De prediking in de context van de stad (2)
Verkiezing en verbond
Bedenkend dat we in de grote stad nergens meer iets aantreffen van een 'erf des verbonds', besef je, dat we eigenlijk weer terug zijn bij Gen. 12 : de roeping en verkiezing van Abram. Het verbond komt pas een paar hoofdstukken later. Het woord verkiezing zegt mij onwillekeurige op het moment ook veel meer dan het woord verbond. Verkiezing in de zin van geroepen te zijn, door God gekozen en in de doop aangeraakt. Dat doet mij heel veel. God heeft voor mij gekozen, dat ervaar ik als diep ontroerend, dat wortelt ook heel diep. Ik weet best: ik leg nu een beetje eigen accent, namelijk op de genadig verkiezende God. Verkiezing als roeping en zending, gave en opgave. In zekere zin meer last dan voorrecht, meer aanvechting dan rust, meer zending dan zekering. Intussen toch: verzekerd, diep getroost en geborgen. En dat van eeuwigheid af. Pas daarna kan ook het verbond weer functioneren. Er is een gemeente, er is vertrouwelijke omgang met die God Die genadig naar ons wilde omzien en zich met ons verbinden. In allerlei gestalten, ook in getuigenis en dienst naar buiten. Open en zonder remmingen... Want de verkiezende God gaat niemand bij voorbaat voorbij, heeft compassie met verloren mensen. Tegen Abram zei Hij: 'En wees een zegen'. Op zoek naar een soortgelijke context in de bijbel als die van ons kijk ik dan ook graag naar Abram. Zijn volhardende zoektocht naar de stad van God, zijn gebed voor Sodom, zijn 'zich laten zegenen' door de koning van Salem en zijn vriendschap met Abimelech, in elke context zelf steeds een vreemdeling blijvend, spreekt me aan. En ook de context van Paulus in Korinthe, Rome, Efeze. Minder de context van de ballingschap, met alle respect voor wat prof. Dingemans en ds. Rootmensen hierover schreven. Ik voel me in Rotterdam geen balling. Ik voel me er thuis, tegelijk ook vreemd, soms heel vreemd en geneigd zo snel mogelijk de plek te verlaten. 'Nu gaan we weg', zegt mijn vrouw soms spontaan. Maar we blijven toch.
Preken in de stad
Toen ik acht jaar geleden naar Rotterdam- Delfshaven kwam, koos ik bij mijn intrede bewust voor Hand. 18 en niet voor 17. In Hand. 17 doet Paulus zijn beroemd geworden poging via een algemene aanloop over god en godsdienst met kleine letter in een getuigend gesprek te komen met Atheners op de Areopagus. Dat gesprek brak snel af, slechts een paar mensen toonden belangstelling en kwamen tot geloof. Van het ontstaan van een gemeente hoor je niets, van een brief van Paulus aan de 'heiligen in Athene' weten we ook niets.
Van Athene reisde Paulus echter vrijwel meteen naar Korinthe, Hand. 18. Daar zou hij het anders gaan aanpakken. In 1 Kor. 2: 2 vertelt hij dat hij bij het zien van Korinthe zich voornam 'niets te weten dan Jezus Christus en Dien gekruisigd.' Niet allerlei aanloop dus, maar meteen de kern van het evangelie. Daarmee zou hij aan de slag gaan. Zo gezegd, zo gedaan. Al snel kwam er veel tegenstand, maar Christus bemoedigde hem met de woorden: 'Spreek en zwijg niet... want Ik ben met u..., niemand zal je kwaad doen..., Ik heb veel volk in deze stad...' (Hand. 18: 9, 10). Zo las ik toen Hand. 17 en 18. En zo begon ik in Delfshaven. Met de gedachte: blijf bij het hart van het evangelie van Jezus Christus, Zijn kruis en opstanding. Spreek en zwijg niet. In de praktijk viel dat niet mee. AI gauw raakte ik in een soort crisis betreffende de hoorders. Waar zaten die op te wachten? Hoe moest het evangelie van Jezus Christus de Gekruisigde hen voorgesteld en verkondigd worden? Waren ze niet heel erg divers, jong en oud? En met name veel jonge mensen intellectueel van behoorlijk niveau? Hoe zeg je de dingen voor hen zo, dat het ergens op slaat en zij door de woorden van mij heen de Stem van de levende God horen? Onwillekeurig wisselde ik wat van preekaanpak, meer Hand. 17 dan Hand. 18. Op zoek naar een aanloop, een opening. Vaak zonder voldoening. Ik raakte er behoorlijk gedeprimeerd van. De ban brak pas, toen ik opnieuw besloot om - zoals Paulus in Korinthe - in eerste instantie zo dicht mogelijk bij het hart van het evangelie te blijven, bij Jezus Christus. En tegelijk heel dicht bij mezelf. Vervolgens bij de hoorders
Veel bijbel
Voor de prediking betekent dat volgens mij, dat ook in de context van de stad - zeker in de context van de stad - je veel werk moet maken van de exegese van de tekst en de pericoop. Dus: preken met veel bijbel...! De bijbel zelf moet het beslissende doen: de boodschap zeggen en overbrengen: Over de rol van de context waarin deze boodschap valt en uitgelegd wordt, is op zich heel veel te zeggen. Hoe sta je in het spanningsveld tussen tekst en context. Wanneer pleeg je verraad aan de Schrift en wanneer pleeg je verraad aan de context waarin de hoorders staan. Ik ga op die vragen hier nu niet in.
