De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Openheid vanuit een glazen huis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Openheid vanuit een glazen huis

Kloof tussen kerk en wereld

9 minuten leestijd

In het Huizerblad, een plaatselijk nieuwsblad zoals elke wat grotere gemeente er wel een kent, werd paginagroot een binnenkort te verschijnen millenniumboek van Huizen aangekondigd. Uit verschillende sectoren van de samenleving komen mensen aan het woord met hun verwachtingen voor de komende tijd. Als ik mij niet vergis, is het christelijk geluid in de aangekondigde bundel spaarzaam. De initiatiefnemer voor het boek, fractieleider van Groen Links in de gemeenteraad, zegt 'met de kerk en met godsdienst' absoluut niets te hebben. Nochtans noemt hij de bijdrage van een van de hervormde predikanten van Huizen (ds. J. L. W. Koppenhol) het allermooiste verhaal'. Omdat het heel inzichtelijk maakt 'wat zo'n man beweegt en motiveert'.
Ds. Koppenhol schrijft over zijn werk en verwachtingen onder de titel 'Open zijn vanuit een glazen huis'. Ik las dit aan de vooravond van de dag, dat ik de Belmontconferentie over Uitgedaagd door de kloof zou meemaken. Ik realiseerde me, dat vandaag de plek, waar iets vanuit het Evangelie wordt gezegd of geschreven, van belang is wil de boodschap nog 'ergens' in de wereld landen. Een bundel van gelijkgezinden, met eenzelfde bijdrage over 'het glazen huis', zou beperkt blijven tot een binnenste kring, een kring van gelijkgezinden, die erdoor wordt bevestigd in eigen overtuiging of er op z'n best door wordt verrast. Een boek of publicatie uit de christelijke, zeker de orthodox-christelijke wereld moet wel van heel bijzondere aard of kwaliteit zijn wil de wereld er nog van ophoren. Kerk en wereld zijn meer en meer gescheiden werelden geworden. Men moet kennelijk van andere kanalen gebruikmaken wil er de kans zijn, dat iets van de boodschap van het Evangelie in de wereld landt. Dan moet men zich kennelijk in de meer algemene kaders van de samenleving zelf begeven. 'Open vanuit een glazen huis.' Prachtige, veelzeggende titel.

Belmont
Op de tweedaagse Belmontconferentie, die vorige week in Dalfsen werd gehouden, ging het uitdrukkelijk over de breder wordende kloof tussen de kerk of het christelijk geloof en de wereld. Ongeveer 300 evangelische en reformatorische christenen dachten na over de communicatie met de wereld. Men had 'de wereld' zelf binnengehaald om te toetsen hoe diep of hoe breed de kloof was of ook hoe de kloof te overbruggen viel. Er was een forum georganiseerd, onder leiding van drs. Andries Knevel, waaraan uitsluitend nietchristenen deelnamen, al moet worden gezegd, dat slechts één van hen ook een echt niet-christelijke achtergrond had, het Tweede Kamerlid voor Groen Links, Femke Halsema. Drie van hen waren roomskatholiek opgevoed (Boris Dittrich, Tweede Kamerlid voor D66, oud-nieuwslezer Joop van Zijl en de hoogleraar publicist Pim Fortuyn); en één (Klaas Wilting, 'boegbeeld van de Amsterdamse politie'), kwam uit een 'streng gereformeerd' milieu, dat niet nader werd omschreven. Wanneer men in gesprek gaat met mensen die hoe dan ook nog een kerkelijk verleden hebben, is er altijd nog wel iets van herkenbaarheid. Dat kan leiden tot extra gevoeligheid, wanneer men nog weer met het Evangelie wordt geconfronteerd of voor uitdrukkelijke verklaringen waarom men afscheid nam. 'De kerk heeft de aansluiting met het reële leven gemist' (Van Zijl) of 'de kerk geeft te veel regeltjes' (Wilting).
Het forumgesprek werd als uitermate 'spannend' beleefd, vooral toen er een moment kwam dat Knevel opmerkte, dat er voor de deelnemers aan het forum in de zaal werd gebeden: 'Christenen zijn bewogen met jullie'. 'Zijn wij dan zielig? '; 'alsof wij slachtoffers zijn', waren de reacties. En toen Knevel wilde duidelijk maken, kennelijk om overtuigend over te komen, dat (ook) hij een zondaar was en daarbij ongetwijfeld hoopte, dat dat de gesprekspartners iets zou doen, was het antwoord dat men met die boodschap niets had. Misschien zit de kloof niet eens zozeer in de verstaanbaarheid van het Evangelie (dat ook) maar in de ontoegankelijkheid ervan bij mensen, die de christelijke wereld bewust achter zich hebben gelaten, omdat ze er inderdaad niets mee hadden. Opvallend was dat mevrouw Halsema, die van huis uit helemaal niets met kerk en geloof had nog het meest nieuwsgierig was: 'Dat besef van zonde voel ik niet na. Verder maakt het me nieuwsgierig. Hiernamaals, Wat, hoe?'

