Boekbespreking
J. A. Baaijens, Opwekking tot reformatie, Heerenveen 1999, 132 pag., ƒ 24,95, paperback, ISBN 90-5829-018-2. Prof. dr. W. van 't Spijker (red.), Eschatologie. Handboek over de christelijk toekomstverwachting. De Groot Goudriaan, Kampen, 650 blz. ƒ 95, -.
J. A. Baaijens, Opwekking tot reformatie, Heerenveen 1999, 132 pag., ƒ24, 95, paperback, ISBN 90-5829-018-2.
De auteur van dit boek - godsdienstdocent - is een 'bevlogen' man met een hartstochtelijk verlangen naar een geestelijke en kerkelijke opwekking. Zijn boek Opwekking tot reformatie mag gelezen worden als een vervolg op zijn eerder (1997) verschenen boek Ontwaakt waarin hij het bijbels spoor aanwees tot opwekking, herstel en geestelijke groei. In dit boek opnieuw een appèl tot een doorgaande reformatie in onze reformatorische kerken waar de ingezonkenheid, dodigheid en afval met handen te tasten is en waaraan de geest van de postmoderne cultuur zeker niet voorbijgaat. Het boek van Baaijens is een fel protest tegen dode orthodoxie, geestelijke dodigheid, wetticisme, systeemdwang/schematisme (men belijdt zijn geloof niet/men gelooft zijn belijdenis), tegen de verinnerlijking en geloofonzekerheid waarin de Nadere Reformatie verzandde. Daartegenover wekt Baaijens ons op om in de 'windstille' tijd die wij beleven, het 'zeil op te houden' (103), gelovig gebruik te maken van het onvoorwaardelijk aanbod van Gods genade, de middelen te gebruiken en niet in halfheid en onzekerheid te blijven steken.
Baaijens boek is echter vooral een vurig pleidooi voor 'orthopraxie' (leven in heiligmaking), voor 'voorbeeldig' en werfkrachtig christendom dat bereid is om beide handen in het vuur te steken voor wat het belijdt. 'Een warm geestelijk leven van liefde en vrede in de geloofsvereniging met de Heere Jezus Christus' (12), met een uitstraling vooral ook naar de jongeren toe. Elke boodschapper van Gods heil realisere zich, hoe diep de kloof is met de postmoderne tijd (kilheid, onzekerheid, individualisme, egoïsme, materialisme).
Zo kan Gods gemeente een 'veilige thuishaven', maar ook een 'goede uitvalsbasis'zijn.
Indrukwekkend zijn de beschrijvingen van opwekkingsbewegingen (in op grijze ondergrond gedrukte 'historische vonken') vanaf de tijd van de Reformatie. Baaijens ziet deze als 'richtlijnen vanuit opwekkingen in de kerkgeschiedenis'. Achtereenvolgens in de Nadere Reformatie, in het piëtisme in Duitsland: ds. Spener/ds. Francke; Graf Von Zinzendorf/Hernhutterbeweging, de Moravische Broeders; in Engeland, na de puriteinen: John Wesley, George Whitefield; in Zuid-Afrika: Andrew Murray; in Rusland: o.a. de 'stundisten'. Al lezend wat er daar en toen is gebeurd, krijg ik een diep heimwee. Waarom gebeuren zulke dingen niet ook onder ons? Hebben we het te goed? Stellen we ons tevreden met zuiverheid in de leer? Hebben we liever het 'onzekere' voor het 'zekere' (geloof)?
Baaijens weet opperbest, dat we een geestelijke opwekking niet even maken. Het moet van boven, van Gods Geest wegkomen. Maar laat ons in elk geval doen wat onze hand vindt om te doen, zonder daarbij de toevlucht te nemen tot wereldse middelen als 'relirock en harde vormen van moderne gospel (gevaar bij evangelischen)' (82), want dat zijn meestal wegen van de kerk naar de wereld in plaats van omgekeerd. Ons past verootmoediging, wederkeer tot de levende God.
