Evangelische gemeenten
Bezoek van een samenkomst
'Evangelische gemeenten en de wijkgemeente Singelkerk van hervormd Ridderkerk', is de titel van een folder, die werd ingelegd in 't Singelblad (voor en door gemeenteleden). Hier volgt de tekst ervan omdat de zaak waarom het hier gaat breder speelt, ook in hervormd gereformeerde kring:
I Inleiding
Het kan niemand in christelijk Nederland zijn ontgaan dat de evangelische stroming binnen en buiten de kerken de laatste jaren sterk is gegroeid. Daarin speelt de EO een belangrijke rol. Deze heeft dwars door kerkverbanden heen een groep weten te vormen met een mix van evangelische en reformatorische elementen. Deze ontmoeting tussen kerkelijk en evangelisch, de zogeheten 'oecumene van het hart', wordt door de EO bevorderd. Met allerlei activiteiten is men als omroeporganisatie op het terrein gaan werken dat voorheen aan de kerken was voorbehouden: bladen voor jongeren en vrouwen, familiedagen, jongerenbijeenkomsten, mannenconferenties, enz. enz. Het is niet de enige, maar wel een belangrijke oorzaak van de evangelische invloed in de kerken.
Ook aan onze gemeente gaan deze dingen niet voorbij. Er is hier en daar sprake van het overnemen van gedachten uit de evangelische wereld t.a.v. prediking, ambten, liturgie en de praktijk van het gemeente-zijn. Jongeren komen met vragen, waaruit blijkt dat zij open staan voor de aantrekkingskracht van evangelische groepen. Het meest pijnlijk is dat ook vanuit onze wijkgemeente een aantal overgegaan zijn naar evangelische gemeenten.
Door kerkenraadsleden en betrokkenen bij catechese en hoofdbestuur van de JV zijn bezoeken gebracht aan evangelische gemeenten in onze omgeving. De reden daarvan was:
• we wilden deze evangelische gemeenten beter leren kennen om hun aantrekkingskracht te kunnen begrijpen;
• als kerkenraad, catecheseteam en hoofdbestuur willen we meer gefundeerde gesprekken hierover aangaan binnen de gemeente, waar dat nodig is;
• we willen nagaan van welke dingen wij iets kunnen leren, m.a.w. waar wijst de groei van evangelische gemeenten een tekort van de kerk aan, en wat is daar aan te doen;
• het is noodzakelijk te bepalen hoe wij als kerk jongeren (en ouderen) kunnen toerusten zodat zij, in contact komend met het evangelische gedachtegoed, niet van onze gemeente en haar belijdenis vandaan zullen groeien.
Dit artikel is een eerste aanzet de gemeente hierover te informeren. Het is als volgt ingedeeld:
I Inleiding
II Verslag van een samenkomst van een evangelische gemeente
III Hoe steekt een evangelische gemeente in elkaar?
IV Inhodelijke opmerkingen
V Welke gevolgtrekking is er voor onze naaste gemeente te maken?
Geprobeerd wordt om zowel duidelijk als eerlijk een en ander weer te geven, in het besef dat bij diverse gemeenteleden (en dus bij ons allen!) sprake is van zorg en verdriet over vertrokken gemeenteleden.
II Verslag van een samenkomst van een evangelische gemeente
Wij worden bij de ingang (bij een boekentafel) begroet en verwezen naar de deurdienst. We vertellen wat het doel van onze komst is. Men vindt dat heel begrijpelijk en beijvert zich om een zo goed mogelijk beeld van de gemeente te geven, zowel voor als na de dienst.
De gemeente (ca. 400 personen) komt in de aula van een scholengemeenschap bij elkaar, waar een groot podium aanwezig is. De muziekgroep of band begint te spelen en langzamerhand wordt het stil. Gevraagd wordt wie er deze morgen voor het eerst zijn. De leider/zanger van de band praat het eerste deel van de dienst aan elkaar. Het gaat daarbij om: zingen (alleen opwekking, ook geprojecteerd op een scherm) van aanbiddingsliederen, korte gebeden, beurtzang, een kort Schriftgedeelte, een verhaaltje, weer zingen, enz. Tijdens het zingen zijn er weinigen die blijven zitten en hun armen stil houden. De hele mens doet mee en dat geldt zo goed als voor elk lied.