Zelf ervaar ik het als heel wezenlijk, dat de Schrift eerst gelezen wordt. Gehoord, ondergaan. Daar begin ik vaak. Wat naïef en onbevangen. Ik lees daarom bewust één, hooguit twee lezingen. Bij voorkeur enig lectio continua. Wat roept de lezing op aan verrassing, verwondering, heimwee of verzet, vervreemding of verbijstering misschien. Pas daarna begin ik echt met de uitleg zelf. Omdat de context in de stad vaak heel apart, divers en steeds wisselend is, lijkt het mij heel wezenlijk elke keer weer veel werk te maken van de uitleg om scherp te krijgen in wat voor bijbelse context een en ander gebeurt. Wat er daar gedaan of gezegd wordt, hoe in die of die context bekende bijbelse kernwoorden als verbond, verkiezing, verzoening, vergeving enz. functioneren. Wat zegt Paulus nu precies. Daarbij steeds bedacht op de context waarin de leden van de gemeente zich alle dagen ophouden. Waar het een aan het ander raakt. En er iets is van gelijktijdigheid, van herkenning, zodat toepassingen voor de hand liggen.
Het hart van God en het hart van de mens
De kern van de preek vormt voor mij steeds het moment, waar even het hart van God hoorbaar wordt en de dingen gezegd worden tot heel dicht bij het hart van de mens. In de uitleg van de Schriftwoorden moet op een zeker moment iets gaan oplichten van het hart van God en de bewogenheid van Christus. Barmhartig en genadig, met ongelooflijk veel compassie voor verloren en schuldige mensen. Maar ook soms verbijsterend confronterend en ontdekkend, met name voor wie Hem kennen. 'Ook in de weg van uw gerichten, hebben we U verwacht, O HEERE!' En dat dicht bij het hart van wie luisteren. Voor mijn gevoel gebeurt hier altijd het meest wezenlijke: hier word je aangesproken door de Levende Zelf. In de ruimte gezet, toegerust ook en de weg gewezen, getroost en bevestigd. Juist in de stad hebben mensen dat heel hard nodig. Voor mij is deze kant van de prediking heel wezenlijk. Zeg maar: de bevindelijke kant. Niet zozeer als 'een' element, een onderdeel, als wel een soort setting, waarin het bijbelgedeelte afrolt, zijn weg gaat, woorden een bijzondere lading van God krijgen. Ontdekkend en verhelderend, je erbij betrekkend, taai verzet brekend, de last afnemend van verdrongen of open schuld, verzoenend met God en met jezelf. Schokkend soms en diep ontroerend, ook bitterheid wonderlijk zachtmakend, deuken genezend.
Niet dogmatisch, niet rationeel
Bijbels preken: niet dogmatisch, rationeel of moralistisch. Meer naar het dogma toe, dan van het dogma uit (W. Dekker) Geen grote dikke woorden of waarheden, wel hoge woorden. Van God, daarom ook met respect en ingehoudenheid gezegd. Geen dikke woorden, gesproken vanuit een zeker formeel, kerkelijk gezag. Naar mijn idee werkt dat van geen kanten, het komt over als uiterst betuttelend, zeker als je ook nog gelijk hebt als dominee, en dat heb je meestal... Maar dat werkt niet, men is veel te kritisch, te mondig, gewend zelf iets te vinden, te kiezen, te beslissen in de stad. Daar zit een hele goeie kant aan. Dat moet je mensen niet afnemen, maar juist heel serieus nemen. In de prediking is er alleen het gezag van de Schrift zelf. Is er echt iets van 'alzo zegt de Here', dan wordt men stil... en neemt men ter harte.