Openheid. 
Waar deze conferentie ieder van de aanwezigen bij bepaalde, was de vraag van de openheid, die nodig is om de wereld nog te kunnen bereiken. Om het nog eens met ds. Koppenhol te zeggen: 'open vanuit het glazen huis'. Er wordt naar christenen gekeken door de wereld. Ze zitten net als de dominee in een glazen huis. Zijn ze leesbare brieven van Christus? En vooral: hoe één zijn ze samen? Wordt er echter ook nog naar hen geluisterd? De praktijk leert, dat wanneer christenen vandaag vanuit daartoe geëigende partijen, verenigingen of organen over de zaken van het Evangelie spreken of schrijven er 'buiten' nauwelijks nog een oor voor is. Van christenen-en-bloc, in hun organisaties en partijen weet men 'het' wel.
Het moet de organisatoren van het Belmontcongres worden nagegeven, dat ze de kloof serieus nemen en er daarom hartstochtelijk wordt gezocht naar wegen om de wereld te bereiken. Dat houdt een appèl in op allen, die zich in een isolement terugtrekken en de wereld de bóze wereld laten. In De Saambinder van 7 januari ll. gaf ds C. Harinck enig commentaar op de lezing van drs. A. G. Knevel op de predikantenconcio van de Gereformeerde Bond, waar deze had gezegd dat de EO op het marktplein wil staan om de moderne en de postmoderne mens te bereiken. Letterlijk zegt ds. Harinck:
'Leven wij niet te veel opgesloten in onze veilige bastions? Vrezen wij de confrontatie met de wereld? Hebben wij dan geen boodschap meer aan de moderne mens? Leeft de drang nog om anderen voor Christus te winnen? Ik denk, dat wij hier veel beschamende lessen kunnen leren van de Vroege Kerk. Zij leefden in een wereld zoals de wereld van vandaag, maar zij waren geen zwijgende naamchristenen. Wanneer wij de zendingsmotieven van de Vroege Kerk nagaan, vinden wij daarin een grote dankbaarheid terug vöor de verlossing, die God hen in Christus geschonken had...'
Ds. Harinck zegt het niet van de massamedia te verwachten. Hier plaats ik een kanttekening. Onze verwachting kan nooit van de mens en het menselijke zijn. Onze verwachting is alleen van God. Kan Hij echter ook het gebruik van de media niet voor Zijn doel aanwenden, om daar met het Evangelie binnen te komen waar niemand meer binnenkomt? Er zijn vandaag de voorbeelden van zegen op dit werk. Wel stem ik van harte in niet de opmerking van Harinck, dat nodig is 'een herleefd christen-zijn van de nu dikwijls zo dodige en vormelijke christen'. Hier heeft de Belmontconferentie een duidelijke boodschap en een helder appèl afgegeven.

