaalde werken en de ander meent op grond van bepaalde godsdienstige verrichtingen en weer een ander op grond van een bepaalde godsdienstige keuze toch niet te komen in de verdoemenis. Het is zelfbedrog. Ja maar, waarom is het dan: niet komen in verdoemenis? Wel, dat zegt Christus duidelijk: 'Diegenen, die niet komen in de verdoemenis, zijn degenen, die uit de dood overgegaan zijn in het leven.' Wat wil dat zeggen?
Om dat te verstaan moeten we nog even terug naar dat eerste, namelijk die verdoemenis. Dat betekent eigenlijk: de eeuwige dood. En dat als datgene, waarnaar verwezen wordt door de Rechter van hemel en aarde. Maar dat oordeel wordt niet zomaar uitgesproken!
Dat komt niet uit de lucht vallen. Neen, het is de voldragen vrucht van dat wat in de kiem aanwezig is. En die kiem is de dood.
En nu daarmee wordt ons leven van nature getekend: dood. Dát is ons bestaan. En weet u wat dat betekent? Het is het leven in de zonde. Het is het leven zonder God. Het is het leven tegen God in. Maar nu zegt Christus, dat er een totale verandering in het bestaan van een zondaar kan komen. Zó, dat hij overgaat vanuit de dood in het leven. En wat is dat? Wel, als de dood is het leven zonder God, dan is het leven het bestaan met God. En dat is zo groot. Want dat woord van Christus wijst op een opstanding uit de dood.
Zoals straks een Lazarus zal opstaan uit de dood, zó is dat overgaan uit de dood een geestelijke opstanding! Wij zeggen, dat een zondaar deel moet krijgen aan de zaligheid. Maar wat ís dat dan? Dat hij weer gebracht wordt in de gemeenschap met God. Dát is de zaligheid! Dát is het leven.
Dat God niet meer een vaag begrip is, maar een levende werkelijkheid. Dat de kloof tussen God en ons is overbrugd.
En ja, dan, waar dat werkelijkheid voor ons wordt, , beseffen we ook dat andere, waarmee we begonnen: die komt niet in de verdoemenis. Want als we eenmaal weer in de gemeenschap met God gebracht zijn, als we overgegaan zijn uit de dood tot het leven, als die geestelijke opstanding in ons leven heeft plaatsgevonden, ja, dan zal de Heere ook bij ons blijven.
En dan kan het soms wel eens zo voor ons zijn, dat we menen, dat we ons weer uit de gemeenschap met God gezondigd hebben en dat God Zich heeft teruggetrokken. En dan moeten we zeggen, dat als het zo zou zijn en blijven, het nog verdiend is ook.
Maar, zo zegt Christus, dat kan niet. Hij blijft bij je. Ook in het uur van je dood. Ook in dat grote gericht. Ook wanneer die schifting plaatsvindt. Dan veroordeelt Hij je niet tot de verdoemenis. Neen, meer nog, dan is er de eeuwige en ononderbroken gemeenschap met God.
En nu hoop ik zo, dat dit alles in u een vraag heeft wakker gemaakt: hoe krijg ik daar nu deel aan? Ik, die, ziende op mezelf, alleen maar moet zeggen, dat ik dood ben. Vanwege mijn zonde. Ik, die gescheiden leef van God. En daarom vanuit mezelf niet anders te verwachten heb dan die verdoemenis, die eeuwige dood. Die dat verdiend heb. Want hoe zou ik eeuwig kunnen leven met die God, Die ik hier heb veracht en tegen Wie ik in heb geleefd? Want dan zegt Christus u: dat zal Ik u zeggen. En luister maar heel goed. Voorwaar, voorwaar zeg Ik u. Neen, u moet in dezen niet luisteren naar mensen.
U moet in dezen niet luisteren naar wat uw hart u ingeeft. Want daar kom je altijd bedrogen mee uit. Neen, luister naar wat Ik zeg. En wat zegt Hij dan? Zegt Hij: Je moet eerst eens die wet gaan houden?
Werpt Hij ons op onszelf terug? Nee, maar Hij wijst ons op Zichzelf! Want dan zegt Hij: 'Die Mijn woord hoort.' En dat woord is niet anders dan het Evangelie.
Het is het woord, waarvan Hij Zelf, als Borg én Middelaar, de inhoud is. Dat spreekt van de genade, de vrede, de gerechtigheid en het leven. Van wat Hij schenkt en schenken kan en wil.
En dat nu te horen. In geloof. Daar voor te vallen. Dat te erkennen als de waarheid. En dat lief te krijgen. Dat je zegt: wat ik nu hoorde, ja dat ís het. Hélemaal. Ach, u begrijpt wel, horen is hier geloven. Er voor buigen.
Weet u daarvan? Zodat u zei, als die Christus en Zijn werk u verkondigd werd: Ja, dat is het. Ja, Hij is het? Wat werd die Christus dan groot!
Dan omhelsde u dat woord van die Christus, Die door Zijn getuigenis u vastgreep. Zodat het u niet meer losliet. En dan? Wel, zo zegt Christus: 'En gelooft Hem, Die Mij gezonden heeft.'
Want als je zo die Christus mag zien, en Wie Hij is voor zondaren, daar kan je niet anders dan zeggen: Hij komt niet alleen van God, door Hem gezonden, maar Hij ís God.
Wat hier in Christus wordt toegezegd, kan alleen maar bij God vandaan komen. In Hem staat God voor me. Maar als we nu zo in waarheid bogen voor dat Woord van Christus, dan gebeurt er ook een wonder. Dán geloven we Hem, Die Christus gezonden heeft. Wat betekent dat?
Geloof verbindt met God. En dat is het nu wat ons hier gezegd wordt. Als we nu werkelijk geloven in dat Woord, dat Christus tot inhoud heeft en dat verkondigt, wat Christus zijn wil voor verlorenen, dan gebeurt het wonder, dat om Christus' wil u verbonden wordt met God. Dat u weer teruggebracht wordt tot God, van Wie u gescheiden bent vanwege de zonde. Daartoe is Christus gekomen. En dan?
Ach, dan hebt u, zegt Christus, het eeuwige leven. Als ik weer met God verenigd ben, dan heb ik deel aan het eeuwige leven. Dan immers ben ik uit de dood overgaan in het leven.
En let er dan op: Er staat niet, dat ik het eeuwige leven zal hebben. Neen, ik heb het. Want God heeft mij en ik heb God en God is het eeuwige leven. Dan zal ik niet 'eens een keer' eeuwig gaan leven, maar dan is dat er.
En nu nog één ding. Het is niet voor niets, dat Christus begint met 'voorwaar, voorwaar': vast en zeker, vast en zeker. Vast en zeker is, dat wie niet gelooft in Christus' woord, niet overgaat uit de dood in het leven. Die is nu reeds veroordeeld. Die leeft en sterft zonder God. En dan is er de verdoemenis: eeuwig zonder God! Vast en zeker is, dat wie gelooft, ook zal delen in dat overgaan uit de dood tot het leven. Die zal leven in de gemeenschap met God. Die is van dood levend gemaakt. Vast en zeker is, dat wie nu het Woord van Christus geloofde en zo met God weer verenigd werd het eeuwige leven hééft. En zo mag Gods Kind dit 'amen, amen' op de lippen nemen tegen de duivel en zeggen: Ga weg, want ik heb God en zo het eeuwige leven. De dood heerst over mij niet meer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's