Dan komt er een moment van stilte/aanbidding. Gemeenteleden kunnen hun hart openzetten en doorgeven voor de microfoon welke profetie ze ontvangen hebben. Eén of twee maken hiervan gebruik (N.B. alleen leden mogen dit doen). Daarna is er aandacht voor de zieken in de gemeente. Er wordt over ziekenzalving gesproken, wat in de gemeente ook wordt gedaan (er zijn genezingen geweest, maar men wil geen extreme Maasbach-achtige praktijken).-Tijdens het gebed zijn er ca. vijftien gemeenteleden die bidden om genezing en nabijheid voor een ander gemeentelid, overigens vaak in dezelfde bewoordingen. De preek daarna duurt ruim een half uur. Ook hier wordt het projectiescherm gebruikt. Af en toe mag een gemeentelid antwoord geven. Het gaat over leven als een koningskind. Met een aantal teksten uit Het Boek wordt aangegeven wie we waren, wie we zijn en wie we zullen worden. Uitdrukkelijk wordt gesteld dat we nooit mogen vergeten dat we zondaren waren (N.B. wáren), omdat anders de genade haar diepgang verliest. Zonder zondebesef gaat het niet, maar nu zijn we Gods eigendom. Het gaat om aanbidding. De preek wordt boeiend gebracht, maar wordt ook gekenmerkt door een totale afwezigheid van enige bijbeluitleg. De Bijbel gaat niet echt open.
Na de preek, die eindigt in aanbidding, zijn er enkele opwekkingsliederen. Daarna is er de ruimte om naar voren te komen en de keus te maken. Dat kan voor het eerst.
Er is ook de mogelijkheid om de doop met de Heilige Geest te ontvangen, of om die ervaring nog een keer te hebben als daar behoefte aan is. Er gaan geleidelijk ca. vijftien personen naar voren. (Het lijkt op het oog dat er nogal wat mensen bij zijn, die daar sociaal of psychisch behoefte aan hebben.) Vooraan worden ze opgevangen en er wordt met hen gebeden in groepjes van drie, terwijl de band steeds harder gaat spelen. Aan het slot gaan alle gemeenteleden zelf hardop door elkaar bidden en wordt er gezongen, terwijl op het podium en in de zaal iedereen staat, met de handen geheven.
De dienst wordt afgerond met enkele mededelingen en een uitnodiging voor het koffiedrinken.
III Hoe steekt een evangelische gemeente in elkaar?
Uit de verkregen informatie over een viertal evangelische gemeenten blijkt dat er een aantal gemeenschappelijke kenmerken zijn.
Over de organisatie kan het volgende genoemd worden.
• Lid worden kan pas na een kennismakingsperiode, waarna een persoonlijke belijdenis (vaak gepaard gaand met een doop door onderdompeling) volgt.
• De leiding wordt gevormd door voorganger-, oudsten- en diakenechtparen. Dit gezag moet erkend worden.
• Er is veel aandacht voor kringen en toerustingscursussen (op zondag is er veelal maar één samenkomst). Heel de gemeente is opgedeeld in kringen. Deze organisatie is vrij professioneel.
• Elk gemeentelid heeft een taak, rekening houdend met zijn of haar gaven, om iedereen te leren dienen en het gevoel te geven nodig te zijn. Niemand kan passief laat staan anoniem blijven.
• Er is veel aandacht voor zang en muziek, praise, soms dans, aanbidding, zending en evangelisatie.
• Het uiterlijk (van zowel gebouw als gemeenteleden) is sober en informeel.
Ook de zondagse samenkomsten blijken veel overeenkomst te hebben. In aansluiting op wat onder punt II is genoemd daarover enkele opmerkingen.
• Overal wordt men persoonlijk bij de ingang welkom geheten.
• De muzikale begeleiding van een combo is belangrijk. Er zijn geen stiltemomenten. Er wordt veel gezongen, bijna alleen opwekkingsliederen.
• De onderlinge begroetingen zijn hartelijk (hand geven, omhelzen). De sfeer is informeel. Er is (veel) aandacht voor nieuwelingen.
• Nergens werden de tien geboden gelezen, evenmin de (een) geloofsbelijdenis.
• Er worden audiovisuele middelen (overhead projectors) gebruikt.
• De preek wordt vlot gepresenteerd, maar heeft weinig exegese. Een tekst wordt gebruikt om een bepaalde gedachte over te brengen, waarbij het meteen gaat over de betekenis voor het 'hier en nu'. Het charisma van de voorganger speelt een grote rol.