Andere zijde 
Bij alle goeds, dat van de huidige nog restende of weer nieuw gevormde christelijke organisaties valt te zeggen (vorming en toerusting van de eigen leden ter bezinning op hedendaagse problemen bij het licht van de Schrift), als het gaat om het bereiken van de wereld zijn de organisaties alléén ontoereikend geworden. Ze worden goeddeels beleefd als 'gesloten bastions', waar anderen geen toegang hebben. Moeten we daarbij dan ook niet veel meer de ontmoeting met de wereld in het vrije veld zoeken of die aangaan waar die ook mogelijk is en zeker wanneer die ons wordt gevraagd? Het forum op de Belmontconferentie was er een goed voorbeeld van. Soms beleggen zo de laatste tijd jeugdverenigingen in kerkelijk verband ook gespreksavonden, waarvoor buitenkerkelijke jongeren worden uitgenodigd.
Het was overigens ontdekkend en pijnlijk, dat in het genoemde forumgesprek door een der forumleden werd gesteld dat in het hedendaagse leven, bijvoorbeeld op de werkvloer, christenen zo vaak 'anoniem' zijn. Ze spreken makkelijker over Ajax dan over hun geloof of over hun kerk.
De vraag is of anderzijds wereldlijke verbanden of organisaties zelf nog behoefte hebben om het gesprek met christenen aan te gaan. Zouden omroepen als de VARA of bladen als de NRC - om maar twee voorbeelden te noemen - een debat met louter orthodoxe christenen durven of willen aangaan, zoals men het op de Belmontconferentie aandurfde om met louter niet-christenen in gesprek te gaan? Daar volgt dan overigens direct de vraag op of er onder orthodoxe christenen de bereidheid en de moed is om vandaag op de Areopagus van het moderne leven te staan en vanuit het glazen huis de wereld open tegemoet te treden met het getuigenis van het Evangelie? Of zijn de vensters toegesloten?

Onverkort 
Vaak bestaat de vrees, dat men zich in de confrontatie met de wereld als christen niet onbesmet zal weten te bewaren. Daar is ook reden toe. Het hervormde apostolaat in de na-oorlogse jaren b.v. had geen grondslag en ging ten onder. Er is altijd weer het gevaar om op de inhoud van het christelijk getuigenis te gaan inleveren terwille van de verstaanbaarheid. Open ontmoeting vraagt om goede communicatie. Dat wil ook zeggen, dat men op het goede moment de juiste woorden spreekt en dat men ook in de huid van de ander weet te kruipen. Maar echte openheid brengt als het goed is juist de eigen identiteit te meer aan het licht.
Ik las dezer dagen een impressie van wat de anglicaanse (evangelikale) theoloog John Stott heeft gezegd op de World Assembly 1999 van de internationale IFES, de christelijke studentenbeweging, die zich ook sterk toelegt op studentenevangelisatie, met een open visie vanuit het Evangelie op de wereld, waarin zij leven en studeren. Stott pleitte voor bezinning op de grondslag van deze studentenbeweging. Naast de bijbel, zegt hij, is de traditie van belang, want de Heilige Geest heeft de kerk door alle generaties heen onderwezen. In dat verband zegt hij: 'Het is van essentieel belang dat we de ernst inzien van onze verdorvenheid. Als we dan onze eigen verdorvenheid tegenover de heiligheid van God zetten, beseffen we dat we echt verloren zijn. Tenzij God ons door Zijn genade komt redden'. Zo moeten we - zegt hij - met de waarheden van het geloof 'de uitdagingen die in deze tijd op ons afkomen het hoofd bieden'. Het hoge woord moet er in het gesprek met de wereld uit: zonde en genade. Zonder dit woord te pas en te onpas te gebruiken. We moeten wel weten wat we zeggen en waar we het zeggen. Prof. dr. H. W. de Knijff zei op de conferentie:
'Want die uitdaging blijft; zij is de pretentie van het Evangelie, dat er, kort en bijbels gezegd, geen redding is dan in de naam van Jezus. Dat houdt in, dat er buiten deze naam geen leven, geen houdbare vorm van bestaan mogelijk is. Dat betekent, dat het hele mensenbestaan niet kan gedijen, als het niet door de kracht van het Evangelie wordt doortrokken'.

Het wordt tijd dat we ons grondig bezinnen op een nieuwe openheid naar de wereld toe, vanuit een duidelijke minderheidspositie maar met een onopgeefbare overtuiging. Want de kloof is breed en diep.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Openheid vanuit een glazen huis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 2000

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's