Alles woelt hier om verandering
Snelle ontwikkelingen in de samenleving
De heer W. Dik, voormalig staatssecretaris van economische zaken en nu de grote man bij KPN Telecom, was acht jaar oud toen de PTT de eerste telefoon in huize Dik te Gouda installeerde. Vader nam er speciaal een dagje voor vrij. 'We zaten vol spanning te wachten op de monteur'. Meer dan een kort telefoontje per week naar oma in Rotterdam zat er niet in. De slogan van de PTT was: 'hou het kort'. De heer Dik vertelt dit in het boek Nederland wordt harder en leuker, waarin twee Trouw-journalisten in totaal 36 'vooraanstaande ondernemers' aan het woord laten over hun visie aangaande de ontwikkelingen in hun bedrijfstak in de nieuwe eeuw.
In 1929 had ongeveer drie procent van de Nederlanders een telefoon en het heeft nog tientallen jaren geduurd voor alle huizen waren voorzien van een telefoonaansluiting. En nu? Had in 1995 nog slechts drie procent van de.Nederlandse bevolking een mobiele telefoon, in 1999 waren dat er al vijf miljoen. 'De toekomstige generatie groeit op met mobiele telefoons. Wij denken nu: kleuters met een gsm, wat raar? Maar de kleuter van de toekomst weet niet beter of er is mobiele telefoon', aldus de heer Dik.
Nu is de telecommunicatie wel het meest (aan)sprekende voorbeeld als het gaat om snelle veranderingen in de samenleving. De ontwikkelingen, die met internet en het daaraan gekoppelde e-mail in gang zijn gezet, zijn onvoorstelbaar. En het einde ervan is niet in zicht. Maar het gaat in dit boek om veel meer dan telecommunicatie. Aan het eind van het boek zegt bedrijfsadviseur Hans van der Loo, dat de maatschappelijke werkelijkheid wordt beheerst door een veelvoud van veranderingen, die overigens - zo voegt hij toe - ieder 'hun tegenkrachten' oproepen. Dit resulteert, zegt hij, in 'een rusteloze vernieuwingsdrift', door de socioloog Anton C. Zijderveld treffend omschreven als 'staccato-cultuur', een cultuur waarin alles in snel tempo anders moet.
Progressie
In wetenschappelijke en daarmee verwante technische onwikkeling is geen stilstand. In de wetenschap is er altijd nieuwsgierigheid naar wat nog onbekend is. In de techniek gaat het om toegepaste wetenschap. Die gaat ook steeds verder. Wetenschappelijke kennis verdubbelt elke tien jaar. Welke technische mogelijkheden en ontwikkelingen daaruit voortvloeien leert ons onze tijd. Er is zeker bij dit alles ook veel 'Spielerei'. Ook dit boek geeft voorbeelden van futuristische fantasietjes. Niet alles wat mogelijk is zal worden doorgevoerd. Maar er is al wel enorm veel doorgevoerd. Zelfs kinderspelletjes vandaag zijn geënt op de moderne ontwikkelingen. Kinderboeken van vroeger zijn vaak verouderd, omdat er speelgoed en gebruiksvoorwerpen in voorkomen, die de kinderen vandaag niet meer (her)kennen.
'Duizend kanalen op een zelfdenkende televisie' is de titel boven één van de interviews. Rondom 2010 zal 'íédereen, die dat wil' 500 tot 1000 kanalen op zijn televisietoestel kunnen kijgen. 'Programma's zijn te zien op televisie, op de computer, op de linkerbovenkant van een computerscherm, buiten op de laptop of binnen op een klein tv-schermpje dat naast de stoel staat of aan de bank is gemonteerd. Sommige programma's zijn zelfs te zien op het schermpje van een mobiele telefoon.' En de tv springt aan door er tegen te praten!
Ooit zei een Duitse wetenschapper, dat er een moment komt, dat de groei in wetenschappelijke ontwikkeling zal ophouden, omdat er een verzadigingspunt komt in wat de mens nog meer aan nieuwe ontwikkelingen wil of in wat hij aankan. Dat verzadigingspunt is kennelijk nog niet bereikt. Bij de nieuwe technische mogelijkheden voegen zich echter ook steeds uitgebreider gebruiksaanwijzigingen of is steeds meer voorkennis voor het gebruik vereist. De apparatuur maakt steeds meer mogelijk. Maar de toegankelijkheid tot bepaalde apparatuur wordt steeds complexer. Zal er zo op den duur niet een soort nieuwe happy few (weinige gelukkigen) ontstaan, een klein aantal mensen, dat er plezier in heeft om alle mogelijkheden te benutten en uit te buiten en dat daarbij ook echt kennis draagt van de achtergronden van de 'apparatuur', terwijl anderen naar een nieuwe eenvoud zullen streven?