• Er is veel actie van zo goed als alle gemeenteleden (getuigenis, gebed, zingen, muziek, opstaan, naar voren gaan, handopsteken, enz.).
• Het uitgangspunt lijkt te zijn dat de gemeente bestaat uit gelovigen, met enkele beginners/nog niet-gelovigen. In de prediking wordt geen onderscheid gemaakt en er is geen oproep tot bekering.
• Het lijkt of veel dingen spontaan gebeuren. Bij goed opletten blijken veel van deze dingen echter zorgvuldig georganiseerd te zijn.
• Er is zeer veel aandacht voor de ervaring en het gevoel. Het is niet teveel gezegd als gesteld wordt dat de ervaring het belangrijkste is.
• Naast het ervaren van het werk van de Heilige Geest in 'het kiezen voor Jezus' is er veel aandacht voor de gaven van de Geest.
• De kinderen komen wel in de gemeente en er wordt veel voor hen georganiseerd. Ze maken echter geen deel uit van de gemeente. Dit heeft alles te maken met het geen zicht hebben op het verbond en het afwijzen van de kinderdoop.
Uiteraard gelden de hier genoemde punten niet voor elke gemeente even sterk. Het gaat er hier om een beeld te schetsen van dergelijke gemeenten. Geprobeerd is om dit beeld zo eerlijk mogelijk weer te geven en deze gemeenten en de mensen die daar heen gaan recht te doen.
IV Inhoudelijke opmerkingen
Waar over de verhouding gereformeerd-evangelisch boeken vol geschreven zijn, moeten we ons uiteraard beperken. We noemen vier punten die óns zijn opgevallen en die in ónze situatie belangrijk zijn op te merken.
1) Iedereen in een evangelische gemeente heeft een eigen taak, die bij hem of haar past. Daardoor voelt men zich nodig, en dus ook betrokken bij de gemeente. Niemand kan anoniem de samenkomst in en uit gaan. Zo wordt voorkomen dat sommige gemeenteleden 'alles doen' en anderen niets. Dit is positief te noemen. In de Bijbel is sprake van het 'ambt van alle gelovigen'. In onze gemeenten, zeker in een grote kerk als de onze, komt dit gegeven lang niet altijd voldoende tot zijn recht. De vraag is wel of men in evangelische gemeenten deze dingen goed benadert. Iedereen moét meedoen. Men moét daar zo veel dat het gevaar van wetticisme zeker aanwezig is. Het is binnen de gemeente ook nodig elkaar de ruimte te geven.
2) Een opvallend punt van verschil is de grote plaats die het gevoel en de ervaring krijgt. Alles (zingen, preek, gebed) is er op gericht een blij gevoel en een geweldige ervaring te geven. Daarbij willen we terughoudend zijn om een oordeel uit te spreken. Het kan zijn dat er inderdaad sprake is van de ervaring van de verlossing en van blijdschap door de Heilige Geest. Het kan echter evenzeer een menselijk gevoel zijn, dat wordt opgeroepen door de sfeer, de muziek, de handige presentatietechnieken en het 'fijn bij elkaar zijn'. Als dat zo is, dan is er geen fundament. Dan is te vrezen dat op de beslissende momenten in het leven (twijfel, ziekte, verdriet en zeker het sterven) deze mens met lege handen staat.
De Schrift leert dat we alleen door het geloof worden behouden. Dit geloof weet wat het gelooft en in Wie het gelooft. Waar dit geloof door de Heilige Geest is gewerkt, blijft een mens zich aan God en Zijn beloften toevertrouwen - ook als alles tegen lijkt te zijn en er geen enkel gevoel bij het Evangelie is overgebleven. Tegelijk geldt ook hier dat we kritisch naar onszelf mogen kijken. Zijn wij niet vaak verstandelijk? Hoe blijkt bij ons de vreugde en de verwondering die er in het leven van het geloof ook is?
3) Het belangrijkste punt waar de wegen naar onze mening uiteengaan is de prediking. Deze neemt een minder belangrijke plaats in. Het lijkt wel of bijbeluitleg meer is voor bijbelstudiegroepen door de week, maar niet zozeer voor de samenkomst. Wat de inhoud betreft: er is niet of nauwelijks de oproep tot bekering. We wáren zondaar, maar we zijn kinderen van God. Hij zal ons zegenen, als wij maar Zijn Wil doen. En dan komt er weer zoveel wat wij allemaal moeten.