Ik moet zeggen, dat ik erg getroffen ben door de lezing van het boek van Baaijens. Het gebed om een 'reveil' is heel vaak mijn gebed, persoonlijk en in het midden van de gemeente. En ik weet, dat velen (collega's, ambtsdragers, gemeenteleden) met mij daarom verlegen zijn. Toch moeten wij niet vergeten (en Baaijens moet dat ook niet vergeten):
a) dat het er in Gods gemeente niet altijd zo buitengewoon, zo opzienbarend en massaal, zo 'extra-ordinair' aan toegaat als in tijden van geestelijke opwekking. Er is ook 'het gewone'. En dat hoeft niet benedenmaats te zijn. De stand van het geestelijk leven is veelal: 'Niet dat ik het alrede gekregen heb, of alrede volmaakt ben...' (Fil. 3 : 12). Er is geen reden dus om de zaak te overspannen. En er is altijd ook het gevaar van het remonstrantisme dat geen oog heeft voor het eenzijdige Godswerk in het leven van de mens.
b) dat de Heere, ook als het geestelijk en kerkelijk aan het ebben is, zelfs als er sprake is van een babylonische gevangenschap van de kerk, Zijn Sion nooit vergeet. Hij houdt Zijn werk in stand, zij het wellicht soms niet meer dan in een 'gestolde vreugde van de Veluwe' (A. A. van Ruler). Dat betekent niet, dat wij het 'geloof van de knecht dat nog niet het geloof van het kind is' (98) de hand boven het hoofd willen houden of met het halve en gereserveerde genoegen willen nemen. We moeten niet over het hoofd zien wat God - elke zondag vooral in de dienst der verzoening - in ons land bezig is te doen. Het genademiddel waardoor de mensen steeds worden opgeroepen tot 'een onvoorwaardelijke en ongereserveerde overgave aan de Heere Jezus Christus' (McCheyne).
Ten slotte: een van mijn 'pia desideria' (vrome wensen): laat ieder die deze boekbespreking gelezen heeft, ook het boek van Baaijens zelf lezen en ermee tot zichzelf inkeren.. Ik ben de auteur heel dankbaar voor wat hij ons in zijn boek biedt. Een goed onderwerp ook voor gemeenteavonden. Wellicht kan de auteur tijd vinden om er zelf over te komen spreken. Van harte aanbevolen.
C. den Boer
Prof. dr. W. van 't Spijker (red.), Eschatologie. Handboek over de christelijke toekomstverwachting. De Groot Goudriaan, Kampen, 650 blz. ƒ 95,-.
In de bekende serie die indertijd inzette met 'Bij Brood en Beker' (inmiddels verscheen van dat deel een tweede druk), heeft nu na 'Rondom de doopvont', 'De Kerk' en 'Spiritualiteit' een vijfde en laatste deel het licht gezien, een handboek over de leer van 'de laatste dingen'. De opzet van de serie getrouw is ook nu de driedeling bijbels, historisch en dogmatisch aangehouden. Zeer waardevol is het Bijbels deel. Prof. dr. H. G. L. Peels geeft een duidelijk voorbeeld van de wijze waarop vanuit een gereformeerde visie op de Heilige Schrift optimaal recht kan worden gedaan aan de resultaten van de hedendaagse bijbelwetenschap. Verrassend in de nuchterheid waarmee traditionele standpunten worden aangepast en gecorrigeerd zonder ook maar ergens het gezag van het Woord van God aan te tasten. Belangwekkend is de hier geboden correctie op de omgang met losse 'Adventsteksten', die als wegwijzers naar de komende Christus (wat ze inderdaad zijn!) vaak losgeweekt worden uit hun context. Daartegenover tekent de schtijver 'een patroon van verwachtingen'. De prediking in adventstijd - en dan niet alleen - zou zeer gebaat zijn met aansluiting bij dit patroon. Naast een historische dwarsdoorsnede waarin de ontwikkeling van de oudtestamentische eschatologie wordt geschetst, wordt een systematisch overzicht geboden aan de hand van hoofdmotieven. Zo wordt een weg gezocht tussen enerzijds een exact-letterlijke uitleg en toepassing; die geen recht doet aan de eigenaardigheid van het profetisch spreken, en anderzijds een vergeestelijkende uitleg die evenzeer eenzijdig is. Als puntje van kritiek: het pleidooi van dr. M. J. Paul voor een viervoudige uitleg van de oudtestamentische profetieën had meer waardering moeten ontvangen dan nu in noot 23 is gegeven.