Biometrie
Maar er is, als gezegd, veel meer aan de hand dan nieuwe technieken. En dan bedoel ik niet dat mensen in toenemende mate per internet zullen gaan winkelen en 'de melkboer' dus weer aan de deur komt. Ik bedoel ook niet dat de koe eventueel niet meer nodig zal zijn om melk uit gras te maken, al mag men zich afvragen of men ooit zo van de natuur zal willen vervreemden. Ik bedoel ook niet al die nieuwe snufjes, die het gemak of de ontspanning van de mens heten te dienen maar die volstrekt overbodig zijn.
Ik noem wel drie zaken uit dit boek met, naar het mij voorkomt, grote consequenties.
Ik noem allereerst de opkomst van de biometrie. Daarbij gaat het om systemen, die de persoonlijke eigenschappen van mensen herkennen en vastleggen. Bijvoorbeeld het herkennen van gezichten, van vingerafdrukken, van het warmtebeeld, van stemmen en van irissen. Voor bedrijven worden nu al systemen gemaakt, die mensen op hun iris herkennen. Ik citeer: 'Biometrie wordt heel belangrijk. In de toekomst betaal je met je ogen. Je huisdeur gaat alleen open als die een stem of een vingerafdruk of een iris herkent. Apparaten en auto's kunnen op een persoon worden afgesteld. Een auto gaat dan alleen rijden als hij de bestuurder herkent. Een tv gaat alleen aan als de eigenaar hem aanspreekt.' Is dat alleen maar mooi? Welke negatieve, in ethisch opzicht onaanvaardbare kanten zitten hieraan?
In de tweede plaats: grote bedrijven worden steeds internationaler. Er voltrekken zich derhalve ook steeds meer internationale fusies. Daarbij wordt het ook steeds 'normaler', dat bedrijven het ene jaar evenzoveel duizenden werknemers aannemen als ze het volgende jaar weer (moeten) ontslaan. Intussen gaat de zevendaagse werkweek tot het normale patroon behoren. Naarmate bedrijven internationaliseren heeft men wereldwijd alleen al met verschillen in tijd te maken. Als het in het ene land nog zaterdag is, is het in het andere al zondag. De bedrijfsgigant Baan, die uit de gereformeerde gezindte in dit land opkomt, heeft daar computertechnisch, naar verluidt, wel een oplossing voor gevonden. Maar welke oplossing men ervoor ook bedenkt, zeven dagen per week zijn bedrijven in de running. Zeven-dagen-perweek-economie! Welke consequenties heeft dit (op den duur) niet voor de vele werknemers, die zondag en werkdag van elkaar willen blijven onderscheiden?
Ik noem in de derde plaats de ontwikkelingen in de biotechnologie, de wetenschap waarin gemanipuleerd wordt met genen om te sleutelen aan het wezen van planten, dieren 'en wellicht ook mensen'. Insiders beweren, dat dit de meest ingrijpende ontwikkeling van de komende eeuw zal zijn. In Nederland kenden we reeds de zaak van de stier Herman, die beroemd of berucht werd, omdat hier een dier met een menselijk gen werd uitgerust. Het biotechnologiebedrijf, dat daarbij betrokken was, verhuisde naar Finland, omdat het het aantal benodigde vergunningen in Nederland niet kreeg. In Finland, zo lees ik in dit boek, lopen nu de nakomelingen van deze stier rond.
Momenteel is biotechnologie nog 'omstreden'. Maar hoelang nog? Zal dit niet een nieuwe torenbouw van Babel betekenen? Mag alles wat kan? Zal hier op den duur ook niet vergrijp aan het leven plaatsvinden? Want het menselijk leven is toch niet alleen opgebouwd uit genen? Welke geest wordt zo, door de met het lichaam manipulerende wetenschappelijke mens, gecreëerd?
Milieu
Ik noem ten slotte ook het milieu. De snelle ontwikkelingen in de techniek betekenen, dat het energiegebruik in onze wereld ook almaar toeneemt. Ooit sloeg de zogeheten Club van Rome alarm met de uitspraak, dat de energievoorraden opraken. Een van de directeuren van de Maatschappijen der Koninklijke/Shell Groep, zegt dat, toen hij dertig jaar geleden bij Shell begon, de schatting was, dat er nog voor een periode van dertig jaar olie in de grond zat. Dat is niet uitgekomen: 'Nu, dertig jaar later, weten we zeker dat we met de huidige olievoorraden meer dan dertig jaar toe kunnen. En dan zijn er nog enorme voorraden steenkool en aardgas'. En dan zijn er ten slotte nog de windenergie en de zonnenergie. Maar toch: hoe verantwoord is het, dat in zo'n snel tempo, binnen één of twee energievretende generaties, de bodemgrondstoffen worden verbruikt? En welke consequenties heeft het exorbitante energiegebruik in zo korte tijd op de leefbaarheid van de wereld?