In de Reformatie is juist herontdekt dat de gelovige 'tegelijk zondaar én gerechtvaardigde' is. En niet alleen Luther, maar ook Paulus leert dat al (Romeinen 7). Het belangrijkste kenmerk van een christen is dan ook de ootmoed. Waar de verwondering over de genade en de houding van de bedelaar ontbreekt, worden de dingen vanzelfsprekend. En dan valt alle accent op het 'overwinningsleven'. Ten diepste wordt zo over de twijfel heen geleefd en wordt geen rekening gehouden met de weerstanden die er in het hart van ons mensen zijn om ons geheel en al aan Christus toe te vertrouwen. Er zijn veel woorden die op de klank al bekend voorkomen, maar het is de vraag of er toch niet sprake is van een ander geestelijk klimaat.
Tegelijkertijd mogen wij ons afvragen of die verwondering bij ons wel gevonden wordt. Kunnen wij in ons leven niet vaak gemakkelijk voorbijgaan aan het Evangelie? Waar is de liefde tot het Woord in al Zijn breedte en diepgang en waar zijn de vruchten daarvan te merken?
4) Als laatste punt noemen wij de openheid, de ongedwongenheid en gastvrijheid van evangelische gemeenten. Men is erop gericht anderen te winnen voor het Evangelie. In de samenkomst zijn daarom zo weinig mogelijk drempels die vervreemdend kunnen werken. Buitenstaanders voelen zich snel thuis. En hoewel hier meer van gezegd kan worden, moeten wij vooralsnog onszelf op deze open houding naar elkaar en naar buitenkerkelijken maar eens nakijken.
V Welke gevolgtrekking is er voor onze gemeente te maken?
Door kerkenraad, hoofdbestuur JV en catecheten is het bovengenoemde besproken. Daarvan kunnen de volgende punten genoemd worden.
• Wat voor onze gemeente heel erg nodig is, is het kennen én kunnen verwoorden van de eigen traditie. Waar dat ontbreekt, staan we te gemakkelijk open voor allerlei andere opvattingen. Tegelijk doen we onszelf (persoonlijk en als gemeente) tekort als de rijkdom van de gereformeerde belijdenis niet steeds opnieuw wordt beleefd en vruchtbaar gemaakt in de praktijk van het leven. Een centrale plaats ook in dit opzicht heeft de prediking. Daarnaast zal voortaan tijd gestoken moeten worden in de toerusting. Concreet gaat het daarbij om de geloofsopvoeding en het gesprek in de gezinnen, de catechese, gemeenteavonden, het Singelblad, de JV, wellicht een vorm van ouderencatechese. Jongeren en ouderen die twijfel of vragen hebben bij de leer of de praktijk van de kerk, worden hierbij uitgenodigd deze vragen kenbaar te maken aan wijk- of jeugdouderling.
• Nodig is veel aandacht voor de jeugd: kinderen en jongeren. Dat geldt voor de prediking en zeker ook voor het gemeenteleven. Dit betekent niet een volgen van alles wat zij willen (al blijkt dat meestal trouwens erg mee te vallen), maar het vraagt een open en eerlijke houding. Als we hen willen toerusten en de bijbelse weg wijzen, zullen we die moeten voorléven. Daarbij is een zelfkritische houding geen teken van zwakte.
Niet alleen voor de kerkenraad, maar voor ons allen is het een roeping de onderlinge liefde in de gemeente echt concreet inhoud te geven. Dat houdt in, acht geven op en meeleven met elkaar. Voorkomen moet worden dat mensen in de gemeente minder meetellen of zich eenzaam voelen (als dat ergens niet mag voorkomen, dan in de gemeente!). Belangrijk is een goed functioneren van het pastoraat en diaconaat, huisbijbelkringen, HVD en jeugdwerk. Het is verdrietig als gemeenteleden vertrekken vanwege een andere visie op de doop, de ambten, de belijdenis en het gemeente-zijn. Het is extra verdrietig als men zou vertrekken vanwege gebrek aan aandacht, eensgezindheid, liefde en betrokkenheid. Laten we steeds opnieuw zoeken een gemeente te zijn zoals de Heere Jezus bedoelt.
Bidden we vooral om het werk van de Heilige Geest ook in onze gemeente. Dat Hij ons allen (voor het eerst en steeds weer) brengt bij het kruis van de Heere Jezus Christus en ons leven vernieuwt in de gelijkvormigheid aan Hem.
Voor de wijkkerkenraad van de Singelkerk, H. Vergunst, scriba
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's