Pas daarna is er - gelukkig - ook het gezag van het ambt, voor zover je echt, authentiek overkomt. Er voor gaat, jezelf relativerend, niet het evangelie. Als het scherp toegaat, haal ik dat vaak eerst naar mezelf toe. Soms iets vertellend uit mijn eigen biografie, soms van een ander. Naar mijn idee is dit in elk geval in de stad heel belangrijk. Kom je persoonlijk als authentiek over, dan is ook het ambt van belang. Het geeft je echt iets extra. Van God Zelf. En erkenning bij Jan en alleman.
Verhalend en vertrouwelijk
In de keuze voor verhalend preken of meer betogend, (vgl. Paul Oskamp en Rudolf Geel in 'Concreet en beeldend preken') kies ik voor verhalend, zonder de betogende preek helemaal af te wijzen. Maar met verhalen kom je dichterbij. Daarmee bedoel ik niet alleen, dat in de gang van de preek het bijbelgedeelte maximaal zijn eigen weg moet gaan: beeldend, verbeeldend, uitdagend, verwondering en verlangen oproepend, of misschien vervreemding en bevreemding, maar ook, dat de boodschap van zo'n gedeelte verkondigd moet worden, toegepast en geïllustreerd met persoonlijke ervaringen, verhalen, reacties. Bevindelijk, breed en diep. Om de hoge en wonderbare dingen van God dichtbij te brengen en te kunnen toe-eigenen, moeten ze in herkenbare verhalen en ervaringen verwoord en neergezet worden. Niet via rationele voorbeeldjes of opstapjes. Daarmee ontdoe je m.i. vaak juist de intens geladen woorden als verzoening en vergeving van hun kracht. Voor verzoening met God bijvoorbeeld zijn m.i. geen rationele voorbeeldjes te geven, daarvoor is de 'zaak' te ingrijpend. Liever iets gezegd vanuit een verhaal of een ervaring. Ook wel contextueel-biografische aanpak genoemd. Daarbij gaat het me niet om snelle, fijne toepassingen, meer psychologie dan bevinding van God. Niet om - zoals dr. G. C. Den Hertog laatst schreef - een 'cup-a-soup' bijbelstudie of preek: korte uitleg, snelle gevoelige toepassing. Maar liever ook geen bord met ijskoude gereformeerde yoghurt. Van zulke preken knap ik ook niet op.
Van mij mag het in de prediking ook heel vertrouwelijk toegaan, zeker in de stad. Als voorganger - dat is de armoe van de stad - ben je 'heel belangrijk'. Daarom: heel eerlijk zijn naar je zelf toe en heel eerlijk naar God toe. De zondagse eredienst is de plek waar mensen bewust God zoeken. En voor God staan! Naakt, dat is: heel kwetsbaar! Niemand hoeft iets te verhelen of zich iets te verbeelden. Maar ook niemand hoeft bang te zijn, dat hij of zij zo geconfronteerd wordt met zichzelf, dat God geen raad meer met je weet en je daarom beter maar weg kunt gaan. Nee, juist niet. 'Allen hebben gezondigd, en missen de heerlijkheid Gods, en worden om niet gerechtvaardigd, uit zijn genade, door de verlossing die in Christus Jezus is!' (Rom. 3: 23) Daarom preken: priesterlijk, warm, bevestigend, bemoedigend. Spontaan en zichtbaar lachen en huilen mensen soms tijdens een preek, dat mag. In een kerk mag je huilen. Vertrouwelijk én open richting ongeveer iedereen. Niemand bij voorbaat uitsluitend. Van welke achtergrond, kerk, kleur, geaardheid ook.
Divers
In de stad zijn ten gevolge van de individualisering de mensen heel divers. In denken en geloven. Reden misschien ook om een divers Woordaanbod te doen. Bedrijven doen dat al heel lang: ze verbreden enerzijds hun afzetmarkt via ketens, tegelijk bieden ze tig soorten van hetzelfde product bijv. brood. Kan dat ook met preken? In Delfshaven doen we een bescheiden poging. Naast morgendienst en middagdienst is er regelrmatig een derde dienst: veel lofprijzing met een korte vooral meditatieve Woordverkondiging. En elke zondagmiddag is er een korte dienst in het inloophuis in Spangen. Dan heb je maar ca. tien minuten voor verkondiging. Je zet ergens in. Bij een simpele voor ieder herkenbare ervaring. Of een verhaal waarin Jezus als vanzelf even oplicht. Als de Redder van God. 'Op maat', heet dat tegenwoordig. Pastoraat 'op maat' beoefenen we al heel lang. Misschien moeten we in de toekomst ons ook meer oefenen in prediking 'op maat'.
Rotterdam P. L. de Jong
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's