Enige tijd geleden presenteerde zich een werkgroep van christenen, voor een belangrijk deel uit de gereformeerde gezindte (Schuurman, Velema, Douma en anderen), die aandacht vroeg voor de ecologische consequenties van de moderne ontwikkelingen, eenvoudig gezegd voor wat de mens aanricht in de natuur. Ze vroegen aandacht voor verantwoord beheer van Gods schepping! We kunnen onze ogen niet sluiten voor de grootschalige ontwikkelingen, die zich voordoen. Die vragen ook om kleinschalige beslissingen in het leven van de afzonderlijke mens.
Snel
De veranderingen in de samenleving gaan snel, ze gaan ook steeds sneller. De radio deed er ongeveer zestig jaar over om de wereld te veroveren, de telefoon vijftig jaar, de televisie veertig jaar, internet vijf jaar. In het bedrijfs- en zakenleven bepalen de snelle veranderingen het beeld. De gemiddelde werknemer heeft ermee te maken. 'De vrouw aan de wastobbe', aan wie de hooggeleerde theoloog Herman Bavinck in het begin van deze eeuw met een zekere jaloezie moest denken, is vandaag helemaal buiten beeld.
Het leven is dynamisch geworden. Zou dat het mens-zijn zelf niet ingrijpend beïnvloeden? De samenleving is gekenmerkt door 'rusteloze vernieuwingsdrift'. Men moet er dunkt me zelfs rekening mee houden, dat mensen zulk een attitude van haast en vernieuwingsdrift ook bewust of onbewust meenemen de kerk in. Een mens is (mede) het product van de materialen, die hij gebruikt. Hoort hij zo vandaag ook niet-anders dan vroeger, nog niet zo lang geleden?
De kerk brengt al twintig eeuwen dezelfde boodschap van zonde en genade. Maar die boodschap zoekt ook aansluiting bij de situatie waarin mensen leven. Als dynamiek het leven van de mens bepaalt, hoe vindt hij dan nog zondagse rust voor lichaam en geest?
We mogen niet onderschatten de grote vragen, waarvoor de kerk in de komende tijd in ethisch opzicht komt te staan, gegeven de grote ontwikkelingen en veranderingen, die zich voordoen. In het boek, dat we als aanleiding gebruiken om hier iets van die veranderingen aan te duiden, wordt amper één pagina gewijd aan 'ethische kwaliteiten'. Maatschappelijke en ecologische verantwoordelijkheden, zo heet het dan, mogen door de bedrijven niet uit de weg worden gegaan. Ze moeten hun 'handel en wandel' openbaar maken voordat de schijnwerper op hen wordt gericht. De kerk heeft de hoge pretentie, dat ze vanuit het Evangelie een meerwaarde geeft aan de ethische bezinning, aan de bezinning op 'handel en wandel' van mens en samenleving, omdat ze beseft en getuigt, dat het leven, ook het arbeidsleven van de mens, zich voltrekt Coram Deo, voor Gods Aangezicht.
In de huidige ontwikkelingen tekent zich wereldwijd een Babelcultuur af, een hoogtechnische cultuur, waarin, zoals in een van de bijdragen van dit boek staat, voor elk probleem wel een technische oplossing is te vinden. Maar het zou kunnen zijn, dat de mens, bij alle snelle veranderingen, die zich voordoen, aan zichzelf voorbij leeft en intussen zichzelf meer en meer een probleem wordt. Nederland wordt harder, zegt de titel van het boek. Wordt het dan ook echt 'leuker'? Wordt de high-techmaatschappij ook niet een high-stressmaatschappij? De mens is tenslotte geen robot. Vanuit het Evangelie wordt de weg gewezen voor het ware mens zijn, voor Gods aangezicht en in de onderlinge verhoudingen, ook in het arbeidsproces. Ligt hier niet de basis voor de 'tegenkrachten', waarover de eerder genoemde bedrijfsadviseur spreekt?
Een mens kan niet zonder God, En mensen hebben mensen nodig, niet allereerst apparaten. Daarin ligt de meerwaarde van de Boodschap. De torens van kerken gaan vandaag schuil achter de torenhoge gebouwen van de moderne tijd. Maar de Boodschap van de kerk reikt nochtans Hoger.
N.a.v.: Anniek van den Brand en Koos Schwartz, Nederland wordt harder en leuker, Uitgave Nieuwezijds, Amsterdam, 287 pag., f39.90.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's