Drs. H. J. de Bie geeft een bijzonder inzichtgevende beschrijving van een vrij onbekend terrein; eschatologie tijdens de intertestamentaire periode. Hier wordt een snelle en voor zover ik kan beoordelen verantwoorde oriëntatie geboden in een bonte wereld van geloven en verwachten, die onmisbaar is als achtergrond voor het verstaan van het nieuwtestamentisch spreken in deze. Dr. A. Noordegraaf geeft met de bij hem gebruikelijke helderheid en belezenheid een thematisch overzicht van de eschatologische prediking van het Nieuwe Testament. Belangrijk is de uiteenzetting over het profetisch-symbolisch karakter van de bijbelse beelden. De fundamentalist en de verlichte rationalist reiken elkaar de hand in hun zucht naar letterlijkheid en exactheid. Wanneer Noordegraaf op blz. 89 spreekt over 'het apocalyptisch beeldmateriaal' in 1 Thess. 4 : 13 v. zou ik graag een uitspraak hebben gelezen over de realiteit die hieraan beantwoordt. Het is mooi in dit opstel 'de ene melodie in de veelheid van de stemmen' te horen opklinken.
Het Historisch deel is breed. Medewerkers zijn: prof dr. W. Balke; drs. M. van Duijn; dr. G.C. den Hertog; prof. dr. K. Runia; prof. dr. F. van der Pol; prof. dr. W. van 't Spijker en dr. B. Wentsel. Met name de hoofdstukken van Den Hertog leiden ons binnen in een wereld die voor de meeste lezers van 'de Waarheidsvriend' zo goed als onbekend zal zijn: het denken over de toekomst in het tijdperk na de Verlichting, in een eeuw van optimisme (de 19e) en in een tijd van crises (de 20e eeuw). Runia sluit bij dat laatstgenoemde hoofdstuk aan met een weergave van gedachtegangen uit de tweede helft van de 20e eeuw. Al met al een schat aan kennis over de christelijke toekomstverwachting in de loop der eeuwen en een zeer handzame introductie in de achtergronden van eigentijdse dogmatische ontwerpen van eschatologie. Het Dogmatisch deel vind ik, met alle waardering voor hetgeen de medewerkers Balke, drs. K. Exalto en prof. dr. W. H. Velema geboden hebben, toch wat teleurstellend. Exalto schrijft goede dingen, maar geeft er geen blijk van eigentijdse bezinning te hebben verwerkt, Balke heeft de neiging toch weer uit te wijken van het dogmatische naar het dogmenhistorische (heel interessant, maar beter op zijn plaats in het Historische deel), Velema schrijft helder en belijnd, maar er treden door een gebrek aan redactionele afstemming teveel overlappingen op met wat anderen behandeld hebben. Dat is toch wel het voornaamste minpunt bij dit gedegen en inhoudrijke werk: de, redactie had veel strakker moeten ingrijpen. Bij sommige bijdragen mis ik de bijbehorende literatuuroverzichten. Aan het einde van het boek had een tekstregister niet misstaan. Nu moet de lezer zelf bijeensprokkelen wat verspreid door heel het boek heen over bepaalde kernteksten te berde wordt gebracht. Ook een zaakregister zou van groot nut zijn geweest: Inhoudelijk mis ik, ondanks verspreide aanzetten daartoe, een grondige discussie of liever nog dialoog met de evangelische eschatologie van chiliasten en aanhangers van de leer van de bedelingen (dispensationalisten). Ik denk dat de gemeente geholpen zou zijn met een heldere weergave van de beslissende wissels die ervoor zorgen dat hier meersporigheid optreedt onder gelovigen die zich allen willen houden aan de bijbelse gegevens.
Als slotsom blijft staan: een buitengewoon belangrijk boek dat vele uren hoogstaand leesgenot biedt tot geestelijke verrijking.
J. Hoek
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 2000
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's